De kneepjes van het koffiezetten

0

Wat mag ik tijdens het koffiezetten niet doen? Welke filter kan ik het beste gebruiken? Hoeveel koffie moet ik per persoon handhaven? Ervaar het hier.

Er gaat niets boven vers gezette koffie. Zoals het spreekwoord zeg: ‘Liefde en koffie zijn twee zaken in een mensenleven die je zeker nooit mag opwarmen!’

Kies kwaliteitskoffie. Liefst niet gemalen als u een elektrische of een handkoffiemolen hebt. Kiest u toch voor gemalen koffie, zorg dan voor vers gebrande. Let altijd op de versheiddatum als u voorverpakte koffie koopt.

Bewaar koffie op een droge plaats en in een lucht- en lichtdichte verpakking. Sluit na gebruik zorgvuldig het pakje. Nog beter om de koffie in een hermetisch gesloten blik, afgeschermd tegen vochtigheid en geuren, te bewaren. Let op: Koffie is een product dat alle geuren opslurpt.

Wanneer u bonen gebruikt, maal dan vlak voor het koffie zetten de juiste hoeveelheid en onderbreek het malen één of tweemaal om verhitting van het poeder te voorkomen.

Gebruik water dat arm is aan minerale zouten en/of chloor. Geen vers water van de kraan. Zit hier teveel chloor of minerale zouten in, neem dan spa blauw uit flessen. Tenzij het koffiezetapparaat met een waterverzachter is uitgerust.

Laat het water nooit doorkoken, neem het van het vuur af wanneer het begint te borrelen (tussen 90˚ en 95˚C).

Doseer de hoeveelheid koffie nauwgezet om tot het beste resultaat te komen en gebruik steeds hetzelfde maatlepeltje of schepje.

Gebruik een koffiekan die aangepast is aan de hoeveelheid kopjes die u wilt zetten. Spoel de kan voor gebruik grondig met kokend water en zorg dat de kan geen bruine randen heeft. De eventuele oliën, dragers van het aroma, die aan de zijkanten blijven kleven kunnen de smaak van koffie schaden.

Maak papieren filters nat voor u de koffie erin schept en giet een geut heet water op de gemalen koffie. Dit doet de koffie wellen en zorgt ervoor dat de aroma’s maximaal worden vrijgegeven.

Neem als regel 1 maatje koffie of 10 tot 12 gram per kopje of ongeveer 6 maatjes per liter water. Maak naar eigen smaak de koffie sterker of slapper.

Net als de koffiekan worden de kopjes even met heet water omgespoeld om ze voor te verwarmen.

Echte genieters drinken hun koffie zwart. Kunt u toch niet zonder een scheutje melk, warm dit dan eerst even op en kies bij voorkeur volle melk, koffiemelk of verse room. Als zoetmakers bent u het beste af met bruine of kandijsuiker.

Zet u koffie met een elektrisch koffiezetapparaat, is het beter eerst de koffie te laten wellen met een scheut heet water voor u de knop aanzet. Is het water doorgelopen, roer de koffie even om de oplossing gelijkmatig te verdelen.

Zet altijd koffie in functie van de onmiddellijke behoefte en serveer deze meteen. Koffie moet warm worden gedronken. Het is beter regelmatig verse koffie te zetten dan een grotere hoeveelheid warm te houden.

Warm koffie nooit op en laat het nooit op de warme plaat van het koffiezetapparaat staan. Door het contact met de hete plaat verbrandt de koffie en wordt hij bitter. Giet hem beter meteen over in een thermoskan.

De Da Vinci Code

0

De Da Vinci Code is een religieuze misdaad-thriller van de Amerikaanse auteur Dan Brown. Het boek kwam uit in 2003. Dan Brown schreef voor de Da Vinci Code “Het Bernini Mysterie”, waarin ook het personage Robert Langdon de hoofdrol speelde, en erna “The Solomon Key”. De Da Vinci Code werd een wereldwijde bestseller waar meer dan zestig miljoen exemplaren van werden verkocht. Het boek is in vierenveertig talen vertaald, waaronder in het Nederlands. Ook in Nederland en Belgie werd het boek razend populair. Een jaar na de oorspronkelijke uitgave kwam er een geïllustreerde versie op de markt, met honderdzestig illustraties van voorwerpen en schilderijen die in het verhaal een rol spelen. Het bleef niet alleen bij boeken. In 2006 werd De Da Vinci Code verfilmd, met Tom Hanks in de hoofdrol, en kwam er een computerspel “The Da Vinci Code” uit.

De Da Vinci Code is niet alleen een veel gelezen boek, maar ook een van de meest spraakmakende boeken van de afgelopen paar jaar. Omdat feiten en fictie in het boek zodanig met elkaar verweven zijn, dat er op vele fronten discussies plaatsvinden over wat nu precies wel en niet waar is.

Er kwam veel kritiek op het boek, zowel uit de wetenschappelijke als uit de christelijke hoek. De Rooms Katholieke kerk, die zich zelden uitspreekt over kunstuitingen, heeft erop gereageerd omdat veel mensen het boek niet als roman, maar als wetenschappelijke werk lazen. Het voorgestelde leven van Jezus Christus strookt niet met de officiële opvattingen, en men ergerde zich ook aan het feit dat Dan Brown beweert dat de Kerk al eeuwenlang bewust een groot geheim verborgen houdt.

Het verhaal

Als Jacques Saunière, de curator van het Louvre in Parijs, wordt vermoord is de Amerikaanse hoogleraar Religieuze symboliek Robert Langdon de belangrijkste verdachte. Hij weet te ontvluchten dankzij de hulp van de Franse cryptologe Sophie Neveu, de kleindochter van Saunière. Samen ontdekken zij dat de curator aanwijzingen heeft achtergelaten die alleen zij kunnen ontcijferen. Veel van deze aanwijzingen verwijzen naar het werk van Leonardo Da Vinci en uiteindelijk leiden ze naar de Priorij van Sion, een geheime organisatie die al eeuwenlang een geheim bewaart met grote consequenties voor het christendom en de Katholieke kerk. Op de hielen gezeten door de politie, raken Langdon en Neveu daarnaast verwikkeld in een wedren met de kerkelijke organisatie Opus Dei, die de opdracht heeft om de bewijzen van het geheim te vernietigen.

Waar of niet waar?

In de Da Vinci Code lopen feiten en fictie totaal door elkaar heen. Er zitten zowel elementen in die op waarheid berusten, als volkomen fictieve geschiedenissen en voorwerpen. In zijn voorwoord meldt Dan Brown alleen dat de documenten, bouw- en kunstwerken in het verhaal correct worden beschreven. Of dat ook voor organisaties en geschiedenissen geldt laat hij in het midden. Robert Langdon is uiteraard een romanfiguur, hij is hoogleraar Religieuze Symboliek op Harvard. Aan deze universiteit is geen hoogleraar Religieuze Symboliek verbonden, maar het fictieve persoon Robert Langdon heeft in werkelijkheid wel een echte website. De theorieën in de Da Vinci Code worden geopperd door romanfiguren, maar Dan Brown vindt persoonlijk dat sommige geopperde ideeën best de moeite van het onderzoeken waard. Hoewel hij beweert dat de beschrijvingen van de kunstwerken authentiek zijn, is dit niet overal het geval. Over of Maria Magdalena rechts van Jezus staat afgebeeld op de fresco het “Laatste Avondmaal” van Leonardo da Vinci valt nog te twisten. Algemeen wordt aangenomen dat dit figuur geen vrouw is maar de apostel Johannes, afgebeeld als jonge man.

Maar de Cryptex, een uitvinding van Leonardo da Vinci om een geheime boodschappen te verbergen, heeft bijvoorbeeld nooit bestaan. Voor zover bekend heeft het genie uit de Renaissance echter nooit een dergelijk apparaat gemaakt of beschreven. Hieruit kun je opmaken dat ook de waarheidsclaim van de schrijver gewoon ook een onderdeel van de roman is.

De Priorij van Sion is ook zo’n bron van discussie. Deze geheime organisatie is niet door Dan Brown bedacht, maar verzonnen door de in het jaar 2000 gestorven Fransman Pierre Plantard, die beweerde de Grootmeester van het genootschap te zijn. Theorieën uit het zogenaamde “Dossier Secret” hierover circuleerden al langer en ook de auteurs van het boek “Holy Blood Holy Grail” maakten er gebruik van.

De betekenis van de Da Vinci Code

Waar of niet waar, de Da Vinci Code fascineert wereldwijd miljoenen lezers. Hoe dan ook is het een spannende thriller, die je in een adem uitleest. De combinatie met de mysterieuze en fascinerende onderwerpen in het verhaal en een interessante complottheorie stond garant voor een ware hype. Terwijl er vanuit wetenschappelijke en kerkelijke hoek uiteraard kritisch werd gereageerd, hebben veel schrijvers erop ingespeeld en schreven op hun beurt weer boeken over het werk van Dan Brown. Er verschenen kritieken, zoals “Waarom Jezus niet getrouwd was met Maria Magdalena” van John van Schaik en “The Da Vinci Hoax, Exposing the Errors in The Da Vinci Code” van Carl Olson en Sandra Miesel. Ook werden er tal van boeken uitgeven, die zich verder verdiepen in de kluwe van fictie en feiten. Hiervan werden “Geheimen van de Code” van Dan Burstein en “De geheimen van de Da Vinci Code” van Simon Cox in het Nederlands vertaald. Zelfs kwam er een parodie, “The Asti Spumante Code” van Toby Clements, die zich afspeelt in Brussel.

Nu was het genre niet nieuw en er kwam eveneens hernieuwde belangstelling voor eerdere boeken met vergelijkbare thema’s als ”The Templar Revelation” van Lynn Picknett en Clive Prince, waarvan de titel van het eerste hoofdstuk luidt “The secret code of Leonardo da Vinci” en “Holy Blood Holy Grail”, heilig bloed heilige graal, van Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln. In 2005 werd Dan Brown door Lewis Perdue, de schrijver van “The Da Vinci Legacy” aangeklaagd wegens plagiaat, maar Brown werd hiervan vrijgesproken. Een jaar later waren het twee van de drie schrijvers van het “Holy Blood Holy Grail” die Brown aanklaagden wegens plagiaat. Ook hiervan werd hij vrijgesproken omdat Dan Brown zich evenals zijzelf had gebaseerd op het “Dossier Secret”van Pierre Plantard. De Da Vinci Code, en de hype die er omheen ontstond, geeft aan dat mensen zich massaal interesseren voor deze onderwerpen. De discussies en polemieken zijn alleen maar gezond en zet niet alleen het grote publiek aan het denken, maar zet tegelijkertijd ook wetenschappers en kerkvaders weer eens op scherp. Het geeft aan dat we, in deze tijd van Photoshoppen en virtual reality, best eens kritisch mogen kijken naar het waar of onwaar achter eeuwenoude waarheden.

Hoe kan bij haar een lamp gaan branden

0

Er zijn van die dingen die je als vrouw niét hoeft te weten. Je hoeft niet te weten hoe je een Boeing 747 aan de grond zet, hoe je Paus wordt of lid van het Vreemdelingenlegioen, en ook niet hoe je wakker blijft na de sex. Maar trek je in een nieuwe woning waarin de vorige huurder alle lampen verwijderd heeft, dan is het handig als je even snel een lamp op kan hangen voor het donker wordt. En dat zonder een man in de buurt. Dat kan je zélf!

Gereedschap, fitting en gloeilamp

Zoals ongetwijfeld bekend is, bevinden zich de meeste aansluitmogelijkheden voor lampen aan het plafond. Je hebt dus een huishoudtrap nodig. Dat mag dan misschien overdreven klinken, het is een belangrijk advies. Mensen die op tafels klimmen of snel van een stapel boeken, een paar matrassen en de lege bierkratten van de verhuizers een stellage bouwen, komen meestal bedrogen uit. Misschien heb je éénmaal geluk, misschien twéémaal, maar ééns treft je het noodlot. Een trapje is niet duur en als je er eentje hebt, blijkt pas hoe vaak je zo een ding nodig hebt (al was het maar om uit te lenen). Schaf meteen ook een lampfitting aan. Die vindt je met alle benodigde kabels bij elke doehetzelfzaak of bij Ikea. Als het goed is zit er ook al een lusterklem bij. Wat je verder nog nodig hebt is een goede schroevendraaier. Én uiteraard een gloeilamp die in de fitting past; Wordt graag vergeten!

Uitschakelen van de stroom: de hoofdzekering

Wat de meeste mensen, dus ook veel mannen, afhoudt van lampen ophangen, is de angst voor een stroomstoot. Om hier nu te beweren dat een stroomstoot wel meevalt, is natuurlijk onzin. Vaak gebeurt er inderdaad niets, je schrikt alleen heel erg, maar de pijn wordt snel minder. Maar toch kunnen er heel enge dingen gebeuren: je kan bijvoorbeeld van de trap vallen of hartritmestoornissen krijgen. Kortom: een stroomstoot moet je onder alle omstandigheden vermijden. Ergens in de woning bevindt zich de schakelkast met zekeringen. Ofwel schakel je de zekering uit die verantwoordelijk is voor de stroomvoorziening in die specifieke ruimte, ofwel schakel je de hoofdzekering uit. In dat laatste geval vloeit er nergens stroom meer in je woning, en dat verdient in geval van twijfel de voorkeur. In de regel gaat het om een klikschakelaar maar bij oudere woningen kan het zijn dat je de zekeringen uit moet draaien.

Fasedraad, nuldraad en aarddraad

Als je de fitting bij Ikea gekocht hebt, beschikt die maar over twee draden. Uit het plafond steken echter drie draden. Een is bruin (of zwart), een is blauw en een is geel/groen. De bruine (of zwarte) draad is de fasedraad, de blauwe draad is de nuldraad, de geel/groene draad is de aarddraad of veiligheidsdraad. Normaal gesproken kun je de geel/groene draad negeren. Die is alleen dan interessant als je een behuizing van metaal gaat ophangen, of als de fitting van metaal is. Waarom? Een voorbeeld: de bruine (of zwarte) draad gaat los en raakt de behuizing. De blauwe draad is wél nog verbonden. Nu kan de hele lamp onder stroom raken waardoor je een stroomstoot krijgt als je die aanraakt. De geel/groene draad verhindert dat. In het kader van dit verhaal gaan we echter uit van een kunststof fitting.

Kleur bij kleur in kroonsteentje

Draai de schroefjes aan één zijde van het kroonsteentje los. Het kroonsteentje is bedoeld om de draadeinden met elkaar te verbinden, dat wil zeggen de koperen deeltjes die uit de isolering steken. Schuif die eindjes simpel in het klemmetje en schroef dat dicht. Kleur bij kleur verbind je de bruine (zwarte) draad uit de fitting met de bijbehorende draad uit het plafond, enzovoort. Draai nu de gloeilamp in, daarna de zekering(en) en schakel dan de lichtschakelaar aan. Hoera, de lamp brandt!

Boren

Veronderstel dat je een lamp aan een haak wil ophangen dan moet je waarschijnlijk boren. Houd er dan rekening mee dat de draden in het plafond lopen en die wil je in geen geval met de boor raken. In de regel loopt de draad rechtstreeks naar een wand, en vaak bevindt zich op die wand een korresponderende kontaktdoos. Als je op de plek waar de draden uit het plafond komen een kruis denkt waarvan de vier armen rechtstreeks naar een wand leiden, boor dan bij voorkeur in de tussenliggende ruimte.

Gevaar

Als je bij het ophangen van een lamp iets vreemds opmerkt, als het ergens vonkt of er geven zaken licht die geen of nóg geen licht zouden moeten geven, stop de klus dan meteen en vraag een erkend installateur om hulp. Denk daarbij aan een oud gezegde: “Alleen dode vissen zwemmen met de stroom mee”.

Onderwijs en 16 miljoen experts.

0

Ik krijg bijna iedere dag de vraag: waar gaat je onderzoek over? Omdat mijn onderwerp zich afspeelt in het onderwijsveld, gaat over ervaren docenten in het voortgezet onderwijs èn inspeelt op het tekort aan leraren loop ik er ook vrijwel iedere keer tegen aan dat werkelijk iedereen hier een mening over heeft.

 

Iedereen heeft tenslotte wel ooit in de schoolbanken gezeten of heeft kinderen die nu in diezelfde schoolbanken zitten. Allen met eigen ervaringen en daarbij gevormde meningen. Of men heeft een oom, tante, neefje, nichtje die les geeft. Natuurlijk, dan weet je als familielid natuurlijk óók alles over onderwijs. Logisch.

Een andere mogelijkheid is natuurlijk het lezen van de krant of het volgen van het nieuws, want ook de media en de politiek beschouwen zichzelf als onderwijsexperts. Vraag u zich daarbij vooral niet af wanneer zij voor het laatst een middelbare school vanbinnen hebben gezien.

 

Overigens vindt de gemiddelde onderwijskundig onderzoeker ook dat hij of zij een expert is. Met recht, zult u misschien denken. Echter het gemiddelde aantal uren dat diezelfde wetenschappelijk onderzoeker op een school heeft rondgelopen, les heeft gegeven, of maar gesproken heeft met een docent is vaak op één hand te tellen.

 

Het vinden van een weg tussen de 16 miljoen zogenaamde onderwijsexperts is dus een lastige opgave en soms wel eens bijster irritant. Vermoeiend ook om iedere keer exact dezelfde meningen te horen. Ik geef u er een paar: “Vroeger was alles beter en leerde we nog echt iets!” of “Die oudere docent is een verbitterde lastpost” of “Het is er niet beter op geworden met al (?) die onderwijsveranderingen” of “Tegenwoordig mag een docent geen les meer geven, maar mag hij alleen maar een beetje begeleiden.”

De lijst is eindeloos. En ik ben er mee gestopt er iedere keer op in te gaan. Het zou een fulltime baan op zichzelf zijn.

 

Nu heb ik niet de arrogantie te denken dat ik het dan wel allemaal beter weet temidden van die 16 miljoen experts, absoluut niet. Onderwijs is een zeer complex geheel. Ik denk wel dat, om iets gefundeerds te kunnen zeggen over het onderwijs er meer nodig is dan de magere raakvlakken waar meningen vaak op gebaseerd worden. Een combinatie van verdieping in literatuur, het zelf in gesprek gaan met docenten, en als het even kan een paar weken aan het werk op een middelbare school. En geef dán maar eens een mening.

 

Gelukkig is wetenschappelijk onderzoek dat zich afspeelt ín de school een opkomend fenomeen. Als de politiek zich daar nu eens wat meer in zou verdiepen, wordt het aantal experts van zestien miljoen misschien wel teruggedrongen naar een acceptabel aantal mensen die ècht iets weten van onderwijs en er ook wat nuttigs mee doen!

Presenteren; “Wat zou ik hiervan vinden als ik er zèlf naar zou moeten luisteren?”

0

Het gaat vaak fout; het geven van een goede presentatie. Didactische vaardigheden zijn vaak onder de maat ondanks het feit dat mensen met dit gebrek aan vaardigheden wel presentaties geven die u als luisteraar dan met pijn en moeite moet uitzitten.

In dit artikel vindt u een aantal tips die u wellicht kunnen helpen uw presentatie beter, boeiender en interessanter te maken. Hierbij houden we een basisvraag in ons achterhoofd: “Wat zou ik hiervan vinden als ik er zèlf naar zou moeten luisteren?”. Verplaats u dus iedere keer in het publiek en probeer vanuit die hoek naar uw eigen presentatie te kijken.

 

Voorbereiden

Voor u gaat starten met aantekeningen, opdrachten of PowerPoint zou u zich eerst af moeten vragen waarom u het zichzelf zo moeilijk gaat maken om een presentatie te geven: Wat is het doel? Wilt u uw kennis delen? Of heeft u een speech op een bruiloft? Doelgroep, doel en situatie zijn totaal verschillend. Hierop dient de presentatie aangepast te worden. En vergeet de basisvraag niet: “Wat zou ik hiervan vinden als ik er zelf naar zou moeten luisteren?”

 

En.. actie?!

Het wordt nog regelmatig overgeslagen, maar ik start ermee: Humor. Daarmee wil ik niet zeggen dat u zich moet gedragen als amateur-stand-up-comedian, maar enige luchtigheid helpt wel om uw publiek bij de les te houden.

Bovendien zou enige interactie met uw publiek ook geen overbodige luxe zijn. U verwacht dat uw publiek naar u luistert, maar waarom zouden ze dat doen als u geen aandacht aan hen besteed maar enkel uw monoloog afratelt? Stel uzelf de basisvraag nog maar eens….

En? Wilt u enkel een uur luisteren (en wellicht uw aandacht halverwege al kwijt zijn?) of zou u weer wakker zijn als de spreker zich ook rechtstreeks tot u richt? (Bijvoorbeeld doordat er een reactie, antwoord of vraag van u wordt verwacht?)

 

Natuurlijk zijn de basale elementen nog steeds van cruciaal belang. Zorg voor een pakkende inhoud, schrijf het desnoods eens uit om te zien of het verhaal ook een logische kop, middenstuk en eind heeft. En als u onzeker bent over uw vaardigheden; oefen het dan eens voor een ander, neem het op op band, luister het eens na. (En als u heel heel heel onzeker bent, doe dan eerst eens een cursus presentatievaardigheden)

 

Zorg voor een krachtig stemgebruik en een sterke, zelfverzekerde houding: rechtop, beide benen op de grond en erg belangrijk: kijk uw publiek aan!

 

Gebruik visuele hulpmiddelen. Maar let wel; het zijn hulpmiddelen. Dat betekent dat het verhaal uit uw mond komt en niet uit het beeldscherm. Gebruik dus zo min mogelijk tekst. (Niets is zo’n nachtmerrie als sprekers die de hele presentatie aflezen van het scherm. En dus bijna impliciet stellen dat het publiek zelf niet kan lezen!) Durf ook eens origineel te zijn met een pakkend plaatje of filmpje. Wat dat betreft is het spreekwoord “beelden zeggen meer dan duizend woorden” er niet voor niets!

 

Zorg ook voor een afsluiting. Sommige mensen sluiten namelijk helemaal niet af. De daarop volgende ongemakkelijke stilte en een vertwijfeld opstartend applaus, is tenenkrommend. Voorkom dit! Een “Dan wil ik u graag bedanken voor uw aandacht” is in ieder geval een slot, dus dat is wel het minste wat u uw publiek verschuldigd bent. Maar daar eens van afwijken met een origineler einde kan het slot natuurlijk weer krachtiger maken.

 

Afhankelijk van doel en situatie geeft u uw publiek wel of geen gelegenheid tot het stellen van vragen tijdens of na de presentatie (dat laatste is een keus die u zelf als spreker kunt maken). Probeer deze zo goed mogelijk te beantwoorden. Maar: als u het niet weet, kunt u ook gewoon eerlijk zijn en zeggen dat u daar nu het antwoord niet op weet (maar het gerust wil nazoeken). De halfslachtige hoe-lul-ik-me-eruit pogingen waar sprekers zich vaak in weten te werken geeft alle reden voor plaatsvervangende schaamte en levert een hoog gehalte rode koppies en genante situaties op. Niet doen dus, het publiek prikt er doorgaans dwars doorheen.

 

Ik ben persoonlijk ook geen voorstander van het uitdelen van hand-outs terwijl ik mijn presentatie nog moet gaan geven; Eventuele grapjes worden al verraden, verrassingseffecten teniet gedaan, mensen zijn meer bezig met bladeren dan dat ze mij nog horen, laat staan zien. Een presentatie nog eens na kunnen lezen vind ik dan weer echter een service naar mijn publiek toe, dus indien er behoefte is, ligt er altijd een stapeltje hand-outs om mee te nemen. De keus is aan u, en wellicht ook afhankelijk van doel en situatie. Mocht u nou geen zin hebben bovenstaande tekst nog eens te lezen, geef ik u nog een samenvattend lijstje tips. :

 

Bepaal het doel van uw presentatie
Verdiep u in de doelgroep (uw publiek)
Zorg voor een logisch lopend verhaal
Gebruik uw stem op krachtige, overtuigende en levendige wijze
Kijk uw publiek aan, maak contact.
Gebruik humor en verrassingselementen. (Houdt uw publiek wakker!)
Maak contact met uw publiek, verwerk eventueel interactieve elementen
Maak gebruik van visuele hulpmiddelen maar overdrijf het niet! Het woord “hulp” staat er niet voor niets!
Sluit uw presentatie ook netjes af (op originele of meer standaard-manier, als u het maar doet).
Stel uzelf (wanneer u met uw eigen presentatie bezig bent) regelmatig de vraag:

 “Wat zou ik hiervan vinden als ik er zèlf naar zou moeten luisteren?”

 

Vakantie Voorbereiden

0

Als je op vakantie gaat moeten er veel dingen geregeld worden. Vaak kom je er dan op het laatste moment achter dat je alsnog dingen bent vergeten. Om dit soort perikelen te voorkomen is het belangrijk je vakantie ruim van te voren en goed voor te bereiden.
Een belangrijk punt waar aandacht aan besteed moet worden is het afsluiten van een goede reisverzekering. Mochten er op vakantie dingen kapot gaan of gestolen worden, zorgt deze verzekering ervoor dat je daar niet de dupe van wordt. Het afsluiten van een reisverzekering is niet alleen van waarde voor materiële zaken, maar ook voor je gezondheid. In het buitenland kunnen ziekenhuiskosten erg oplopen en een goede reisverzekering zorgt ervoor dat deze gedekt zijn. Voordat je op vakantie gaat moet je dus nagaan of je al zo’n verzekering hebt en of de verzekering voldoende dekt. Ook moet je het polisnummer en het alarmnummer van je verzekeringsmaatschappij bij je hebben.

Om het jezelf een stuk gemakkelijker te maken bij het inpakken is het verstandig om ruim van te voren te beginnen met het opstellen van een inpaklijst. Hierop kun je precies noteren hoeveel kleding je wilt meenemen, welke toiletartikelen en andere dingen die jij belangrijk vindt om mee te hebben op vakantie. Door er van te voren mee te beginnen kan je de lijst aanvullen met dingen die je later te binnen schieten. Zo ben je verzekerd van een volle koffer met alle dingen die je nodig hebt. Ook behoud je op deze manier het overzicht.

Het is belangrijk om alleen de nodige dingen mee te nemen, want anders zit je uiteindelijk met een veel te zware koffer vol met overbodig spul. Wanneer je naar Siberië gaat heeft het meenemen van zonnebrandcrème en een bikini minder zin dan dat je op vakantie gaat naar het zonnige Salou. Te veel meenemen kan in onvoorziene situaties soms handig zijn, maar het nadeel is wel dat je het allemaal mee moet sjouwen. Bedenk dus van te voren goed wat je meeneemt en wat je thuislaat.

Op de reis erheen heb je ook spullen nodig. Een verstandig idee is om een onderweg tas te vullen met spullen die je onderweg nodig kunt hebben. Zo is een tandenborstel erg prettig als je een busreis van acht uur achter de rug hebt en kan een oogmasker van pas komen als je een vlucht hebt van tien uur. Ook hier is het dus weer van nut om op tijd te bedenken wat handig is tijdens de reis naar de plek van bestemming.

Wanneer je op vakantie gaat met kinderen dienen er meer voorbereidingen plaats te vinden dan wanneer je met alleen volwassenen weg gaat. Zo moeten kinderen tijdens de heenreis vermaak hebben. Je kan natuurlijk vijf uur lang spelletjes gaan spelen, maar dit kan op den duur gaan vervelen. Mogelijkheden zijn vakantieboeken, muziek, tijdschriften of wanneer je je kinderen helemaal niet wil horen een portable dvd. Dit laatste is op zich een wat duurdere bezigheid, maar je bent ervan verzekerd dat er geen verveling plaats zal vinden!

Wat is The Secret

0

The Secret is oorspronkelijk een documentaire film van Prime Time Productions in samenwerking met de Australische tv-producente Rhonda Byrne. De film werd op 23 maart 2006 op internet gepresenteerd en verscheen vervolgens op DVD. De film toont een aantal interviews met aanhangers van The Secret, die uitleggen waarom zij erin geloven en hoe de Wet van Aantrekking werkt. Deze “leraren” vormen een bonte stoet aan psychologen, filosofen, ondernemers, schrijvers en kwantumfysici. Inmiddels is er ook een boek van en groeide The Secret, mede door de media-aandacht, uit tot een ware hype, met in zijn kielzog de nodige seminars en workshops. Veel mensen beweren er door geïnspireerd te zijn, maar er zijn ook volop kritieken op de belofte dat alles wat je wilt binnen je bereik ligt.

De Wet van Aantrekking

Centraal in The Secret staat The Law of Attraction, de Wet van Aantrekking. Het “geheim” bestaat uit instructies, hoe je deze Wet kunt aanwenden om je doelen te bereiken. Met behulp van je intentie en gesteund door visualisatie kun je een betere gezondheid verkrijgen, de baan of de relatie van je dromen of wat dan ook. Belangrijk is daarbij dat je je niet het verlangen voorstelt, maar dat je visualiseert dat je het voorwerp, de situatie of de persoon al hebt veroverd, en hoe je je daarbij voelt. Door alleen maar ernaar te verlangen, blijft het begeerde object, persoon of baan geprojecteerd in de toekomst. Door je voor te stellen en te voelen dat het verlangen vervuld is, zal het op enig moment ook in het heden gebeuren. Deze manier van positief denken is beslist niet nieuw. In de antieke Griekse literatuur werden dergelijke technieken het “Pygmalion-effect” genoemd en bijvoorbeeld Nieuwe Testament staat “Vraag en het zal je gegeven worden”.

De Amerikaan Jose Silva is de gehele tweede helft van de twintigste eeuw bezig geweest met het ontwikkelen van zijn Silva Mind Control, een doordachte methode die naast positief denken gebruik maakt van het zogenaamde “alfa-niveau”. Dit is een tussenfase tussen waken en slapen, die lijkt op meditatie en die het brein ontvankelijker maakt voor de suggestie die je je zelf stuurt.

Het nut van The Secret en aanverwante theorieën

Zoals bij elke gehypte zelfhulp-methode, zijn er vele volgelingen en aanhangers. Toch is er ook kritiek op The Secret en niet geheel ten onrechte. Hoewel positief denken uiteraard positieve effecten kan hebben, lijkt The Secret toch wat kort door de bocht en een typisch product van de individualistische en materialistische, aardse tijdgeest. Hoewel het spirituele groei en verhoogd bewustzijn suggereert, is het tegenovergestelde het geval want de gestelde doelen zijn kinderlijk egocentrisch en typisch Westers. Daarnaast wordt ook nog eens de boodschap meegegeven dat als je nog steeds problemen hebt, dat aan jezelf te wijten is. Als je bijvoorbeeld nog steeds gezondheidsproblemen hebt, dan doe je blijkbaar niet erg je best of wil je eigenlijk niet echt beter worden. Met andere woorden, als The Secret niet werkt, dan ligt dat aan de persoon, niet aan de leer. Het lijkt daarmee de overtreffende trap van het overspannen streven naar geluk, succes, rijkdom en bezit die kenmerkend is voor de Westerse samenleving. Deze gerichtheid gaat voorbij aan de realiteit van het menselijk leven, met ups en downs en zo nu en dan de noodzakelijke acceptatie dat niet alles precies gaat zoals jij wilt. Hoewel The Secret wat dat betreft onverbiddelijk is, kunnen deze of andere methoden best een steuntje in de rug zijn voor veel mensen. Als je je bijvoorbeeld alsmaar laat leven door je omgeving, of je je hoofdzakelijk een slachtoffer voelt van de omstandigheden, kan een dergelijke zelfhulp-methode best zijn nut hebben om wat steviger in je schoenen te staan. Maar blijf wel reëel en accepteer ook dat je misschien in theorie wel alles zou kunnen krijgen wat je hartje begeert, maar dat het grootste gedeelte van ons bewustzijn onbewust is, zodat je nooit weet welke blokkade je in de weg staat om het begeerde te bereiken. De suggestie dat je deze zo maar even weg zou kunnen denken na het lezen of bekijken van de ervaringen van anderen is een simpele voorstelling van zaken van het gecompliceerde menselijke bewustzijn.

Wat zijn piercings?

0

Een piercing is een juweel dat door middel van een gaatje in de huid (of een lichaamsdeel) aangebracht wordt.

Geschiedenis

Piercings bestaan al een hele lange tijd. Al lijkt de piercing typisch iets voor de Westerse cultuur, is het toch niet zo. Over de hele wereld vinden we vandaag nog bepaalde natuurvolkeren of bepaalde culturen waar een hele reeks symbolen achter de piercing staan.
Zo is er een 5000 jaar oude ijsmummie, die de naam Ötzi draagt, gevonden. Deze doorboorde zijn oren om boze geesten te weren. Verder in de tijd vinden we piercings ook terug bij de Azteken, Maya’s en Romeinen. Ook in Afrika vinden we een heleboel volksstammen terug waar het dragen van ‘piercings’ cultuurgebonden is. Vaak werd de piercing ook gebruikt als een statussymbool. Echter bleef de piercingmode nog een lange tijd uit in de Westerse landen. Pas in de jaren 60 brachten de hippies de piercing de Westerse wereld binnen. Het werd toen gezien als een onderdeel van een aparte levenswijze. In de jaren 70 was er opnieuw een hoogtepunt van de piercing, deze keer bij de punkgeneratie.

Waar

Een piercing plaatsen kan in principe op alle plaatsen. Het schaden van een bepaalde zenuw, of de verlamming van een bepaalde spier (bijvoorbeeld op het gezicht) is dan wel een groot risico. Een originele plek kiezen kan dus, maar het grote deel kiest toch voor de ‘standaard’ piercings (oor, neus, navel, tong). Een piercing die vrij recent populair is geworden is de ‘stretching’. Hierbij worden de gaatjes verbreed door middel van het uitrekken van (meestal) de oorlel.

Hoe

Het plaatsen van een piercing kan gebeuren op allerlei manieren. Je kan een piercing ook zelf plaatsen, dit is echter niet aan te raden omdat het (meestal) zeer pijnlijk is. Een piercing verkeerd plaatsen kan soms heel nare gevolgen hebben. Je kan een piercing laten ‘piercen’ of laten ‘schieten’. Bij het piercen worden vaak verschillende methodes gebruikt. Men maakt vaak gebruik van één of meerdere hulpstukken en een naald (holle naald, cannula naald, dermal punch, scalpel). Belangrijk hierbij is dat de naald uiterst steriel is. Dit wil zeggen dat er geen bacteriën of ziektekiemen opzitten. Bij een elke piercer of een daarvoor geschikte piercingshop kan je er zo goed als zeker van zijn dat dit gebeurt. Zorg ervoor dat de verpakking opengemaakt wordt als je er zelf bijstaat, indien dit niet het geval is kan je de persoon in kwestie hiervoor beter een uitleg vragen en/of het piercen weigeren. Een andere manier is een piercing laten ‘schieten’. Deze manier wordt veeleer toegepast bij piercings bij het oor. Men maakt dan gebruik van een piercing pistool (handpistool, hoogdrukpistool). Hoeveel pijn je hierbij hebt is verschillend bij iedere persoon.

Verzorging en genezing

De genezing van een piercing hangt af van de plaats waar je hem laat zetten. Dit ligt tussen 3 weken en 9 weken. Het is uiterst belangrijk dat je de piercing na het zetten goed verzorgt. Na het zetten van een piercing produceert je lichaam namelijk eerst een weefseltunnel rond de piercing waardoor het erg gevoelig is voor infecties. De piercing dient gedurende een paar weken grondig schoongemaakt te worden met een zoutoplossing of een daarvoor bestemd product. Meestal krijg je bij je piercer voldoende uitleg over de nazorg van je piercing. Ook dit hangt af op welke plek je je piercing laat zetten.

Gevaren

Een piercing zetten brengt altijd gevaren met zich mee. Je kan het beste eerst kijken of je allergisch bent voor een bepaalde stof (bijvoorbeeld nikkel) of het schoonmaakmiddel. Zoals eerder gezegd kan je door het verkeerd zetten van een piercing op het gezicht bijvoorbeeld een bepaalde spier of zenuw raken waardoor er verlamming kan optreden. Vraag daarom altijd raad aan personen die hierin gespecialiseerd zijn of in een piercingshop. Tijdens de genezingperiode kunnen bepaalde infecties optreden. Ook bij piercings in of rond de mond kan het terugtrekken van tandvlees een gevolg zijn.

Piercingshop

Als je een piercing laat zetten is het ten sterkste aangeraden dit in een daarvoor bevoegde piercingshop te doen. De piercer zal waarschijnlijk eerst naar je leeftijd vragen, aangezien je officieel 18 moet zijn of de toestemming van je ouders moet hebben. Kijk ook eerst even rond in de zaak zelf. Het is belangrijk dat alles netjes en schoon is. Laat je piercing niet zomaar ergens zetten. Als je besloten hebt om je piercing te laten zetten in een bepaalde zaak, kijk je het best ook even, indien je je piercing laat ‘piercen’, of de naald steriel is. Dit kan je zien wanneer de piercer de naald uit de verpakking haalt. Na het piercen krijg je in veel gevallen nazorginformatie of kan je altijd zelf vragen stellen. Als je problemen dreigt te krijgen met je piercing, als je een infectie hebt opgelopen of als je denkt dat er wat fout is, kan je het beste even terug naar de piercingshop gaan of in erge gevallen naar je huisarts.

Hoe ziet een gezond dagmenu eruit?

0

Het ontbijt
Sla nooit een ontbijt over. Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.
Een goed samengesteld ontbijt bevat, naast brood of andere granen, een melkproduct, een eiwitrijk voedingsmiddel en een vrucht of vruchtensap.
Het brood kunt u vervangen door conrflakes, muesli of havermout met melk of yoghurt.
Neem de tijd voor een rustig ontbijt. Op die manier bent u beter voorbereid op een veeleisende dagtaak.
Het ontbijt moet een echte maaltijd zijn. Het maken ervan neemt niet zoveel tijd in beslag. Het volstaat een en ander goed te organiseren. Dekbijvoorbeeld de tafel de avond van te voren, sta een kwartiertje vroeger op enz.

Enkele voorbeelden van een evenwichtig ontbijt

bruinbrood, licht gesmeerd, magere kaas, confituur, koffie of thee met melk
muesli met appels en sojamelk, 1/2 pompelmoes, koffie of thee
havermoutpap, 1 appel, koffie of thee
broodjes, licht gesmeerd, magere ham, 1 glas sinaasappelsap

Warme maaltijd
Een warme maaltijd zou kunnen bestaan uit aardappelen, groenten, vlees of vis of ei, eventueel aangevuld met soep. Soep is niet alle dagen noodzakelijk als u verse groenten gebruikt. En als afsluiter een nagerecht. Ter vervanging van aardappelen kunt u rijst, deegwaren en andere granen gebruiken.
Wie geen vlees eet, dient zijn maaltijden anders samen te stellen.
Als nagerecht kunt u fruit of een melkdessert gebruiken. Gebruik zo weinig mogelijk gebak of zoete bereidingen.

Avondmaal
Een goede avondmaal bevat brod of een ander graanproduct, een eiwitrijk product (vlees, vis, kaas e.d.) en een verse vrucht of verse groenten.

Tussendoortjes
Tussendoortjes zijn niet noodzakelijk.
Gebruik het liefst een stuk fruit of een melkbereiding met weinig of geen suiker (yoghurt, pudding of flan, een glas melk, een glas milkshake).
Vermijd teveel zoete tussendoortjes.

Een aantal gezonde regels

Eet gevarieerd
Wees matig met vet
Eet volop zetmeel en vezels
Eet drie maaltijden per dag, en gebruik toch niet vaker dan viermaal iets tussendoor
Wees zuinig met zout
Drink dagelijks minimaal 1 1/2 liter vocht, maar wees matig met alcohol
Houd je gewicht op het juiste peil
Voorkom voedselvergiftiging met goede hygiëne
Houd rekening met de aanwezigheid van schadelijke stoffen Wees matig met nitraatrijke groenten, orgaanvlees en zoetwatervis
Bekijk en lees wat er op de verpakking staat

IQ-test: hoogbegaafd met de juiste voeding

0

Intelligentiequotiënt

Het intelligentiequotiënt of IQ is één van de meest gebruikte waarden voor de mate van intelligentie. Het is een score verkregen uit een verzameling gestandaardiseerde testen die zijn opgezet om de verstandelijke vaardigheden van een persoon te bepalen.

Pas sinds de jaren veertig van de vorige eeuw testen wetenschappers het IQ van mensen. Het individueel testen van volwassen personen begon toen David Wechsler in 1939 de WAIS (Wechsler Adult Intelligence Scale) publiceerde. Een voor volwassenen in Nederland veel gehanteerde intelligentietest is de Groninger Intelligentietest (GIT) die in de jaren vijftig werd geïntroduceerd.

IQ-waarden

IQ waarden worden als volgt ingedeeld:

<  25 Zeer ernstige verstandelijke beperking
25-39 Ernstige verstandelijke beperking
40-54 Matige verstandelijke beperking
55-69 Lichte verstandelijke beperking
70-84 Moeilijk lerend
85-99 Beneden Gemiddeld
100    Gemiddeld
101-115 Begaafd
116-130 Boven gemiddeld begaafd
130-144 Hoogbegaafd
145-160 Zeer hoogbegaafd

Geniaal

Psychologen hebben het IQ van een aantal bekende persoonlijkheden uit de laatste 100 jaar vastgesteld. Albert Einstein bijvoorbeeld had een relatief hoog IQ van 160. Hieronder ziet u de (soms opmerkelijke) resultaten van andere beroemdheden.

117 John F. Kennedy
125 George W. Bush
135 Arnold Schwarzenegger
137 Bill Clinton
140 Hillary Clinton
140 Madonna
160 Bill Gates
170 Linus Pauling (nobelprijswinnaar)
180 Gari Kasparov

Herzien van IQ-testen

Slechts twee procent van de mensen bereikt een IQ-waarde hoger dan 130. Ongeveer 70% bevindt zich tussen de standaardwaarden 85 en 115. Maar opvallend is wel dat bij opeenvolgende generaties de gemiddelde waarde plotseling bij een hoger IQ blijkt te liggen. Van tijd tot tijd moeten daarom de intelligentietesten worden ‘gereviseerd’. In de Verenigde Staten is zelfs wettelijk vastgelegd dat verouderde IQ-testen niet meer toegepast mogen worden als daarvan langer dan een jaar een herziene versie op de markt is.

Voor de geconstateerde intelligentietoename zijn meerdere verklaringen denkbaar. Betere voeding, opleiding en gezondheidsverzorging worden als mogelijke oorzaken aangemerkt. Een andere theorie gaat ervan uit dat de geleidelijke stijging van het intelligentiepijl in de hand gewerkt wordt door de overvloed aan beeld- en tekenindrukken die kinderen opdoen. Aangezien ook de testen voor een groot deel uit visuele opgaven bestaan, is de met foto- en filmbeelden opgewassen jonge generatie in het voordeel.

IQ ophogen met speciale voeding

Dierproeven aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben aangetoond dat speciaal geselecteerde voeding de intelligentie kan verhogen. Het voedsel van muizen werd door de wetenschappers verrijkt met drie substanties: choline, dat in eidooier voorkomt, bepaalde vetzuren uit visolie en fosfaten afkomstig uit rode bieten.

In vergelijking met onbehandelde muizen wisten de proefbeestjes sneller hun weg uit een doolhof te vinden en anatomisch onderzoek wees uit dat hun hersenen meer kontaktpunten (Synapsen) bezaten. Dat houdt in dat de zenuwen van de hersencellen efficënter met elkaar kunnen communiceren.

Nu bekend is hoe men muizen intelligenter maken kan, gaat men ervan uit dat dit ook bij mensen kan functioneren. Aangenomen wordt dat de menselijke hersenen op een vergelijkbare wijze reageren als die van de proefbeestjes en dat er zich meer zenuwverbindingen tussen de hersencellen zullen vormen, waardoor de prestaties zullen stijgen.

Belastingparadijs de Kanaaleilanden

0

De kanaaleilanden behoren tot het Britse Gemenebest. De 2 belangrijkste eilanden zijn Jersey en Guernsey. De totale oppervlakte van alle eilanden bedraagt 195 km2. De bevolking van alle eilanden telt 150 000 inwoners. Door het gunstige belastingklimaat dienen Jersey en Guernsey als toevluchtsoord voor rijke mensen en als vestigingsplaats voor bedrijven. De Guernsey pound en de Jersey pound zijn de munteenheden. Beide noteren tegen pari met het Britse pond.

Trust

De trust is een figuur naar Angelsaksisch recht. Het is een vehikel zonder rechtspersoonlijkheid waarbij 3 partijen  betrokken zijn. De trust wordt opgericht door de ‘settlor’. Door middel van overdracht vertrouwt hij een vermogen toe aan de ‘trustee’ of beheerder. Die heeft de verplichting om het vermogen volgens de trustakte te houden en te beheren ten gunste van de ‘beneficiary’ of gerechtigde. De trust voert een voor ons onbekende splitsing in van het eigendomsrecht. De ‘legal owner’ of wettelijke eigenaar van het trustvermogen is de ‘trustee’. De ‘equitable owner’, diegene in wiens voordeel de trust gecreëerd wordt, is de begunstigde. Bij een ‘discretionary trust’ kan de beheerder autonome beslissingen nemen over wanneer hij welk bedrag aan wie uitkeert.

Voor- en nadelen trust

Een trust wordt in een Angelsaksische context gebruikt voor alle mogelijke doeleinden, bij ons voor successieplanning.
De oprichting bij leven of in het testament.
Begunstigden hoeven bij aanvang van de planning niet op de hoogte zijn.
Kan een manier zijn om reservataire erfgenamen te onterven.
Er bestaat een heel scala aan trusts. Voor successieplanning wordt vaak een ‘irrevocable discretionary trust’ gebruikt.
In Jersey en Guernsey rendeert het vermogen belastingvrij in de trust. Doorgaans ontsnapt de uitkering aan belasting.
Er heerst rechtsonzekerheid over de fiscale en andere gevolgen in België.
Valt buiten het huidige toepassingsgebied van de Europese spaarrichtlijn.

Goed om weten

“Wilt u gebruik maken van de voordelen van de trust, dan moet u op doordachte wijze te werk gaan.” In de eerste plaats moet u ervoor zorgen dat u met uw inkomstenbelastingen buiten het toepassingsgebied blijft van de Belgische antimisbruikbepalingen en de simulatieleer. U moet ook de nodige aandacht besteden aan de gevolgen van de constructie wat betreft de Belgische registratie- en successierechten. Zo houdt u beter rekening met het administratieve standpunt dat de uitkering aan de erfgenamen in bepaalde gevallen toch onderwerpt aan de Belgische successierechten.

Belastingparadijs Andorra

0

 Andorra is een prinsdom met een oppervlakte van 468 km2 en telt 771 822 inwoners. De munteenheid die gehanteerd wordt is de euro. Toerisme is de belangrijkste inkomstenbron (meer dan 80 procent van het bbp). Andorra is taksvrij en inwoners betalen geen inkomstenbelasting. Het prinsdom heeft de Europese spaarrichtlijn geratificeerd terwijl het bankgeheim bewaard blijft. Het land past een bronheffing toe. Er gelden importtaksen van 2 tot 5 procent.

 

Bankgeheim

Het bankgeheim in Andorra is een van de strengste ter wereld. Het topcliënteel kan er terecht voor een nummerrekening. Dat is een rekening met enkel een nummer, dan alleen de rekeninghouder en de bank kennen. Ook de gewone rekeningen zijn uitermate goed beveiligd. Op inbreuken op het bankgeheim staan zware straffen. Als de bank het bankgeheim verbreekt, kan dat betekenen dat de bank haar vergunning kwijtspeelt. Belastingfraude is geen argument om het bankgeheim te doorbreken. Belastingontduiking is zelfs niet strafbaar in het prinsdom. Enkel een rechter is bevoegd om het bankgeheim op te heffen.

 

Antiwitwaswetgeving

Sinds 1995 moeten de banken in Andorra witwaspraktijken actief bestrijden. Verdachte activiteiten moeten aan de rechtbank worden overgemaakt. Die beslist dan of er al dan niet een onderzoek komt. Door de wetgeving moeten de banken de identiteit van hun klanten kennen. Enkel als er sprake is van misdadige activiteiten, dus niet in geval van belastingfraude, mag Andorra de informatie met een derde land delen. Dat kan enkel met landen die het bankgeheim respecteren. Met geen enkel land heeft Andorra een dubbelbelastingverdrag gesloten waardoor er zo goed als nooit informatie-uitwisseling is.

 

Goed om te weten

Andorra is een belastingsparadijs in de klassieke betekenis van het woord. Andorra kent zo goed als geen belastingen. Dat is de belangrijkste troef van het prinsdom. Het nadeel van Andorra is dat men er geen speciale vehikels, zoals trusts, kan gebruiken. Het is moeilijk om in Andorra als buitenlands bedrijf een filiaal te hebben of van daaruit actief te zijn. In alle vennootschappen moet een Andorrees meerderheidsaandeelhouder zijn.

Belastingparadijs Luxemburg

0

Luxemburg telt 480 222 inwoners en heeft een bbp van 38,79 miljard dollar (bij koopkrachtpariteit). Luxemburg heeft het hoogste bbp per inwoner ter wereld, namelijk 80 800 dollar. Luxemburg heeft de richtlijn over spaarfiscaliteit geratificeerd terwijl het bankgeheim bewaard blijft (het land past een bronheffing toe), net zoals België en Oostenrijk. Er geldt een vrijstelling van de meerwaarden op beursactiva die men meer dan 6 maanden in zijn bezit heeft. Levensverzekeringen zijn vrijgesteld van belastingen. Er wordt geen vermogensbelasting geheven. Er geldt een bevrijdende en anonieme inhouding aan de bron van 10 procent op de meeste intresten. De belasting op beroepsinkomsten is een van de laagste in Europa. Effecten aan toonder bestaan er nog steeds.

Troef: de SPF

Hoewel Luxemburg geen fiscaal paradijs is in de betekenis die de OESO daaraan geeft, blijft het toch een geprivilegieerd toevluchtsoord oor veel vermogens (van niet-ingezetenen). Het Groothertogdom heeft een grote knowhow in vermogensengineering. Maar niet-ingezetenen worden vooral aangetrokken door de erg soepele en reactieve wetgeving op het gebied van vermogensbeheer, via FIS (gespecialiseerde beleggingsfondsen) en Soparfi’s. Nog een recent voorbeeld is de SPF, de Société de Gestion de Patrimoine Familiale voor gemiddelde vermogens. Die vervangt sinds kort de Holding 1929 die niet verenigbaar was met de Europese wetten. De SPF is een vennootschap die het privévermogen van natuurlijke personen beheert in lijn met vermogens- en successieplanning.

Kenmerken en functies van de SPF

De SPF is vrijgesteld van inkomsten-, gemeente- en vermogensbelasting.
Ze is niet onderworpen aan de controle van de adminstratie van de directe belastingen. Het is dus weinig waarschijnlijk dat er informatie wordt doorgegeven aan de buitenlandse administratie. De SPF wordt wel gecontroleerd door het bestuur van de registratie.
Enige kosten: 0,5 procent registratierechten en jaarlijkse  abonnementstaks van 0,25 procent op het kapitaal vermeerderd met de uitgiftepremies.
De SPF is vrij in haar beleggingspolitiek. In haar vermogensbeheer mag ze echter geen leningen verstrekken.
Discreet beheer van het privévermogen.
Successieplanning.

Goed om te weten “De eerste adviezen over de SPF zijn gunstig maar de Europese autoriteiten hebben nog geen effectief groen licht gegeven aan die Luxemburgse vennootschap.” De kans dat er een probleem opduikt en dat de tekst niet geratificeerd wordt, is klein maar toch bestaat daar grote onzekerheid over. Dit onderwerp is momenteel delicaat in Luxemburg…

Belastingparadijs Liechtenstein

0

Liechtenstein telt 32 427 inwoners en heeft een bbp van 25 000 dollar per inwoner. De munteenheid is de Zwitserse frank. Liechtenstein heeft de richtlijn over spaarfiscaliteit geratificeerd, terwijl het bankgeheim bewaard blijft (het land past een bronheffing toe). In Liechtenstein wordt een lage vennootschapsbelasting geheven: de maximale belastingvoet bedraagt 20 procent. Er geldt geen personenbelasting of belasting op spaargeld.

 

Troef: de stichting

De voornaamste troef van dit land zijn de stichtingen. Liechtenstein telt er zo’n 45 000 tot 50 000. Daarvan zijn er… 600 van openbaar nut. Het is vrij gemakkelijk en niet erg duur om een stichting in Liechtenstein op te richten. Het geld dat er ondergebracht wordt, kan via een rekening in Liechtenstein beheerd worden door een advocatenkantoor of door een ‘fiduciaire’ (die de juridische eigendom in handen heeft). De beheeractiviteiten die de stichtingen uitoefenen en de rekening zijn uiteraard onderworpen aan het bankgeheim.

Die stichtingen zijn onderhevig aan een belasting van… 0,1 procent van de gebruikte goederen.

 

Voornaamste functies van de stichting

Discreet beheer van het privévermogen.
Successieplanning van de stichter.
Vermijden dat familieleden of andere naasten successierechten moeten betalen.
De bezittingen van een vennootschap veilig stellen tegenover schuldeisers.
De stichting die geen commerciële zaken mag beheren, kent geen houder of eigenaar.
Na het oprichten van de stichting komen enkel de juridische eigendomsrechten toe aan de stichter.

 

Goed om te weten

Hoewel de overheid het ontkent, heeft ze beslist de wet op de stichtingen te herzien. Die herziening kwam er door het tumult dat ontstond door het recente schandaal rond de bank LGT, waarbij een cd-rom met de namen van frauderende klanten aan de oppervlakte kwam. Maar het land bevestigde nog eens dat het bestaan van anonieme stichtingen die worden beheerd door fiduciaires of advocatenkantoren in Liechtenstein, niet in het gedrang zou komen door die wetswijziging.

Het bankgeheim van Liechtenstein is niet onverenigbaar met het Europees recht. Goede oude gewoonten – het eerste gunstige fiscale stelsel dateert van de 8ste eeuw – zijn niet gemakkelijk te veranderen…

De wonderplant Aloë Vera

0

Het plantengeslacht Aloë telt bijna vierhonderd variëteiten en speelt al eeuwenlang een belangrijke rol in de cosmetica en geneeskunst van verschillende volken. Lees hier meer over de geschiedenis, de toepassingen en de verzorging van de kamerplant-variëteiten van de Aloë Vera.

De geschiedenis van Aloë Vera

De bijzondere eigenschappen van de vetplant Aloë Vera worden al duizenden jaren in verschillende culturen over de hele wereld gewaardeerd. Zo kenden de oude Egyptenaren al meer dan zesduizend jaar geleden het heilzame sap van de plant, waarmee onder andere de beroemde koninginnen Nefertete en Cleopatra hun huid verzorgden. Nog verder weg, in Azië, is de Aloë Vera ook al eeuwenlang een vast ingrediënt in gezondheidskuren. Maar dichter bij huis en korter in de geschiedenis werd Aloë Vera geroemd om het heilzame effect. Alexander de Grote liet zijn soldaten het sap innemen als ze ziek of gewond waren, om ze zo sneller te laten herstellen. En de Griekse arts Dioscorides die zo’n honderd jaar voor het begin van onze jaartelling leefde, nam Aloë Vera op in het oudst bekende kruidenboek. Het Griekse woord “aloè” betekent bitter en verwijst naar de smaak van het sap van de bladeren. In de antieke geneeskunde werd het gebruikt als pijnstiller, laxeermiddel en als middeltje voor huidverzorging en eigenlijk is deze kennis nooit verloren gegaan. De ontdekkingsreiziger Columbus nam de bladeren steevast mee voor zijn bemanning, samen met de sinaasappels die bij zijn laatste stop op de Canarische eilanden werden ingeladen. Maar ook aan de andere kant van de Atlantische Oceaan was de plant al bekend. De inwoners van het nieuw ontdekte America, de Maya’s, noemde de plant “Eeuwige Jeugd”.

Toepassingen van Aloë Vera

Er zijn een aantal variëteiten, waaronder de Aloë Ferox en de Aloë Arborescens. De Aloë Barbadensis staat vooral bekend om de huidverzorgende eigenschappen, die inmiddels ook wetenschappelijk zijn aangetoond. In droge, woestijnachtige gebieden in Afrika en Zuid-Amerika groeien de planten in het wild en zijn de bewoners van die streken gewend om, ingeval van huidproblemen, stukjes blad af te breken en dit op het getroffen gebied te leggen. Bij het breken van de bladeren komt er dik sap vrij dat uitwendig kan worden gebruikt.

Je kunt ook kant en klare lotions en gel kopen, waarin het sap van de plant is verwerkt. Let daarbij wel op dat het pure en zuivere Aloë Vera is want de goedkopere versies zijn vooral goedkoper omdat zij minder geconcentreerd zijn en je dus veel en veel meer nodig hebt. Je kunt het sap van de Aloë-bladeren, of gel uit een flesje, gebruiken bij kleine brandwonden, bij zonnebrand, bij eczeem, een schrale huid, kloofjes en puistjes.

Aloë Vera als kamerplant

Wil je altijd puur natuur Aloë sap bij de hand hebben, dan kun je er ook een als kamerplant houden. In onze streken zijn er een aantal variëteiten te koop, die het goed doen. Zij zijn meestal niet echt mooi om te zien, maar als je hardnekkige huidproblemen hebt en verse bladeren in huis wilt hebben, dan zijn de “looks” natuurlijk minder belangrijk. De planten zijn gemakkelijk in de verzorging, hoewel sommige soorten echt niet zonder warmte en zon kunnen. Zij staan het best op de vensterbank in de volle zon. Aloë Vera heeft niet al te veel water nodig en de grond moet goed afwateren, want het is nu eenmaal een woestijnplant. Toch hebben ze wel een wat zwaardere grond nodig, en brede potten omdat ze veel wortels maken. ’s Zomers kun je ze buiten zetten.

Sommige soorten worden vermeerderd door middel van zaadjes, en anderen door stekjes die spontaan ontstaan aan de basis als de plant wat ouder is. Deze uitlopers kun je plukken, twee dagen laten drogen en stekken in een pot met arme grond.

Een geschikte soort in ons klimaat is de de Aloë Albiflóra, met witte bloemen, en de Aloë Variegáta met driehoekige bladeren en roze-rode bloemen. Deze laatste wordt al sinds het jaar 1700 in onze streken gecultiveerd en houdt al niet eens meer van felle zon. Aloë Aroréscens oftewel boom-aloë, was in de vorige eeuw een heel populaire kamerplant. Dit was vooral te danken aan het spontane en rijkelijke stekken, waardoor iedereen stekjes aan buren en vrienden gaf. De zwaardvormige bladeren staan in dichte rozetten die tot vier meter hoog kunnen worden, waardoor je zelf ook je oude plant weleens zal moeten vervangen door een nieuwe stek.

Wanneer heb je een depressie?

0

Zo’n 900.000 Nederlanders lijden aan een depressie en in heel Europa zijn dat er ongeveer 60 miljoen. Dat iemand zich depressief voelt hoor je wel eens, maar dat is vaak als grapje bedoeld. Ondanks dat depressies goed materiaal zijn voor grappen, weten veel mensen niet eens wat het precies inhoudt. Kortom: tijd voor wat opheldering!

Iedereen voelt zich wel eens down of zit wat minder lekker in zijn vel, maar als dit te lang aanhoudt kan er sprake zijn van een depressie. Om vast te stellen dat je daadwerkelijk last hebt van een depressie en niet van een langdurige PMS, zijn er een aantal symptomen waar je aan minstens vijf moet voldoen. De symptomen, die ten minste twee weken aanwezig zouden moeten zijn, zijn:

neerslachtigheid, sombere buien, huilerig, verdrietig
voor hobby’s en/of interesses is de belangstelling en het plezier weg
de eetlust is sterk verminderd en het gewicht is afgenomen of juist aangekomen
slapeloosheid of de hoeveelheid uren slaap is sterk toegenomen
ander valt het op dat de persoon trager en rustelozer is dan anders
het energiegehalte is sterk gedaald 
minderwaardigheidsgevoelens of schuldgevoelens over wel of niet gedane zaken
weinig concentratie, besluitloos en niet meer goed helder kunnen denken
het gevoel dood beter af te zijn dan levend of gedachtes over zelfdoding

Wanneer vijf of meer van deze symptomen worden herkend en al langer aan de gang zijn, dan is het verstandig om contact op te nemen bij de huisarts. In het geval van een depressie zal deze de patiënt doorverwijzen naar een psychiater. Wanneer de patiënt zelf al in de gaten heeft dat het gaat om een geestelijk mankement, kan deze zelf contact opnemen met een psychiater. In gevallen van een depressie zal deze antidepressiva voorschrijven. Dit medicijn slaat in zeventig procent van de gevallen aan en duurt zo’n vier tot zes weken voordat er een positief effect merkbaar wordt. Daarnaast wordt er ook vaak therapie aangeraden.

Door het gebruik van medicijnen en de depressie zelf zal de patiënt minder goed functioneren dan voorheen.

In het algemeen gaan depressies vrijwel altijd over, is het niet in een paar dagen dan wel in een paar maanden. Het lastige van een depressie is alleen dat het niet alleen betrekking heeft op de patiënt, maar ook op de omgeving daarvan. Wanneer een depressie een langere tijd duurt kunnen relaties in de privésfeer of op het werk schade hebben geleden. Er moet dus bij het vermoeden van een depressie snel gehandeld worden, zodat de schade zoveel mogelijk blijft beperkt. Bovendien is het voor de patiënt ook wel zo prettig dat het zo kort mogelijk duurt.

Over het algemeen hebben mensen die ooit een depressie hebben gehad vaak een terugval. Dit kan een eenmalige terugval zijn, maar het kan ook vaker voorkomen. Zij hebben wel het voordeel dat er door een eerdere ervaring met een depressie sneller een diagnose opgesteld kan worden en zij weten hoe ze het zo snel mogelijk weer kunnen oplossen. Nadelig is wel dat een depressie na enkele dagen alweer terug kan komen.

Hoe beleggen in infrastructuur

0

De particuliere belegger die infrastructuur wil opnemen in zijn portefeuille heeft in principe 3 mogelijkheden. Deze 3 mogelijkheden worden hier verder toegelicht.

 

Beleggingsfondsen

In België zijn er enkele financiële instellingen die gespecialiseerde infrastructuurfondsen commercialiseren. Het ‘oudste’ fonds op de Belgische markt is het fonds Invesco Asia Infrastructure van de Angelsaksische vermogensbeheerder Invesco. Zoals de naam doet vermoeden, belegt het fonds in bedrijven die in de Aziatische regio betrokken zijn bij grote infrastructuurwerken. ‘Aanneming en bouw’, ‘telecommunicatie’, ‘elektriciteit’ en ‘olie en gas’ zijn de belangrijkste sectoren binnen het fonds. Een tweede fonds is van een veel recentere datum. Het fonds Crédit Suisse Infrastructure werd in augustus vorig jaar opgericht. Het belegt wereldwijd in bedrijven die nauw betrokken zijn bij infrastructuurwerken. Ook DWS Invest Global Infrastructure belegt wereldwijd in infrastructuurwerken. Het werd pas midden januari dit jaar opgericht.

Die fondsen zijn open beleggingsfondsen. Ze noteren niet op de beurs waardoor de belegger steeds zal kopen tegen de volgende berekende inventariswaarde.

 

Trackers

Wie perfect wil weten tegen welke koers hij koopt of verkoopt, kan opteren voor een tracker of beursgenoteerd fonds. Door hun beursnotering zijn trackers niet alleen veel liquider dan open beleggingsfondsen. U kunt bij een tracker ook een aan- of verkooplimiet inleggen. Het aanbod aan beursgenoteerde trackers op Euronext die zich specialiseren in infrastructuur, blijkt echter bijzonder karig. Op Euronext Amsterdam bijvoorbeeld noteert de tracker iShares Macquarie Global Infrastructure. De naam doet vermoeden dat het een beursgenoteerde fonds gedifferentieerd belegt in de infrastructuursector. Een nadere analyse leert echter dat het fonds een zeer belangrijk gewicht toekent aan de elektriciteitssector (meer dan 75 procent), met als belangrijkste participaties E.O N, Suez, Iberdrola, en Enel.

 

Individuele aandelen

Wie het niet op fondsen begrepen heeft en de voorkeur geeft aan individuele aandelen, weet meteen ook via welke individuele waarden hij eveneens kan participeren in infrastructuur.

En het lijstje kan nog gevoelig uitgebreid worden. Want ook via het Franse Vinci (uitbating parkings en tolwegen) of Lafarge (cementproductie) is het thema infrastructuur nooit ver af. Ook de baggeraars spelen daarin een belangrijke rol. Want zonder hun voorbereidende werken had het infrastructuurpark in de Golfstaten er veel minder indrukwekkend uitgezien dan vandaag het geval is. Via de holding Ackermans & van Haaren participeert de belegger bijvoorbeeld in de Belgische baggeraar DEME. En wie al zijn centen wil inzetten op een baggeraar kan op de beurs van Amsterdam terecht bij Boskalis. Of hoe we als belegger misschien al veel meer participeren in infrastructuur dan we op het eerste gezicht denken.

Waarom beleggen in infrastructuur

0

De aanleg van wegen, bruggen, spoorwegen, luchthavens, waterleidingen en kabelnetwerken. Voor institutionele beleggers is infrastructuur al geruime tijd een aantrekkelijk beleggingsthema. Maar of het ook interessant is voor uw portefeuille leest u in dit artikel.

De een zijn dood is de ander zijn brood. Dit cynische gezegde is zeker van toepassing in de beleggingswereld. Niet zelden gaan grote herstructureringen en massale ontslagen gepaard met een sterke stijging van de aandelenkoers van het bedrijf dat die maatregelen aankondigt. Hoe zwaarder de saneringen, hoe sterker de potentiële kosten gereduceerd worden en hoe meer de potentiële winstgroei van het bedrijf stijgt.

In dezelfde context kunnen ook zware natuurrampen of andere calamiteiten bepaalde beleggers rijker maken, namelijk die beleggers die de aandelen bezitten van bedrijven die een belangrijke rol vervullen bij de wederopbouw van de getroffen infrastructuur: Toekomstige natuurrampen of andere zware plagen kunnen uiteraard niet het uitgangspunt zijn om te beleggen in infrastructuur.

Nood

De belegger heeft deze calamiteiten ook niet nodig om rendement te halen uit infrastructuur. Sowieso is er de komende jaren nog een enorme nood aan nieuwe wegen, bruggen, vlieghavens, spoorwegen, elektriciteitsnetwerken en andere. En dat is niet alleen zo in de snelgroeiende Aziatische tijgers, zoals India en China. Ook dichter bij huis wachten er nog enorme infrastructurele uitdagingen. Denk maar aan de aanpassingen die zich opdringen indien we willen vermijden dat onze wegen binnen enkele jaren volledig zijn dichtgeslibd door monsterfiles. Een combinatie van bijkomende wegen, tolheffingen en een beter en efficiënter openbaar vervoer zijn de remedies die verkeersexperts voor deze problematiek naar voren schuiven. Maar ook de vergrijzing heeft belangrijke consequenties voor onze infrastructuur. Ze verhoogt de druk om nieuwe rusthuizen en ziekenhuizen te bouwen.

Grote beleggers

Voor grote institutionele beleggers, zoals pensioenspaarfondsen en verzekeringsmaatschappijen, is de markt van infrastructuur geen onbekende. Wat de langetermijnbeleggers vooral aantrekt in infrastructuur zijn de stabiele inkomstenstromen. Denk maar aan de inkomsten uit tolwegen, parkings of geïndexeerde huurinkomsten. Bovendien hebben infrastructurele beleggingen een relatief beperkt commercieel risico: het gebruik van infrastructuur is vrij nauwkeurig te voorspellen.

Ten slotte vloeien heel wat infrastructuurwerken voort uit een privaat-publieke samenwerking, waarbij overheden vaak met subsidies over de brug komen of uitpakken met een minimale afzetgarantie. Zo’n garantie is zeer belangrijk voor de exploitanten van de infrastructuur. Want als het gebruik tegenvalt, komen ze niet onmiddellijk in de problemen.

Het is om die reden dat de grote, institutionele beleggers via gespecialiseerde infrastructuurfondsen zowel hun pijlen richten op de exploitanten van infrastructuurwerken als op de bouwers ervan. Die laatsten kunnen dankzij grootschalige bouwopdrachten een zeer aanzienlijke inkomstengroei boeken, maar lopen ook relatief grotere risico’s dan de exploitanten. De kans bestaat altijd dat een project vertraging oploopt omdat bijvoorbeeld een ander bouwbedrijf dat betrokken is bij het project, failliet gaat of dat het project wordt stilgelegd omdat de kosten de pan uit rijzen. Ook door politieke instabiliteit in een bepaald land of in een bepaalde regio kan het bouwproces vertraging oplopen. De politieke risico’s zijn een ander doorslaggevend argument om in infrastructuur te beleggen via een gespreid beleggingsfonds. Zulke fondsen spreiden hun investeringen niet enkel over verschillende types van infrastructuurbouw (vaste infrastructuur, energie, telecom en andere). Ze diversifiëren hun beleggingen ook over verschillende landen.

Die fondsen hebben ervoor gezorgd dat diverse grote beleggers ‘infrastructuur’ beschouwen als een heuse, aparte beleggingscategorie.

Een stalen ros of fiets op uw maat

0

Het aanbod van fietsen is nog nooit zo groot geweest. U vindt ze in alle kleuren, maten en prijsklassen. Waarop moet u letten om de juiste fiets te kiezen? We geven u enkele tips zodat uw blinkende tweewieler uw beste koop wordt.

 

Het budget

Een factor die u niet uit het oog mag verliezen, is uw budget. Een degelijke stadsfiets kunt u zich aanschaffen vanaf 800 euro. Een fatsoenlijke mountainbike of racefiets is verkrijgbaar vanaf 1 500 euro.

 

Het frame

De basis van elke fiets is het frame. Decennialang werd dat uitsluitend van staal gemaakt. Staal is zo goed als onverslijtbaar maar heeft als belangrijkste nadeel zijn hoge soortelijk gewicht. Zeker voor mensen die regelmatig de cols willen bedwingen, kan een kilootje meer of minder een immens verschil uit maken. Daarom gingen de fabrikanten op zoek naar lichtere materialen. In de eerste plaats vonden zij hun heil in aluminium maar later kwamen er ook frames uit carbon, titanium en zelfs magnesium. Gewezen wielerkampioen Johan Museeuw lanceerde niet zo lang geleden zelfs een frame waarin glasvezel is verwerkt.

Vooral de zeer lichte, sterke kunststof carbon is nu aan een snelle opmars bezig. Twee op de drie racefietsen die de fabriek van Eddy Merckx verlaten, zijn nu van carbon gemaakt. Met carbon maakt men heel stijve maar vooral erg lichte frames. Er zijn al frames op de markt die minder dan 1 kilo wegen. Maar die kunststof is erg duur en breekbaar. Daarom is nog niet iedereen overgeschakeld naar carbon. Na een zware valpartij is een frame uit carbon meestal rijp voor de schroothoop. Om het beste van twee werelden te verenigen combineert men vaak een frame uit aluminium met een voor- en achtervork uit carbon.

 

De fietshouding

Om nek-, schouder-, rug- en knieproblemen tijdens en na het fietsen te vermijden is het belangrijk dat u de perfecte houding aanneemt. Die is in de eerste plaats afhankelijk van uw soort fiets. Op een stadsfiets gaat u bijvoorbeeld veel rechter zitten dan op een racefiets. Het zoeken naar de juiste positie is een heel delicate oefening die begint bij de keuze van de framemaat. Volgens een klassieke regel is de framemaat gelijk aan 2 derde van de binnenbeenlengte maar dat is natuurlijk een gemiddelde en geldt dus niet voor iedereen. Bij twijfel zal uw fietsenmaker u met plezier advies geven. In de meeste gespecialiseerde fietswinkels zijn er meetcentra waar u de perfecte maat voor uw frame kunt laten bepalen. Vrouwen hebben verhoudingsgewijs langere benen en een korter bovenlichaam dan mannen. Daardoor komt het dat zij zich soms moeten rekken om hun stuur vast te pakken. Comfortabel is dat niet en na een lange rit resulteert dat vaak in pijn in de armen en de schouders. Dat euvel kunt u voorkomen door te kiezen voor een kortere stuurpen. Meestal moet u ervoor zorgen dat uw stuur even breed is als uw schouders.

 

De groep

Een ander belangrijk onderdeel van de fiets is de ‘groep’. Dat is de verzameling van allerlei onderdelen zoals het versnellingsapparaat, de ketting, de naven, de trapstangen, enzovoort. Bij racefietsen was de markt van de onderdelengroep lange tijd het schoolvoorbeeld van een duopolie. Het Japanse Shimano en het Italiaans Campagnolo verdeelden de koek netjes onder elkaar. Sinds vorig jaar probeert het Amerikaanse SRAM  zijn plaatsje onder de zon te verdienen. Bij mountainbikes voert Shimano nog steeds het hoogste woord. Elk merk beschikt over een aantal modellen die opvallend in prijs verschillen. Dat heeft vooral te maken met het gewicht en de slijtvastheid van de gebruikte materialen.

 

De versnellingen

Vroeger moesten de renners aan de voet van een col afstappen en hun achterwiel omdraaien om met een gepaste versnelling de klim aan te vatten. Die techniek heeft gelukkig niet stilgestaan want nu is de fietser amper één klik verwijderd van een ruime waaier aan versnellingen. Klassiek monteert de fabrikant op een racefiets vooraan 2 tandwielen met respectievelijk 52 en 42 (soms ook 39) tandjes. De cassette in het achterwiel telt tot 10 kroontjes die meestal variëren van 12 tot 25 tandjes. De kleinste versnelling bedraagt op die manier 39 x 25 en daarmee kan een geoefend fietser op de meeste hellingen uit de voeten. Staan er supersteile dingen à la Stockeu of de Muur van Hoei op het menu of beschikt u over iets minder klimtalent, dan kunt u nog altijd opteren voor een tripel. Dat is een derde tandwiel vooraan met 30 tandjes. Bij een mountainbike is een tripel standaard. Wielrenners doen vaak nogal neerbuigend over een tripel maar laat u daar zeker niet door afschrikken. Stadsfietsen beschikken over een naafversnelling. De mogelijkheden zijn wel beperkt tot 3 versnellingen maar het systeem is wel veel onderhoudsvriendelijker.

 

De wielen

Naast het frame en de groep vormen de wielen het laatste belangrijke onderdeel van een fiets. Ook hier zijn de fabrikanten lange tijd op zoek geweest naar gewichtsbesparing. Dat bereikten ze niet alleen door lichtere (en dus duurdere) materialen te kiezen maar ook door in minder spaken te voorzien. Als u van plan bent om enkel op goedlopende wegen te fietsen, kunt u die investering overwegen. Moet uw fiets nogal wat kilootjes dragen of bent u een echte kasseivreter, dan loopt u het risico dat de spaken zullen breken. In dat geval kiest u beter voor het klassieke wiel dat 36 spaken telt. Superlichte wielen zijn overigens niet zonder gevaar.

Veel meer dan de wegfietser moet de mountainbiker stilstaan bij het profiel van zijn banden. Een modderig parcours vraagt banden met zware noppen. Op een droog of bevroren parcours volstaan korte noppen. Bent u van plan om mee te doen aan een strandrace, dan kiest u best voor profielloze banden want anders dreigt u zich in te graven in het zand.

Kijk voor u vertrekt de bandenspanning na. Hoe hoger die spanning, hoe lager de rolweerstand maar ook hoe lager het comfort want u zult elke oneffenheid op uw pad meteen voelen. Voor een mountainbike (en ook voor een stadsfiets) ligt de ideale bandenspanning tussen 3,5 en 4,5 bar. Bij een racefiets mag dat een stuk hoger zijn: tussen 7 en 7,5 bar. Omdat het achterwiel het grootste gedeelte van uw gewicht draagt, mag de druk in de achterband iets hoger zijn dan in de voorband. Gaat u op pad met een te lage bandenspanning, dan riskeert u sneller lek te rijden. Bovendien slijt de band dan sneller.

Mountainbikes beschikken meestal over een veringsysteem. Vaak is dat alleen op de voorvork maar het kan ook op de voor- en achtervork. Een vering verhoogt het comfort van de rijder maar heeft ook nadelen zoals rendementsverlies en extra onderhoud.

 

De helm

Spendeer niet uw volledige budget aan de aankoop van uw fiets. Zorg ook voor aangepaste kledij en vergeet daarbij zeker uw fietshelm niet. Volgens het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid zijn hoofdwonden de oorzaak van meer dan 80 procent van de verkeersdoden bij fietsers. Sommige mensen vinden het veel te warm onder een helm of haten het dat hun kapsel in de war raakt. Maar die ongemakjes wegen natuurlijk nooit op tegen de extra veiligheid. U heeft dus geen enkele goede reden om hem niet op te zetten.

 

Het zadel

Wie van plan is om lange ritten te maken moet genoeg aandacht besteden aan de keuze van het zadel. Zeker beginners zullen, vaker dan hen lief is, kennismaken met het fenomeen van zadelpijn. Volgens sommige wetenschappers kan dat zelfs finaal leiden tot impotentie. Tegenwoordig gebruiken de meeste fabrikanten gel in hun zadels. Door die gel wordt de druk over een grotere oppervlakte verdeeld. Daarnaast zijn er zadels op de markt met centraal een opening waardoor de druk verlicht. Ook dames kunnen tegenwoordig kiezen uit een uitgebreid assortiment zadels die aangepast zijn aan hun lichaamsbouw. Die zijn meestal iets breder en hebben een smallere neus. Niet alleen de vorm, ook de stand van het zadel is belangrijk. Let er altijd op dat uw zadel waterpas staat.

Met de fiets naar het werk in 7 stappen

0

De meeste pendelaars kunnen de idee niet vatten om iedere morgen met de fiets naar het werk te gaan. De toename in verplaatsingstijd en de voorkeur voor auto’s maakt van fietsen naar het werk een moeilijk te aanvaarden voorstel. Men moeten echter overwegen de gemakzucht waarmee je gewicht verliest door met de fiets naar het werk te gaan, de toename van de wekelijkse beweging en het genot van de frisse ochtendlucht.

Stap 1

Bewaar extra kleding op kantoor wanneer je met de fiets gaat werken. Je draagt fietskleding (een korte broek met zeemvel en een fietstruitje) en je beschikt over een degelijke fiets met versnellingen opdat je comfortabel kan fietsen. Dit bevordert ook het gewichtsverlies.

Stap 2

Denk eraan om zo weinig mogelijk documenten mee te nemen in je draagtas. Op deze manier verminder je de last voor je fiets. Plan dus vooruit welke documenten je zal nodig hebben dan kan je ze gespreid meenemen. Het is ook belangrijk om op het werk een goede opslagplaats te zoeken voor je fiets om diefstal te vermijden.

Stap 3

Zoek verschillende routes van je thuis naar je werk vooraleer je begint te fietsen. Je moet de zowel de afstand als de nodige tijd kennen van iedere route. Dit om te verhinderen dat je te laat op je werk aankomt.

Stap 4

Hanteer een rotatiesysteem in de routes naar je werk om verveling te voorkomen. Iedere dag een ander route zal je motivatie en interesse verhogen waardoor de intensiteit van het fietsen ook zal toenemen.

Stap 5

Spelen met de versnellingen van je fiets helpt je gewicht te verliezen. Gebruik grotere versnellingen op vlakke stukken om je benen te verplichten harder te trappen en dezelfde snelheid te bereiken als bij lage versnellingen.

Stap 6

Volg ook een fatsoenlijk dieet. Neem kleinere maaltijden verspreid over de hele dag om voldoende suiker in je bloed te hebben. Enkel een stevige maaltijd tijdens de lunch kan ervoor zorgen dat je onvoldoende energie hebt wanneer je ’s avonds terug naar huis fietst.

Stap 7

Gebruik uw fiets ook om boodschappen te doen tijdens uw werk. Je kan bijvoorbeeld met de fiets naar de post of naar de drukkerij om enkele dingen op te pikken.