Gewicht verliezen door fietsen

0

Dus je denkt dat het tijd is om een paar kilootjes te verliezen maar je weet niet goed hoe er aan te beginnen. Wat denk je ervan om je fiets uit de garage te halen en een ritje te maken. Fietsen is ideaal om gewicht te verliezen omdat je tijdens het fietsen heel wat calorieën verbrandt. Fietsen aan een gemiddelde snelheid van 20 km per uur zorgt er voor dat je bij benadering 235 calorieën verbrandt per half uur.

Je kan verschillende methodes hanteren om gewicht te verliezen met fietsen.

 

Hier volgen enkele opties:

Probeer een dagelijkse rit te maken van ongeveer een uur.
Is het mogelijk om met de fiets naar het werk of de school te gaan? Indien je dit alle dagen van de week doet en combineert met een gezond dieet, dan kan je gemakkelijk een halve kilo afvallen per week.
Een andere optie is een fietstocht met familie of vrienden te plannen enkele keren per week. Maak hier een langere tocht van die enkele uren duurt. In combinatie met een gezond dieet zorgt dit opnieuw voor het verliezen van een halve kilo per week.
Plan gedurende week enkele fietsritjes zoals het bezoeken van vrienden of familie, boodschappen doen…

 

Deze activiteiten zorgen ongetwijfeld voor de verbranding van calorieën en het verliezen van kilo’s. Daarbovenop bezorgen ze je ook veel plezier en je voelt je beter in je vel.

 

Een halve kilo per week afvallen is een realistische norm voor mensen die wensen te vermageren. Diëten waarbij je meer dan een halve kilo per week afvalt hebben zelden of nooit succes op lange termijn. Indien je meer dan een halve kilo per week afvalt, dan ben je jezelf eigenlijk aan het uithongeren. Je lichaam gaat proberen calorieën te besparen waar mogelijk. Je metabolisme zal vertragen en je riskeert de aantasting van je spieren. De beste methode om gewicht te verliezen en het niet opnieuw bij te komen, is door regelmatig te sporten en gezonde keuzes maken voor de voeding.

 

Onthoud dit: Voeding is brandstof voor het lichaam. Om je lichaam optimaal te laten presteren moet je je maaltijden plannen. Gezond zijn bijvoorbeeld volle granen, fruit, groenten, mager vlees en melkproducten. Fruit, groenten en volle granen voorzien het lichaam van de nodige koolhydraten die nodig zijn voor het presteren. Mager vlees en magere of halfvolle melkproducten daarentegen sporen gewichtsverlies aan en voorzien het lichaam van proteïnes die nodig zijn voor de ontwikkeling van spieren. Als je vrij onbekend bent met gezond eten, surf dan op het internet voor gezonde recepten of koop een goed kookboek.

Lekker warm met de speksteenkachel

0

Tegelkachels

In veel landen waar het vaak erg koud worden al eeuwenlang kachels van steen gebruikt. In Oost Europa en Duitsland zijn dat vooral tegelkachels, die worden opgebouwd van zachtgebakken tegels met een dikte van vijf centimeter. Een tegelkachel is een zogenaamde accumulatie-kachel. Je verbrandt er gedurende een korte tijd, een uur of anderhalf, hout in op een hoge temperatuur. Door de hoge temperatuur verbrandt het hout volledig en dus “schoon”. Rookgassen worden door vuurvaste gemetselde schoorstenen afgevoerd. De stenen kachel, maar ook de schoorstenen geven daarna nog urenlang hun warmte af aan de muren van het huis. De grootte van de stookkamer, de schoorstenen en de massa leem in de kachel staan met elkaar in verhouding, waardoor een enorm hoog rendement kan worden bereikt. Twee keer een uurtje stoken is voldoende voor een heel etmaal behaaglijke warmte. Als het systeem goed berekend wordt, kunnen deze ouderwetse tegelkachels een heel huis verwarmen en bijvoorbeeld worden aangesloten op vloerverwarming of een boiler met warmte-wanden.

Speksteenkachels

Een ander soort stenen kachel is de speksteenkachel, die uit Finland komt. Speksteen is een vrij zachte natuursteen, die net als de lemen tegels veel warmte kan absorberen en dit geleidelijk weer af staat. Ook een speksteenkachel hoeft maar een of twee keer per etmaal opgestookt te worden, slechts een of twee uur lang. Daarna geeft de kachel nog uren lang een stralingswarmte af. Veel speksteenkachels zijn gebouwd volgens het beproefde tegenstroomprincipe. Dit maakt de speksteenkachel tot de meest compacte en efficiënte vorm van houtgestookte accumulatiekachels.

De luchttoevoer en de optimalisatie van de energie-afgifte zijn in de modernere modellen nog verder geperfectioneerd. De vrijgekomen energie uit het hout wordt in zeer korte tijd door het speksteen opgenomen, kan daar lang blijven en wordt heel geleidelijk uitgestraald.

De speksteenkachel en het milieu

Een speksteenkachel is relatief compact en vormt een ideale warmtebron. Ook uit het oogpunt van een schoner milieu is een speksteenkachel een goede optie. De kachel brandt schoon en zuinig dankzij de zeer hoge temperatuur van verbranding. Omdat de speksteenkachel stralingswarmte afgeeft en geen lucht verwarmt en droog maakt, zoals een centrale verwarming, hoeft er minder geventileerd te worden waardoor er ook minder warmte verloren gaat. Daarbij is hout een herplantbare energiebron, die niet op raakt zoals olie en gas. Hout is ook nog eens een duurzame bron van energie, die CO2 -neutraal is. Dit houdt in dat de hoeveelheid CO2 die wordt uitgestoten bij de verbranding, gelijk is aan de hoeveelheid CO2 die de boom tijdens zijn leven uit de lucht heeft opgenomen. Als de boom in het bos was vergaan in plaats van als brandhout te eindigen, zou precies dezelfde hoeveelheid CO2 weer aan de lucht zijn afgegeven. Maar de energie moet wel op een verantwoorde manier uit het hout worden gewonnen en optimaal worden gebruikt, hetgeen bij speksteenkachels doorgaans het geval is. Zeker vergeleken met metalen houtkachels, die de hele tijd moeten branden, vaak geen volledige verbranding leveren en waarbij een groot deel van de vrijkomende energie verloren gaat via het rookkanaal.

De speksteenkachel en je gezondheid

Behalve het milieu is ook je gezondheid gebaat bij een Finse speksteenkachel. Stralingswarmte is een heel ander soort warmte dan die van een centrale verwarming, die verwarmt door de lucht in huis op te warmen. Bij gebruik van een CV moet de thermostaat al gauw op zo’n 22° C staan om het warm en behaaglijk te hebben. Met een speksteenkachel kan de luchttemperatuur in de woning over het algemeen een stuk lager blijven, terwijl je het toch lekker warm hebt. De behaaglijke stralingswarmte, waaronder infraroodstraling, dringt diep door in je lichaam en is een weldaad voor je bloedsomloop, je spieren en gewrichten. Omdat de lucht in huis niet zo warm hoeft te worden, droogt deze ook niet uit, wat weer ten goede komt aan je ogen en je huid, die veel minder uitdrogen. De hogere en natuurlijkere luchtvochtigheid voelt minder benauwd aan en ademt daardoor veel prettiger. Omdat er minder lucht in beweging is, circuleert er ook nog eens veel minder stof in de lucht, wat eveneens een voordeel is voor je ademhalingsorganen.

Kortom, speksteenkachels leveren een natuurlijke en behaaglijke warmte. Goed voor je gezondheid en ook nog eens verantwoord ten opzichte van het milieu.

Katten die zich niet als katten gedragen

0

Vroeger bij ons thuis waren we altijd al omringd door dieren. Voor zover ik mij kan herinneren heeft er altijd wel een hond of een kat in huis rondgelopen en soms allebei. De karakters van honden en katten zijn erg verschillend. Honden zijn aanhankelijk en trouw en gehoorzamen hun baasje. Katten zijn heel anders, je mag ze eten geven en voor de rest doen ze gewoon waar ze zelf zin in hebben. Ze komen thuis als ze dat zelf willen en aaien mag, maar alleen als ze er toevallig zin en tijd voor hebben. Dat was ook zo met de katten bij ons thuis. Echte huis, tuin en keuken theemutsen waren dat.

Mijn eerste ervaring met een kat met Siamees bloed was bij mij huidige vrouw, toen ik haar voor het eerst thuis ontmoette. Ik laat dan de Siamees van mijn oma even voor wat het is, aangezien ik indertijd te jong was om daar iets aan te merken. Die kat van mijn vriendin, Turbo was z’n naam, was een grijze ex-kater met halflang haar en net als zijn soortgenoten had hij een eigen mening. Toch waren er verschillen met de katten die ik gewend was. Zo apporteerde het beest speeltjes en was altijd in voor een lekkere knuffel. Hij kwam zelfs als je hem riep. Met een beetje goede wil kon je hem zelfs aanhankelijk noemen. Typische eigenschappen voor een hond. Helaas nam Turbo te vroeg afscheid van ons, omdat hij op twee jarige leeftijd aan een aangeboren hartkwaal overleed.

Na Turbo hebben we nog verscheidene andere katten gehad, er lopen altijd wel twee of drie bij ons door huis. Aanlopertjes of beestjes uit het assiel. Allemaal schatten van beesten, maar typische kat-katten. Totdat mijn ega plotseling een advertentie van SOS-Huisdieren tegenkwam waarin een thuis werd gezocht voor een Sneeuwbengaal. Nog nooit van gehoord, maar ze zien er prachtig uit. Zo gedragen ze zich ook trouwens, als vrouwen die weten dat ze met hun verschijning alles voor elkaar kunnen krijgen. Daarnaast is de overeenkomst met het karakter van honden ook bij deze dieren niet te missen. Net als onze Turbo apporteert onze nieuwe aanwinst speeltjes. Hij kan dingen leren die je echt niet van een kat verwacht. Als je er een beetje tijd in steekt is het mogelijk om hem te laten zitten voordat hij een kattesnoepje krijgt.

Lodewijk, zoals we het monster genoemd hebben, is continue bezig met aandacht vragen. Als één van ons van de kamer naar de keuken loopt, loopt Lodewijk er twee passen achter. Als we ons zoontje naar school brengen moeten we Lodewijk binnen houden, anders loopt hij mee naar school als een trouw hondje. Visite is er om bij op schoot te liggen en dan het liefst bij diegene die het minst op katten gesteld is. En de hele dag door roept hij mauwen in je gezicht. Zodra je oogcontact maakt begint er onmiddelijk een gesprek op gang te komen.

En onze andere huiskat? Die wil eigenlijk niets met Lodewijk te maken hebben. Zij heeft het te druk met haar kattedingetjes. Slapen, buiten rondscharrelen en ons negeren. Die Lodewijk, die deugt volgens haar helemaal niet. Dat is gewoon een hondeziel in een kattenlichaam.

Ik heb nog steeds niet bepaald of dit soort katten nu inteligenter is als een normale kat, of dommer. Het kan natuurlijk zo zijn dat een normale huiskat te slim is om zich voor dit soort kunstjes te lenen.

Dé goede docent, een oproep.

0

Dé goede docent, een oproep.

In de politiek wordt het debat hevig gevoerd. ‘Het lijkt erop dat er de afgelopen jaren concessies zijn gedaan aan (…) de onderwijstijd en de kwaliteit van het onderwijzend personeel’, schrijft minister Van der Hoeven in de Nota Werken in het Onderwijs 2007. Officiële cijfers laten zien waar velen al voor waarschuwden: het lerarentekort wreekt zich in de kwaliteit van het onderwijs. Scholen worden minder kieskeurig in wie ze voor de klas zetten.’ (aldus de Volkskrant). Dus wordt er, onder andere gezegd, we pleiten voor hogere salarissen en prestatie-beloning. De goede (kwalitatieve) docent wordt beter beloond.

En dan gaan er, wanneer ik dit soort kreten op tv en in kranten tegenkom een hele hoop alarmbellen rinkelen. Iedere keer opnieuw hoor ik die kreet terugkomen: Dé goede docent. Ik zie het in de krant, hoor het op tv en zie het in mijn dromen. De leus ‘kwalitatief onderwijs’ doet me helemaal de rillingen over de rug lopen. Het lijkt wel alsof iedereen wel weet wat dan ‘kwalitatief onderwijs’ is, of wat ‘Dé goede docent’ is.

Ik doe bij deze dan ook de oproep aan een ieder die mij wil vertellen wat dat dan wel niet moge zijn: Dé goede docent. Leg het me uit, alsjeblieft. Maar let wel, als we spreken over Dé goede docent dan hebben we daar ook met zijn allen een en dezelfde gedachte over, toch? Er zou dan dus een beschrijving moeten zijn van het stereotype van Dé goede docent. Het lijkt me overigens prettig als het omschreven kon worden. Wat een duidelijkheid zou er zijn. Iedere docent die aan desbetreffende lijst van eisen voldeed kon door voor de award van Goede Docent. Was het maar zo simpel..

Want beste mensen, als het bestaat, ‘Dé goede docent’ dien ik vandaag mijn ontslag nog in, want dan is mijn onderzoek*  zinloos.

*Promotieonderzoek naar werkstrategieen van docenten; zie ook: https://www.artikeltjes.com/artikeltjes/134/1/Promotieonderzoek-en-praktijkrelevantie/Page1.html

Waar komt onze kalender vandaan

0

Een kalender is een systeem voor het indelen van de tijd in overzichtelijke stukjes, zoals dagen, weken, maanden, jaren en eeuwen. Deze tijdrekening bestaat niet in de natuur, ze is door de mens verzonnen, maar is doorgaans wel gebaseerd op astronomische verschijnselen. De papieren, of digitale, weergave van een kalender wordt eveneens kalender genoemd. Een kalender bepaalt de lengte en de onderverdeling van het jaar en is gebaseerd op verschijnselen in de astronomie, zoals de omloop van de aarde rond de zon of het wassen en afnemen van de maan. Een kalender is gekoppeld aan een jaartelling, die vaak is gebaseerd op een historisch gebeurtenis of andere zaken die bij de invoering van die bepaalde kalender als een beginpunt van de beschaving wordt gezien.

De Joodse kalender heeft bijvoorbeeld het tijdstip van de schepping als jaar 0, een tijdstip dat volgens onze kalender viel op 7 oktober in het jaar 3761 voor het begin van onze jaartelling. Volgens Byzantijnse geleerden had de schepping van de wereld al eerder plaatsgevonden, waardoor de Byzantijnse kalender start in het jaar 5508 voor het begin van onze jaartelling.

De verschillende kalendersystemen

Omdat het gebruik van een kalender niet iets natuurlijks is, maar afhankelijk van afspraken tussen mensen, zijn er ook veel verschillende kalendersystemen en kalenders. Allereerst kun je het onderscheid maken tussen maankalenders en zonnekalenders. In de Oudheid gebruikte men de kalender vooral om belangrijke momenten in de landbouw en veeteelt vast te stellen, bijvoorbeeld zaaien, oogsten en dieren laten paren. De eenvoudigste manier hiervoor is het volgen van de maan en de oudste kalenders gaan dan ook uit van een maanjaar. Een maanjaar heeft twaalf lunaties die ieder ongeveer negenentwintig en een halve dag duren. De maanmaand is de periode tussen bijvoorbeeld twee opeenvolgende nieuwe manen of volle manen. Door afwisselend maanden te gebruiken van negenentwintig en van dertig dagen, benader je het gemiddelde van 29,5 dagen.

Omdat de maanmaand in werkelijkheid iets langer duurt, heb je na ongeveer drie jaar al een dag achterstand die je moet oplossen met schrikkeldagen. Deze correcties werden door verschillende culturen op verschillende manieren uitgevoerd, maar dan valt er best te leven met een maankalender. De islamitische kalender is een voorbeeld van een maankalender die nog steeds in gebruik is. Dit is ook de reden dat de maand Ramadan samenvalt met verschillende maanden van ons zonnejaar.

Toch gingen veel volkeren uiteindelijk over op een zogenaamde luni-solaire kalender, een maankalender die ook rekening houdt met het zonnejaar. De oude Griekse kalender bevatte het maanjaar van 354 dagen, waaraan iedere acht jaar drie keer een maand van dertig dagen werd toegevoegd. Ook de “cyclus van Meton” kan een oplossing bieden. De oude Babyloniërs hadden al ontdekt dat negentien zonnejaren 235 lunaties bevatten. Dit houdt in dat na 6940 dagen zowel de zon als de maan weer op dezelfde positie staan. Deze maancyclus wordt ook tegenwoordig nog gebruikt om de datum van Pasen, en daarmee aswoensdag en het carnaval, te bepalen. Een ander voorbeeld van een luni-solaire kalender is de Joodse kalender.

Maar uiteindelijk heeft de Romeinse kalender, een zonnekalender, het qua nauwkeurigheid toch gewonnen. Bij de zonnekalender worden de seizoenen niet bepaald aan de hand van de maanstanden, maar aan de hand van de zonnewendes en de nachteveningen. Zonnewendes zijn de momenten in het jaar waarop de dagen korter of langer worden en op de nachtevening zijn, twee keer per jaar, dag en nacht even lang.

De opeenvolgende Romeinse kalenders

Het woord “kalender” komt van het Latijnse woord “calendae”, de eerste dag van de maand in de Romeinse tijdrekening. Hoewel de oude Egyptenaren al veel eerder een kalender gebruikten die was gebaseerd op 365 dagen, wordt in West Europa al eeuwenlang de Romeinse kalender gehanteerd. Deze werd sinds de stichting van Rome in de achtste eeuw voor het begin van onze jaartelling opgesteld, en wordt nog steeds door ons gebruikt hoewel er behoorlijk aan gesleuteld is. Eigenlijk begon hij als maankalender, die in de loop der tijd een zonnekalender is geworden. Met de laatste versie, die werd ingevoerd in het jaar 1582 door Paus Gregorius XIII, kwamen we uiteindelijk net als de Egyptenaren aan de 365 dagen. Dit klopt het beste met de omlooptijd van de aarde om de zon. Nog steeds niet helemaal, vandaar dat er elke vier jaar een schrikkeldag ingepast moet worden. De eerste Romeinse kalender had 304 dagen, die werden verdeeld over tien maanden, plus ongeveer zestig dagen in de winter. Dit aantal dagen was niet nauwkeurig omschreven, zodat men hier naar behoefte mee kon “schrikkelen” om toch goed uit te komen. De opvolger, de Juliaanse kalender, was gebaseerd op een jaar van 365 en een kwart dag en iedere vier jaar een schrikkeldag. Deze kalender werd in het jaar 45 voor het begin van onze jaartelling ingevoerd door Julius Caesar en een paar eeuwen later door het Concilie van Nicaea geaccepteerd als de officiële kalender van de Rooms Katholieke kerk. Na de bekering van de Romeinse Keizer Constantijn tot het christendom in de vierde eeuw, vond er een aanpassing van de Romeinse kalender plaats met grote gevolgen. Het Christendom werd staatsgodsdienst, waarbij het begrip “week” volgens de Bijbel werd geïntroduceerd. Ongeacht wat de kalendermaand en -dag was, werd de tijd ingedeeld in perioden van zeven dagen. Deze nieuwigheid was gebaseerd op het verhaal dat God de wereld in zes dagen had geschapen waarna de zevende dag een rustdag werd. Erg fanatiek was keizer Constantijn overigens niet. Hij hield de titel Pontifex Maximum, opperpriester van de Romeinse godsdienst, en liet zich pas op zijn sterfbed dopen. Mogelijk verklaart dit waarom de dagen van de week weliswaar werden ingevoerd, maar geen typisch christelijke namen kregen. Zij kregen de namen van de planeten en de daarmee corresponderende Romeinse goden, zoals Mars voor dinsdag, Jupiter voor donderdag en Venus voor vrijdag. In het Nederlands zijn, in tegenstelling tot het Latijn, Frans en Spaans, de Romeinse godennamen helemaal niet herkenbaar. Dat komt weer omdat in de Noordelijke streken net zo makkelijk de Noordse goden hun naam aan de weekdagen mochten geven. Behalve zaterdag, zondag en maandag zijn de dagen genoemd naar de plaatselijke goden Tyr, Wodan, Donar en Freya.

Zo is de Juliaanse kalender met de toevoeging van het zeven-dagen systeem, eeuwenlang gebruikt. Op den duur ging hij steeds verder achterlopen, omdat het zonnejaar in werkelijkheid toch iets korter was dan het Juliaanse kalenderjaar. In het jaar 1582 werd hij door de Rooms-Katholieke Kerk vervangen door de nog preciezere Gregoriaanse kalender. Dit is onze huidige kalender. Omdat de kalender gekoppeld was aan de Rooms Katholieke kerk, is de Gregoriaanse kalender niet overal in Europa op hetzelfde moment in gebruik genomen. Protestante landen zoals Groot Brittannië bleven nog langer de Juliaanse kalender gebruiken. In Rusland gebeurde dat zelfs tot aan de revolutie van 1917, terwijl de Russisch Orthodoxe kerk nu nog steeds de Juliaanse kalender gebruikt. Daardoor valt hun Kerstfeest dertien dagen later dan het Kerstmis in landen met de Gregoriaanse kalender.

Andere kalenders

Onze Gregoriaanse kalender is niet voor iedereen zo vanzelfsprekend en universeel als het lijkt. Tijdens de Franse Revolutie werd er bijvoorbeeld in Frankrijk een nieuwe kalender ingevoerd. Toen in 1792 de eerste Franse republiek uit werd geroepen, begon men met een geheel nieuwe jaartelling. Niet alleen het begin van de jaartelling werd herzien maar ook de kalender zelf. Elk kalenderjaar begon op de dag van de herfstnacht-evening en bestond uit twaalf maanden van dertig dagen. Met vijf of zes losse dagen werd het revolutionaire kalenderjaar weer kloppend gemaakt met de feitelijke omloop van de zon. De Franse revolutionaire jaartelling beviel niet echt en op 1 januari 1806 ging men weer over op de Gregoriaanse kalender, met als beginpunt de geboorte van Jezus Christus.

Ook tegenwoordig zijn er over de hele wereld nog een aantal afwijkende kalenders. Zo volgt de kalender van Taiwan onze Gregoriaanse kalender, maar begint te tellen in ons jaar 1911. In dit jaar riep Dr. Sun Yat-sen de Chinese Republiek uit en toen Generaal Chiang Kai-shek met zijn Kwomintang in 1949 naar Taiwan vluchtte, heeft hij de teller op het jaar 38 gezet. Ook de officiële kalender van Noord-Korea, de Juche-kalender, is gewoon Gregoriaans maar met een eigen beginpunt. Voor ons is dat het jaar 1912 waarin Kim Il Sung werd geboren. Merkwaardig genoeg heeft de Juche jaartelling geen jaren voor het begin van de jaartelling.

Voor de toekomst kan onze zonnekalender eveneens onhandig blijken, aangezien deze is gebaseerd op de omlooptijd van de aarde om de zon. Om problemen tijdens de kolonisatie van Mars te voorkomen heeft Thomas Gangale de Darische kalender ontwikkeld. De omlooptijd van Mars rond de zon en de duur van de dag op Mars waren zijn uitgangspunten. Het Darische Marsjaar heeft 24 maanden van 27 of 28 dagen.

Girls love shoes!

0

Ik sta in mijn kledingkamertje (kast is inmiddels veranderd in kamer) en kijk naar mijn schoenenverzameling. De herfst komt er weer bijna aan dus ik moet even incasseren wat ik nog allemaal kan dragen. Een aantal paar laarzen zien er nog uit als nieuw en kunnen nog zeker een jaartje mee. Die bruine laarzen die ik vorig jaar aan deed voor het stappen kunnen er nog wel een seizoen tegen, als ik zo nu en dan over de met puin bezaaide kroegvloeren struin. Een rijtje pumps hoeven ook nog niet de deur uit. Ik draag vrijwel alleen pumps op een avond dat ik ga uit-eten. Zitschoenen noem ik ze ook wel eens. Aangezien ik natuurlijk niet elke week in een restaurant zit heb ik niet 7 paar pumps nodig. In de hoek staan ook nog een leuk paar lichte “numbs” hip te zijn. (soort Uggs) Wat als het nu eens gaat sneeuwen? Dan heb ik ze hard nodig! Dus nee. Die hoeven nog niet verwijderd te worden. Mijn vintage laarzen die ik op marktplaats heb gekocht hebben me nooit gepast. Mijn kuiten zijn toch echt de dik voor deze mooie leren veel te smalle laarzen. Die kunnen wel weg.

Is er toch tenminste een paar wat de deur uit kan. Alleen bedoel ik dan met “de deur uit” niet letterlijk naar de vuilnisbak. Nee. Ergens op de eerste verdieping van mijn opa’s boerderij is een kamertje. Dit kamertje heb ik gebombardeerd tot ‘schoenenkamer’. (Ik kijk beschaamd terwijl ik het schrijf) Hier breng ik al mijn schoenen heen die “afgeschreven” zijn. Ik kan het gewoon niet! Ik kan ze gewoon niet weg gooien. Dit doe ik al vanaf dat ik vijftien was en heb inmiddels een aardig gevuld kamertje. Ik heb een mooie verzameling “spice-girl” schoenen en wat porno-pumps. Een heel scala aan slippertjes en afgetrapte hakken.

Het is echt onwijs fijn om eens in de zoveel tijd op dat kamertje te komen en alle schoenen nog eens aan te doen en lekker mee rond te paraderen in huis. Daar sta ik dan op mega hoge hakken, die van mijn oma zijn geweest. 13 Centimeter aan hakken en mooi gelakte bandjes. Hier krijg ik nou echt een adrenalinekick van!

Het loopt natuurlijk een beetje de spuigaten uit maar ach, ieder heeft zo zijn kleine geheimpjes! Vrouwen houden nu eenmaal van schoenen en schoenen houden van vrouwen! Tegen de tijd dat de eerste bladeren verkleuren loop ik, helemaal in mijn nopjes, op mooie fred de la bretoniere laarzen en kan ik weer een paar van mijn lijstje schrappen!

De films Cocoon en Cocoon: The Return

0

Cocoon is een Amerikaanse science fiction film uit 1985, die is geregisseerd door Ron Howard. Het script is geschreven door Tom Benedek en de film is geproduceerd door David Brown en Richard Zanuck. Behalve een groepje buitenaardse wezens staat in Cocoon een groepje Amerikaanse ouderen centraal. Zij krijgen door onbedoeld contact met de cocons van de buitenaardsen, te maken met een sensationele verjonging. In de hoofdrollen zien we vooral oudere acteurs als Don Ameche, Hume Cronyn, Jessica Tandy en Maureen Stapleton, maar ook Brian Dennehy als de als mens vermomde Antareaan Walter. De film werd alom geprezen doordat het, behalve een science fictionfilm, ook een grappige en ontroerende film is over bejaarden en het proces van ouder worden. In 1988 werd het vervolg “Cocoon: The Return” gemaakt, waarin praktisch de volledige cast weer hun rollen hervatten.

Het verhaal van Cocoon

Al tienduizend jaar geleden bezocht een groepje hoogstaande buitenaardse wezens van de planeet Antarea de aarde. Zij maakten een buitenpost op onze planeet, op een eiland dat nog steeds in de geschriften staat als het mythische Atlantis. Net als in de mythe zonk het eiland, waardoor de Antareanen nogal plotseling moesten vertrekken. Daarbij waren zij gedwongen om twintig van hun soortgenoten achter te laten in een onopvallende en beschermende cocon-vorm.

In de film komen de Antareanen naar de aarde terug om hun soortgenoten uit de zee op te vissen en eindelijk mee naar huis te nemen. Vermomd als mensen huren ze een huis met een zwembad en stralen het water van het zwembad in met levenskracht, zodat de cocons op krachten kunnen komen voor de reis naar hun thuisplaneet.

Drie bejaarde mannen van het bejaardentehuis in de buurt, Joe, Ben en Arthur, gaan echter stiekem zwemmen in het zwembad. Vervolgens worden zij “besmet” met de Antareaanse levenskracht en voelen zich al snel jaren jonger, sterker en gelukkiger. Ze worden gesnapt door de Antarianen, maar krijgen na wat onderhandelen toestemming van de leider Walter, gespeeld door Brian Dennehy, om hun baantjes te blijven zwemmen. Uiteraard onder strikte geheimhouding, maar dat gaat al snel mis. Het drietal probeert de pessimistische Bernie, een andere tehuis-bewoner gespeeld door Jack Gilford, over te halen om zijn stervende echtgenote in het levenswater onder te dompelen. Bernie die deze kunstmatige levens-verlenging onnatuurlijk vindt en af wil van het gezeur van zijn vrienden, onthult het geheim tijdens een diner in het bejaardentehuis. Het resultaat is dat de tehuis-populatie massaal een verjongende duik in het magische zwembad wil nemen. Met zoveel mensen die er uit putten, verliest het water zijn kracht en er worden zelfs een aantal cocons beschadigd. De boze Walter gooit de oudjes eruit, maar het kwaad is al geschied. De Antareanen kunnen de cocons al niet meer mee op reis nemen en minstens een van de ingekapselde wezens overlijdt. Als Bernie’ s vrouw sterft komt hij tot inkeer, hij draagt haar naar het zwembad en bevochtigt haar gezicht, maar Walter legt uit dat het water geen kracht meer heeft en haar niet meer tot leven kan wekken. Met de hulp van Ben, Arthur en Joe brengen de Antareanen de cocons weer terug naar de ruïnes van Atlantis op de bodem van de zee. Omdat ze nu hun soortgenoten weer niet mee naar huis kunnen nemen, bieden zij de vrije plaatsen in hun ruimteschip aan aan de bewoners van het bejaardentehuis. Met uitzondering van Bernie, die kiest voor een natuurlijk einde van zijn leven op Aarde, vertrekken de oudjes met hun buitenaardse vrienden naar Antarea, waar ze nooit meer ouder en ziek zullen worden en ook nooit zullen sterven.

In Cocoon komt, net als in de film E.T. van een paar jaar daarvoor, het dagelijkse leven van een aantal aardbewoners danig op zijn kop te staan door persoonlijk contact met buitenaardse bezoekers. In plaats van kinderen in de hoofdrollen zien we nu juist een groepje ouderen. Cocoon is geen standaard science fictionfilm waarin de goeden tegen de slechten strijden op hoog kosmisch niveau, maar vooral een grappige en ontroerende film voor jong en oud. Terecht kreeg de film twee Academy Awards, een voor de beste mannelijke bijrol voor Don Ameche en een voor de Visuele Effecten.

Cocoon: The Return

Het vervolg “Cocoon: The Return” werd 1988 geregisseerd door Daniel Petrie en heeft nagenoeg dezelfde acteurs. In deze film komen de vertrokken bejaarden Art, Bess, Joe, Alma, Ben en Mary samen met een paar Antarianen op bezoek op aarde. Het doel is om weer te proberen de cocons naar Antarea terug te brengen, maar de geëmigreerde aardbewoners kunnen tegelijkertijd hun familie en vrienden weer eens bezoeken. Zo zoeken Ben en Mary hun kleinzoon David op, die de scheiding van zijn ouders niet kan verwerken. En de achtergebleven bejaarde vriend Bernie, die op punt staat om zelfmoord te plegen, kan door zijn oude vrienden worden tegengehouden.

Dit vervolg op Cocoon lijkt erg op de eerste film, dezelfde acteurs spelen met evenveel warmte en toewijding. Jammer is alleen dat het qua verhaal ook meer van hetzelfde is en er weinig nieuw plot is toegevoegd. Nog steeds staat de vraag centraal wat te verkiezen is, het eeuwige leven in een ideale wereld of je kleinkinderen kunnen zien opgroeien. Bedenk daarbij dat in de periode waarin de films werden gemaakt, de vergrijzing nog slechts een demografisch toekomstscenario was. Ouderen waren nog niet zo massaal en zo nietsontziend bezig om jong te blijven. In die zin was Cocoon misschien ook science fiction, ofwel een blik op de toekomst van de ouderen-cultuur.

Natuurlijke en kunstmatige zoetmiddelen

0

Kunstmatige zoetmiddelen

Kunstmatige zoetstoffen, onder meer aangeboden onder namen als sorbitol, sacharine en aspartaam, bevatten nagenoeg geen calorieën en zijn verwerkt zijn in dieetvoeding en lightdranken. Het voordeel van deze kunstmatige zoetmiddelen is dat ze goed zijn voor de lijn en het tandglazuur niet aantasten, maar tal van wetenschappers hebben zo hun bedenkingen over de veiligheid ervan.

Zo werd Sacharine in de jaren 70 in verband gebracht met kanker en daarom gedurende een korte periode verboden. Tegenwoordig wordt het opnieuw gebruikt als kunstmatig zoetmiddel zonder calorieën. In de regel wordt echter aspartaam gebruikt, ofschoon ook daarvan het gebruik controversieel is. Nog altijd zijn er wetenschappers die stellen dat veelvuldig gebruik van aspartaam hersentumoren kan veroorzaken bij mensen die daar een genetische aanleg voor bezitten.

In plaats van het gebruik van kunstmatige zoetmiddelen kan men beter minder suiker en minder zoet eten. Het heeft geen zin om suikervervangers in koffie of thee te gebruiken om daarmee het gewicht onder controle te houden (en pakweg 20 calorieën te besparen), en ter compensatie taart of koekjes als dessert te eten (en hiermee 500 calorieën in te nemen).

Natuurlijke zoetmiddelen

Gelukkig is er een aantal natuurlijke zoetmiddelen die wél voedingswaarde hebben en die veel gezonder zijn dan geraffineerde suikers en synthetische zoetstoffen.

Honing
Pure bijenhoning bevat tal van vitamines en mineralen zoals vitamine B-complex, vitamine C, silicium, ijzer, koper, mangaan, fosfor, zwavel en magnesium. Smaak en kleur kunnen verschillen naar gelang de nectar van de bloem waarvan de honing afkomstig is. Honing is vele malen zoeter dan suiker en gewoonlijk is maar de helft nodig om suiker te vervangen.

Ahornsiroop
Pure ahornsiroop wordt gemaakt van het sap van de esdoorn en bevat veel mineralen. Er bestaat lichte en donkere ahornsiroop, met een zachte of sterkere smaak. Let op voor stropen waarvan vermeld is dat ze ‘verrijkt zijn met ahornsmaak’ Ze bevatten minder dan 5% ahornsiroop en voor de rest geraffineerd graanstroop en kunstmatige additieven.

Gerstmalt
Gerstmalt is gekiemde, geroosterde gerst die verwerkt wordt tot een poeder of die traag gekookt wordt met water zodat er een stroop ontstaat.

Dadelsuiker
Dadelsuiker wordt gemaakt van gedroogde, verpulverde dadels en is uitstekend geschikt om mee te koken en te bakken.

Stevia
Stevia komt van een struik die groeit in Paraguay Brazilië en Argentinië en op grote schaal verbouwd wordt in China. De blaadjes ervan worden al eeuwen door de plaatselijke bevolking gebruikt om zoete thee te maken, of om voedsel te zoeten. Het voordeel van stevia is dat het nagenoeg geen calorieën bevat en positieve effecten heeft op de vetabsorptie en bloeddruk.

Steviapoeder kan opgelost worden in water, waarna de zoete druppels gebruikt kunnen worden om tal van producten te zoeten, van ontbijtgranen tot taarten, yoghurts enz. Stevia is bijzonder zoet, wel driehonderd keer zoeter dan suiker! Enkele druppeltjes hebben de zoetkracht van een volledige kop echte suiker. Stevia is ook een zeer bruikbaar zoetmiddel voor mensen die een suikerintolerantie hebben of voor diabetici.

Ofschoon geen enkele wetenschappelijke studie aantoont dat er nadelige effecten kunnen optreden als men stevia gebruikt, is de verkoop van deze natuurlijke zoetstof helaas in een groot deel van Europa verboden. De druk van de aspartaamlobby is daar zeker niet vreemd aan; In invloedrijke gezondheidsraden zetelen immers ook mensen uit de voedingsmiddelenindustrie.

Wat is een eenhoorn?

0

De eenhoorn is een mythisch dier, dat al eeuwenlang tot de verbeelding spreekt. Hij ziet er uit als een paard met een witte vacht en donkerblauwe ogen. Zijn meest karakteristieke lichaamsdeel is de hoorn op zijn voorhoofd. Deze is ongeveer 45 cm lang, spiraalvormig gedraaid en loopt uit in een punt. Andere verschillen met een paarden-lichaam zijn de gespleten hoeven, de staart die lijkt op de staart van een leeuw en een geitenbaard.

De geschiedenis van de eenhoorn

In de vierde eeuw voor het begin van onze jaartelling werd dit prachtige wezen al beschreven door Ctesias, een Griekse arts en historicus. Hij hoorde verhalen over de eenhoorn aan het hof van de Perzische koning, die werden verteld door reizigers uit India. Voordat de Westerse wereld kennis met hem maakte, was het dier in India en China al heel lang bekend. Via de Grieken werd de eenhoorn ook bekend bij de Romeinen. Plinius de Oudere noemde het mythische dier ook in zijn geschriften. En in de christelijke bijbel duikt hij op een aantal plaatsen op, onder andere in het boek Job. Daar staat “Wie heeft de eenhoorn zijn vrijheid gegeven, wie heeft hem van zijn banden bevrijd? Ik laat hem wonen in de wildernis, de zoutvlakte is zijn domein.” Maar ook Adam en Eva, die vreedzaam samenleefden met de dieren in het paradijs, hadden een eenhoorn rondlopen in het hof van Eden.

In de “Physiologus”, een standaardwerk over dieren en mythologische wezens dat in de tweede eeuw in Alexandrië werd geschreven, ontbreekt de eenhoorn natuurlijk niet. De antieke beschrijvingen verschillen soms iets van elkaar, want voordat de eenhoorn in boeken werd beschreven, werden er al eeuwenlang verhalen over hem verteld. Hierbij vierde de fantasie vaak hoogtij. In de Middeleeuwen werd zo nu en dan een slagtand van de narwal, een dolfijnachtige, gevonden en deze vondsten leverden het bewijs van het bestaan van de eenhoorn, ook al had niemand het dier zelf ooit met eigen ogen gezien.

In die periode zag men de eenhoorn als een sterk en woest dier, dat slechts in bedwang gehouden kon worden door een maagd. Een vijftiende eeuwse tekst geeft de volgende raad aan eenhoorn-jagers. “Een eenhoorn is zo sterk, dat geen jager hem vermag te vangen. Maar een maagd wordt geplaatst daar waar hij verwacht wordt, zij opent haar schoot en de eenhoorn legt zijn kop daarin. Hij verliest nu zijn woeste aard, valt in slaap en wordt verrast als een weerloos dier en gedood door de werpschichten der jagers”. In de christelijke mythologie raken taferelen in zwang, waarbij de eenhoorn wordt opgejaagd door engel Gabriël, waarna hij zijn gehoornde hoofd in de schoot van de maagd Maria legt. Deze wonderlijke gebeurtenis is weer in verband gebracht met de Annunciatie, waarin de geboorte van Jezus aan Maria wordt aangekondigd. Nog later werd de eenhoorn zelfs het symbool van Jezus zelf.

In het museum “The Cloisters”, een onderdeel van het Metropolitan Museum of Art in New York, is er een zaal vol met Middeleeuwse tapijten die verschillende eenhoorn-taferelen tonen. Dichterbij, in het Musée de Cluny in Parijs hangt ook een reeks van middeleeuwse tapijten met dit thema. Ondanks de opname van de eenhoorn in de christelijke symboliek, heeft hij zijn puntige uitsteeksel zijn erotische lading nooit verloren. De woeste eenhoorn, die alleen getemd kan worden als hij zijn hoorn in de schoot van een maagd legt, heeft een duidelijk seksueel ondertoontje. Vandaar ook dat eeuwenlang het poeder van zijn fijngemalen hoorn een veel gevraagd goedje was, want het zou de geslachtsdrift bevorderen. Maar ook andere medicinale krachten werden toegeschreven aan de hoorn van de eenhoorn. De Griekse arts en historicus Ctesias vermelde dat het poeder een middel was tegen vergiftigingen en dat je ook uit de hoorn kon drinken, dit beschermde je tegen vergiftigingen en krampen. In de Middeleeuwen was het Hildegard von Bingen, die een zalfje tegen lepra kende, een mengsel van een eierdooier en wat poeder van een eenhoornlever. Het was geen wondermiddel, want zij waarschuwde dat de leprozen niet zouden genezen als de Dood hen had uitverkoren of als het Gods wil is was. In later eeuwen groeide de twijfel aan het bestaan van de eenhoorn. De beroemde ontdekkingsreiziger Marco Polo was een van de eerste Westerlingen die eenhoorns in levende zag. Maar dat viel hem vies tegen. Volgens hem waren ze maar iets kleiner dan een olifant en hebben ze buffelhaar en olifantenvoeten. Ze dragen een zwarte hoorn op hun hoofd, dat veel weg heeft van dat van een wild zwijn. Verontwaardigd schreef hij dat ze lelijk zijn, het liefst in de modder rollen en helemaal geen mooie witte dieren zijn die zich laten vangen door maagden. Maar goed, dat waren dan ook geen eenhoons maar neushoorns. Ondanks de twijfel over het bestaan van de bron bleef “alicorn”, het poeder uit de hoorn, een beproefd medicijn. In de achttiende eeuw kwam het nog steeds voor op de geneesmiddelenlijst van de English Royal Society of Physicians.

De eenhoorn tegenwoordig

Op oude wapenschilden kom je de eenhoorn nog regelmatig tegen, waar hij strijdlust en dapperheid symboliseert. Je vind hem afgebeeld in familiewapens en in wapens van steden en gemeenten. Voorbeelden daarvan zijn Menaldumadeel in Friesland en Kruibeke in Vlaanderen. Ook komt hij voor als schildhouder, bijvoorbeeld samen met een leeuw in het wapen van het Verenigd Koninkrijk. Ook een aantal nonnenkloosters, waaronder de abdij van Herkenrode in Hasselt, hebben een eenhoorn in hun wapenschild. Hier verwijst hij naar het christelijke symbool voor kuisheid en maagdelijkheid.

Daarnaast speelt hij ook nog steeds een rol in films en in boeken. Zo speelt spelen er een paar eenhoorns een grote rol in “The Legend” uit 1985. Dit is een fantasyfilm van Ridley Scott met in de hoofdrollen Tom Cruise, Tim Curry en Mia Sara. Recenter komt de eenhoorn voor in “Harry Potter and the Philosopher’s stone”, waar hij zijn traditionele rol heeft van nobel en magisch dier. Kortom, de eenhoorn spreekt nog steeds tot de verbeelding, en soms wel heel letterlijk. In 2008 kwam het fabeldier zelfs meerdere keren in het nieuws. In het Italiaanse Toscane werd een reebokje met een hoorn op zijn voorhoofd geboren in een natuurreservaat. De wetenschappers die hem onderzochten, zien hem als het eerste bewijs dat de eenhoorn niet alleen in mythen heeft bestaan, maar dat hij mogelijk toch ooit echt heeft bestaan. Bijna tegelijkertijd was er nog de man uit de Amerikaanse staat Montana. Die reed door rood en parkeerde daarna zijn truck tegen een lantaarnpaal. Hij raakte bijna een andere truck, maar er raakte niemand gewond. Op het politiebureau bleek de man zwaar onder invloed van alcohol te zijn en dat was niet de eerste keer, hij was al vijf keer hiervoor veroordeeld. Deze keer vroeg hij de rechtbank om hem niet verantwoordelijk te stellen voor de aanrijding. Want volgens hem zat niet hij, maar een eenhoorn, achter het stuur.

Modieus met tijdloze kledingstukken

0

De mode verandert snel. Om modieus gekleed voor de dag te komen, kan je
elk seizoen kapitalen uitgeven. Het is echter simpeler (en
vriendelijker voor je portefeuille en je kleerkast) om te investeren in
enkele basiskledingstukken. In dit artikel tips om met weinig middelen
modieus gekleed te zijn.

Tip 1: kies de juiste basiskledingstukken

Er zijn kledingstukken die slechts een seizoen of hooguit twee meegaan, zoals bijvoorbeeld de broekrok. Sommige keren een aantal decennia later terug als vintage, maar het is moeilijk te voorspellen welke kledingstukken later in zullen zijn. Dat is allemaal afhankelijk van het heersend wereldbeeld en de visie van de ontwerpers.

Enkele kledingstukken zijn echter tijdloos: met kleine aanpassingen kan je deze kledingstukken jaren achtereen dragen en er altijd even modieus uitzien. Dit noemt men de basisstukken. Het is belangrijk om te investeren in de juiste basisstukken in een degelijke kwaliteit. Zo heb je geen grote kleerkast of  portefeuille nodig om modieus te zijn.

De basisstukken zijn afhankelijk van je eigen kledingstijl, maar volgende kledingstukken mogen zeker niet in je kleerkast ontbreken:
enkele eenvoudige t-shirts met een mooie vorm (getailleerd) in kleuren die bij je passen
enkele topjes in één kleur
een eenvoudige jeans: kies een model dat bij je lichaamsbouw past (weinig mensen staan mooi met een skinny jeans)een eenvoudige jurk (en/of rok) dat past bij je lichaamsvormeneventueel aangevuld met andere eenvoudige (één kleur en eenvoudige snit) kledingstukken die je mooi vindt en die passen bij je lichaamelegante schoenen zonder veel franjes en elegante handtassen (minstens 1 groot en 1 klein)
Tip 2: blijf op de hoogte van de mode

In tijdschriften (en andere media) kan je de de mode volgen. Zo weet je wat de modetrend is.

Tip 3: zoek je eigen stijl

Pas de modetrends niet klakkeloos toe, maar kies eruit wat je zelf mooi vindt en waar je je goed bij voelt. Niet alles dat in de mode is staat mooi bij jou. Ook hoef je niet alles mooi te vinden. Pas de mode toe op je eigen kledingstijl.

Tip 4 : kies de juiste accessoires

Kies accessoires die passen binnen de modetrends en je eigen stijl.  Enkele voorbeelden van accessoires  zijn: hangers, oorbellen, armbanden, sjaals en ceintuurs. Hiermee kan je snel accenten leggen op kledingstukken om zo een modieus geheel te creëeren.  Accessoires zijn vaak betaalbaar, maar je kan ook zelf je accessoires maken. Zo kan je ze elk seizoen terug aanpassen aan de mode zonder dat je geld moet uitgeven.

Een voorbeeld:

Een bruine t-shirt met v-hals is een eenvoudig basisstuk dat jaren meegaat.
Je kan dit sportief dragen boven een jeans en sportieve schoenen en een eenvoudige hanger.In combinatie met een linnen broek en schelpjeshanger en eventueel een vrolijk sjaaltje rond je middel krijg je een zomers gevoel.Boven een formele broek of rok (met eventueel een satijnen of glanzende topje eronder) en een opvallende hanger ben je klaar voor een avondje uit.

Tip 5: neem afscheid van het verleden

Kledingstukken van een aantal jaren terug kunnen nog mooi zijn, maar als je ze niet meer draagt omdat ze niet in de mode zijn, nemen ze enkel plaats in in je kleerkast. Geef de kledingstukken die je niet meer draagt weg of pas ze aan (of laat ze aanpassen) zodat ze terug modieus zijn.

Ons zelfbeeld bepalen we vooral aan de hand van het heersend wereldbeeld: als je modieus gekleed bent (volgens je eigen leeftijd) zal je je beter in je vel voelen.

Wat is een Sunmachine

0

In deze tijd kijken veel mensen kritisch naar de manier waarop zij hun woningen verwarmen en voorzien in warm water om te douchen en af te wassen. Er is een tendens waarneembaar naar meer duurzame manieren om energie op te wekken, met als doel op individueel niveau het milieu te sparen. Een van de mogelijkheden om hieraan je bijdrage te leveren is de zogenaamde Sunmachine.

De Sunmachine is een zogenaamde “warmtekrachtkoppeling” oftewel WKK, die zowel warmte als elektriciteit produceert. De warmte wordt gebruikt voor het verwarmen van gebouwen of warm water voor het sanitair en de elektriciteit voor eigen gebruik. Is er teveel, dan kun je dit teveel verkopen aan een energieleverancier. Het verwarmingstoestel is ideaal voor ondernemers van bijvoorbeeld sauna’s, health centers, sportscholen of wasserijen, maar ook in de landbouw kan de Sunmachine zijn nut bewijzen. Ook particulieren die het hele jaar door veel warm water en elektriciteit gebruiken voor een zwembad of serres, kunnen dit nu op een milieuvriendelijke manier doen. Het bedrijf Own Energy Solutions is de licentiehouder van de Sunmachine, die inmiddels in een aantal versies wordt geproduceerd en verkocht door een aantal dealers in Nederland en België.

De naam “Sunmachine” is wat misleidend want Sunmachines maken vooralsnog geen gebruik van zonne-energie. De kern van de Sunmachine wordt gevormd door een motor, een zogenaamde Stirlingmotor. Deze motor werd zo’n twee eeuwen geleden ontwikkeld door Robert Stirling. Deze motor wordt door brandstof van buiten aangedreven en is door de Sunmachine-ingenieurs verder geperfectioneerd. De moderne Stirlingmotor levert een hoog rendement, garandeert een optimaal brandstofgebruik en is geluidsarm. Hij is daarnaast heel gunstig in het onderhoud, want hij kan 80.000 uur branden, zo’n 90 jaar, als hij jaarlijks wordt gecontroleerd.

Er bestaan momenteel twee soorten Sunmachines, die verschillen per brandstof waarmee de motor wordt aangedreven. Dit kan door middel van gas of door middel van houtpellets. In het jaar 2009 zal er een “echte” Sunmachine op de markt komen, namelijk eentje die voor de aandrijving zonne-energie gebruikt.

Sunmachines op gas, houtpellets en zonne-energie

De Sunmachine op gas wordt aangedreven door een Stirlingmotor met een zogenaamde “upside-downverbrander”. Deze wordt gevoed door gas en dit kan zowel aardgas zijn als het CO2-neutrale biogas. Met dit laatste gas draagt de Sunmachine bij aan de reductie van de CO2 uitstoot.

Deze Sunmachine maakt van 1,5 kubieke meter gas 10,5 kWh thermische energie en 3 kWh stroom per uur, die je kunt gebruiken voor de verwarming en de stroom in je huis of bedrijf. Teveel geproduceerde stroom kun je leveren aan een energieleverancier, hetgeen je financieel voordeel oplevert.

In de Sunmachine op houtpellets worden de pellets automatisch in de machine gegooid en in de brander gezogen. Houtpellets lijken qua vorm op het veevoer biks en bestaan uit de samengeperste, onbewerkte spaanders die bij de houtverwerkende industrie overblijven. In deze Sunmachine wordt de Stirlingmotor aangedreven door in de machine geproduceerd gas. Dit gebeurt overigens op een manier waarop nagenoeg geen fijnstof vrijkomt. Houtpellets leveren schoon, dus milieuvriendelijk stookgas dat CO2 neutraal is. Voorts kan twee kilo houtpellets meer energie leveren dan een kubieke meter gas.

De Sunmachine op zonne-energie is nog even toekomstmuziek, maar het is wel een revolutionair idee. Een parabool-spiegel bundelt de zonnestralen die door de zonnepanelen wordt opgevangen. Met de zo gewonnen thermische energie wordt de Stirlingmotor aangedreven. Door een geavanceerde elektrotechniek aangedreven, volgt deze Sunmachine net als een plant de stralen van de zon. Hij kan daardoor optimaal de invalshoek van het zonlicht gebruiken, zodat de Stirlingmotor volledig op zonne-energie functioneert. Dit is niet alleen CO2-neutraal, maar ook zonder energiekosten. De thermische energie wordt vervolgens gebruikt voor je verwarmingssysteem. De elektrische energie kun je gebruiken of aan een energieleverancier verkopen. Desgewenst kan deze Sunmachine worden uitgerust met een gasbrander die zichzelf inschakelt als er te weinig zonlicht is. In 2009 zullen Sunmachines op zonne-energie in de handel komen.

De kosten en het milieu

Een Sunmachine is een hele investering, maar je kunt er op de langere termijn geld mee besparen. Als je meer energie produceert dan je gebruikt, kun je het teveel aan een energieleverancier verkoppen. Maar daarnaast kan ook de zorg voor het milieu meewegen in je beslissing. Deze “winst” is verschillend per machine. De Sunmachine op gas geeft nog steeds CO2-uitstoot, maar wel minder dan de traditionele manieren van energie-winning. De Sunmachine op houtpellets is CO2- neutraal, omdat houtafval wordt gebruikt. De Sunmachine op zonne-energie is CO2-neutraal en functioneert zonder energiekosten waardoor je investering er zeker weer uitkomt.

De Nederlandse overheid wil het gebruik van energiezuinige apparatuur stimuleren. Daarvoor worden er een aantal interessante subsidieregelingen geboden, op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het loont de moeite om daar goed naar te informeren als je een Sunmachine wilt aanschaffen, want met de subsidies kun je de terugverdientijd verkorten.

Symptomen en oorzaak migraine

0

Wat is migraine?

Migraine is een heftige kloppende hoofdpijn, die in aanvallen komt. Een migraine-aanval komt plotseling op en de hoofdpijn zit meestal, maar niet altijd, maar aan een kant van het hoofd. Daar komt ook de naam vandaan, migraine is afgeleid van hemi-crania, dat “half hoofd” betekent. Migraine moet onderscheiden worden van cluster- en spanningshoofdpijn, die andere symptomen en oorzaken hebben.

De symptomen van migraine

Migraine is een neuro-vasculaire aandoening, die meestal gepaard gaat met hevige, kloppende hoofdpijn, die erger wordt bij inspanning. Met “kloppende pijn” wordt bedoeld dat elke hartslag steeds even iets meer druk geeft op de bloedvaten, waardoor de hoofdpijn pulserend aanvoelt.

De hoofdpijn is het meest kenmerkende symptoom en wordt veroorzaakt door een vernauwing van de bloedvaten in het hoofd, gevolgd door een verwijding ervan. Toch bestaat migraine meestal niet alleen uit hoofdpijn, maar gaan de aanvallen vaak gepaard met misselijkheid en overgeven. De patiënt kan licht, harde geluiden en sterke geuren meestal slecht verdragen. Migraine-aanvallen worden vaak vooraf gegaan door schitteringen, flitsen of golvende beelden. Dit kan een half uur tot een uur voor de aanval gebeuren. Ook kun je tijdelijk een verdoof gevoel of tintelingen hebben, of minder kracht aan een kant van het lichaam. Spreken kan tijdelijk wat moeizaam gaan en zelfs naar een gesprek luisteren of ergens over nadenken kan bij een hevige aanval onmogelijk zijn. Veel patiënten weten dat er weinig anders op zit dan in een rustige, verduisterde kamer in bed te gaan liggen. Een aanval is meestal binnen een dag weer over, hoewel het ook enkele dagen kan duren. Er zijn patiënten die alleen af en toe een migraine-aanval hebben, maar anderen hebben er vaker, of regelmatig last van.

Waardoor wordt migraine veroorzaakt?

Migraine ontstaat door een tijdelijke verstoring in de samenwerking tussen bloedvaten en zenuwbanen in je hersenen. Er is nog veel onduidelijk over de aandoening, zoals waarom de ene patiënt alleen af en toe een aanval heeft, terwijl de ander er vaak door wordt geplaagd. Meestal is er geen duidelijke aanleiding aan te wijzen voor een aanval. Het komt zowel voor als mensen te lang hebben geslapen als na te kort slapen, bij nacht- of wisseldiensten en na stress en vasten. Bij vrouwen hebben de hormonen een duidelijke invloed op de migraine. Er zijn bijvoorbeeld vrouwen die telkens migraine krijgen rond de menstruatie. De anticonceptiepil kan migraine verergeren maar ook juist verminderen, net als een zwangerschap. Ook de overgang kan invloed hebben. Dat wil zeggen, bij de helft van de vrouwen verandert er niets na de overgang, maar bij de andere helft wel. Bij een kwart van die vrouwen verminderen de migraine-klachten, maar bij het andere kwart neemt de migraine juist toe.

Bij zowel mannen als vrouwen speelt genetische aanleg bijna zeker een rol, maar er zijn daarnaast ook aanwijzingen dat bepaalde voedingsmiddelen aanvallen kunnen uitlokken. Hierbij moet je dan denken aan chocola, mononatrium-glutamaat, de smaakversterker in Aziatisch eten, chips, soepen en kant- en klaarmaaltijden, en nitraat dat voorkomt in groenten als spinazie, bleekselderij, andijvie, sla, venkel, koolrabi, rode bieten en een aantal soorten kool. Ook de kunstmatige zoetstof Aspartaam en sulfiet, dat toegevoegd wordt aan wijn, staan op de verdachtenlijst.

Medicijnen en andere maatregelen

In overleg met je arts kun je, als er een aanval aankomt, een pijnstiller en een middel tegen misselijkheid en braken innemen. Veel gebruikte pijnstillers zijn Diclofenac, Paracetamol, Acetylsalicylzuur en Ibuprofen. Welke pijnstiller het beste werkt, verschilt per persoon en zal de ervaring moeten leren. Als geen van de genoemde pijnstillers helpt dan wordt vaak een speciaal middel tegen migraine voorgeschreven. Patiënten die meerdere aanvallen per maand hebben, krijgen vaak dagelijkse medicijnen voorgeschreven om het aantal aanvallen te verminderen.

Als je een migraine-aanval krijgt, zul je aan mensen in je omgeving uit moeten leggen dat je migraine hebt en daarom je werk moet onderbreken of je bed in duiken. Probeer het patroon van de aanvallen te achterhalen, zodat je er achter komt welke omstandigheden of voedingsmiddelen je beter kunt vermijden. Hoewel veel patiënten in het duister blijven tasten wat de uitlokkende factoren zijn, zijn er ook die na verloop van tijd wel wat meer duidelijkheid krijgen en maatregelen kunnen nemen. Ook kunnen ontspanningsoefeningen helpen om de frequentie van de aanvallen terug te brengen. Forceren en gewoon doorwerken helpt in ieder geval niet, de klachten kunnen er zelfs door verergeren.

Migraine in de kunst

Migraine blijkt niet slechts een hoop ongemak en ellende op te leveren, maar ook iets moois. De vertekende kijk op de realiteit en de gekartelde of flitsende vormen, zullen menig migraine-patiënt bekend voorkomen. Er zijn onderzoekers die erop wijzen dat de surrealistische taferelen van kunstschilders als Giorgio de Chirico en Salvador Dalí, toch niet de eersten de besten, geïnspireerd zijn door migraine-aanvallen. Ook Lewis Caroll, de schrijver van “Alice in Wonderland” leed aan een vorm van migraine, die hem de dingen veel groter of juist kleiner deden zien dan ze waren. Deze visioenen zijn in zijn werk terechtgekomen, zoals de enorme, waterpijp rokende honderdpoot. De Britse Migraine Action Association organiseert al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw art contests, beeldende kunst-wedstrijden voor migraine-patiënten. Het zijn vaak unieke en prachtige beelden, die soms veel gemeen hebben met het werk van gerenommeerde kunstenaars als Dalí. Mede-patiënten zullen zich goed kunnen herkennen in de karakteristieke beelden, die tijdens een aanval toch vooral alleen in je eigen hoofd lijken voor te komen.

Verkoudheid

0

Een flinke verkoudheid is lastig, maar meestal onschuldig. Het is de meest voorkomende infectieziekte bij mensen, die wordt veroorzaakt door besmetting met het verkoudheidsvirus, meestal een rhinovirus. Verkoudheid, in de medische wereld aangeduid met de term “acute virale nasofaryngitis” is een ontsteking van het slijmvliezen in je neus, je keel en je bijholten. Verkoudheid wordt veroorzaakt door besmetting met een verkoudheidsvirus. Er zijn veel verschillende virussen die je verkouden kunnen maken. Als je een paar keer achter elkaar verkouden bent, dan gaat het steeds weer om een ander type virus. Volwassenen worden gemiddeld zo’n drie keer per jaar verkouden en kinderen soms wel tien tot twaalf keer per jaar.

Wat zijn de symptomen van een verkoudheid?

Meestal beginnen twee tot drie dagen na de besmetting de verschijnselen van verkoudheid op te treden. Omdat de slijmvliezen van de bovenste luchtwegen ontstoken zijn heb je vaak verstopte neus en/of een loopneus, keelpijn en meestal ook hoofdpijn. Ook zul je vaak moeten niezen en hoesten en sommige mensen hebben ook last van geïrriteerde, rode en droge ogen. Soms raken ook de stembanden ontstoken, waardoor je een hese stem krijgt. Een enkele keer daalt de verkoudheid nog lager, via de luchtpijp naar de longen, waardoor je het benauwd kunt krijgen. Koorts bij een verkoudheid komt bij kleine kinderen vaak voor, maar is bij volwassenen vrij zeldzaam. Hoewel je wat sneller moe zal worden als je verkouden bent, zul je je dagelijkse activiteiten meestal gewoon kunnen doen. Het normale verloop van een verkoudheid duurt meestal niet langer dan een week.

Als de symptomen na twee weken nog niet zijn verdwenen dan hebben ze een andere oorzaak, zoals een allergie of een kaakholte-ontsteking. Een verkoudheid wordt in de volksmond vaak “griep” genoemd, maar het gaat over twee heel verschillende virussen, en twee heel verschillende ziekten. Griep wordt veroorzaakt door het influenza-virus, dat veel gevaarlijker is dan de verkoudheidsvirussen. Bij griep is er, behalve de misschien vergelijkbare verkoudheids verschijnselen, sprake van veel ernstigere ziekteverschijnselen. Als je griep hebt, heb je vaak hoge koorts die snel opkomt en zo’n twee tot vier dagen aanhoudt. In tegenstelling tot bij een verkoudheid, kun je niet meer functioneren in het dagelijkse leven, voel je je flink beroerd en heb je hevige spierpijn, vooral in rug en schouders. Omdat door een verkoudheid je weerstand vermindert, kun je echter wel een tweede, ernstigere besmetting oplopen. Dit kan een oorontsteking of bronchitis zijn, maar ook een griep.

Hoe krijg je een verkoudheid?

De virussen die de besmetting overbrengen, verspreiden zich via vochtdruppeltjes in de lucht die verkouden mensen uitademen en die door anderen weer wordt ingeademd. In tegenstelling tot wat lang is gedacht, is er is geen wetenschappelijk bewijs dat je van kouvatten verkouden wordt.

Wel is het zo dat verkoudheid vaker voorkomt in de koudere jaargetijden, de herfst en de winter. In deze periode is je weerstand minder, waardoor je gevoeliger bent voor het verkoudheidsvirus.

Maar ook zitten mensen dichter op elkaar in slecht geventileerde ruimte, waardoor ook de kans groter is dat er besmette personen bij je in de buurt komen. Behalve scholen en peuter-verblijven zijn kantoren en het openbaar vervoer plekken waar de verkoudheidsvirussen levendig worden uitgewisseld. Behalve via de lucht, kan het virus kan ook via je handen worden overgedragen. Bijvoorbeeld als een verkouden persoon aan zijn neus zit, of zijn hand voor zijn mond doet om te hoesten. Krijg je daarna een hand of pak je de deurkruk beet die hij heeft aangeraakt en zit je daarna aan je neus, mond of ogen, dan is de kans groot dat jij ook verkouden wordt. De incubatietijd, de periode tussen de besmetting en het optreden van de verkoudheids-symptomen is twee tot drie dagen. Als je de verkoudheid hebt uitgeziekt, dan ben je voor je leven immuun voor dat specifieke virus. Maar daarmee ben je er zeker niet voor altijd vanaf, want er zijn wel honderden verschillende soorten verkoudheidsvirussen. Besmetting met verkoudheidsvirussen kun bijna niet te voorkomen. Als er iemand in je directe omgeving verkouden is, kun je proberen om uit de buurt te blijven van die persoon, maar meestal is het dan al te laat. Als je zelf verkouden bent, kun je proberen te voorkomen dat je anderen besmet door te hoesten en te niezen met je zakdoek voor je gezicht en en vooral veel je handen wassen. Gebruik geen ouderwetse stoffen snotlappen, maar papieren zakdoekjes of tissues, die je na een keer gebruiken weggooit. Een goede weerstand en een goede conditie kunnen zowel de kans op besmetting als ook de klachten verminderen.

Wat kun je tegen een verkoudheid doen?

Een gewone verkoudheid gaat vanzelf weer over. Antibiotica hebben alleen effect bij bacterie-infecties en helpen dus niet tegen verkoudheid en griep, die beiden door een virus worden veroorzaakt. Artsen weten dit ook wel, maar schrijven toch vaak een kuur voor omdat de patiënten dit nu eenmaal graag willen. Ook allerlei andere geneesmiddelen kunnen de verkoudheid niet voorkomen of genezen. Wel kun je de symptomen verlichten en weerstand-verhogende middeltjes gebruiken, maar het normale verloop van de verkoudheid zul je uit moeten zieken. Zorg in ieder geval voor voldoende rust, een goede ventilatie en luchtvochtigheid en drink voldoende water. De verschijnselen van verkoudheid verlichten kun je, al naar gelang waar je het meeste last van hebt, bijvoorbeeld doen met neusdruppels, hoestdrank, keelpastilles, je insmeren met menthol-olie of stomen

Wie is Philippe Starck

0

Misschien ken je zijn naam niet, maar de door hem ontworpen sinaasappelpers de Juicy Salif voor Alessi, of zijn wc-borstel of stoelen heb je vast wel eens gezien. Philippe Starck is een Franse architect en designer, geboren op 18 januari 1949 in Parijs. Hij is een veelzijdige ontwerper, maar ook architect, uitvinder, filosoof en pop-artiest. Philippe Starck is een van de beroemdste ontwerpers, met een eindeloze lijst van voorwerpen op zijn naam. Van hotels tot elektrische tandenborstels, van zeiljachten tot kleding, er zijn maar weinig voorwerpen te bedenken waarvan geen ontwerp van Philippe Starck bestaat. Hij bracht, als zoon van een vliegtuig-ontwerper, zijn jeugd door onder de tekentafel van zijn vader, waar hij aan het knippen en plakken en schuren. Ook hield hij als klein jongetje al van tekenen en ging later ook hij fietsen, motorfietsen en andere voorwerpen demonteren om ze vervolgens weer in elkaar te zetten. Na zijn middelbare school periode ging Starck zijn opleiding aan de Écôle Nissin de Camondo in Parijs. Tegenwoordig is Philippe Starck is een echte wereldburger, die op vier verschillende plekken woont en werkt. In Parijs doet hij zijn public relations en in New York voert hij het merendeel van zijn technische werk uit. Hij werkt daarnaast ook op het Italiaanse eilandje Burano bij Venetië en heeft nog een huis in Londen.

Het werk van Philippe Starck

Aanvankelijk specialiseerde hij zich in het ontwerpen van meubels. Zo won hij de meubelprijsvraag La Vilette en startte hij in 1968 zijn eerste bedrijf, dat opblaas-meubilair produceerde. Vervolgens kreeg hij vrij snel daarna zijn eerste opdrachten om nachtclubs in te richten, waarbij hij uiteraard ook het meubilair ontwierp. Vervolgens werkte hij een tijdje als Art director voor de Pierre Cardin studio, waarvoor hij vijfenzestig meubels ontwierp. In de jaren zeventig werkte hij als zelfstandig ontwerper en verzorgde onder andere de interieurs voor de nachtclubs “La Main Bleue” in Montreuil en “Les Bains Douches”. Daarna maakte hij een wereldreis, die twee jaar duurde. In 1980 ging Philippe Starck weer aan de slag en richtte zijn studio “Starck Products” op, die zijn vroegere ontwerpen op de markt bracht. In tegenstelling tot veel van zijn collega’s heeft hij zich niet geconcentreerd op het maken van een klein aantal stuks, die vanwege de kleine oplage onbetaalbaar zijn voor de meeste mensen. Zijn ontwerpen waren en zijn nog steeds sterk gericht op industriële massaproductie. In deze jaren werd Starck dan ook wereldberoemd door zijn ontwerpen van talloze dagelijkse gebruiksvoorwerpen. Deze hebbedingetjes zijn speels en organisch, maar tegelijkertijd strak en gestyleerd, want zijn lijfspreuk is “less is more”. Naast deze dagelijkse voorwerpen richtte Philppe Stack zich ook op interieur-architectuur en architectuur waarin dezelfde vormentaal terugkomt. Naarmate zijn beroemdheid toenam, werden de projecten steeds groter en ambitieuzer. Zo kreeg hij van president Mitterrand de opdracht om samen met vier collega’s het privé-gedeelte van het Palais de L’Élysée opnieuw in te richten en een paar jaar later het hippe Café Costes in Parijs. Hierna volgde een hele lijst hotels zoals het Royalton Hotel en het Paramount hotel in New York, de Manin in Tokio en het Teatriz in Madrid, maar ook minder glamoreuze gebouwen als het gebouw bij het grootste afvalverwerkings-depot van Europa. Daarnaast bleef hij werken aan interieurs voor verschillende nachtclubs en restaurants, waarin zijn eigen ontwerpen een plaats kregen. Ook richtte hij winkels in voor onder andere Kansäi, Yamamoto en Hugo Boss.

In de negentiger jaren van de vorige eeuw ontwierp Starck ook een tijdje elektronica, voor onder andere Telefunken en Saba. Hierbij probeerde hij om de technologie menselijker te maken. Zo heeft de televisie “Jim Nature” voor Saba bijvoorbeeld een kast van spaanplaat in plaats van het gebruikelijke plastic. Nog steeds streeft Starck naar de menselijke maat in zijn ontwerpen van meubels, kleren, schoenen en gebruiksvoorwerpen. Starck erkent dat veel van zijn vroegere ontwerpen geïnspireerd waren door de mode uit die tijd, en daardoor soms aan overdesign lijden. Nu richt hij zich meer op duurzaamheid, respect voor de natuur en de toekomst. Starcks ontwerpen worden dan ook meestal eerst als uniek voorwerpen vervaardigd, en als het functioneel en esthetisch blijkt te kloppen, gaat het pas in productie. Een paar van zijn recente, opvallende ontwerpen zijn een optische muis voor Microsoft, een paar zeiljachten, een nieuwe verpakking voor een bierbrouwerij en windmolens.

In de loop van zijn carrière heeft Starck tal van prijzen gewonnen, waaronder het Premio Internacional de Diseño van Barcelona en de Harvard Excellence in Design Award in de Verenigde Staten. Vooral door zijn ontwerpen voor alledaagse gebruiksvoorwerpen is Philippe Starck misschien wel de bekendste hedendaagse designer. Zijn ontwerpen zijn toonaangevend en trendy en een aantal ervan zijn niet alleen in vele huishoudens maar ook in designmusea over de hele wereld terechtgekomen.

Hoe gezond bent u ?

0

Lichamelijke gezondheid

Lichaamsbeweging is één van de manieren om een lichaam te krijgen dat goed functioneert en waarbij u zich goed voelt. Iedereen wil wel een goede conditie om bijvoorbeeld zonder al te veel inspanning te kunnen voetballen met de kinderen, de wasmand dragen, of om uit je dak te gaan in de discotheek.
Het is nooit te laat om aan je conditie te werken door lichamelijke oefeningen. Zo is bewezen dat de kracht van de dijbeenspieren met 25% toeneemt na drie maanden voorzichtig trainen, bij mensen tussen de 75 en 93 jaar! Dit is een “verjonging” van 18 jaar!
U kan uw lichamelijke gezondheid ook verbeteren door bijvoorbeeld uw huid te beschermen tegen de zon, veilig te vrijen, regelmatige controle van uw ogen en gebit… Ook een goede zithouding achter de computer en het dragen van de veiligheidsriem in de auto zijn zeer belangrijk. Als u ziek bent dan moet u tijd voor uzelf maken en uzelf goed verzorgen.

Geestelijke gezondheid

Mensen met een positieve houding tegenover het leven zijn vaak gezonder. Ook zou ‘werken’ aan zo’n positieve houding nuttig zijn om weerstand op te bouwen tegen een slechte gezondheid. Veel hiervan heeft te maken met stress, maar stress is niet de eigenlijke boosdoener, belangrijker is hoe u omgaat met stress.

Ben ik gezond?

Gezond zijn is deels erfelijk, het zit deels in de genen. Uw gezondheid wordt ook bepaald door externe factoren. Slechte gewoonten of verwaarlozing zorgen ervoor dat de gezondheid snel in gevaar komt, zelfs als u een sterk gestel heeft. Roken en overmatig gebruik van alcohol zijn uit den boze. Daarentegen zijn er andere die het verouderingsproces tegengaan, zoals voldoende beweging (fitness, joggen…) en een constant gewicht. Maar hoe weet u nu of u gezond bent ? Er bestaan verschillende tests om het te weten te komen. Zo kan uw arts uw bloeddruk, uw bloedsuikerspiegel en uw cholesterolgehalte meten.

Zelf kan u ook testen of u gezond leeft, hoe vaker u op de volgende vragen met ja antwoord hoe gezonder u bent. Antwoordt u vaak met nee, dan moet u proberen om uw gewoontes aan te passen.

1. Eet u voornamelijk Vers, onbehandeld voedsel?
2. Hebt u voor uw lengte het juiste gewicht?
3. Bent u een niet-roker of bent u gestopt?
4. Bent u een matig drinker?
5. Kunt u uw zorgen opzij zetten en u ontspannen?
6. Reserveert u tijd voor vrienden en familieleden?
7. Kunt u drie trappen op lopen zonder naar adem te snakken?
8. Wandelt u, speelt u met de kinderen, werkt u in de tuin, danst u, bezoekt u een sportschool, stofzuigt u of doet u andere energievragende activiteiten, tenminste tweemaal per dag, vijf dagen per week ?
9. Valt u snel in slaap en heeft u een goede nachtrust?
10. Wordt u ‘s morgens meestal fit wakker en kijkt u uit naar de nieuwe dag?

Hoe kan ik gezond blijven?

Als u ongezond leeft probeer dan hieraan te werken en om gezond te blijven probeer:

1. Gevarieerd voedsel te kiezen dat uw eetlust opwekt, en probeer een constant gewicht te behouden.
2. Zo weinig mogelijk alcohol te drinken, en als u niet zonder kan probeer dan te drinken met mate.
3. Te stoppen met roken, als u rookt.
4. Meer aan lichaamsbeweging te doen, alles wat u meer doet, is meegenomen.
5. Naar uw huisarts te gaan bij ernstige klachten.

Wie zijn The Simpsons?

0

The Simpsons zijn de hoofdrolspelers in een Amerikaanse animatie-serie die werd ontwikkeld door Matt Groening. De serie is een satirische parodie op de Amerikaanse samenleving en draait om de typisch Amerikaanse familie Simpson die bestaat uit vader Homer, moeder Marge, zoon Bart, dochter Lisa en baby Maggie die in het industriestadje Springfield wonen. The Simpsons draait inmiddels al negentien seizoenen met in totaal meer dan vierhonderd afleveringen.

De geschiedenis van The Simpsons

De serie begon in het jaar 1987 als onderdeel van de Tracey Ullman-show. Destijds waren het nog korte filmpjes van een minuut of drie. Maar na drie seizoenen bleek de gele familie met bizarre kapsels en vier vingers aan elke hand zo razend populair, dat ze een eigen show kregen.

Vanaf januari 1990 kregen The Simpsons dan ook hun eigen, een half uur durende, afleveringen op de Amerikaanse televisiezender FOX. Al direct viel de serie in de prijzen, in 1990 en in 1991 de Emmy Awards voor “Outstanding Animated Program”. De fans en critici waren lyrisch over de treffende satire met de levensechte Amerikaanse familie, maar vanuit de politiek en de gevestigde orde is er al die jaren wel heel veel kritiek geweest.

Zo ventileerde de toenmalige president George Bush in een rede de mening dat “de natie zich meer moest spiegelen aan de Waltons dan aan de Simpsons. Hierop antwoordde Matt Groening dat de Simpsons net als de Waltons zijn, en dat beide families veel tijd doorbrengen met het bidden voor het einde van de depressie. Een antwoord dat over de hele wereld in de kranten verscheen.

In 1995 protesteerde een paar ouders in het plaatsje Greenwood tegen de beslissing om een nieuwe school Springfield Elementary te noemen. De schoolraad had de studenten gevraagd om zelf de naam van de school te kiezen. De ouders vonden Bart Simpson een slecht voorbeeld voor de jeugd en waren ertegen dat zijn gedrag beloond zou worden met de naam van de school waar hij op zit. De schoolraad was zich vooraf niet bewust geweest van de herkomst van de naam, maar hield zich aan de verkiezingsuitslag en noemde de school Springfield Elementary, naar de wens van de leerlingen.

De personages in The Simpsons

Vader Homer Simpson is dik, kaal en heel erg dom. Hij werkt in de kerncentrale van Springfield, waar hij nogal eens fouten maakt met het levensgevaarlijke radioactieve spul. Zijn hobby’s zijn televisie kijken, bier drinken en eten, en dan vooral veel donuts. Zijn uitspraken zijn doorgaans even hilarisch als stompzinnig. “Trying is the first step towards failure”, proberen is de eerste stap naar mislukking, bijvoorbeeld. En als Homer buitenaardsen ontmoet, roept hij “Please don’t eat me! I have a wife and kids. Eat them!”, eet mij niet op alsjeblieft, ik heb een vrouw en kinderen. Eet hen”. Maar het bekendst is toch zijn kreet “D’oh”, die hij gebruikt als iets niet gaat zoals de bedoeling was. Zijn vrouw Marge heeft een enorm blauw suikerspin-kapsel. Zij is degene die het gezin draaiende houdt en die vaak bemiddelt als iemand weer eens iets raars heeft gedaan. Ze voelt ze zich nog wel eens eenzaam in het gezin, en haar ondeugden bestaan uit een zwak voor alcohol en gokken. Zoon Bart Simpson heeft een stekeltjeskapsel en is een tienjarige jongen, niet al te slim en gek op kattekwaad. Zusje Lisa Simpson is acht en is een miskend genie. Haar kapsel bestaat uit acht grote stekels. Lisa is super intelligent en daardoor eenzaam in het gezin. Schoolvriendjes heeft ze ook al niet, andere kinderen zien haar als een nerd, maar de leraren en veel andere volwassenen lopen met haar weg. Baby Maggie is al sinds het begin van de serie een baby die niet kan praten, dat wil zeggen als er andere mensen in de buurt zijn. Zij heeft het zelfde stekelkapsel als Lisa en altijd een rode fopspeen in haar mond. Als baby is ze meestal passief, maar als het moet is ze echter tot heldhaftige daden in staat, zoals het neerschieten van Mr. Burns en een complete maffiabende die achter haar vader aanzit.

De personages naast het gezin

Patty en Selma Bouvier zijn de kettingrokende oudere zussen van Marge. Zoals iedereen hebben ze een bloedhekel aan hun zwager Homer. Abraham Simpson, meestal “Grampa” of Abe genoemd, is de vader van Homer die in een bejaardentehuis woont. Ook scharrelen er huisdieren rond in huize Simpson. Alle katers die de familie Simpson hebben gehad, heten Snowball. Zowel Snowball I en Snowball II leefden een lange periode bij de familie voordat ze stierven. Snowball III en Snowball IV stierven echter in dezelfde aflevering, waarna Snowball V ten tonele verscheen. Omdat hij een exacte kopie van Snowball II was, besloot het gezin om Snowball V Snowball II te noemen, zodat alles weer bij het oude was. Santa’s Little Helper is de hond van de Simpsons, een gepensioneerde renhond die eens aan kwam lopen tijdens Kerstmis.

Herschel Krustofsky, Krusty the Clown, is een belangrijk figuur in de serie en de grote held van Bart. Hij is verslaafd aan gokken, roken en porno en presenteert een kinderprogramma samen met Sideshow Bob en later Sideshow Mel. In dit programma zit de gewelddadige animatie-serie Itchy & Scratchy, een parodie op Tom & Jerry. Het portret van Krusty de Clown komt op veel speelgoed en voedingsmiddelen-verpakkingen voor op een manier die op McDonalds en Ronald McDonald doet denken.

Robert Terwilliger, die Sideshow Bob speelt in de show van Krusty the Clown, belandde in de gevangenis nadat hij Krusty op liet draaien voor een overval. Hierna probeerde hij onder meer om Krusty de Clown te vermoorden, om heel Springfield op te blazen en om Marge’s zus Selma te vermoorden. Deze pogingen werden steevast verhinderd door Bart, die daardoor ook vaak eveneens het doelwit is van zijn criminele plannetjes. In Krusty’s show werd hij vervangen door Sideshow Mel.

Ook de Springfield Elementary School herbergt een aantal merkwaardige types. Edna Krabappel is de lerares van Bart en uiteraard zijn gezworen vijand. Ze haat het schoolhoofd, Seymour Skinner, maar ze heeft wel af en toe een relatie met hem. Skinner woont nog bij zijn moeder en zit flink onder de plak bij haar. Hij is een ex-militair die vaak flashbacks krijgt van zijn Vietnamtijd. In een aflevering blijkt dat hij eigenlijk Seymour Skinner niet is, maar Armin Tamzarian, die de identiteit van zijn medesoldaat Seymour heeft aangenomen. Groundskeeper Willy is de conciërge. Willy is van Schotse afkomst en praat met een zwaar accent. Otto is de chauffeur van de schoolbus en de held en lichtend voorbeeld van Bart. Otto is een wiet rokende oude hippie die wordt afgeschilderd als een nietsnut.

De rest van het dorp is te talrijk om op te sommen, maar hier een aantal voorbeelden. Momar Syszlak, alias Moe, is de kroegbaas van Homer’s stamcafé “Moe’s”. Moe houdt zich bezig met louche zaakjes en organiseert illegale weddenschappen. In het begin van de serie was Moe vaak het slachtoffer van de telefoonspelletjes van Bart en Lisa. In de recentere seizoenen ligt de nadruk meer op de eenzame en suïcidale trekjes van Moe.

Ned Flanders is de buurman van de Simpsons. Afgezien van zijn religieuze fanatisme is Ned de ideale buurman, en Homer haat hem dan ook gruwelijk. Ned’s vrouw Maud is overleden, indirect door toedoen van Homer, en hij heeft twee zoons, Rod en Todd.

Charles Montgomery Burns is de egoïstische, excentrieke en rijke eigenaar van de kerncentrale in Springfield, waar Homer werkt. Waylon Smithers is zijn verwijfde en gedienstige assistent. Blinky is de vis, die door radioactief afval gemuteerd is. De drie-ogige Blinky “three eyes are better than two” werd ooit door Bart gevangen vlakbij de kerncentrale. Naast deze figuren wordt Springfield bevolkt door vele andere personages, zoals dominee Timothy Lovejoy, de corrupte, domme sheriff Clancy Wiggum, burgemeester Quimby en de lachende dokter Julius Hibbert, tevens vriend van de familie Simpson. Daarnaast zien we professor John Frink, die tal van bizarre uitvindigen heeft gedaan, en Apu Nahasapeemapetilon, de eigenaar van de supermarkt Kwik-E-Mart, regelmatig terugkomen. Er zijn ook figuranten die maar een enkele keer voorkomen, zoals “the guy who always says yééés”, een verwijzing naar “The knight who says Niiiii” in “The Holy Grail” van Monthy Phyton. Hoe “the guy who always says yééés” heet is niet bekend, maar hij heeft een Braziliaanse dubbelganger, die altijd “síííííí!” zegt.

Meer over thee

0

Thee is een populaire drank, die ook nog eens gezond is. Het bevat mineralen, noodzakelijke voedingsstoffen voor je lichaam, en vooral groene en witte thee bevatten anti-oxidanten, stoffen die helpen om de zogenaamde “vrije radicalen” te neutraliseren. Maar vooral drink je thee omdat het een warme en verkwikkende drank is. Dit komt door het stimulerende effect van cafeïne, dat in thee ook wel “theïne” wordt genoemd.

De geschiedenis van thee

Thee komt oorspronkelijk uit China, en ook de naam komt daar vandaan. In het Minnan-dialect heet het “Teh”, in het Kantonees “Chaa” en in het Mandarijn ”Cha”. Deze laatste worden verklaren de andere naam voor thee in bijvoorbeeld Arabische landen en India: Chai.

In China wordt al duizenden jaren thee gedronken. Volgens de legende werd ons kopje thee drieduizend jaar voor het begin van onze jaartelling uitgevonden door de Keizer Shen Nung. Hij was in een bos, waar er toevallig wat blaadjes van de theeplant in een pot heet water vielen. Ze verspreidde een aangename geur, de keizer rook en proefde en de eerste pot thee was een feit.

Na de Chinezen raakten ook de Japanners in de ban van thee. In West Europa moest men nog lang wachten, want pas in de zestiende eeuw konden de Portugezen in Japan ervan proeven. Echt bekend werd thee pas toen de Hollanders zich ermee gingen bemoeien. Aan het begin van de zeventiende eeuw kwam de eerste thee naar Nederland. Dit was maar een klein beetje, maar later in die eeuw verscheepte de Verenigde Oostindische Compagnie steeds grotere hoeveelheden. Zij brachten eerst theeplanten vanuit China naar de kolonie Nederlands Indië, waar zij theeplantages aanlegden op Java en Sumatra. De Engelsen vonden het exotische drankje even lekker en bouwden hun plantages in India en op Ceylon, het huidige Sri Lanka. Tot in de achttiende eeuw was thee een bijzonder kostbaar drankje, dat alleen werd gedronken door rijke mensen, die daarvoor vaak een speciaal theepaviljoen op hun landgoed lieten bouwen.

Hoe wordt thee gemaakt?

Thee wordt gemaakt van de gedroogde blaadjes van de theeplant Camellia sinensis, die in tropische en subtropische klimaten groeit. Theeplantages liggen meestal op berghellingen, waarbij geldt dat hoe hoger de plantage ligt, hoe beter de kwaliteit van de thee is. Als een theestruik vier jaar oud is kan er worden geoogst. Dat houdt in dat de jonge blaadjes worden geplukt en dit kan zowel machinaal als met de hand, maar dit laatste geeft een betere oogst.

Theeblaadjes kunnen het hele jaar geplukt worden, maar in de droge moesson wordt de beste kwaliteit thee geoogst.

Zwarte thee wordt na het plukken als volgt behandeld. Eerst spreidt men de thee uit en laat de blaadjes een dag verleppen. Daarna worden de theebladeren een half uur tussen twee horizontaal draaiende vlakken gerold. Zo komen de stoffen vrij die nodig zijn voor het fermentatie-proces.

Het fermenteren gebeurt in in een koele, geventileerde ruimte waar de theeblaadjes zuurstof absorberen. Hoe lang het fermentatie proces duurt, is afhankelijk van de soort thee. Zwarte thee wordt het zwaarst gefermenteerd, groene en witte thee nauwelijks.

Daarna worden de theeblaadjes verhit, zodat de fermentatie stopt en de, inmiddels zwart geblakerde, thee wordt ontsmet. Vervolgens worden de theebladeren gedroogd en worden ze op grootte gesorteerd met behulp van verschillende zeven.

Voordat de thee in de winkel gaat de thee eerst nog naar theepakkers, die de melanges samen stellen. Theepakkers, waar gespecialiseerde theeproevers werken, zorgen ervoor dat de thee een constante kwaliteit heeft, onafhankelijk van de oogst van een bepaald jaar. Zij doen dit door mengsels te maken, die uit tientallen kunnen soorten bestaan. Deze worden samengevoegd tot de melange om in een silo tot rust te komen en op elkaar in te werken.

Soorten  thee

Oorspronkelijk werd er in China en Japan vooral groene en witte thee gedronken. In West Europa was zwarte thee altijd het meest geliefd, maar de laatste paar jaar wint de groene thee steeds meer aan populariteit. En dat is niet voor niets want groene thee smaakt verfijnder en zachter, het is thee zoals thee bedoeld is. Groene theesoorten uit China zijn bijvoorbeeld Longjing, of lung ching, die wordt onderverdeeld in zeven klassen, van superior naar special en dan van 1 naar beneden tot klasse 5. Een andere bekende Chinese thee is Special Gunpowder uit de Anhui Provincie. De groene balletjes van opgerolde blaadjes worden in het Chinees geen buskruit genoemd, maar Parel- of Bonenthee. Deze thee wordt behalve in China onder andere in Noord Afrika gebruikt bij de bereiding van de Arabische muntthee. Jasmijn thee is groene thee, waaraan gedroogde jasmijnbloemen zijn toegevoegd. Witte thee wordt gemaakt van niet gefermenteerde, gedroogde theeblabladeren van jonge theeknoppen.

Ook in Japan wordt bijna uitsluitend de minder gefermenteerde, groene thee gedronken. Bekende Japanse theesoorten zijn Gyokuro thee, die zoet en verfijnd van smaak is. Matcha thee komt van gyokuroblaadjes die gestoomd en gedroogd zijn. Dit is de thee die vaak wordt gebruikt tijdens de Japanse thee-ceremonie. Sencha, Bancha, Genmaicha en Kukicha zijn groene theesoorten, die in Nederland vaak in de schappen van de Natuurvoedings-winkels liggen en zeer de moeite waard om eens te proberen.

Zwarte thee is in Nederland en België nog steeds de meest gedronken thee. Traditionele soorten zijn de Engelse melange, een mengsel van zwarte thee, en Ceylonthee afkomstig uit het tegenwoordig Sri Lanka. Earl Grey is een mengsel waaraan bergamot-olie is toegevoegd. Lapsang souchong wordt gedroogd boven een vuurtje van naaldhout, dat een sterke rooksmaak van de thee geeft. Darjeeling thee komt uit de streek Darjeeling in India, aan de voet van de Himalaya. Darjeeling First Flush is de duurste en meest verfijnde zwarte thee. Deze eerste pluk van Darjeeling bestaat uit de fijne, eerste twee topblaadjes die met de hand worden geplukt. Afgezien van deze laatste, smaakt zwarte thee meestal nogal gewoontjes, hetgeen de afgelopen jaren heeft geleidt tot toevoeging van allerlei kunstmatige geur- smaakstoffen zoals bosvruchten, sinasappel, kersen en wat al niet meer. Een stuk smaakvoller zijn allerlei kruiden, die vaak kruidenthee wordt genoemd maar eigenlijk geen echte thee zijn. Voorbeelden hiervan zijn de Zuid-Afrikaanse Rooibos, lindebloesem, kamille, pepermunt en Sterrenmix, een mengsel van zoethout, venkelzaad en steranijs en de Argentijnse Maté.

Thee zetten

Veel landen hebben zo hun eigen gebruiken rond het nuttigen van een kopje thee. Vooral de Japanse thee-ceremonie is heel beroemd. Het is met recht een ceremonie, gebonden aan strikte regels die zijn gebaseerd op de Zen-filosofie, en duurt uren. De typisch Engelse “high tea” kan ook uren duren, maar dan in de in de vorm van veel zoetigheid bij de thee of zelfs een complete maaltijd. In Nederland en België gaat het er doorgaans veel eenvoudiger aan toe. De meest simpele manier om thee te zetten is een theezakje in een kop heet water dompelen. Vroeger heette dat een “studentenbakkie” maar tegenwoordig zijn er speciale theezakjes voor op de markt, die de juiste hoeveelheid thee bevatten voor een kop thee. Toch zet je de lekkerste thee in een grotere pot, en het liefst met losse thee in een thee-ei. Losse thee, van welke soort dan ook, is een betere kwaliteit thee omdat het bestaat uit de grotere blaadjes. In theezakjes wordt ook veel kruim gestopt. Als je een theepot te truttig vindt, kan een thermoskan ook goede diensten bewijzen. Waar het om gaat is dat, als je meerdere kopjes tegelijk zet, de thee een tijdje warm blijft. Spoel de theepot of thermoskan om met heet water en giet er kokend water in. Terwijl je je theeblikje of zakje pakt, kan het water ietsje afkoelen, zodat het in ieder geval niet meer kookt. Als je groene thee zet, is dit afkoelen nog veel belangrijker. Hang het thee-ei of het theezakje er in en laat de thee een paar minuten trekken. Hoe lang is een kwestie van smaak want hoe langer je thee laat trekken, hoe sterker hij van smaak wordt. En dan is het tijd om ervan te genieten.

Mobiel internetten

0

Inmiddels is het mogelijk om altijd en overal online te zijn, op het strand, op een terrasje of in de trein. Dat kan je op verschillende manieren, zoals met je mobieltje of met je PDA. Maar het GSM-netwerk is te langzaam en daarbij heb je geen volwaardig toetsenbord tot je beschikking. Mobiel internetten op je notebook is daarom veel prettiger, het gaat sneller en je kunt een echt toetsenbord gebruiken. Voorheen was dit zo kostbaar, dat het eigenlijk alleen was weggelegd voor zakenmensen. Sinds enige tijd dalen de tarieven en wordt het mobiel internetten ook toegankelijk voor consumenten. De verschillende aanbieders, Vodafone, KPN, T-Mobile en Orange, verschillen in snelheid, prijzen en dekking. Het loont daarom de moeite om deze zaken goed te vergelijken en om te zoeken naar de aanbieder met voor jou de meest interessante constructie.

De netwerken

Om te beginnen bestaan er een aantal verschillende netwerken, met ieder een eigen snelheid. Allereerst het gewone GSM-netwerk dat een snelheid, of beter gezegd traagheid, heeft van 9,6 Kb per seconde. Daarna werd het tweede generatie netwerk ontwikkeld, het GPRS-netwerk, dat met 52 Kb/s al een stukje sneller was. Daardoor was dit netwerk niet alleen geschikt voor telefoongesprekken maar eveneens voor data-verkeer. De upgrade daarvan, GPRS-EDGE bereikte 240 Kb per seconde. Toch wordt mobiel internetten pas echt interessant dankzij het derde generatie netwerk UMTS, en de upgrade versie daarvan HSDPA. Het UMTS-netwerk heeft een snelheid van 384 Kb per seconde, en HSDPA zelfs 1,8 Mb ofwel 1800 Kb per seconde. UMTS is daarmee qua snelheid te vergelijken met langzaam ADSL, en HSDPA met snel ADSL.

Je kunt ook nog mobiel internetten met je notebook via een WiFi-netwerk, maar dit werkt via een heel ander systeem dan de bovengenoemde netwerken. Een WiFi-netwerk is een draadloos breedband-netwerk, dat dekking biedt in de directe omgeving van de zogenaamde “hotspots”. Hotspots vind je onder andere op NS-stations, bij benzinestations, in bibliotheken en in de horeca. Je kunt op hotspots vaak kraskaarten kopen om in te loggen en op sommige plaatsen is het zelfs gratis.

Modems en datakaarten

Om echt overal te kunnen internetten en niet afhankelijk te zijn van deze hotspots, ben je aangewezen op het UMTS- of HSDPA-netwerk. Daarvoor heb je een USB-modem of een mobiele datakaart nodig en een abonnement voor data-overdracht. Er zijn hiervoor USB-modems op de markt, die werken op alle systemen met een USB-poort. Dus niet alleen op PC’s, maar ook op Macbooks en zelfs op de oudere Powerbooks. De bijgeleverde software zoekt altijd automatisch het snelste netwerk dat op dat moment en op die plek beschikbaar is. Als je wilt internetten op een plaats waar HSDPA niet beschikbaar is of tijdelijk uit de lucht, dan wordt automatisch het daarop volgende netwerk, in dit geval UMTS geselecteerd. Daarnaast zijn er een aantal verschillende soorten datakaarten in de handel. Om een insteekkaart te kunnen gebruiken, moet je notebook een PCMCIA- dan wel een moderner Expresscard-slot hebben.

Abonnementen

Het meest verkocht worden op het ogenblik abonnementen met een databundel van 1 Gb. Dit is een abonnement dat je afsluit voor minimaal een jaar. Daarnaast zijn er ook prepaid pakketten van een paar honderd Mbs tot en met 1 Gb. Dit kan handig zijn als je toch meestal op een vaste plek internet, thuis of op je werk, en als je het mobiel internetten alleen maar af en toe gebruikt om bijvoorbeeld in de trein wat te doen te hebben.

Hoe lang je kunt doen met 1 Gb, hangt helemaal af van het dataverkeer dat je gebruikt. Een e-mail versturen die alleen tekst bevat, kost tussen de 1 en de 5 Kb. Stuur je een tekstbestand mee van drie pagina´s , dan komt er nog eens rond de 40 Kb bij. Bezoek je webpagina’s met weinig, of kleine, afbeeldingen, dan kost je dat slechts zo’n 50 Kb. Bevat de pagina echter allerlei toeters en bellen zoals een aantal grote foto’s en een Flash-animatie, dan kan een pagina zomaar oplopen tot 200 of zelfs 300 Kb. Per uur betekent dit dat als je op niet grafisch intensieve sites surft, je ongeveer 4 tot 5 Mb per uur kwijt zult zijn. Maar ga je een uur lang YouTube-filmpjes bekijken dan verbruik je al gauw meer dan 100 Mb per uur. Ook downloaden drijft het dataverkeer flink op. Voor een MP3-bestand ben je gemiddeld 3 of 4 Mb kwijt, en voor een programma kun je, afhankelijk van de grootte ervan, 20 tot 100 Mb verbruiken. Met andere woorden, mobiel internetten is betaalbaar, maar je moet wel je download-gedrag in de gaten houden en zelfs een beetje oppassen met je surf-gedrag.

Mobiel internetten in het buitenland

Steeds meer mensen nemen hun notebook of Macbook mee op vakantie. Dankzij mobiel internetten, ben je niet afhankelijk van internetcafé’s en webmail om je mail te checken. In de meeste landen zijn zowel het UMTS- als het HSDPA-netwerk in ontwikkeling. En zo niet, dan is er altijd nog het langzamere GPRS en/of EDGE-netwerk. Zelfs je instellingen hoef je meestal niet eens aan te passen als je op vakantie even online wilt. Maar pas op: het buitenlandse dataverkeer valt doorgaans niet binnen de databundels. Informeer dus vooraf even naar de buitenlandse tarieven van je aanbieder. En let hoe dan ook goed op je dataverkeer, het is leuk om de vakantiefoto’s alvast vooruit te sturen, maar het vreet MB’s en daardoor geld. Als je tijdens je vakantie bijna evenveel wilt internetten dan thuis, kan een Travelbundel interessant voor je zijn.

Goedkoop op vakantie

0

Als je een beperkt budget hebt, maar toch op vakantie naar het buitenland wilt, dan zijn daar zeker mogelijkheden voor. Als je het handig aanpakt, kun je veel besparen op je vakantie. Hier een aantal tips.

Hoe kom je goedkoop op je bestemming?

Als het je niet uitmaakt waar je heen gaat, kun je op internet op zoek gaan naar last minute-reizen. Omdat tegenwoordig “last minute” nogal een ruim begrip is, worden deze “echte” last minute reizen ook wel “last seconds” genoemd. Waar het om gaat, zijn vakanties die op het laatste moment, zo’n drie of vier dagen van te voren, nog steeds onverkocht zijn. Dit komt uiteraard vaker voor naarmate er minder mensen op vakantie willen of kunnen, dus buiten de schoolvakanties. In de perioden tussen deze vakanties liggen zowel de prijzen van het vliegen, als van de accomodaties lager. Daarnaast is het de afgelopen jaren ook weer interessant om juist lang van te voren te boeken. Er zijn diverse reisorganisaties die gespecialiseerd zijn in low budget vakanties, zowel voor goedkope vluchten en arrangementen. En dan zijn er nog bepaalde zonbestemmingen, zoals Turkije en de al oudere Spaanse toeristenbestemmingen aan de Middellandse Zee, die goedkoop zijn door het massale aanbod. In opkomst zijn de goedkope stedentrips, waarbij je vooral bespaart op de vliegreis. Hoewel het eind in zicht is door de stijgende brandstofprijzen, zijn de budget vliegmaatschappijen de afgelopen jaren als paddestoelen uit de grond gesprongen. Deze zogenaamde lowcosters vliegen je tegen een redelijk tarief naar tal van Europese steden, en naar een groot aantal toeristische bestemmingen. Een ouderwetse manier om op je reiskosten te besparen is liften. Toch is dit tegenwoordig juist weer interessant geworden omdat er via internet, op speciale sites, contact kan worden gelegd tussen de automobilisten en de lifters. Soms wordt er een kleine bijdrage in de kosten gevraagd, maar ook worden de ritten, naar tal van plekken in Europa, gratis aangeboden.

Andere maatregelen om op je vakantiekosten te besparen

Behalve op de reiskosten naar je bestemming, zijn nog meer manieren om te besparen op je vakantie, zoals op vervoerskosten ter plaatse. In veel landen is het openbaar vervoer in onze ogen heel erg goedkoop. Daarbij zijn er vaak dag en meerdagskaarten te koop, die geldig zijn in zowel bussen, treinen als metro’s. Als je een stad gaat bekijken dan ga je je meestal veel verplaatsen en dan kunnen deze voordeelkaarten zeker de moeite waard zijn. Als je op vakantie gaat in een dunner bevolkt gebied met weinig openbaar vervoer, overweeg dan om een auto te huren. Dat lijkt misschien luxe, maar dat is het niet als je het vergelijkt met de taxi’s waar je op aangewezen bent ingeval van gebrekkig openbaar vervoer. Vooraf reserveren is altijd goedkoper dan ter plaatse de autohuur regelen. Er zitten wel grote verschillen in de kosten in verschillende Europese landen. In Duitsland en Zuid Europese landen als Spanje, Portugal en Griekenland is het goedkoop, maar in Scandinavïe en Kroatië juist duur om een auto te hure. Denk behalve je goedkope ticket voor je stedentrip ook naar wat je ter plaatse uit zal moeten geven aan overnachtingen en aan eten en drinken. Dure steden om te overnachten zijn Parijs, Londen, Rome, Madrid en Amsterdam. Relatief goedkoop zijn steden als Lissabon en Athene. Deze verschillen hebben geen betrekking op kwaliteitsverschillen, maar op de hogere dan wel lagere levensstandaard in zo’n stad. Buiten de deur eten is altijd duurder dan zelf koken. Om die reden kan een goedkoop hotelletje uiteindelijk duurder uitpakken dan een wat duurder appartement, waar je immers een keuken tot je beschikking hebt. Zit je wel in een hotel, let dan goed op waar je gaat eten. Restaurants die de lokale keuken serveren zijn meestal best redelijk geprijsd. Probeer er vooral achter te komen waar de locals eten, dit is meestal niet alleen goedkoper maar ook authentieker. In Spanje wordt bijvoorbeeld niet alleen door de toeristen buiten de deur gegeten, maar ook door de plaatselijke bevolking. De horeca-prijzen zijn dan ook niet zo hoog als in Nederland. Ook in Oost Europese landen als Tsjechië en Hongarije kun je voor weinig geld lekker eten. In Scandinavïe en Groot-Brittannië is dit juist weer niet het geval. Voor jongeren kan een werkvakantie een interessante constructie zijn. In sommige landen is er grote behoefte aan seizoenwerkers, zoals tijdens de Franse druivenpluk. Je werkt dan tegen kost en inwoning en een enkele keer nog wat extra vergoeding. Soms moet je echter juist een eigen bijdrage aan kost en inwoning leveren. Behalve werk op het land kun je bijvoorbeeld au pair worden of als vrijwilliger meegaan om gehandicapten op vakantie te begeleiden.

Woningruil voor vakantie

Een andere manier om op je vakantiekosten te besparen is je huis een paar weken ruilen met een buitenlandse vakantieganger, een stel of gezin. Er zijn tal van websites waarop je contact kunt leggen met geïnteresseerden in verschillende landen. Maak goede en duidelijke afspraken, onder andere over hoe de sleutels worden overgedragen, hoe de koelkast wordt bijgevuld en over het schoon achterlaten van huizen en bedden. Zorg dat de Engelstalige handleidingen van alle apparatuur op tafel ligt en zorg voor duidelijk instructies als je een alarminstallatie hebt. Maak afspraken over het gebruik van internet en telefoon en maak al vooraf een lijst van dingen waar aandacht aan moet worden besteed, zoals de tuin, de planten en het verzorgen van eventuele dieren. Worden ook auto’s of fietsen uitgewisseld, denk dan goed na over wat er allemaal overgedragen moet worden en maak daar goede afspraken over. Het is handig en aardig en om een plattegrond van je stad achter te laten en tips te geven voor typische locale attracties in de periode van de ruil. Vermeld ook eventuele nationale feestdagen en andere plaatselijke festiviteiten. Deze vorm van woningruil staat of valt natuurlijk met wederzijds vertrouwen. Maar als het goed gaat, kunnen beide partijen aanzienlijk op de verblijfkosten besparen, waardoor het vooral interessant wordt om ergens wat langer dan een week te blijven.

Wat is de Renaissance

0

Met de Renaissance, dat letterlijk “wedergeboorte” betekent, wordt een periode in de Europese geschiedenis aangeduid die de vijftiende en de zestiende eeuw bestrijkt. De Renaissance begon in de veertiende eeuw in Florence, in Italië, en verspreidde zich vervolgens over de rest van Europa. De mensen uit die tijd maakten zelf een indeling in de West Europese geschiedenis. De klassieke Oudheid, de Middeleeuwen die zij als een periode van verval zagen en hun eigen Renaissance, de wedergeboorte van de klassieke Oudheid. Zij keken erg neer op de vrome Middeleeuwers, die ze verweten dat ze hadden gebroken met de antieke beschaving van de Grieken. Hoewel de historici van tegenwoordig daar wat anders tegen aan kijken, wordt de geschiedenis van Europa nog steeds in drieën verdeeld. Ook de term Renaissance is niet verdwenen en wordt nog gebruikt voor de overgangstijd van de Middeleeuwen naar de Nieuwe Tijd. In de beeldende kunst en de literatuur is Renaissance ook de benaming voor de kunststroming die volgde op de Gotiek.

De Renaissance was over het algemeen zowel een voortzetting, als een breuk met de Middeleeuwen. Wel is het zo dat er in Florence, en later ook in andere Italiaanse steden, een heel andere kijk op het leven ontstond, die niet meer was gericht op God en het leven na de dood, maar op de mens zelf. De Renaissance was een stedelijke beweging met een wereldse en realistische kijk op het leven, waarin ook het individualisme toenam.

De ontwikkeling van de Renaissance

De schilder Giotto di Bondone, die van 1266 tot 1337 leefde in Florence, wordt gezien als het begin van de Renaissance. Hij maakte fresco’s die de illusie van ruimte schiepen, iets dat al eeuwenlang niet meer vertoond was. Door middel van perspectief zijn zijn fresco’s veel realistischer dan de tot dan toe gebruikte Middeleeuwse symbolische plaatjes, die hoofdzakelijk bedoeld waren als Bijbel voor de vele mensen die niet konden lezen. Giotto werd er ook persoonlijk beroemd mee, iets dat in de Middeleeuwen ondenkbaar was. Kunstenaars waren ambachtslieden, die hun dagelijkse werk anoniem en in dienst van God uitvoerden. In de veertiende eeuw bleef de Renaissance beperkt tot Italië, maar vanaf de vijftiende eeuw breidde de beweging zich langzaam uit over heel West-Europa. Daarna werd de Renaissance geëxporteerd naar de koloniën in Noord-en Zuid-Amerika, zodat uiteindelijk de hele Westerse wereld werd beïnvloed.

Het is niet zo vreemd dat de Renaissance in Italië ontstond. Terwijl heel Europa in de late Middeleeuwen geteisterd werd door een economische depressie, het gevolg van een enorme pest-epidemie, concentreerde de handel zich rond de Middellandse Zee. De Italiaanse steden speelden hierin een belangrijke rol en zij werden de grootste en meest welvarende steden van Europa. De Renaissance werd mogelijk gemaakt door economische welstand. Dankzij die rijkdom konden de steden de kunst en de wetenschap steunen, waardoor deze onafhankelijk werden van de Rooms Katholieke Kerk, die tot dan toe deze zaken had gefinancierd en gecontroleerd. Beoefening van de wetenschap zonder inmenging van de paus leidde dan ook tot totaal andere ontdekkingen. Door de economische vooruitgang was het ook technisch mogelijk om realistische schilderijen te laten maken, want die zijn veel tijdrovender en daardoor kostbaarder dan de eenvoudige Middeleeuwse afbeeldingen. Aanvankelijk werden nog vooral religieuze en klassieke thema’s afgebeeld, maar gaandeweg ging men ook meer alledaagse taferelen schilderen, vooral in de Lage Landen. Ook werden er veel portretten geschilderd van gewone, weliswaar rijke, burgers.

De kunsten in de Renaissance

Samen met de denkbeelden over God en de mens, onderging de beeldende kunst grote veranderingen, en werd eveneens realistischer. Daarbij is er een interessant verschil tussen het Noorden en het Zuiden. Ten zuiden van de Alpen schilderde men in navolging van Giotto in perspectief, dit wordt ook wel “mathematisch correct” genoemd. In het Noorden legde men zich toe op het gedetailleerde naschilderen, waardoor de schilderijen eveneens veel realistischer werden. Maar vooral in Italië bloeiden de kunsten op, werden technieken verbeterd en werden er veel artistieke hoogtepunten gemaakt. Bekende kunstschilders en beeldhouwers uit de Renaissance waren Botticelli, Titiaan, Pieter Bruegel de Oude en natuurlijk Leonardo da Vinci en Michelangelo. Uiteraard werd ook de architectuur beïnvloed door de Renaissance. Omdat men er heilig in geloofde dat er een nieuwe, betere tijd aan was gebroken, moesten de bestaande gebouwen plaats maken voor nieuwbouw. Deze nieuwe gebouwen zijn duidelijk geïnspireerd op de klassieke Oudheid. De verhandelingen van de Romeinse architect Vitruvius werden druk bestudeerd, evenals nog bestaande antieke gebouwen. Voorbeelden van bouwwerken uit de Renaissance zijn tal van Italiaanse paleizen, zoals in Florence en Venetië, de koepel van de kathedraal van Florence en die van de Sint-Pieter in Rome.

De ontwikkeling van de wetenschap in de Renaissance

In de Middeleeuwen was de wetenschap uitsluitend gebaseerd op een klein aantal boeken, zoals de Bijbel en een paar Griekse en Romeinse schrijvers als Plato, Aristoteles en Galenus. Middeleeuwse geleerden gaven commentaar op deze boeken en probeerden de wijsheden erin toe te passen op actuele situaties. Door de Renaissance kwam er echter meer nadruk te liggen op de menselijkheid, of “humanitas” zoals in de klassieke Romeinse cultuur gebruikelijk was. Letterkundigen uit de Renaissance werden daardoor aangeduid als “humanisten”. Een belangrijke grondlegger van het humanisme was Giovanni Pico della Mirandola. De humanisten waren de eersten die zich verzetten tegen de beperkte keus aan wetenschappelijke werken. Zij bestudeerden deze klassieke werken wel, maar wezen onder andere op vertaalfouten vanuit het Grieks of het Hebreeuws. Daarnaast vonden zij dat ook modernere schrijvers en geleerden het onderzoeken waard waren. Maar het bleef niet bij boekenwijsheid alleen. De medische wetenschap begon in lijken te snijden. Dit was iets dat de Kerk voorheen had verboden, maar het kwam wel de kennis van de anatomie ten goede. Copernicus, een Poolse astronoom, publiceerde zijn boek “Over de omwentelingen der hemellichamen” in 1543. Hierin opperde hij dat de aarde en de planeten om de zon draaiden. Dankzij Galilei’s telescoop kwam men meer over de hemel te weten. En op aarde maakten cartografen landkaarten die hier en daar nauwkeuriger waren dan die uit de Oudheid en die daarnaast ook het werelddeel Amerika toonden.

Heel langzaam besefte men men dat de kennis uit de Oudheid aan het voorbij streven was. Dit stimuleerde het zelfvertrouwen en het zelfbewustzijn van de geleerden. In plaats van het slaafs volgen van de waarheden van de antieke Oudheid, ging men deze steeds meer in twijfel trekken en toetsen. Dit had weer tot gevolg dat aan het eind van de zestiende eeuw de wetenschappers steeds minder terugkeken naar hun klassieke voorgangers. In plaats daarvan werd hun eigen onderzoek de sleutel tot kennis, waarmee de moderne wetenschap was geboren.