Waarom beleggen in infrastructuur

0
857
blog placeholder

De aanleg van wegen, bruggen, spoorwegen, luchthavens, waterleidingen en kabelnetwerken. Voor institutionele beleggers is infrastructuur al geruime tijd een aantrekkelijk beleggingsthema. Maar of het ook interessant is voor uw portefeuille leest u in dit artikel.

De een zijn dood is de ander zijn brood. Dit cynische gezegde is zeker van toepassing in de beleggingswereld. Niet zelden gaan grote herstructureringen en massale ontslagen gepaard met een sterke stijging van de aandelenkoers van het bedrijf dat die maatregelen aankondigt. Hoe zwaarder de saneringen, hoe sterker de potentiële kosten gereduceerd worden en hoe meer de potentiële winstgroei van het bedrijf stijgt.

In dezelfde context kunnen ook zware natuurrampen of andere calamiteiten bepaalde beleggers rijker maken, namelijk die beleggers die de aandelen bezitten van bedrijven die een belangrijke rol vervullen bij de wederopbouw van de getroffen infrastructuur: Toekomstige natuurrampen of andere zware plagen kunnen uiteraard niet het uitgangspunt zijn om te beleggen in infrastructuur.

Nood

De belegger heeft deze calamiteiten ook niet nodig om rendement te halen uit infrastructuur. Sowieso is er de komende jaren nog een enorme nood aan nieuwe wegen, bruggen, vlieghavens, spoorwegen, elektriciteitsnetwerken en andere. En dat is niet alleen zo in de snelgroeiende Aziatische tijgers, zoals India en China. Ook dichter bij huis wachten er nog enorme infrastructurele uitdagingen. Denk maar aan de aanpassingen die zich opdringen indien we willen vermijden dat onze wegen binnen enkele jaren volledig zijn dichtgeslibd door monsterfiles. Een combinatie van bijkomende wegen, tolheffingen en een beter en efficiënter openbaar vervoer zijn de remedies die verkeersexperts voor deze problematiek naar voren schuiven. Maar ook de vergrijzing heeft belangrijke consequenties voor onze infrastructuur. Ze verhoogt de druk om nieuwe rusthuizen en ziekenhuizen te bouwen.

Grote beleggers

Voor grote institutionele beleggers, zoals pensioenspaarfondsen en verzekeringsmaatschappijen, is de markt van infrastructuur geen onbekende. Wat de langetermijnbeleggers vooral aantrekt in infrastructuur zijn de stabiele inkomstenstromen. Denk maar aan de inkomsten uit tolwegen, parkings of geïndexeerde huurinkomsten. Bovendien hebben infrastructurele beleggingen een relatief beperkt commercieel risico: het gebruik van infrastructuur is vrij nauwkeurig te voorspellen.

Ten slotte vloeien heel wat infrastructuurwerken voort uit een privaat-publieke samenwerking, waarbij overheden vaak met subsidies over de brug komen of uitpakken met een minimale afzetgarantie. Zo’n garantie is zeer belangrijk voor de exploitanten van de infrastructuur. Want als het gebruik tegenvalt, komen ze niet onmiddellijk in de problemen.

Het is om die reden dat de grote, institutionele beleggers via gespecialiseerde infrastructuurfondsen zowel hun pijlen richten op de exploitanten van infrastructuurwerken als op de bouwers ervan. Die laatsten kunnen dankzij grootschalige bouwopdrachten een zeer aanzienlijke inkomstengroei boeken, maar lopen ook relatief grotere risico’s dan de exploitanten. De kans bestaat altijd dat een project vertraging oploopt omdat bijvoorbeeld een ander bouwbedrijf dat betrokken is bij het project, failliet gaat of dat het project wordt stilgelegd omdat de kosten de pan uit rijzen. Ook door politieke instabiliteit in een bepaald land of in een bepaalde regio kan het bouwproces vertraging oplopen. De politieke risico’s zijn een ander doorslaggevend argument om in infrastructuur te beleggen via een gespreid beleggingsfonds. Zulke fondsen spreiden hun investeringen niet enkel over verschillende types van infrastructuurbouw (vaste infrastructuur, energie, telecom en andere). Ze diversifiëren hun beleggingen ook over verschillende landen.

Die fondsen hebben ervoor gezorgd dat diverse grote beleggers ‘infrastructuur’ beschouwen als een heuse, aparte beleggingscategorie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here