De geschiedenis van de fotografie

0

Nu je foto’s kunt maken met een digitale camera of met je mobiele telefoon, is het moeilijk voor te stellen dat het fotograferen lang niet altijd zo gemakkelijk is geweest. En wat voor moeite de pioniers van de fotografie hebben gedaan om de eerste foto’s te kunnen maken en de techniek te ontwikkelen. Het woord fotografie is afgeleid van twee Griekse woorden, “foto” betekent licht en “grafein” schrijven, dus schrijven met licht. Om te fotograferen heb je een onmisbaar stuk gereedschap nodig, een camera.

De ontwikkeling van de fotografie

Als uitvinders, of pioniers, van de fotografie worden over het algemeen Louis Daguerre en Joseph Nicéphore Niépce gezien, twee Franse mannen uit de negentiende eeuw. Zij experimenteerden onafhankelijk van elkaar met technieken die later leidden tot wat we nu fotografie noemen. Later gingen ze samenwerken.

Daguerre, die leefde van 1787 tot 1851, was oorspronkelijk een kunstschilder. Hij werd later toneel-decorateur en maakte samen met Charles Bouton het zogenaamde “diorama” maakte. Het diorama was een voorloper van de dia-projector of beamer. Het systeem werkte doordat zonlicht of lampen op een aantal doorzichtige, met de hand geschilderde doeken werd geprojecteerd. Het steeds veranderende schouwspel gaf een mooie achtergrond voor het toneel. Bij het produceren van de doeken gebruikte Daguerre een soort van donkere kamer, die later in de fotografie zijn nut zou bewijzen.

Niépce, die leefde van 1765 tot 1833, was tegelijkertijd aan het experimenteren met heliografieën of retinas. In 1816 maakte Niépce een foto door een plaat met lichtgevoelig materiaal bloot te stellen aan licht. Het beeld dat in de camera obsura werd gevormd was een negatief. Het beeld was niet gefixeerd en ging al snel door verdere belichting verloren. Tien jaar later maakte hij een beeld dat algemeen gezien wordt als de allereerste foto. Hij gebruikte nu een plaat die was bedekt met bitumen, een stof die we kennen als asfalt. De benodigde belichting was niet minder dan acht uur helder zonlicht. De foto van zijn binnenplaats heeft door het draaien van de zon dan ook schaduw van twee kanten. Maar het beeld op de bitumen-plaat kon worden gefixeerd en positief gemaakt, zodat dit de geboorte is van de fotografie zoals we die nu kennen.

Daguerre en Niépce werden met elkaar in contact gebracht door een gemeenschappelijke vriend, en konden hun krachten gaan bundelen. De donkere kamer, waarin Daguerre zijn doeken schilderden, verbeterde de fototechniek van Niépce. Na de dood van Niépce ging Daguerre verder met de ontwikkeling van de chemische procédés, die hij steeds verder verbeterde. Uiteindelijk kon hij zijn camera, de Daguerreotype die gebruik maakt van verzilverde koperplaten, op de markt brengen. Even later probeerde William Henry Fox Talbot om van de zware koperen platen af te komen door papier lichtgevoelig te maken met zout- en zilvernitraat oplossingen. Dat zilvernitraat lichtgevoeligheid was was al in 1727 ontdekt. De uitvinding werd nog nergens voor gebruikt, behalve als kermisattractie, omdat ook hierbij weer het bewaren van het beeld een probleem vormde. Maar Talbot lukte het wel, dankzij een sterke zoutoplossing. Halverwege de negentiende eeuw werd de papieren drager door glas vervangen en verbeterde men het chemische procédé verder. De glasplaten moesten nat worden belicht en direct worden afgewerkt. Wat later vond de Engelse arts Maddox een droge methode uit, waarbij een glasplaat met zilverbromide in een laag gelatine werd ingebed. Toch bleef het maken van foto’s een lange tijd voorbehouden aan professionele fotografen. De camera ‘s waren enorme kasten, met de metalen platen kon je maar een foto maken en je moest goed weten hoe je de chemicaliën moest gebruiken. Dit veranderde toen er camera’s met rolfilms kwamen. Als je rolletje vol was stuurde je de camera naar de fabriek, die het rolletje er in het donker uithaalde en de foto ‘s ontwikkelde en afdrukte. Nog later kon je de rolletjes er zelf uit- en indoen en stuurde je die op naar de ontwikkelcentrale. Dit gebeurt overigens nog steeds omdat er veel fotografen en amateurfotografen zijn die nog steeds liever met spiegelreflex-camera’s fotograferen.

De invloed van fotografie

Sinds het ontstaan hebben foto’s een belangrijke rol in de maatschappij gespeeld. In vergelijking met schilderijen of tekst geeft fotografie de meest zuivere benadering van de werkelijkheid. Al met de allereerste foto’s kon men voor het eerst andere werelden zien zonder er geweest te zijn en werd het toekomstige verleden vastgelegd. De fotografie heeft een plaats verworven in de beeldende kunst en is niet meer weg te denken uit de moderne communicatie en het nieuws. Een plaatje zegt meer dan duizend woorden, iets dat tijdens de ontwikkeling van de fotografie al snel duidelijk werd. Met een enkele foto kan een heel verhaal worden verteld en een verhaal met een foto zegt veel meer dan een verhaal zonder. Maar het mooiste van de fotografie is misschien wel het steeds kleiner en handiger worden van de camera’s, tot en met onze digitale camera, waarmee het fotograferen toegankelijk werd voor iedereen.

Uit je bol met carnaval

0

Carnaval is een feest dat wordt gevierd in het voorjaar, waarbij het begin wordt bepaald door het tijdstip waarop veertig dagen later Pasen valt. Met oog op de berekening van de datum van Pasen begint het Carnaval op zijn vroegst op 1 februari en op zijn laatst op 7 maart. Hoe lang het duurt is per land verschillend, van oorspronkelijk drie dagen in Nederland en België tot ruim een maand in Zuid Amerika en op de Canarische eilanden. Oorspronkelijk was Carnaval vooral een eetfestijn, het feest dat vooraf ging aan Aswoensdag. Deze woensdag was weer het begin van veertig dagen vasten tot aan Pasen. Het verband tussen carnaval en vasten is in de laatste tientallen jaren echter een beetje verwaterd. Maar nog steeds is Carnaval op diverse plekken op de wered een feest waarop je je verkleedt en waarbij je je heel anders voor mag doen dan je bent. Vroeger werden de autoriteiten op de hak genomen en tegenwoordig daarbij ook de actualiteiten. Er wordt veel muziek gemaakt, in Nederland en België door dweilorkesten, maar in het Caraïbische gebied door salsa- en steelbands. Meestal kun je je vergapen aan optochten met praalwagens en natuurlijk wordt de inwendige mens goed verwend met buitensporig veel drank en hapjes.

De geschiedenis van carnaval

Carnaval had al een lange geschiedenis voordat de Katholieke kerk het feest verbond aan het vasten en er de Latijnse naam Carne vale, vaarwel aan het vlees, aan gaf. Er is overigens nog een mogelijke verklaring voor het woord Carnaval, het zou ook afkomstig kunnen zijn van het Latijnse “carrus navalis”. Dit betekent scheepswagen, dat verwijst naar een wagen of een kar die op een schip leek, het zogenaamde narrenschip. Maar voordat de Kerk zich met het feest ging bemoeien werden er al eeuwenlang dergelijke feesten gevierd. In de oudheid hadden de Romeinen bijvoorbeeld verscheidene feesten waarbij de wereld als het ware op zijn kop werd gezet en waarop er stevig werd gegeten en gedronken. Behalve tijdens de Lupercalia in februari en de Bacchanalen in maart, gingen zij zich ook te buiten op de Saturnaliën in de derde week van december en de Kalendae, de nieuwjaarsfeesten. De Lupercalia en de Bacchanalen waren typische lentefeesten waarbij het begin van de lente gevierd werden en de goden om vruchtbaarheid werd gesmeekt. Toen de Romeinen Noord- Europa veroverden, introduceerden ze hun feesten in deze streken die vermengd werden met de oude inheemse Keltisch en Germaanse rituelen. Zo ook de vruchtbaarheidsfeesten in het voorjaar. Het heidense Carnaval, waarin de Romeinse feesten waren vermengd met de feesten en rituelen van de al eerder neergestreken stammen, werd in heel Europa gevierd. Het opkomende Christendom kon deze diepgewortelde uitspattingen van het volk niet de kop in drukken. In plaats van verbieden koos de Kerk, heel praktisch, voor het opname van feesten in het eigen straatje. Zo werden de Saturnaliën en het Keltische midwinterfeest “Kerstmis” en de Lupercalia en Bacchanalen, gecombineerd met de lentefeesten het Carne vale. Het was de laatste mogelijkheid om zich te buiten te gaan voor de veertig dagen vasten. Zo werd op de dinsdag ervoor ook al het vet opgemaakt, zodat het niet kon bederven tijdens de vastenperiode. Het Carnaval in New Orleans in de Verenigde Staten, heet daarom “Mardi Gras”, Frans voor vette dinsdag.

Verschillende vormen van Carnaval

Officieel, dat wil zeggen vanuit de Katholieke kerk, duurt Carnaval van zondag tot en met dinsdag. Maar op veel plaatsen heeft men dit aanzienlijk uitgebreid. In grote delen van België en het zuiden van Nederland is de zaterdag er al bij gesnoept. Op sommige plaatsen smokkelde men er nog meer weekend bij, zodat het Carnaval zelfs al op donderdag begint. Een enkele keer blijkt zelfs het oorspronkelijk Aswoensdag ook nog een carnavalsdag te zijn. In België is men vrij eensgezind is met het vieren van Carnaval, hoewel verschillende steden en streken nu eenmaal hun eigen gebruiken hebben. In Nederland ligt dat anders, omdat niet het hele land van oorsprong Katholiek was. Wat Carnavel betreft is er dan ook een magische grens, onder en boven de grote rivieren. In Brabant en Limburg doet men uitbundig mee met België, maar in Noord Nederland zijn er hele streken waar Carnaval geruisloos voorbij gaat. Hoewel er uitzonderingen zijn in de vorm van voormalige Katholieke enclaves als Sassenheim, West-Friesland en het Westland.

Door de duidelijke link met de Katholieke Kerk, waren het de Spanjaarden, die het Carnaval naar Zuid Amerika brachten. Het Caraïbische Carnaval zijn exotische feesten met massa’s in veren getooide en schaars geklede swingende jongens en meisjes. Merkwaardig genoeg is deze Carnavals-variant later weer in onze streken terug gekeerd als Zomercarnaval, onder andere in Rotterdam. In Zuid-Amerika zijn de parade van Carnaval in Rio de Janeiro en het straatcarnaval van Salvador da Bahia, beiden in Brazilië, wereldberoemd. Het Carnaval van Santa Cruz de Tenerife op de Canarische eilanden, is er het kleine Europese zusje van. Hoewel de locale bisschop elk jaar weer tot soberheid en een kortere feestperiode maant, duurt het Carnaval op de eilanden vaak drie weken tot ruim een maand op Tenerife. Elke streek heeft er verkiezingen van haar Carnavals-koninginnen, in drie verschillende leeftijden, waarbij de ons zo bekende Prins Carnaval schittert door afwezigheid. Er zijn gala-avonden, per streek verschillende themafeesten en rituelen waarvan sommigen hun oorsprong hebben in het slavenverleden, en daar tussen door de “gewone” feestavonden. Het is er letterlijk elke nacht feest en sommige inwoners hebben voor elke avond een andere uitdossing, Het Carnaval van Venetië duurt twaalf dagen en is daarmee vergeleken heel wat ingetogener. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw werd de Middeleeuwse traditie weer in ere hersteld en de Venetianen kleden zich dan ook vooral in historische stijl. Zij dragen schitterende, luxueuze kostuums en de prachtige, typisch Venetiaanse maskers.

Kortom, er bestaat Carnaval in verschillende smaken, je kunt bijna zeggen “voor ieder wat wils”. Kom je uit België of Zuid Nederland, dan is de leut er met de paplepel in gegoten. En heb je als nuchtere Nederlander van boven de rivieren niets op met de hossende meute in boerenkielen, dan is er altijd nog het exotische Caraïbische of het ingetogen Venetiaanse Carnaval.

Soorten, geschiedenis en hoe word kauwgom gemaakt

0

Kauwgom kennen we allemaal, hoewel de een meer kauwt dan de ander. Het lijkt misschien een modern Amerikaans product, maar het bestaat al heel lang. Kauwgom, ook wel kauwgum genoemd, is snoep waarop je alleen maar moet kauwen, en niet inslikken. Kauwgom wordt gemaakt van gom, waaraan natuurlijke en kunstmatige stoffen worden toegevoegd voor de smaak.

De geschiedenis van kauwgom

Onlangs vond een Engelse onderzoekster, die in Finland de resten van mensen uit de Steentijd onderzocht, een geraamte van vijfduizend jaar oud met sporen van kauwgom op de kiezen. Deze man uit de prehistorie had natuurlijk geen pakje Stimorol op zak, maar zijn kauwgom bestond uit hars van een berkenboom. Volgens de onderzoekers bevat deze hars onder andere foliumzuur, en waarschijnlijk gebruikte hij dit om de ontstekingen in zijn mond tegen te gaan. Ook de antieke Grieken hadden een soort kauwgom, die eveneens werd gemaakt van hars van een boom.

Aan de andere kant van de Oceaan, in Noord- en Zuid Amerika, wordt ook al heel lang gekauwd.

Indianen kauwden al sinds jaar en dag op een soort van gom, dat zij met kruiden op smaak brachten. Deze gom werd gewonnen uit de Manilkara chicle-boom, een tropische boom die voorkomt in Zuid Amerika en in het zuiden van Noord Amerika. De naam “chicle” komt van het Nahuatl-woord, de taal van de Azteken en de Maya’s, en kun je vertalen als “kleverig spul”. In de Spaanse taal heet kauwgom nog steeds “chicle” . Het woord wordt in het zuiden van Spanje en Portugal zelfs gebruikt voor bepaalde mensen, waarmee men bedoelt dat iemand lastig en opdringerig is, een plakker. In Noord Amerika raakte men erg gecharmeerd van kauwgom en na verloop van tijd ontstonden er kauwgom-fabrieken, die in eerste instantie nog steeds de natuurlijke gom uit de Manilkara chicle-boom gebruikten. Het merk “Chiclets” is ook genoemd naar het oude woord chicle. Het aftappen van de gom is vergelijkbaar met het aftappen van rubber van de rubberboom. Men maakt sneeën in de stam waaruit de gom wordt opgevangen in kleine zakjes. Die wordt verzameld, waarna het goedje wordt gekookt om de juiste dikte te bereiken. Door het wijd verbreidde tappen is de Manilkara chicle schaars geworden en zijn andere bronnen, zoals de Manilkara bidentata-boom in opkomst. Toch zijn er tegenwoordig maar weinig fabrieken die nog natuurlijk gom gebruiken. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw begon men kauwgom te vervaardigen van synthetische rubber, een veel goedkoper productieproces voor een groeidende markt. Want inmiddels kauwde Europa er ook lustig op los. Het werd hier aan het eind van de Tweede Wereldoorlog geïntroduceerd door het Amerikaanse leger. Zij deelden pakjes kauwgom uit aan de van de oorlog verloste Europeanen, waarmee de populariteit van het kleverige spul door jong en oud was verzekerd.

Soorten kauwgom

Kauwgom heeft sinds de oudheid ook te maken met het schoonhouden van je tanden en kiezen. Vandaar dat suiker langzaamaan uit de kauwgom is verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn zoetstoffen als xylitol en sorbitol gekomen. Ook wordt soms een stof toegevoegd, die de tanden witter maakt. Een speciale kauwgom is de roze Bubblegum, waarmee je grote bellen kunt geblazen. Je moet er wel wat voor oefenen, het gaat niet zomaar. En daarbij moet je vooral oppassen dat als de bel klapt, de stukjes kauwgom niet in je haar gaan zitten. Een nuttigere toepassing van kauwgom is nicotine-houdende kauwgom. Deze is bedoeld voor mensen die willen stoppen met roken. Tijdens het kauwen worden er enkele milligrammen nicotine afgegeven, die via de slijmvliezen in de mond in het bloed wordt opgenomen. De trek in een sigaret neemt daardoor af. Een kauwgombal is kauwgom in de vorm van een bol, die meestal wordt verkocht vanuit een kauwgomballen-automaat. Je hebt ze in verschillende formaten, maar meestal verliezen kauwgomballen heel snel hun smaak en blijft een taai stuk rubber over.

Hoe wordt kauwgom gemaakt?

Het basismateriaal, de synthetische gom gaat in een grote mengmachine, samen met kleur- en smaakstoffen. Tijdens het mengen wordt er ook nog vloeibare glucose bij gegoten, een soort suiker die behalve smaak geeft ook de gom zacht houdt. Tot slot gaat er nog een zoetstof, dextrose, bij. Dan laat men de machine twintig minuten lang alles goed door elkaar mengen, waarbij de massa ook warm wordt, zodat de ingrediënten goed samensmelten. Als het klaar ziet het eruit als een enorme klodder roze brooddeeg, die door een smalle tuit wordt geperst, zodat er dunne repen uit komen. Vervolgens worden de repen afgekoeld in een koelmachine en daarna wordt het in een machine gesneden en verpakt. De kauwgom gaat erin als lange sliert, wordt in stukjes gesneden en in dezelfde machine van een papiertje voorzien. Kauwgom-machines spugen bijna duizend stukjes kauwgom per minuut uit. Mensen doen dat wat langzamer, maar met zijn allen bij elkaar komt er toch behoorlijk wat kauwgom op straat terecht. Omdat het spul daarop stevig vastplakt en hard wordt, kan het alleen met de grootste moeite, en met speciale stoommachines, verwijderd worden. Drukke straten in Nederland en België zijn dan ook bezaaid met zwarte ronde vlekken. Het valt ons al bijna niet eens meer op, maar in Singapore is kauwgom verboden om de straten schoon te houden.

Een evenwichtig leven

0

Tegenwoordig moeten we van alles en nog wat en het moet allemaal ook nog eens perfect zijn. Een geweldige relatie, interessant en goedbetaald werk, een paar kinderen die al even perfect en voorbeeldig zijn en natuurlijk moeten we ook nog ontspannen en iets aan onze spirituele en intellectuele ontwikkeling doen. Als mens zijn we veelzijdige wezens, die een aantal verschillende aspecten hebben. Daardoor zijn we ook in staat om ons, min of meer tegelijkertijd, actief te zijn op deze verschillende gebieden van ons leven. Toch hoor je veel mensen klagen dat het evenwicht zoek is, dat ze worden opgeslokt door hun werk of dat ze niet meer aan zichzelf toekomen omdat de kinderen en oudere familieleden veel zorg en aandacht nodig hebben. En door dit geworstel in het dagelijkse leven verlies je juist weer het zicht op het totaal van je leven. Om het totaalbeeld te krijgen zijn meerdere verdelingen mogelijk. Maar over het algemeen kun je de volgende aspecten in je leven onderscheiden: je eigen persoon, je persoonlijke omgeving (familie, relaties en vrienden), je werk, ontspanning en spiritualiteit. Als al deze gebieden in evenwicht zijn, dan is het geheel groter dan de som der delen. Je voelt je in balans, krachtig en opgewekt en je bent daardoor in staat om in elk van de afzonderlijke aspecten optimaal te functioneren.

Je eigen persoon

Het lijkt egoïstisch om hier mee te beginnen, maar dat is het niet. Zelf ben je het eerste, en belangrijkste aspect van je leven, dat je goed moet verzorgen. Want als je jezelf niet goed behandelt, hoe kun je anderen dan goed behandelen? In dit levens-aspect gaat het om je eigen welzijn, je gezondheid, voeding, voldoende beweging en voldoening. Hoewel het antwoord niet altijd is zoals je zou willen, is het goed om je zo nu en dan af te vragen of je goed bezig bent. En daarmee wordt dan de lange termijn bedoeld. Pas als jezelf goed in je vel zit en gelukkig bent met je leven en de dingen die je doet, ben je in staat om voor anderen te zorgen en je in te zetten voor de levens-aspecten buiten je.

De persoonlijke omgeving

Je persoonlijke omgeving is je nabije sociale kringetje: je familie, je vrienden, je partner en eventuele kinderen. Het is natuurlijk ideaal als hier alles in evenwicht is. Met je partner deel je de meest intieme aspecten van jezelf en ook nog eens een gezamenlijk levensproject. Als het goed gaat geeft dit veel warmte en voldoening maar het kan ook tot hoofdbrekens leiden doordat er toch twee verschillende personen met verschillende eigenaardigheden in het spel zijn. Als het goede overheerst, sticht je misschien een gezin met je partner. Ook het ouderschap geeft als het goed is veel voldoening, maar uiteraard kunnen ook op dit vlak veel, al dan niet overkomelijke, problemen rijzen. Met je familie, je ouders, broers, zussen, grootouders, ooms, tantes, neven en nichten deel je een gezamenlijk verleden, je kindertijd. Dit kan de basis zijn voor een warme band. In sommige families staat iedereen altijd voor elkaar klaar, maar ook hier geldt dat het niet bij iedereen “koek en ei” is. Ook familierelaties kunnen behoorlijk verstierd worden door pijnlijke gebeurtenissen uit et verleden of simpelweg botsende karakters en belangen.

Het werk

Je werk is belangrijk, nog even los van of het wordt betaald of niet. Ook huisvrouwen en -mannen, studenten of mensen die vrijwilligerswerk doen, hebben dit aspect in hun leven. Het is het gebied waarin je je vaardigheden en kennis kunt ontwikkelen. Hierin neem je deel aan de maatschappij en draag je bij aan het welzijn van andere mensen. Vaak kun je in je werk je creativiteit en je ambitie kwijt, maar soms zijn er ook perioden in je leven waarin je werk vooral frustratie en kopzorgen oplevert. En dan hebben we het natuurlijk niet om zo nu en dan een rotdag of een vervelende collega. Als je werk je structureel alleen maar stress en ergernis oplevert, en weinig positiefs, zou je bijvoorbeeld kunnen overwegen om een andere baan te zoeken, of zelfs een heel ander beroep.

Ontspanning

Na het werk is het tijd om te ontspannen en te genieten. Ook in je hobby’s kun je interesses, je vaardigheden en je creativiteit kwijt, maar als het goed is weer net even andere dan in je werk. Soms lijkt het echter of allerlei verplichtingen van dit levens-aspect er meer een soort tweede werk van maken. Let er dus op dat ontspanning ook echt ontspanning is. Dat houdt dan weer niet in dat je met op de bank voor de televisie hangen dit aspect van je leven goed invult. Ook een sport, of andere activiteit zoals dansen en uitgaan, kunnen heel ontspannend werken.

Spiritualiteit

Dit onderdeel van je leven gaat niet over religie of naar de kerk gaan, maar over de algemene menselijke behoefte om het bestaan en je eigen leven zin te geven en te plaatsen in een groter geheel. Ook dit aspect is heel persoonlijk en het kan dan ook vele vormen aannemen. Voor de een zal het geloven in een god zijn, of in een energie waar we deel van uitmaken, voor een ander genieten van de natuur of van kunst. Hoe dan ook doet het je bij uitstek uitstijgen boven de waan van alle dag. Maar net als de andere aspecten kan dit verwaarloosd worden, dan wel onevenwichtig veel aandacht krijgen, waardoor je niet meer in de realiteit van het dagelijkse leven staat.

Het evenwicht

Als je evenwichtig leeft, dan hebben al deze verschillende facetten in je leven de juiste prioriteit.

Maar vaak zie je dat het overmatig leven in een gebied ten koste gaat van de andere gebieden. Klassiek is het voorbeeld van de personen die te veel werken en weinig aandacht besteden aan hun partner en kinderen. Vroeg of laat wordt de rekening gepresenteerd in de vorm van een scheiding en een gemankeerde relatie met de kinderen of een burn-out, een depressie of een ziekte voor henzelf. Een ander bekend voorbeeld is het “lege nest syndroom” waarmee moeders kunnen kampen die altijd alleen maar voor hun kinderen hebben gezorgd en er daarnaast geen eigen leven op na hielden. Zo zijn nog wel meer voorbeelden te verzinnen. Het belangrijkste is het evenwicht tussen alle aspecten. Als je het idee hebt dat er ergens een scheefgroei zit, probeer die dan te corrigeren met het geven van tijd en aandacht aan dat aspect of die aspecten die in de loop der tijd zijn ondergesneeuwd. Benader het positief en maak de aspecten belangrijker die je tot nu een beetje hebt versloft. Stel de juiste prioriteiten, doe datgene wat belangrijk is en probeer je tijd daar naar in te delen. Bedenk wat je wilt bereiken in je werk, maar ook wat belangrijk is in je privé-leven. Respecteer je grenzen en probeer zicht te krijgen op je valkuilen en de stress-verhogende elementen in je leven. Veranderen valt vaak niet mee, maar als je je leven in balans hebt zul je je veel evenwichtiger en sterker voelen. Als het nodig is, zoek dan hulp in de vorm van een boek of informatie op internet. Of, als dat niet genoeg is, overweeg een cursus of een coach.

Alles over Nirvana

0

Nirvana was een succesvolle grungeband uit de jaren negentig. Het viertal werd beschouwd als één van de eerste grungebands, en dus de grondleggers van het nieuwe genre.

Grunge

Wat is grunge nu eigenlijk precies? Grunge is een jargonterm voor Amerikaanse gitaarrock. Het is de eenvoud van de punk, gemengd met het gitaargeluid van heavy metal. Het is ontstaan in Seattle in de Verenigde Staten (vanuit de ‘noise’ en de ‘indie rock’). De eerste echte grungebands waren The Melvins, Mudhoney, Green River en Soundgarden. Deze waren echter te afwijkend, alternatief om bij het echte grote publiek binnen te dringen. In de jaren negentig heeft Sonic Youth (onbewust) de taak als leider van het genre dan maar op zich genomen. Ze hielpen Nirvana aan een platencontract, en met die stap heeft de grunge zich ook bekend gemaakt bij het ‘mainstream’ publiek. Naast Nirvana speelden ook enkele bekende bands een rol in het populair maken van de grunge, onder meer Pearl Jam, Soundgarden, Breeders en Alice in Chains. Pearl Jam hield zich niet meer echt aan het genre grunge, en kon dus niet echt beschouwd worden als een grungeband. De andere twee kregen moeilijkheden door drank en drugs en uiteindelijk werd Nirvana dan maar als het ‘grote voorbeeld’ genomen. Na het verdwijnen van Nirvana, en dus ook deze periode van de grunge, kwam er een eerste golf van de post-grunge. Goede voorbeelden hiervan zijn Bush, Candlebox en Matchbox 20. De tweede golf kwam veeleer na de jaren negentig, die van 2000 en later dus. Hier treden Creed, Nickelback en Puddle of Mudd meer op de voorgrond.

Bezetting

Nirvana bestond oorspronkelijk uit Kurt Cobain (zanger en gitarist), Krist Novoselic (bassist) en Aaron Burckhard (drummer). Tussen 1988 en 1990 heeft Nirvana verschillende drummers gehad: Dale Crover, Dave Foster, Chad Channing en Dan Peters. In 1989 had Nirvana ook een gitarist: Jason Everman. Hij zat echter maar enkele maanden in Nirvana. Pas in 1993 werd de gitarist Pat Smear. Nirvana staat naast zijn muziek veeleer bekend om frontman Kurt Cobain, die in 1994 zelfmoord pleegde. Of hij nu zelfmoord pleegde, of het toch een moord was, blijft tot vandaag de dag nog steeds een mysterie. Tot nu toe houdt men het op zelfmoord, maar er zijn verscheidene moordtheorieën uit de doeken gedaan door allerhande mensen. De ‘laatste’ leden van Nirvana worden hieronder uitgebreid besproken.

Kurt Cobain

Kurt Cobain werd op 20 februari 1967 geboren in Hoquiam, een klein stadje in de Amerikaanse staat Washington. Toen hij zes maanden oud was, verhuisde Kurt met zijn ouders (Donald Cobain en Wendy Fradenburg) naar Aberdeen, dat zo’n 5 km ligt van Hoquiam. Toen hij drie was werd zijn zusje Kimberley geboren. Als kind was hij erg hyperactief en leidde aan een soort van ADHD. Hij kreeg amfetamine voorgeschreven, maar dit hielp helemaal niet. Als kind had Kurt een denkbeeldig vriendje Boddah, deze verdween van de voorgrond toen hij wat ouder werd. Op zeer jonge leeftijd was hij al sterk in muziek geïnteresseerd. Vanaf zijn tweede zong hij al liedjes, onder andere Hey Jude van The Beatles. Op zijn vierde had hij een liedje opgenomen samen met de broer van zijn moeder en op zijn achtste zat hij alweer in de gitaarles bij tante Mary. Hij besloot uiteindelijk dat hij drummen toch net iets leuker vond. Op zijn achtste kreeg zijn leven een tragische wending: zijn ouders gingen scheiden. Vanaf dan sloeg zijn hyperactieve, vrolijke karakter om in een stil, teruggetrokken kind. Op het behang van zijn kamer schreef hij een gedichtje: “I hate mom, I hate dad. Dad hates mom, mom hates dad. It simply makes you want to be sad.”. Na de scheiding ging Kurt bij zijn moeder Wendy en zusje Kimberly wonen. Later eiste zijn vader het hoederecht en ging Kurt bij vader Donald (of Don) Cobain wonen. Tussen 10- en 13-jarige leeftijd werd hij heen en weer gesleurd tussen verscheidene ooms en tantes. Nadat hij bij zijn moeder wegging omdat die geen geld meer had, ging hij uiteindelijk bij zijn oom Chuck wonen. Voor zijn veertiende verjaardag kreeg Kurt een elektrische gitaar: de ‘Gibson Explorer’. Hij begon onmiddellijk met spelen en het schrijven van eigen nummers. Hij ontdekte onder meer alternatieve en punkmuziek. Kurt was er ondertussen ook niet braver op geworden: hij werd meerdere keren gearresteerd voor het bekladden van auto’s en gebouwen met onder meer ‘schokkende’ teksten zoals “God is gay” en “Homo sex rules”. Toen Kurt 18 was verliet hij zijn school, zonder diploma. Hij ontmoette ook Krist Novoselic, die net zoals hij een liefhebber was van de punkmuziek. Kurt richtte met hem na enkele mislukte pogingen Nirvana op in 1987. De twee verhuisden hetzelfde jaar nog naar Olympia (Washington). Twee jaar later brachten ze met drummer Chad Channing hun eerste album Bleach uit. De drummer werd na vele anderen in 1990 (zie: ‘Bezetting’) uiteindelijk vervangen door Dave Grohl. Het succes van de band liep hoog op en het duurde niet lang voor de band een contract had bij DGC Label. Het hoogtepunt van Nirvana is ongetwijfeld wanneer ze hun album Nevermind uitbrachten, dat het grotere publiek ook aansprak. Na de komst van het album, in mei 1991, ontmoet Kurt Cobain de zangeres van de grungeband Hole, Courtney Love. Het duurde verwonderingwaardig niet bijster lang voor het koppel hun verloving aankondigde en niet veel later gingen ze trouwen, dat was op 24 februari 1992. Rond hetzelfde moment ontdekte Courtney Love dat ze zwanger was. Hun dochter Frances Bean werd geboren op 18 augustus 1992. De naam Frances kwam van Frances McKee (zangeres van The Vaselines) en de tweede naam ‘Bean’ omdat Kurt beweerde dat het meisje op een boon zou lijken tijdens de echografie. Courtney Love was echter, zoals iedereen wel wist, een zware heroïnegebruikster. Dit kwam zeker niet ten goede in de media en de maatschappij. Twee weken nadat Frances Bean geboren werd, verbood de rechter dat het kind in het huis van Love en Cobain zou wonen. Het kind werd dan uiteindelijk geplaatst bij een familielid van Courtney Love. Na lange juridische ondernemingen kreeg het koppel dan toch het hoederecht van het kind terug. Maar de Nirvanafans waren nog steeds niet tevreden met de komst van Courtney Love. Ze beweerden dat ze Kurt gebruikte om haar eigen band, Hole, bekend te maken. Kurt voelde zich niet goed door alle drukte van de showbusiness en dit werd voor het eerst duidelijk bij zijn eerste zelfmoordpoging in Rome op 4 maart 1994. Hij had vijftig Rohypnol pillen ingeslikt, maar ontwaakte een dag later al uit zijn coma. Twee weken later probeerde Kurt Cobain zelfmoord te plegen met een revolver, maar de politie van Seattle greep in en nam alle wapens en munitie in beslag. Cobain ontkende alles, maar het werd al duidelijk dat zijn zware heroïneverslaving een zware tol begon op te eisen. Op 25 maart 1994 stemde Kurt ermee in om zich op te nemen in een afkickcentrum. Hij ging naar de Exodus kliniek in Los Angeles. Op verzoek van Kurt kocht zijn vriend Dylan Carlson een hagelgeweer, het wapen waarmee hij later zelfmoord zou plegen. Op 1 april 1994 vluchtte Kurt Cobain uit de kliniek en nam hij het vliegtuig naar Seattle. Op 4 april werd hij door Courtney Love als vermist opgegeven. Vier dagen later werd hij dood aangetroffen in zijn huis in Seattle door elektricien Gary Smith. Het geweer dat zijn vriend gekocht had bleek dus het wapen te zijn waarmee hij zichzelf door het hoofd schoot. De eigenlijke sterfdatum was 5 april 1994. Er zijn echter nog vele puzzels die opgelost moeten worden om echt zeker te zijn van een zelfmoord. Zo was er een grote hoeveelheid heroïne in het bloed van Kurt Cobain gevonden, volgens velen veel te hoog om te trekker over te kunnen halen. Anderen beweren dan weer dat het moeilijk is om een exacte hoeveelheid aan te tonen. En nog anderen beweren dat Kurt zo gewend was aan de heroïne dat het voor hem niet moeilijk geweest moet zijn om trekker over te halen. Een ander punt waarover twijfel is, is het verschillend handschrift in de afscheidsbrief. De laatste vier regels zouden in een andere stijl geschreven zijn. Een derde twijfelpunt is dat er geen vingerafdrukken zijn gevonden op het hagelgeweer. Ook de wijze waarop Kurt het geweer vastgehouden zou hebben blijft twijfelachtig. Volgens de privé-detective van Courtney Love Tom Grant, die de laatste uren van Kurt Cobain geschaduwd heeft, zou Kurts arm te kort geweest zijn om het wapen vast te houden, en zou hij het wapen afgevuurd moeten hebben met zijn teen. Het lijk werd echter gevonden met beide schoenen aan. Specialisten beweerden dat dit normaal zou zijn, en het mogelijk door verschuiving van de terugslag van het wapen kwam dat er geen vingerdrukken achtergelaten werden.

Krist Novoselic

Krist Novoselic (ook wel Chris genoemd) is geboren op 16 mei 1965 in Compton, Californië. Zijn vader is van Bosnië en zijn moeder is afkomstig van Kroatië. Hij was van het begin tot het einde (1987 – 1994) medeoprichter en bassist van Nirvana. In ’85 ontmoette hij Kurt Cobain. Na enkele mislukte pogingen richt het duo dan in 1987 Nirvana op. Naast de basgitaar speelt hij ook accordeon. Na de periode van Nirvana startte Krist in 1995 de band Sweet 75. Met Jello Biafra en Kim Thayil speelde hij in No WTO Combo. Een band die misschien wel het record van de kortste bestaanstijd op zich mag schrijven. No WTO Combo bleef maar héél kort bij mekaar, van 26 november 1999 tot 1 december 1999. In 2002 startte hij een nieuwe band, Eyes Adrift. Ook hier was het succes van korte duur: na één album stopte de band in 2003 ermee. Hij besloot uiteindelijk om in de hardcore-punkband uit San Francisco Flipper te gaan.

Dave Grohl

Dave Grohl is geboren op 14 januari 1969 in Warren, Ohio. Op zestienjarige leeftijd kreeg Grohl een plek aangeboden in Scream als drummer. Hij stopte hiervoor met school zodat hij zich volledig kon concentreren op zijn muziekcarrière. Hij ontmoette in 1990 de Nirvana-leden Kurt Cobain en Krist Novoselic. Scream viel niet veel later uit mekaar toen de bassist het liet afweten. Het twijfelde dan ook niet lang om, op advies van Buzz Osborne, Krist Novoselic te bellen voor een auditie. Grohl werd aangenomen en verhuisde naar Seattle. Hij kwam in de band tijdens de succesjaren en maakte deel uit van het album Nevermind. De hitsingle Smells Like Teen Spirit werd een overweldigend succes. Dave Grohl schreef zelf ook nummers, maar wilde niet dat deze vermengd zouden worden in de stijl van Nirvana. Hij nam in 1992 een album op, getiteld Pocketwatch. Een nummer van dat album, Color Pictures of a Marigold, werd uiteindelijk de B-side van de single Heart-Shaped Box. Dave Grohl speelde tot het einde, in 1994, in Nirvana. Later in 1994 nam Grohl een album op waarbij hij de gitaar,bas en drumpartijen zelf speelde. Het album werd uitgebracht onder de naam Foo Fighters. Hij vroeg ex- Nirvanaleden Pat Smear en Krist Novoselic om bij zijn band te komen. Smear ging in op het aanbod, maar Novoselic weigerde. Samen met Pat Smear kwamen dan ook twee leden, afkomstig van Sunny Day Real Estate, in de band: drummer William Goldsmith en bassist Nate Mendel. Zelf verzorgde Grohl de zang en de gitaar. The Colour and the Shape was de titel van het tweede album, dat uitkwam in 1997. Het bevatte enkele hits: Everlong, My Hero en Monkey Wrench. Hetzelfde jaar verlaten Smear en Goldsmith de Foo Fighters en blijven er nog twee leden over. De twee lege plaatsen worden echter snel opgevuld door drummer Taylor Hawkins en gitarist Chris Shiflett. In 1999 verschijnt dan uiteindelijk There is Nothing Left to Lose. Drie jaar later komt een nieuw album One by One. Het publiek is enthousiast en de Foo Fighters krijgen meer en meer succes. In 2006 komt het album Skin & Bones uit, dit is een livealbum met een bijgevoegde, gelijknamige DVD. De Foo Fighters besluiten dan een akoestische tour te doen en halen Pat Smear opnieuw tijdelijk bij de band. Die laatste speelde ook nog even mee in het album Echoes, Silence, Patience & Grace. Dave Grohl heeft tot nu toe al aan zo’n 23 albums meegewerkt.

Pat Smear

Pat Smear werd op 5 augustus 1959 geboren als Georg Ruthenberg in Los Angeles, Californië. In 1976 richtte hij de band The Germs op. De bandleden waren Lorna Doom, Don Bolles en medeoprichter Darby Crash. Drie jaar later bracht de band hun debuutalbum GI uit. De plaat was erg succesvol in de punkgeschiedenis. Pat Smear maakte nog twee soloalbums: So you fell in love with a musician en Ruthensmear. Naast zijn passie voor muziek, was hij ook acteur in televisieseries en films. Hij ontmoette Courtney Love, de vrouw van Kurt Cobain, toen hij aan de film Breakin’ werkte. Kurt Cobain vroeg hem uiteindelijk of hij in Nirvana wilde spelen. Hij ging op het aanbod in en speelde nog enkele maanden in Nirvana voordat Kurt Cobain tenslotte zelfmoord pleegde. Pat Smear werd uiteindelijk gevraagd door voormalig drummer bij Nirvana Dave Grohl om in zijn band Foo Fighters te spelen. Daar stemde hij mee in en deed dit tot 1997. Hij speelt tevens mee op het nieuwe album van de Foo Fighters: Echoes, Silence, Patience and Grace (uitgekomen op 25 september 2007).

Fans

Nirvana heeft tot vandaag nog steeds een heleboel fans rondlopen. Ook het album Unplugged in New York werd in het Guinness Record Book opgenomen als bestverkochte album na het overlijden van de uitvoerder. Hoewel er enkele tragische voorvallen zijn gebeurd na de dood van frontman Kurt Cobain. Vijf dagen na de dood van Cobain, en twee dagen nadat hij gevonden werd kwamen er zon zevenduizend mensen naar Seattle om hem te gedenken. Na de afloop schoot Daniel Kaspar, net zoals Kurt Cobain, zichzelf een kogel door het hoofd. Tevens pleegde in Australië een tiener op dezelfde manier zelfmoord, en ook in Turkije pleegde een zestienjarig meisje met Nirvana op de achtergrond op die manier zelfmoord.

Venetië

0

De stad Venetië ligt in het noordoosten van Italië aan de oever van de Adriatische Zee. De stad heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Europa en doet aan als een groot openluchtmuseum. Tegenwoordig wonen er nog zo’n kleine driehonderdduizend mensen in de stad. Venetië is voor veel mensen onweerstaanbaar en het toppunt van romantiek. De combinatie van vele waterwegen en de schitterende eeuwenoude gebouwen, die zich weerspiegelen in het water, vormen een uniek en betoverend geheel. Venetië is gebouwd op ruim honderd eilandjes in de Venetiaanse lagune, de Laguna Veneta. Om de eilanden met elkaar tot een stad te verbinden, heeft Venetië 400 bruggen over 177 kanalen. De kanalen van Venetië zijn wat voor andere steden straten en lanen zijn. Omdat ook in deze tijd geen straten of andere verkeerswegen aangelegd kunnen worden, vindt het vervoer in de stad nog steeds over het water plaats. Dit versterkt het gevoel dat je in Venetië bent beland in een totaal andere wereld.

De geschiedenis van Venetië

De eilandengroep waar Venetië op ligt werd al in de tijd van het Romeinse Rijk “Venetia” genoemd. Destijds woonden er al eeuwenlang mensen op de eilanden, maar de bevolkingsdichtheid was heel dun. De eerste grotere nederzettingen ontstonden pas in de Middeleeuwen, als gevolg van een toestroom van vluchtelingen na de invallen van Attila de Hun en van de Longobarden in de vijfde en zesde eeuw. Daarna werd het gebied onderdeel van het Byzantijnse rijk. De Venetianen, die de Adriatische Zee domineerden, verdedigden met hun vloot vaak Byzantijnse belangen en kregen in ruil daarvoor niet alleen handels-privileges maar ook meer onafhankelijkheid. Zo had de “Repubblica Marinara” een eigen, voor het leven gekozen, leider die de “doge” werd genoemd. Pas in de loop van de negende eeuw werd Venetië een echte stad. De eenheid werd versterkt door de gemeenschappelijke vijanden en doordat de eilandjes onderling werden verbonden door bruggen. Ook kreeg de stad een beschermheilige, de Heilige Marcus van Alexandrië. Hij werd begraven op de plek waar nu de Basilica di San Marco staat. In de loop van de twaalfde eeuw werd de stadstaat Venetië steeds machtiger. Dat gold niet alleen in economische opzicht ten opzichte van de concurrerende steden Genua en Pisa. Venetië werd ook steeds machtiger binnen het Byzantijnse rijk. Tijdens de Vierde Kruistocht plunderden de Venetianen zelfs de hoofdstad Constantinopel, waardoor ze een groot gedeelte van het Byzantijnse Rijk in handen kregen. Vervolgens voerden ze een meer dan honderd jaar durende strijd om de macht in de Oostelijke Middellandse Zee met concurrent Genua. Uiteindelijk werd Genua verslagen en was Venetië een paar eeuwen lang op het hoogtepunt van haar macht. Toen de Turken in de vijftiende eeuw Constantinopel veroverden was het afgelopen met deze bloeitijd. De republiek Venetië verloor veel havens en raakte daardoor in financiële moeilijkheden.

Aan het begin van de zestiende eeuw wist Venetië nog een aanval af te slaan van een samenwerking tussen de paus, Spanje, Frankrijk en Duitsland maar in de periode daarna was de kleine republiek geen partij meer voor de Europese grootmachten. De achttiende eeuw was de laatste eeuw waarin Venetië onafhankelijk was. Omdat dit vrij laat was, de meeste andere steden en staatjes waren al opgeslokt door de machtige Europese naties, wordt deze periode wel gezien als een van de belangrijkste en meest fascinerende van zijn bestaan. Vergeleken met andere steden was het de meest elegante en verfijnde stad van Europa met een grote invloed op de kunst, de architectuur en de literatuur.

Aan het eind van de achttiende eeuw veroverde Napoleon Venetië en kwam er een einde aan meer dan duizend jaar onafhankelijkheid. In hetzelfde jaar tekende Napoleon het Verdrag van Campo Formio, waarmee Venetië onderdeel werd van het koninkrijk Lombardije-Venetië. In 1861 ontstond het Italiaanse koninkrijk, maar pas vijf jaar later viel ook Venetië daaronder.

Bezienswaardigheden in Venetië

Een van de belangrijkste en leukste bezienswaardigheden is natuurlijk het stadsverkeer over de kanalen. De bekende gondels, die daarvoor vroeger werden gebruikt, zijn tegenwoordig alleen voor de toeristen. De Venetianen zelf gebruiken voor verplaatsing in hun stad de Vaporetto, de “waterbus”, of hun eigen motorbootjes die vergelijkbaar met onze auto’s. Daarnaast heeft Venetië een rijke cultuur met veel goed geconserveerde historische gebouwen en prachtige pleinen, stille getuigen van een roemrucht verleden.

Het San Marcoplein is het hart van de stad. Het plein is genoemd naar de apostel Marcus die de beschermheilige van Venetië is. Nadat de Venetianen zijn lichaam in de negende eeuw uit Alexandrië hadden overgebracht, bouwden zij de San Marcobasiliek. De huidige, derde basiliek op deze plaats dateert uit de elfde eeuw en is een bijzonder bouwwerk met onder andere Romaans beeldhouwwerk, veel marmer en mozaïeken en bronzen beelden. Binnen zie je een van de hoogtepunten, het altaarstuk Pala d’Oro. Dit dateert uit de veertiende eeuw en bestaat uit een indrukwekkende hoeveelheid goud, bezet met meer dan tweeduizend edelstenen.

Naast de San Marco basiliek staat het Palazzo Ducale of Dogenpaleis. Dit gotische meesterwerk, deels uitgevoerd in roze marmer, werd gebouwd in de negende eeuw en was niet alleen de woning van de doge, maar ook stadhuis en gerechtshof. In het paleis bevinden zich vele kunstschatten, waaronder werken van Venetiaanse schilders als Tintoretto en Veronese. De klokkentoren van de Basiliek van San Marco, de Campanile, stamt uit de twaalfde eeuw. Een andere, modernere klokkentoren aan het plein is de vijftiende eeuwse Torre dell’ Orologio, destijds een wonder van techniek.

Behalve de San Marcobasiliek heeft Venetië talloze kerken. De San Zaccaria is een van de typische voorbeelden van de Venetiaanse Renaissance. De Basilica di Santa Maria Glorioso dei Frari is een grote gotische kerk uit de vijftiende eeuw. Hier vindt je onder andere schilderijen van Titiaan en Bellini en het graf van de componist Monteverdi. De Basilica di Santa Maria della Salute is een witte, in het oog springende kerk aan het Canal Grande. Deze kerk werd in de zeventiende eeuw gebouwd op meer dan een miljoen eikenhouten palen, na afloop van een pestepidemie. De hoofdingang van deze kerk gaat maar een keer per jaar open, op 21 november. Dan worden er bootjes over het Canal Grande gelegd, zodat te voet het kanaal kan oversteken.

Behalve de pracht en praal in de kerken en paleizen heeft Venetië als geheel haar historische gezicht goed behouden. Ook de rijke Venetiaanse burgers hebben daar flink aan bijgedragen door in de loop der eeuwen hun sfeervolle koopmanswoningen te laten bouwen langs de Canal Grande.

De kade Riva degli Schiavoni langs het Canale di San Marco is de flaneer-route van de stad, met een prachtig uitzicht en zelfs een klein bos. Het gedeelte tussen de San Marco, de Rialtobrug en Bacino Orseolo, een opstapplaats voor gondels is vooral zomers erg druk. Maar even buiten dit gewoel vindt je talloze charmante bruggetjes, pleintjes en gebouwen. Om uit te rusten van je stadswandelingen kun je terecht op het Lido, een langwerpige zandbank tussen de lagune en de zee. Dit was vroeger al een geliefde mondaine en luxueuze badplaats, waarvan nog een aantal Belle Époque hotels getuigen zoals het Excelsior en Hotel Des Bains. Om bruggen kom je niet heen in Venetië. De bekendste zijn de Brug der Zuchten, waar in de Middeleeuwse Venetiaanse ter dood veroordeelden voor het laatst hun stad zagen, de Rialtobrug over het Canal Grande en de moderne Calatravabrug.

Daarnaast heeft Venetië veel bijzondere evenementen. Zo wordt er iedere twee jaar de kunst-tentoonstelling “Biënnale” gehouden. Jaarlijks wordt het Filmfestival van Venetië op het Lido gehouden en barst eind januari, begin februari het beroemde Venetiaanse carnaval los. Twaalf dagen lang is de stad het toneel van een groot gemaskerd bal. Op de eerste zondag van september houdt men de Regata Storica, de historische gondel-dag. Een andere historische ambacht die typisch is voor Venetië is het glasblazen. Venetiaans glas is wereldberoemd, prachtig en als eeuwenoud ambachtelijk handwerk uiteraard niet goedkoop.

Venetië heeft eigenlijk veel te veel te bieden om hier maar even op te sommen. De waterrijke stad is het ideale decor voor een romantische vakantie, en heel geschikt voor lange stadswandelingen. Je kunt zonnen en uitrusten op het Lido en als kunst- en cultuurliefhebber je hart ophalen, want het culturele erfgoed is in een woord overrompelend.

De Middeleeuwen van Parijs tot Nu

0

De Franse hoofdstad Parijs is al eeuwenlang een centrum van cultuur, zowel voor Europa als voor de rest van de wereld. De lichtstad is een interessante en veelzijdige stad met een rijke en veelbewogen geschiedenis, die prachtige gebouwen, musea vol met kunst en de typische, nostalgische Parijse sfeer heeft nagelaten.

De Oudheid en de Middeleeuwen

Al voor het begin van onze jaartelling werd het gebied waar Parijs nu ligt bewoond door een Gallische stam, de Parisii, een naam die was afgeleid van het Keltische woord voor moeras. De kern van hun woongebied werd gevormd door een nederzetting op een klein eilandje in de rivier de Seine, het huidige Île de la Cité. Julius Caesar veroverde de streek in het jaar 52 voor het begin van de jaartelling en noemde de nederzetting Lutetia Parisiorum. Lutetia, of Lùtece in het Frans, verdween uit de naam en het dorp ging verder als Paris. Het had een strategische ligging en breidde zich tijdens de Romeinse bezetting uit tot een belangrijk handelscentrum. Het eiland in de Seine werd daardoor veel te klein en de stad groeide door op de linkeroever van de rivier, waar je dan ook nog steeds resten van het Romeinse amfitheater en het badhuis vindt. Nadat het Romeinse rijk ingestort was, ging het een tijdje wat minder met Parijs. Toen in het jaar 509 de Frankische koning Clovis de stad tot een van de hoofdsteden van zijn koninkrijk maakte, nam de welvaart en de groei weer toe. Aan het eind van de negende eeuw werd Parijs een paar jaar lang regelmatig geplunderd door de Noormannen, waardoor de bewoners zich weer moesten terugtrekken op de eilandjes in de Seine. In de tiende eeuw werd het rustiger worden en kon men zich weer uitbreiden op de oevers. Tegen het jaar 1200 werd daar, in opdracht van koning Filips de tweede, een stadsmuur gebouwd die een gebied van zo´n 270 hectare omvatte. Parijs telde toen waarschijnlijk al meer dan 50.000 inwoners, wat in die tijd erg veel was. In de dertiende eeuw werd de moerassige rechteroever van de Seine drooggelegd en werd daar begonnen met de bouw van het Louvre. Op het Île de la Cité zelf begon men met de bouw van de kathedraal de Notre-Dame. Op de linkeroever werd de Sorbonne heel belangrijk, dit zou eeuwenlang de grootste universiteit van Europa zijn. Parijs was nu behalve hoofdstad en universiteitsstad ook het belangrijkste handelscentrum van Frankrijk. De bevolking bleef gestaag groeien tot zo´n tweehonderdduizend inwoners in de eerste helft van de veertiende eeuw.

Die periode was voor Parijs in een roerige tijd. Behalve oorlogen met Engeland kwam het Parijse volk regelmatig in opstand. Koning Karel V liet een nieuwe muur bouwen, die nu een gebied van zo´n 440 hectare beschermde. Het bevolkings-aantal was echter sterk gedaald door de pestepidemieën in de tweede helft van de veertiende eeuw en het oorlogsgeweld van de Honderdjarige Oorlog. Rond het jaar 1500 was de bevolking weer op hetzelfde peil van tweehonderd jaar daarvoor. Na de Engelse bezetting werd er opnieuw veel gebouwd, zoals bijvoorbeeld de Pont Neuf en les Jardins du Luxembourg. Aan het eind van de zestiende eeuw leed Frankrijk onder een aantal Godsdienstoorlogen, waarbij Parijs een katholiek bolwerk was. De fanatieke katholieke Parijzenaars hielden dapper stand ondanks herhaalde protestantse belegeringen.

De zeventiende tot en met de negentiende eeuw

In de zeventiende eeuw nam de bevolking verder toe, tot meer dan vijfhonderdduizend inwoners. Door de aanwezigheid van het Koninklijk Hof en een concentratie van de Franse adel, ontwikkelde de stad zich in een centrum voor industrieën van luxe-artikelen. Daarnaast werd de stad steeds meer het centrum van de Franse kunst, cultuur en wetenschap. Bijna iedereen die in de wetenschap of de kunst uitblonk, vestigde zich in Parijs. Dit ging ten koste van het culturele leven van de rest van Frankrijk, dat daarmee een grote provincie werd. Deze concentratie van cultuur in Parijs zou een probleem vormen waarmee Frankrijk nog drie eeuwen te kampen zou hebben. De koning zelf, “Le Roi Soleil” zonnekoning Lodewijk XIV, ontvluchtte zijn roerige hoofdstad en liet het paleis van Versailles bouwen.

In 1785 werd er weer een nieuwe muur gebouwd, die een gebied van 30 vierkante kilometer omringde, bijna twee maal zo groot als het toenmalig bebouwde gebied. Het doel van deze muur was niet om de stad tegen vijanden van buitenaf te beschermen, maar om het de inwoners moeilijker te maken om de bij de stadspoorten geïnde accijnzen te ontduiken. Het volk morde, en op 14 juli 1789 bestormden zij de Bastille, wat het beginpunt werd voor de Franse Revolutie. Voor Parijs was de periode van de Revolutie en het Keizerrijk van Napoleon I niet gunstig. De economie ging achteruit en de bevolking liep terug. Dit veranderde aan het begin van de negentiende eeuw onder invloed van de Industriële Revolutie. De stad groeide weer, waarbij rond 1840 het aantal van een miljoen inwoners werd gehaald. De ruimte binnen de “belastingsmuur”, die overeenkomt met de huidige arrondissementen 1 tot en met 11, was volgebouwd en buiten de muur begonnen zich voorsteden te vormen. De Parijse bevolking was gemiddeld veel radicaler dan die van de rest van Frankrijk en de stad was een broeinest van het socialisme. In Parijs begonnen dan ook de revoluties van de negentiende eeuw, die oversloegen naar de rest van Europa.

Het stratenplan van Parijs was destijds nog Middeleeuws, met veel smalle straatjes. De enige brede boulevards, een woord dat is afgeleid van het Nederlandse “bolwerk” lagen op de plaats van de gesloopte veertiende eeuwse muren en grachten. Napoleon III gaf Georges-Eugène Haussmann de opdracht om Parijs eens grondig te verbouwen. Ook andere straten werden verbreed tot rechte boulevards, een operatie waarbij duizenden huizen werden gesloopt. Het karakteristieke stadsbeeld van de Parijse binnenstad wordt nog steeds bepaald door deze ingreep.

Aan het eind van de negentiende eeuw was de bevolking gestegen tot bijna twee miljoen. Er werd buiten de bebouwde kom een nieuwe verdedigingsgordel aangelegd, met veel kleine forten. Deze gordel vormt min of meer de grens van het huidige centrum van Parijs en de forten zijn te herkennen als de eindpunten van de metro als Porte de Clignancourt, Porte de l´Orleans en dergelijke. Tijdens de Derde Republiek bloeide de Parijse cultuur tot de “Belle Epoque”. In deze periode werd Parijs voor Europa het symbool van elegantie, goede smaak en frivoliteit. De technologische vernieuwingen werden verbeeld in onder andere de Eiffeltoren en de Sacré-Coeur werd gebouwd in de toenmalige buitenwijk Montmartre. Typisch Parijse cabarets als de Moulin Rouge werden wereldberoemd.

De twintigste en eenentwintigste eeuw

Aan het begin van de twintigste eeuw was de bevolking van de gemeente Parijs uitgebreid tot meer dan tweeënhalf miljoen inwoners, maar buiten de stadsgrenzen groeiden de nieuwe voorsteden even hard. In de zogenaamde “banlieu” woonden toen al ruim een miljoen mensen. Dit was vooral de arbeidersbevolking, die de binnenstad met zijn hoge huren moest ontvluchten. De gemeente Parijs werd daardoor steeds conservatiever en werd omringd door de “rode gordel” van de slaapsteden.

In 1900 werd de eerste metrolijn gebouwd en in de jaren erna werd het metro-net gestaag uitgebouwd. Aan de optimistische en vrolijke Belle Epoque kwam een einde door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dit bracht niet alleen een zware ontgoocheling teweeg, maar ook de verdeeldheid tussen de maatschappelijke klassen werd steeds scherper zichtbaar. In de periode tussen de twee wereldoorlogen raakte Parijs, net als de rest van Frankrijk in de versukkeling. In 1940 werd de stad door de Duitsers bezet. Toen de geallieerden in 1944 Parijs naderden had de Duitse bevelhebber Von Choltitz van Hitler het bevel gekregen de stad op te blazen. Gelukkig weigerde de generaal dit bevel uit te voeren en konden de geallieerden de Franse troepen hun eigen hoofdstad laten bevrijden.

Rond 1950 had de Parijse binnenstad nog steeds 2.800.000 inwoners, maar de banlieu bleef doorgroeien en telde inmiddels bijna tweeënhalf miljoen inwoners. Tijdens de Vijfde Franse Republiek kwamen er weer wat impulsen in Frankrijk en de hoofdstad. Er werden talloze grote bouwprojecten opgepakt, zoals de zakenwijk “La Défense”, het museum voor moderne kunst Centre Pompidou en het Musée d’Orsay. Ook in onze eenentwintigste eeuw is Parijs nog steeds roerig door de grote verschillen tussen rijk en arm. Miljoenen Marokkanen en Algerijnen emigreerden naar Frankrijk, waarvan het merendeel in banlieu terechtkwam, hetgeen tot ernstige integratie-problemen, en zo nu en dan rellen, leidt. De bevolking van de gemeente Parijs is inmiddels gedaald tot zo´n twee miljoen, terwijl die van de banlieu tot acht miljoen is doorgegroeid. Of het Parijs zal lukken om de eeuwenoude, grote kloof tussen rijk en arm te dichten, zal de toekomst moeten leren.

Wat is het placebo-effect

0

Placebo is een Latijns woord dat betekent “ik zal behagen”. Het woord placebo-effect, of kortweg “placebo” wordt gebruikt voor geneesmiddelen, die geen werkzame bestanddelen bevatten. Het placebo-effect is het positieve effect van zo´n medicijn, dat optreedt omdat de patiënt verwacht dat het middel een heilzame werking heeft. Anders gezien is placebo een positieve invloed op het zelf-genezende vermogen van de patiënt, door de verwachting dat het geneesmiddel of de behandeling. Daarbij speelt het vertrouwen in de arts een grote rol. Het placebo-effect treedt niet alleen op bij medicijnen die geen werkzame bestanddelen bevatten, maar ook bij medicijnen die wél werkzame stoffen bevatten. Zij worden door het placebo effect extra effectief.

De geschiedenis van het placebo-effect

Het placebo-effect is al heel lang bekend. Al in de tweede eeuw van onze jaartelling schreef de Griekse arts Galenus “Artsen die het meeste vertrouwen genieten, genezen het beste”. Het woord placebo komt uit de Latijnse katholieke bijbel. In psalm 116 staat “Placebo domino in regione vivorum”. Dit betekent “Ik zal de Heer behagen in het land van de levenden”. Het bidden voor de doden begon met deze psalm, die in de Middeleeuwen werd gezongen bij begrafenissen. Behalve de familie, werden er monniken of anderen ingehuurd om mee te zingen en deze meezingers werden de ”placebo’s” genoemd. De rouwende familie moest daarvoor betalen, een gebruik dat de Engelse schrijver Geoffrey Chaucer aan de kaak stelde. Daarnaast gebruikte hij het woord placebo rond 1340 voor het eerst als een afzonderlijk woord in de betekenis van “namaak”. Placebo is een figuur in zijn verhaal “The Merchant’s Tale” uit The Canterbury Tales. Het was een slechte raadgever, waarmee het woord placebo een negatieve lading kreeg. Maar pas in de vorige eeuw is de term geïntroduceerd in de medische wetenschap. De anesthesist Henry Beecher deed uitgebreid onderzoek naar het therapeutische effect van placebo´s en publiceerde de resultaten in 1955 in het artikel “The Powerful Placebo”, dat zeer invloedrijk werd in de medische wereld. In de jaren erna werden dan ook veel placebo´s voorgeschreven voor allerlei kwalen waar de artsen geen raad mee wisten. Sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw wordt dit echter als bedrog gezien en is deze praktijk aan banden gelegd door de verplichting om de bestanddelen van geneesmiddelen exact te vermelden. In principe is de enige gelegenheid waar mensen nu nog bewust worden behandeld met geneesmiddelen zonder actieve bestanddelen in het vergelijkend wetenschappelijk onderzoek. Deze onderzoeken hebben tot doel om vast te stellen in welke mate het effect van een nieuw middel is toe te schrijven aan het placebo-effect. Uit deze onderzoeken blijkt dat alle medicijnen, werkzame of onwerkzame, een placebo-effect hebben van rond de 25 tot 30 procent. Geneesmiddelen worden alleen als werkzaam geregistreerd als ze duidelijk beter werken dan het placebo. Met name bij anti-depressiva blijkt dat soms geen eenvoudige opgave.

Hoe werkt het placebo-effect?

Door steeds betere methoden voor hersen-onderzoek is duidelijk geworden dat placebo´s echt werken, soms zelfs beter dan medicijnen met werkzame stoffen. Veel oudere medicijnen, waarvan inmiddels bekend is dat ze nauwelijks effect hebben, werkten hoofdzakelijk dankzij het placebo-effect. In de hersenen worden verwachtingspatronen gecreëerd, die uitgaan van een gunstig effect. Vooral bij anti-depressiva is het placebo-effect vaak groter dan de werkzame stoffen van het medicijn. Onderzoekers van de de Universiteit van Californië konden met behulp van QEEG het placebo-effect zichtbaar maken. QEEG registreert de doorbloeding van bepaalde hersen-gebieden, waarvan men denkt dat ze minder actief zijn ingeval van een depressie. Men vergeleek de behandeling van een groep van 52 depressieve patiënten. De ene helft van de groep kreeg een actief anti-depressivum en de helft kreeg een placebo. In negen weken werden er bij alle patënten vijf keer een QEEG gemaakt. Bij allebei de groepen namen de depressie-scores evenveel af. Het meest opvallende was, dat de met placebo behandelde patiënten vooral een versterkte doorbloeding gaven te zien in de prefrontale schors. Bij de met het werkzame anti-depressivum behandelde groep zagen de onderzoekers juist een verminderde doorbloeding.

In het algemeen is het zo dat het placebo-effect het sterkste werkt naarmate er meer placebo-opwekkende elementen in het spel zijn, zoals een positieve houding, een hoopvolle verwachting, aandacht en een duidelijke positieve diagnose. Omdat stress een beperkend effect op het immuun-systeem heeft, zijn geruststellende woorden tijdens de diagnose en de behandeling belangrijk in het placebo-effect en in het genezingsproces. Ook bleek in een onderzoek dat de betrouwbaarheid van de arts erg bepalend is, bij een arts die bewust liegt zal de placebo minder effectief zijn. Hoe meer verwachting in goede resultaten de behandelaar uitstraalt, hoe sterker het effect. Daarnaast werkt placebo niet bij iedere patiënt even sterk. Mensen met een open geest, die open staan voor suggestie hebben er de meeste baat bij. Tenslotte is de effectiviteit van de placebo ook afhankelijk van de specifieke klachten. Naarmate de klachten psychischer van aard zijn, is het placebo-effect groter. Naarmate de klachten fysieker of genetischer zijn, is het effect van de placebo minder groot, maar zeer zeker niet afwezig. Zelfs de prijs van de medicijnen hebben invloed op het optreden van het effect, dure placebo-medicijnen blijken beter te werken dan goedkope. Ook nieuwe medicijnen werken beter dan oude, los van of de bestanddelen al dan niet effectiever zijn, maar in ieder geval door de verwachting. Het placebo-effect beperkt zich wat dat betreft niet alleen tot individuele patiënten. Uit onderzoek is gebleken dat het placebo-effect van medicijnen iedere tien jaar met ongeveer zeven procent stijgt door de verwachting dat de medicijnen steeds beter worden. Daarnaast beperkt het positieve placebo-effect zich niet alleen tot de geneeskunde en therapie. Ook in de economie doet zich een soortgelijk effect voor, dat het Hawthorne effect wordt genoemd. Geloof, hoop en optimisme speelt een grote rol in een verbetering van de economie.

Omgekeerd is er ook sprake van het zogenaamde “nocebo-effect”. Niet alleen is zo´n medicijn minder effectief, maar ook treden bijwerkingen daadwerkelijk op, naarmate er men er meer voor wordt gewaarschuwd.

Hoe echt is placebo?

Het placebo-effect wordt vaak in verband gebracht met alternatieve therapie-vormen in de betekenis van bedrog of andere nep. Het placebo-effect echter een reëel effect, dat ook daadwerkelijk en blijvend genezend werkt. Daarbij treedt het op bij alle vormen van geneeskunde of therapie, zowel bij de reguliere, als bij de alternatieve. Een bekend voorbeeld van placebo-gebruik in de reguliere geneeskunst is het voorschrijven van antibiotica ingeval van een virus-infectie zoals griep. Antibiotica bevatten geen enkele werkzame stof tegen virussen, maar de patiënt kan sneller genezen door middel van het placebo-effect. Uit Canadese onderzoeken met Parkinson-patiënten bleek dat injecties met een zoutoplossing de productie van dopaminen verhoogt. Deze hormonen verminderen de symptomen van Parkinson, toch een verre van vage ziekte. Er worden zelfs placebo-operaties uitgevoerd. In de Verenigde Staten worden mensen met knie-artrose geopereerd, zonder dat er iets aan het gewricht werd gedaan, en uiteraard zonder meer schade aan het gewricht te veroorzaken. Puur door het geloof van de patiënt in de operatie herstelden ze gedeeltelijk en sommigen zelfs helemaal. De placebo-operaties geven, ook op lange termijn, hetzelfde of zelfs een beter resultaat had dan de standaardoperatie. Om deze reden worden ze ook nog steeds uitgevoerd, want de patiënten hebben er baat bij. De negatieve associatie van het placebo-effect is een merkwaardige erfenis uit eerder gebruik van het woord. En irreëel, want het placebo-effect is een versterker van het geneesmiddel of de behandeling en komt het genezingsproces alleen maar ten goede. En dat is toch het doel van de geneeskunde.

Wie is Papa Roach

0

Papa Roach is een Amerikaanse rockband uit Vacaville (Californië). De band bestaat uit Jacoby Shaddix, Jerry Horton, Tobin Esperance en Tony Palermo. Ze braken door met hun album Infest in 2000, waarmee ze drie keer platina mee behaalde. Hun latere albums, Lovehatetragedy (2000), Getting Away with Murder (2004) en The Paramour Sessions (2006), waren eveneens een succes.

Het begin

Het begon allemaal in januari 1993 met Jacoby Shaddix (zang) en Dave Buckner (drums). De twee zaten op dezelfde school, Vacaville High School, en raakten aan de praat over muziek tijdens een voetbalwedstrijd. Al snel kwam het idee van Papa Roach naar boven. Het duo besloot een groepje op te richten samen met Will James (bas) en Ben Luther (trombone). De naam Papa Roach komt van Shaddix’ stiefgrootvader: zijn naam was William Howard Roatch, maar stond ook bekend als Papa Roach. In 2006 pleegde hij zelfmoord. Het album The Paramour Sessions is een hulde aan hem en in het bijzonder het lied Roses On My Grave. Nadat de band compleet was, besloten ze mee te doen met een talentenjacht op hun school. Daar speelden ze onder andere een cover van Fire, een bekend lied van Jimi Hendrix. Het kon echter niet baten: de band boekte geen succes in de show. Ben Luther werd daarna vervangen door Jerry Horton (gitaar), die naar de nabijgelegen Vanden High School ging. Hij kwam in de band door zijn vriendin, die een fan was. Vanaf dat moment oefende Papa Roach dagelijks in de garage van drummer Dave Buckner en probeerde ze zoveel mogelijk lokale optredens te versieren. Hun eerste EP, getiteld Potatoes For Christmas, verscheen in 1994. De EP bevatte 7 nummers en Dave Buckner, die op dat moment kunst aan studeerde in Seattle, werd tijdelijk vervangen door Ryan Brown. De band had de studiomicrobe te pakken: een jaar later namen ze hun tweede EP op, in de Sound Farm Studios. De EP bevatte slechts 2 promotienummers. Daarna verscheen Dave Buckner weer op het toneel. De band had duidelijk een doel: de top bereiken. Omdat ze steeds wilden evolueren, vervingen ze Will James, die zich bezighield met een zomerkamp van de kerk, door Tobin Esperance. Esperance fungeerde al een tijdje als roadie bij de band, en de keuze was dus makkelijk genomen.

Eerste album

Het eerste studioalbum, Old Friends from Young Years, verscheen in 1997. De band toerde nog steeds veel waarbij ze in het voorprogramma speelde van vele bekende bands zoals Incubus, Powerman 5000, Hed PE, Snot, Far en Static-X. In 1998 verscheen hun derde EP 5 Tracks Deep. De EP bevatte, zoals de titel al zegt, 5 nummers en verkocht meer dan 1000 keer in de eerste maand van de release. Een jaar later verscheen hun vierde, en laatste op zelfstandige basis, EP Let ‘Em Know. Dit wordt vaak beschouwd als de beste zelfstandige prestatie van Papa Roach, waarbij hun typische geluid weer wordt benadrukt. De EP trok ook de aandacht van de platenlabels, waaronder Warner Brothers. Deze laatste financierde de productie van 5 promotienummers. Deze nummers waren Infest, Last Resort, Broken Home, Dead Cell en She Loves Me Not. Later verschenen de eerste 4 op het album Infest en de laatste op het album Lovehatetragedy. Uiteindelijk besloot Warner Brothers om toch niet in zee te gaan met de jongens. Ze vonden dat ze toch nog een gebrek aan talent hadden en dat dit te merken was in hun eerdere prestaties. Na deze misstap werd zanger Shaddix gecontacteerd door Dreamwork Records, die de band een contract aanbood.

Doorbraak

Nadat hun contract ondertekend was bij Dreamwork Records, besloot de band meteen in actie te schieten. Ze startten meteen met het opnemen van hun eerste ‘major label’ album, getiteld Infest. Op dit album staan enkele nummers die ze voor Warner Brothers al eerder hadden opgenomen: Infest, Last Resort, Broken Home en Dead Cell. Daarnaast bevatte het album ook nummers van hun EP 5 Track Deep: Revenge (op hun EP: Revenge In Japanese) en Thrown Away. Tevens nummers van hun andere EP Let ‘Em Know waren er op te vinden: Legacy, Binge, Snakes en een zachtere versie van Tightrope. Het album bevatte drie nieuwe nummers: Between Angels and Insects, Blood Brothers en Never Enough. Infest verscheen op 25 april 2000 in de Verenigde Staten en verkocht reeds 30 000 exemplaren in de eerste week van de release. Het album werd duidelijk een doorbraak. Na het succes en ook de eerste videoclip, voor het nummer Last Resort, mochten ze onder andere hun ding doen in de Vans Warped Tour en nog enkele andere grote tours. Op het einde van dat jaar deden ze zelfs een tour in het Verenigd Koninkrijk. In 2001 stond de band op Ozzfest, waar ze op het hoofdpodium optraden bij zowel de tour in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

Lovehatetragedy en Getting Away With Murder

Na de vele wereldwijde tours, zowel in de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Japan, was het tijd om weer terug de studio in te duiken. Daar namen ze hun tweede album op: Lovehatetragedy. Het album werd in de Verenigde Staten uitgebracht op 18 juni 2002. Hoewel het album niet beter verkocht dan Infest, slaagde het er toch in om hogere plek te behalen in de hitlijsten van zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk. In het album was echter wel een kleine verandering in hun typerend geluid te merken. Het was de eerste stap naar de mainstream. Eind 2003 besloot de band dat het tijd was voor hun derde album. Oorspronkelijk zou dat album Dancing In the Ashes heten, maar die naam moest plaats maken voor Getting Away With Murder. De band werkte hiervoor samen met de welbekende producer Howard Benson, die hielp bij het schrijven van de nummers Take Me en Scars. Nadat het volledige opnameproces voltooid was, nam Papa Roach nog een videoclip op voor het titelnummer Getting Away With Murder. Daarna deden ze nog een kleine tour op de zomerfestivals om het publiek alvast wat op te warmen voor hun nieuwe album en de daaropvolgende tours. Voor het eerst kreeg de band tegenstand van de fans te horen. Die vonden dat het album, in vergelijking met de vorige albums, te zacht en te mainstream was. Ondanks deze kritiek, bleef het succes niet uit. Het album verkocht zelfs meer dan Lovehatetragedy, mede te danken aan het overweldigend succes van hun tweede single van het album Scars. Op dit moment is het album al meer dan 1 miljoen keer verkocht en heeft het platina behaald. In 2005 spendeerde de band een groot deel van het jaar aan tournees. Daarbij deden ze een volledige tour door de Verenigde Staten en Europa samen met bands zoals Slipknot, Dead Poetic, Trust Company, Chronic Future, SKindred, 311 en Unwritten Law (wiens ex-drummer Tony Palermo sinds kort bij Papa Roach zit).

The Paramour Sessions

Op 12 september 2006 kwam hun vierde album The Paramour Sessions uit. De titel was gekozen omdat hun studio gelegen was in de Paramour Mansion. Het idee van opnames te doen in een herenhuis kregen ze van Slipknot, die hun Vol. 3: (The Subliminal Verses) in de Houdini Mansion opgenomen hadden. Ze vertelde de band dat het “the only way to make an album” (de enige manier om een album te maken) was. De eerste single van het album was To Be Loved. Dit nummer wordt ook gebruikt voor het WWE Monday Night Raw, een programma met professionele worstelaars. Het album trok ook hier hun evolutie naar de zachtere muziek door. Het werd meer een alternatief rock/pop rock- album. In augustus 2006 begon de band weer te toeren in de Verenigde Staten en Europa. In oktober 2006 speelde Papa Roach met bands zoals Guns ’N Roses, tijdens de Chinese Democracy tour, en Verenigde Staten. Daarnaast waren ze ook de ‘speciale gast’ tijdens de Zippo Hot Tour met de bands Hed Pe en Eyes Set to Kill. Forever werd hun tweede single van The Paramour Sessions en boekte veel succes in de Verenigde Staten. Op 25 april 2007 werd aangekondigd dat de drummer Dave Buckner niet meer zou deelnemen aan de tour wegens persoonlijke problemen. Er werd verwacht dat hij later zou terugkeren. Ongeveer 4 maanden later nadat de single verspreid werd over de radiostations, nam de band de officiële videoclip op voor Forever. In die videoclip was drummer Dave Buckner nog te zien, nadat hij voor een poosje teruggekeerd was. Zanger Jacoby Shaddix verklaarde later echter in een interview dat Buckner in een afkickcentrum zat. Zijn plaats werd opgevuld door Tony Palermo, afkomstig van de band Unwritten Law. Eind 2007 werd Time Is Running Out aangekondigd als derde single van het nieuwe album. Op januari 2008 verklaarde Shaddix officieel dat Dave Buckner niet meer zou terugkeren. Hij kondigde tevens hun vijfde album aan. Eerst werd gezegd dat het album Days of War, Nights of Love zou heten, maar dat bleek uiteindelijk Metamorphosis te worden. Wanneer dit album uitkomt is – tot nu toe – nog niet bekend.

Wat zijn druïden

0

Druïden waren de “priesters” van de Keltische volken, die voor de Romeinse tijd in een groot deel van Noordwest-Europa en op de Britse Eilanden leefden. Je zult vast van ze hebben gehoord, al was het alleen maar via de stripverhalen en films over Asterix en Obelix. Hoewel de Keltische cultuur werd verdrongen door de Romeinen, en later door de Rooms-Katholieke kerk, spreken de druïden nog steeds tot de verbeelding en kun je zelfs zeggen dat er tegenwoordig nog steeds een soort van druïden bestaan. Deze poging om het Druïdendom te conserveren wordt ook wel neo-druïdisme genoemd.

De geschiedenis van de druïden

De druïden vervulden een sleutelrol in de cultuur en het geloof van de Keltische en Gallische volken. Het woord druïde is verwant aan het Keltische woord voor “eik”. Waarschijnlijk is de druïde-klasse pas in de vierde eeuw voor het begin van onze jaartelling ontstaan. Later werd het een broederschap die de grenzen van de gescheiden levende stammen overschreed. De druïden verzamelden zich jaarlijks in hun Gallische heiligdom Drunemeton, een open plek in een eikenbos. Bij deze gelegenheid werd soms ook een soort van “opper-druïde” gekozen. Druïden kun je vergelijken met Christelijke priesters, maar hun taken waren veel breder. Naast de functie als religieuze gids waren zij tegelijkertijd ook arts, wetenschapper en rechter en bemiddelaar ingeval van conflicten tussen stamleden en als raadgevers van de Keltische leiders. De Kelten hadden een polytheïstisch geloofssysteem, met meerdere goden. Daarnaast waren ook de uitdrukkingsvormen van de goden heilig. Deze vormen waren de fenomenen uit de natuur, zoals de zon, de maan en de sterren, bomen en planten, zoals de eik, hulst en maretak. Ook landschappelijke verschijnselen zoals heuvels, rivieren en meren waren heilig, alsmede de elementen vuur, water, lucht en aarde. De Keltische kalender werd bepaald door zowel de cycli van zowel de zon als de maan en werd gemarkeerd door belangrijke, ceremoniële feesten. De zomer- en winter-zonnewenden alsmede de lente- en herfst-equinoxen waren mijlpalen in het jaar. Daarnaast waren er feesten als Imbolc, Beltane, Lughnasadh en Samhain, ons tegenwoordige Halloween. De data hiervoor werden bepaald door de volle maan en markeerden de seizoenswisselingen en daarmee de agrarische activiteiten als zaaien, oogsten en dergelijke. De Keltische feesten waren zeer overvloedig, een op de drie dagen was een feestdag en een druïde kon je straffen met een verbod op deelname als je de wetten had overtreden.

De druïden namen, als bemiddelaars tussen de heilige natuur en het gewone volk, binnen de Keltische samenleving een belangrijke plaats in. Het waren wijze en rechtvaardige mannen, die de identiteit van hun stam bewaakten en dienst deden als het “geheugen” van de stam. De Romeinen waren fanatieke tegenstanders van de druïden, omdat hun invloed op de Keltische samenleving de Romeinse macht bedreigde. Op hun beurt hadden de conservatieve druïden, die tot taak hadden de oude gewoonten en kennis van hun volk te bewaren, een grote aversie tegen de de buitenlandse bezetter met een totaal andere cultuur. De druïdenklasse is daarom behoorlijk onderdrukt en uitgedund door de Romeinen. Zo werden er door diverse Romeinse keizers wetten uitgevaardigd die het deelnemen aan de druïdische rituelen door Romeinse burgers, en daarmee ook de overheerste Keltische stammen, verbood. In Bretagne zijn de druïden nog wel een tijd in het geheim actief geweest. Pas aan het begin van de Middeleeuwen zijn de Keltische overleveringen opgeschreven. Maar tegen die tijd was de meerderheid van het Keltische volk al tot christen bekeerd. Omdat de Rooms-Katholieke Kerk, evenals de Romeinen, een ander belang had, werden de druïden als “slecht” voorgesteld. Door deze eeuwenlange onderdrukking is de druïdenklasse, en daarmee hun kennis, verloren gegaan. Hoewel we niet meer beschikken over de specifieke kennis van de wijze druïden, zijn er een aantal zaken wel overgeleverd. De functie van druïde was niet erfelijk, dus in principe konden alle mannen het beroep kiezen. Het was wel keihard werken want om te beginnen moest je een enorme hoeveelheid informatie, waaronder verzen, uit je hoofd leren. Het opleidingstraject voor druïden was daarom lang, sommigen bleven twintig jaar in de leer. De kroon op de opleiding tot druïde was een onderwijscentrum op het Britse eiland Anglesey, omringd door magische meren. Hier trokken de druïden uit heel Europa heen om hun geheimen te leren. De leer van de druïden was bijzonder conservatief en traditioneel. Zij waren daarmee de hoeders van de bronnen van cultuur en kennis, “lore” genaamd. Mogelijk had deze fixatie op continuïteit heel diepe historische wortels. Het kan zelfs zijn dat de “lore” een reactie waren op de sociale veranderingen van de La Tène-cultuur in de IJzertijd. Maar ook kunnen er religieuze innovaties hebben plaatsgevonden toen de Keltische cultuur vorm kreeg.

Het hedendaagse druïdisme

In navolging van Romeinse schrijvers zoals Diodoros en Strabo wordt wel een onderscheid gemaakt tussen druïden, barden en vates, waarzeggers. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze schrijvers niet, zoals Caesar, over informatie uit de eerste hand beschikten, zodat het mogelijk een interpretatie was van hun eigen hiërarchisch ingedeelde cultuur. In Groot-Brittannië en Ierland zijn er voorts een aantal plekken, die nog steeds worden geassocieerd met het oude druïdendom, zoals de eilanden Anglesey en the Isle of Man en het “Wistman´s Wood in Dartmoor, Devon en de heuvels Primrose Hill en Tower Hill in Londen. Ook Stonehenge wordt sinds de Middeleeuwen geassocieerd met druïden, hoewel dit feitelijk onjuist is. Het megalithische monument was al verlaten voordat de druïden Groot-Brittannië bereikten. De magie van de plek heeft er desondanks voor gezorgd dat Stonehenge een belangrijke plek is geworden voor moderne druïden.

Een hedendaagse druïde zal zijn studie vaak beginnen als bard, het eerste opleidingsniveau. Een bard legt contact met het verleden, ook met zijn persoonlijke verleden, en met de natuur. Hij stelt zich, door middel van concentratie en meditatie, open voor zijn eigen creativiteit en wordt zich bewust van de cyclus van de seizoenen. Daarnaast werkt hij met de symbolische krachten van de vier elementen vuur, water, aarde en lucht. Vervolgens verdiept de bard zijn kennis en ervaringen als “ovaat”. In deze fase van de opleiding houdt hij zich onder andere bezig met het gebruiken van de genezende krachten uit de natuur. Dit houdt zowel in dat hij kennis opdoet van de natuurwetten die gelden voor het menselijk lichaam en de menselijke geest, als van kruiden. Hij ontwikkelt het vermogen om contacten te leggen met de voor normale stervelingen onzichtbare werelden. Ook legt hij zich toe op het zoeken van voortekenen, die kunnen worden gebruikt bij het waarzeggen. Tot slot kan de ovaat zich verder ontwikkelen tot druïde. Dan houdt hij zich bezig met de relatie tussen de mens en de wereld. Na de kunst en de natuur bestudeert hij nu de filosofie. Een druïde verenigt zijn artistieke belangstelling met zijn spirituele ontwikkeling én de zorg voor de omgeving. Als vergevorderde druïde is hij een meester in de druïde-leer en begeleidt onder andere rituelen.

Als je ambities hebt om druïde te worden, dan zijn er verschillende groeperingen die leerprogramma´s aanbieden. Voor spirituele ontwikkeling zijn er natuurlijk vele wegen die naar Rome leiden. Hoewel de feitelijke kennis van de druïden in de loop der geschiedenis verloren is gegaan, past de weg van de druïde misschien wel beter bij onze West Europese roots dan de vele Oosterse spirituele systemen. Van zaken als respect voor de natuur, dienstbaarheid aan je omgeving en historisch bewustzijn, word je hoe dan ook niet slechter.

Wat is dyslexie

0

Het woord “dyslexie” komt uit het Grieks, dys betekent “beperkt” en lexis “woord”, met andere woorden “beperkt lezen”. Dezelfde aandoening wordt ook wel woordblindheid genoemd. Eigenlijk zijn dyslexie of woordblindheid verzamelnamen voor een aantal aandoeningen die te maken hebben met het opnemen en verwerken van vooral geschreven taal. Er bestaan verschillende vormen van dyslexie met verschillende oorzaken. De rekenkundige tegenhanger van dyslexie is dyscalculie, het slecht kunnen rekenen. Vaak, maar niet altijd, gaat dit laatste gepaard met beperkingen in ruimtelijk inzicht, problemen met klokkijken, een slechter geheugen en een gebrek aan inzicht. Deze aandoening is overigens pas veel later dan dyslexie herkend. Tot voor een jaar of twintig geleden, werden kinderen met deze stoornis vaak dom of lui gevonden, met alle problemen van dien, zoals faalangst, isolatie en soms zelfs depressie. Ook hier is het belangrijk dat de aandoening onderkend wordt. In onze tijd van rekenmachines en computers valt er met dyscalculie waarschijnlijk gemakkelijker te leven dan met dyslexie.

Dyslexie werd voor het eerst beschreven aan het eind van de negentiende eeuw. Het is logisch dat de aandoening in eerdere eeuwen niet vaak voorkwam, aangezien het vooral te maken heeft met lezen. In de geschiedenis waren er nu eenmaal veel minder mensen waarvoor dat was weggelegd. Naarmate lees- en schrijfonderwijs gebruikelijk werd voor steeds grotere groepen van de bevolking, ontdekte men dat sommige mensen een veel lagere leesvaardigheid hadden, die niet werd verklaard door een beperktere intelligentie. De aandoening is totaal onafhankelijk van het niveau van intelligentie en komt ook voor bij mensen met een bijzonder hoge intelligentie. Dyslexie heeft een neurologische oorzaak, zoals onderzoek sindsdien heeft uitgewezen. Er zijn verschillende varianten en ook verschillende oorzaken, maar kenmerkend is dat de hersenen niet goed in staat om visuele, soms ook auditieve, informatie te verwerken. Afhankelijk van de mate van dyslexie, kunnen de hersenen dit deels, of zelfs volledig compenseren door andere hersenfuncties aan te spreken. Een dyslectisch persoon gebruikt dan ook tien keer meer hersencapaciteit bij het verwerken van schriftelijke informatie dan een niet-dyslectisch persoon. Als dyslexie op jonge leeftijd wordt gediagnosticeerd, kan een gerichte stimulering en training van de hersenen tot een nog betere compensatie leiden. Dyslexie heeft vooral te maken met lezen en schrijven, en zelfs met de leesbaarheid van het handschrift. Maar het kan daarnaast ook invloed hebben op auditieve informatie, en daarmee op het gehoor en de spraak.

Het herkennen van dyslexie

Dyslexie komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Daarnaast zijn er zijn sterke aanwijzingen dat het een erfelijke aandoening is. Als er al niet meerdere dyslectici in een familie voorkomen, dan zijn er vaak een aantal familieleden die andere taalproblemen hebben. Omdat je als klein kind nog niet leest of schrijft, komt de aandoening niet al op jonge leeftijd aan het licht. Wel zijn er onderzoeken gedaan met kinderen die een erfelijk risico hadden, en deze bleken al moeilijkheden met de spraak en met grammaticale ontwikkeling te hebben met tweeënhalf jaar. Op de lagere school, terwijl je leert lezen en schrijven, komt vaak het volledige beeld van dyslexie naar voren. Dyslectische kinderen hebben fonologische problemen. Dit wil zeggen dat zij moeite hebben om het verband te leggen tussen de klank van gesproken woorden en de letters van gedrukte woorden. Hoewel het meer moeite kost, zullen ze zich meestal kunnen aanpassen aan het geschreven woord. Dit omdat dat zo belangrijk is in onze moderne samenleving en de basis vormt voor verdere studie. Toch hebben ze vaak als volwassen nog steeds min of meer problemen met fonologie en daarmee met hun lees- en schrijfvaardigheid. Een onderzoek toonde aan dat kinderen die slecht waren in deze fonologische verwerking, duidelijk baat hadden bij een speciale training met rijm en alliteratie, gecombineerd met het leren van letterklanken. Vooral als dit ook nog eens werd gecombineerd met gestructureerde leesoefeningen, bleek dit een zeer effectieve behandeling te zijn.

Het is daarom belangrijk om dyslexie, en eventuele andere taalstoornissen, op een zo vroeg mogelijke leeftijd te onderkennen. Er zijn testen voor heel jonge kinderen, die met behulp van kinderrijmpjes en letters inzicht geven in mogelijke dyslexie. De ervaringen wijst uit dat het verkeerd is om af te wachten en maar te zien hoe het kind zich ontwikkelt. Het langzamer en moeizamer leren lezen kan zich snel uitbreiden tot een aanzienlijke leesstoornis. In Nederland kan de diagnose dyslexie slechts worden gesteld door een psycholoog of een orthopedagoog met een aantekening psychodiagnostiek plus een speciale aantekening voor het stellen van de diagnose dyslexie. In België kan de diagnose daarnaast ook worden gesteld door Masters en Bachelors in de logopedie. Wordt de dyslexie niet onderkend, dan is een leerachterstand vaak het gevolg.

Maar ook als de dyslexie wel wordt onderkend en er extra hulp beschikbaar is, hebben dyslectici moeite met vlot en foutloos lezen en spellen, zowel in de eigen taal als in vreemde talen. Met een gerichte behandeling kunnen zij echter een aanvaardbaar niveau van geletterdheid bereiken, dat nodig is om zich staande kunnen houden in de maatschappij. Bij de begeleiding, en later bij de beroepskeuze, moet gekeken worden naar wat zijn of haar sterke kanten zijn. Mensen met dyslexie zijn vaak erg creatief en visueel gericht. Veel grafisch vormgevers en beeldende kunstenaars blijken bijvoorbeeld dyslectisch te zijn. Er zal gekeken moeten worden naar de individuele talenten en het niveau van geletterdheid, maar er zijn ook in onze maatschappij, met het belang van het geschreven woord, volop kansen voor dyslectici.

Wat is de Ark van het Verbond

0

De Ark van het Verbond, die ook wel de Ark des Verbonds of de Ark van Jahwe wordt genoemd, is een belangrijk relikwie in het jodendom en het christendom. De Ark was een draagbare kist, waarin de twee stenen bewaard werden waarop de tien geboden stonden. Hoewel de Ark, evenals zijn inhoud, al eeuwenlang spoorloos is, zijn er wel bijzonderheden over het relikwie overgeleverd in de bijbel. Zo weten we hoe de Ark eruit heeft gezien en wat het doel ervan was. De zoektocht naar de Ark van het Verbond is ook niet van gisteren. Dit niet alleen vanwege het historische belang van de kist, maar ook omdat er mysterieuze eigenschappen aan de kist worden toegeschreven, die een volk onoverwinnelijk konden maken door de vijand lichamelijk letsel toe te brengen.

Hoe zag de Ark eruit en waar diende hij voor?

De Ark van het Verbond werd gemaakt in opdracht van Mozes bij de Sinaïberg, zoals beschreven staat in het deel van de bijbel Exodus. Hij was gemaakt van acaciahout en was zowel van binnen als van buiten overtrokken met bladgoud. De deksel was van massief goud en aan weerszijden bevonden zich twee massief gouden engelen, met de gezichten naar elkaar toe, hun ogen gericht op de deksel en hun vleugels naar boven uitgespreid. Uit de beschrijving in de bijbel valt niet op te maken of zij een bas-reliëf in de deksel vormden, als losse beelden uit de deksel omhoog kwamen of als beelden naast de deksel stonden. Dit verklaart de vele verschillende afbeeldingen.

Aan weerszijden van de Ark bevonden zich gouden ringen waardoor twee draagstokken gestoken waren. Deze draagstokken werden nooit verwijderd, ook niet nadat de Ark een vaste plaats kreeg in de Tempel van Salomo. Het meest mysterieuze kenmerk, dat vatbaar is voor vele speculaties, bevond zich precies boven de deksel tussen de engelen. Dit werd de “sjechina”, de tegenwoordigheid van God genoemd en werd beschreven als een lichtverschijnsel of een vurige gloed. Hiermee of hierdoor zou God met Mozes communiceren over alles wat hij aan het volk moest doorgeven. Er moet, als we op de beschrijvingen afgaan, minimaal zoiets als elektriciteit hebben meegespeeld of een verschijnsel als radioactiviteit. Zo staat er in de bijbel dat de Ark met een fel brandende gloed ernstige brandwonden en tumoren aan de vijanden van Israël kon toebrengen en zelfs hele steden verwoestte.

Daarnaast werd de Ark gebruikt voor het jaarlijkse “zoenoffer”. Tijdens dit ritueel werd er door een hogepriester bloed van een onschuldig lam op de deksel gesprenkeld. Symbolisch bedekte dit bloed de zonden van het hele volk, omdat ze niet meer door God werden gezien, via de sjechina. Dit was de kern van de mysteriedienst van Israël, waardoor de deksel van de ark ook “verzoendeksel” werd genoemd. De Ark van het Verbond is niet alleen belangrijk voor het jodendom, maar ook voor het christendom. Dit komt omdat, volgens de orthodoxe theologie, het Joodse ritueel van het “zoenoffer” een soort van voorbode was van het offer dat Jezus Christus later zou brengen. Hij wordt daarom ook wel “het Lam Gods” genoemd en zou met zijn dood de zonden van de hele mensheid afdekken, dat wil zeggen onzichtbaar maken voor de ogen van God.

Aanvankelijk werd de Ark, zo staat in de bijbel, op een aantal verschillende plaatsen opgesteld, zoals Sichem en Silo. Toen koning David Jeruzalem tot de hoofdstad van zijn rijk uitriep, nam hij de Ark tenslotte mee. De Filistijnen zouden de waardevolle en mysterieuze kist vervolgens hebben gestolen. Ze stelden hem op in de tempel van hun god Dagon, als teken van de macht van deze god over Jahweh. Het beeld van Dagon viel echter alsmaar om en daarnaast troffen allerlei rampen het Filistijnse rijk. Overdonderd door het effect van de Ark stuurden zij hem weer terug naar Jeruzalem. David´s zoon Salomo bouwde, onder andere geholpen door Fenicische vaklieden, een tempel waarin de Ark zijn definitieve plaats kreeg. Deze tempel moet een bijzonder indrukwekkend gebouw zijn geweest. Vanuit de hele omgeving kwamen mensen om de Tempel van Salomo te bewonderen bewonderen, zo ook de koningin van Sheba. Na Salomo´s dood werd zijn rijk opgesplitst in het noordelijke Israël en het zuidelijke Juda en gaandeweg verdween de Ark van het Verbond uit de geschreven bronnen. In de zesde eeuw voor het begin van de jaartelling werd de tempel van Salomo verwoest door de Babyloniërs. Maar de Ark was waarschijnlijk al veel eerder verdwenen. Dit omdat de Babyloniërs, die nauwkeurig opschreven wat zij hadden buitgemaakt, de Ark echter niet op de lijst zetten. De tempel van Jeruzalem werd herbouwd en functioneerde nog een vijftal eeuwen, maar heeft nooit meer plaats geboden aan de Ark van het Verbond.

Waar is de Ark nu?

De meest gangbare theorie is dat de Ark vernietigd zou zijn tijdens de verwoesting van de eerste tempel van Salomo. Omdat de Ark toen al tijden niet meer werd genoemd in schriftelijke bronnen, is een reële andere mogelijkheid dat de Ark voor die tijd al uit de tempel was verdwenen. Mogelijk werd hij ergens in de buurt, misschien in een geheime kamer onder de tempelberg, door de priesters verborgen.

De Ethiopische kerk claimt de Ark al eeuwenlang in haar bezit te hebben. Het Ethiopische “Kebra Negest”, het boek “Heerlijkheid der Koningen”, verhaalt uitvoerig over de Ark van het Verbond.

De bouw en het uiterlijk van de Ark staan erin beschreven op een manier die behoorlijk overeen met die van de Bijbel. Ook wordt er melding gemaakt van het bezoek van de Ethiopische koningin Makeda, in de bijbel bekend als de koningin van Sheba. In de Ethiopische geschriften had dit bezoek een, in de bijbel onvermeld, vervolg in de vorm van ene Ibna Hakim of Baina Lehkem. Dit zou de zoon zijn van koning Salomo en de koningin van Sheba. Rond het jaar 1000 voor het begin van de jaartelling zou deze jongen de Ark des Verbonds in het diepste geheim, maar met medeweten van zijn vader, uit Jeruzalem hebben gesmokkeld en naar zijn moeder hebben gebracht. De Ethiopiërs zijn niet alleen overtuigd van het bezit van de Ark des Verbonds, maar ook dat hun Koningshuis afstamt van koning Salomo. Dit wordt vermeld in artikel 2 van hun grondwet “De Koninklijke waardigheid zal voor alle eeuwigheden afstammen van dezelfde geslachtslijn als die zonder onderbreking van de dynastie van “Koning Menelik de Eerste”, de zoon van de koningin van Saba (Sheba) en koning Salomo van Jeruzalem, afkomstig is.

Volgens de Ethiopïers staat de Ark dan ook al eeuwen gewoon in de Heilige Maria van Zion-kerk in Aksoem. Ondanks dat niemand hem mag zien, is zijn aanwezigheid voor veel gelovigen heel duidelijk voelbaar. De twintigduizend andere Ethiopische kerken hebben een replica van de Ark in hun “Heiligste der Heiligheden”.

Omdat de Ethiopische kerk niemand toelaat tot de Ark des Verbonds, wordt er door diverse groeperingen, zowel vanuit het religieuze kamp als het wetenschappelijke, weinig geloof gehecht aan deze beweringen. Een aantal joodse en christelijke groeperingen willen de tempel van Salomo weer herbouwen, de Ark zien terug te vinden en de oorspronkelijke offerdienst weer in ere herstellen. Dan er in de loop van de geschiedenis nog talloze personen geweest, die zo hun eigen plannen hadden met de Ark. Zo zou Adolf Hitler serieuze pogingen hebben ondernomen om de Ark terug te vinden. Mogelijk door zijn obsessie met mythen, maar waarschijnlijker vanwege de legendarische krachten die het voorwerp in zich draagt, dat ieder leger en volk onoverwinnelijk zou kunnen maken. Dan zijn er nog vele andere geruchten, zoals dat de Ark in een geheime kelder in Vaticaanstad zou staan, in een grot in Jordanië of in de Egyptische woestijn. Maar zolang hij niet word getoond, blijft de Ark van het Verbond een legendarisch mysterie, en zullen we het moeten doen met beschrijvingen in de bijbele en films als “Indiana Jones – Raiders of the Lost Ark” van Steven Spielberg.

Het leven en werk van Carl Gustav Jung

0

Carl Gustav Jung was een Zwitserse psychiater en psycholoog. Hij werd in 1875 geboren in Kesswill, een Zwitsers kanton van Thurgau, en stierf in 1961 in Küsnacht. Zijn vader, Paul Achilles Jung, was dominee van de gereformeerde kerk en zijn moeder Emilie Preiswerk kwam uit een rijke Zwitserse familie. Carl Jung werkte een tijd nauw samen met grondlegger van de analytische psychologie, Sigmund Freud, en was zelf gespecialiseerd in dromen. Hij legde daarmee de basis voor de moderne droomuitleg en heeft het inzicht in en de onderzoeken naar dromen aanzienlijk uitgebouwd.

Het leven van Carl Gustav Jung

De kleine Carl werd uiteraard beïnvloed door zijn beide ouders, die in zijn geval totaal verschillend waren. Jung´s vader was een dominee, die het geloof uitsluitend op een rationele manier benaderde. Zijn moeder was een depressieve en excentrieke vrouw, die ’s nachts werd geplaagd door geesten. Dit beïnvloedde zijn latere houding tegenover vrouwen, maar hij had tegelijkertijd onbewust wel contact met de donkere kant van zijn moeder. Onder andere hierdoor zou hij later de tegenstrijdigheden in de menselijke geest beter begrijpen. Carl was een teruggetrokken kind, introvert, zoals hij dat later zelf zou noemen. Al jong was hij er van overtuigd dat hij twee persoonlijkheden had, een moderne Zwitserse, die zich op de buitenwereld richtte en een tijdloze, op het innerlijk gerichte figuur. Voor deze laatste kant van hemzelf bouwde hij de beroemde toren in Bollingen. Ook sneed hij een klein houten popje uit, legde dit in een kistje met een in twee delen beschilderde steen. Regelmatig stopte hij het popje kleine papiertjes met boodschappen toe, een ritueel waarvan hij later zei dat het hem een gevoel van veiligheid en innerlijke rust gaf. Later ontdekte hij opmerkelijk overeenkomsten tussen zijn eigen kinderlijke ritueel en de “zielstenen” van inboorlingen in onder andere Australië. Deze ervaringen inspireerden hem mede tot de ontdekking van de psychologische archetypen en het collectief onbewuste. Jung had ook ervaring met een neurose. Toen hij twaalf jaar oud was, werd hij door een klasgenootje geduwd, viel op de grond en verloor eventjes het bewustzijn. Op hetzelfde moment overviel hem de gedachte “Nu hoef ik niet meer naar school”. Vanaf dat moment verloor hij telkens het bewustzijn zodra hij naar school moest of huiswerk moest gaan maken. Hij bleef een half jaar thuis en men dacht dat hij aan epilepsie leed. Carl realiseerde zich dat het zo niet langer kon en dat hij zich moest richten op zijn academische carrière. Hij ging naar de werkkamer van zijn vader en stortte zich op de Latijnse grammatica. Hij viel drie keer flauw, maar daarna wist hij deze drang overwinnen. Later zei hij dat hij daardoor uit eigen ervaring had geleerd hoe een neurose werkte.

Studie en werk

Na de basisschool ging Jung naar het gymnasium in Bazel en ging daar ook medicijnen studeren. Zijn bedoeling was om af te studeren als chirurg of internist, en in de psychiatrie had hij aanvankelijk geen interesse. Vlak voor zijn artsen-examen kreeg hij echter het “Lehrbuch der Psychiatrie” van Von Krafft-Ebing in handen, waarin psychosen als “ziekten van de persoonlijkheid” werden aangeduid. Ook stond er in dat de inzet van de totale persoonlijkheid van de psychiater een rol speelde bij het behandelen van patiënten. In een klap voelde Jung dat dit het vakgebied was waarin hij moest afstuderen. Hij promoveerde in 1902 op een proefschrift over de psychologie en pathologie van zogenaamde occulte verschijnselen. Hiervoor leverde een medium, zijn achternicht Hélène Preiswerk, het materiaal. Een jaar later trouwde Carl Jung met Emma Rauschenbach en zij kregen samen vijf kinderen. Jung werkte destijds als psychiater in de Burghölzl-kliniek bij Zürich en hield zich daar onder andere bezig met de ziekte die tegenwoordig schizofrenie wordt genoemd. Later nam hij ontslag bij deze kliniek, uit ergernis over inhoudelijke zaken, en vestigde zich als zelfstandig psychiater. Daarnaast was hij docent aan de Universiteit van Zürich. Het werk van Sigmund Freud, de twintig jaar oudere pionier van de psychoanalyse, volgde hij op de voet. Zij werkten enkele jaren nauw samen, waarbij Freud Jung zag als zijn troonopvolger. Al vanaf het begin had Jung twijfels over Freud´s idee, dat neurosen zonder uitzondering te herleiden zouden zijn tot seksuele trauma´s of verdringing. Aanvankelijk sprak hij deze twijfels niet uit, maar in 1913 leidde het tijdens een congres in München tot een breuk tussen Jung en Freud. De meningsverschillen werden toegespitst op het begrip libido, dat voor Jung een psychische energie met een religieuze inhoud was, terwijl Freud vasthield aan zijn theorie van verdrongen seksualiteit. Hierna gaf Jung zijn docentschap aan de Universiteit op en richtte zich op zijn praktijk, zijn onderzoek en publicaties. Ook maakte hij een paar lange reizen naar onder andere Azië, Midden-Amerika en Afrika, waarbij hij diverse primitieve volkeren ontmoette en hun rituelen en dromen bestudeerde. Weer terug in Zwitserland werd Jung docent aan de Technische Hogeschool van Zürich en vanaf 1935 bijzonder hoogleraar. Hij kreeg een hartinfarct, waardoor hij op het randje van de dood zweefde. De visioenen die hij daarbij kreeg, verwerkte hij in zijn meesterwerk, het “Mysterium Coniunctionis”. Hierin beschreef Carl Jung het proces van psychische heling of eenwording, aan de hand van geschriften uit de alchemie. Daarna, in zijn laatste levensjaren, bleef Jung doorwerken aan zijn theorie van het collectieve onderbewuste en de betekenis van religie voor de menselijke geest. Op verzoek van zijn vele leerlingen was hij zelf nog betrokken bij de oprichting van het C.G. Jung-Instituut. Carl Gustav Jung overleed in 1961, op vijfentachtigjarige leeftijd in Küsnacht, waar hij ook werd begraven.

De kern van Jung´s theorie

Net als veel van zijn voorgangers en tijdgenoten, dacht ook Jung dat dromen berichten waren, afkomstig uit een bepaalde bron. Hij kon echter niet met zekerheid bepalen of die bron de dromer zelf was, of dat ze kwamen uit wat hij het “collectieve onderbewuste” noemde. Jung baseerde zijn leringen overigens niet alleen op de ervaringen met zijn patiënten, maar mede op de godsdienstpsychologie, de mythologie en het vergelijkend symbolisme. Ook bestudeerde hij mystieke geschriften van onder andere alchemisten zoals Paracelsus. De beelden die hij daarbij vond waren soms identiek aan de visioenen van zijn eigen patiënten. Op latere leeftijd reisde hij veel en kwam in contact met veel verschillende culturen. Door deze te bestuderen, merkte hij op dat in dromen dezelfde thema’s voorkwamen, zelfs bij dromers van totaal verschillende culturen. Met andere woorden, een bejaarde Chinese boerin kan precies dezelfde droom hebben als een West-Europese student. Deze algemeenheid van bepaalde beelden bracht hem op het idee van het “collectief onderbewuste”. Hieronder verstond hij een universele en gemeenschappelijke bron van culturele herinneringen, kennis en ervaringen. Volgens Jung hebben wij, via ons eigen onderbewuste, allemaal toegang tot deze “oer-bibliotheek”. Het collectief onderbewuste bevat volgens Jung onder andere een aantal “archetypen”. Archetypen hebben vaak een emotionele lading, het is weliswaar een algemeen beeld dat tegelijkertijd een specifieke betekenis heeft oor de dromer. Voorbeelden van archetypen zijn het oerbeeld van de voedende moeder, de held, een slang, de schaduw, de eeuwige jongeling en de boze heks. Volgens Jung komen deze beelden vooral voor tijdens ingrijpende veranderingen in ons leven of bij de overgang naar een volgende levensfase. Zij openbaren zich in dromen en kunnen je een aanwijzing geven over de weg die je moet inslaan.

Een wezenlijk verschil met de theorie van Freud was dat Jung ervan uitging dat dromen een reële afspiegeling vormen van de innerlijke wereld van de dromer. In tegenstelling tot wat zijn collega Freud vond, zag Jung dromen niet als een soort van geheimtaal of een verborgen inhoud, die eigenlijk iets anders symboliseert. Het onderbewuste schept de dromen, en deze worden gevormd door symbolen. Omdat deze deels universeel, maar deels persoonlijk zijn, is de intuïtie van de dromer onontbeerlijk om de onderliggende boodschap te ontraadselen.

Volgens Jung is de belangrijkste functie van het dromen dat het bewuste en het onbewuste in evenwicht komen. Eventuele problemen die de dromer heeft verdrongen of genegeerd, komen hierbij aan het licht en kunnen worden opgelost, of op zijn minst bewust gemaakt worden. Daarom geloofde Jung dat inzicht in je dromen je toekomst kunnen veranderen, ze kunnen je immers wijzen op andere mogelijkheden en keuzen dan die je zuiver op rationele basis zou nemen.

In de theorie van Jung neemt het individuatieproces een belangrijke plaats in. Het is volgens hem de levensopdracht van ieder mens om de archetypen te integreren in je dagelijkse leven. Dit is een ontdekkingstocht in je eigen innerlijk, maar ook in het collectief onbewuste, dat van alle tijden en alle culturen is. Je dromen kunnen je leiden tijdens deze ontdekkingstocht. Jung geloofde ook dat sommige mensen heel sterk worden geleid door een archetype, en daar hun leven naar inrichten.

Meer weten over Carl Gustav Jung´s werk?

Als je meer wilt weten over het interessante en zeer omvattende werk van Jung, dan zijn er een aantal boeken beschikbaar in de Nederlandse taal. Deze zijn ook voor de leek goed leesbaar en bieden een schat aan informatie als je geïnteresseerd bent in het functioneren van de menselijke geest, en uiteraard die van jezelf. Van uitgeverij Lemniscaat zijn er onder andere “De mens en zijn symbolen”, “Herinneringen, Dromen, Gedachten, een autobiografie” met veel inhoudelijke informatie over de droomtheorie. Van dezelfde uitgever is ook “C.G. Jung Verzameld Werk in 10 delen” uit 1990. Een heldere en duidelijke inleiding in de basisbegrippen van Jung´s theorie is van de hand van zijn medewerkster Jolande Jacobi. Het boek heet “De psychologie van Carl. G. Jung, een inleiding tot zijn werk” en is uitgegeven door Servire.

Breakdance

0

Introductie

Een andere naam voor breakdance (dansstijl) is breaking of b-boying. De Hip-Hop cultuur bestaat uit breakdance, rap, graffiti en dj-en. Breakdance is eigenlijk een combinatie van verschillende dansen. Breakdance heeft bijvoorbeeld bewegingen overgenomen van de traditionele Afrikaanse dans en de Braziliaanse Capoeira.

Geschiedenis

Eind jaren zeventig is breakdance ontstaan. Tijdens de dansfeesten die ze op straat houden in New York daagden jongeren elkaar uit doormiddel van een dans. Dit soort uitdagingen gingen meestal tussen verschillende buurten. In plaats dat bendes ruzies uitvochten door met elkaar op de vuist te gaan deden zij het op een andere manier, ze vochten het namelijk uit door middel van een dans.

Wat de DJ’s waren opgevallen was dat de dansers meestal maar op sommigen stukken van de tracks los gingen. De DJ’s zorgden er nu dus voor dat ze nu met twee draaitafels en twee dezelfde platen klaar stonden, zodat die delen van de track steeds opnieuw konden afspelen. Hier komt de naam The Breaks vandaan. Hier bedoelde ze de delen van de track mee waar mensen dus uit hun dak gingen. Dansers die op deze delen van een track uit hun dak gingen noemde ze Break Boys, dit veranderde later naar B-Boys (afkorting). De dans werd daarna b-boying genoemd.

In de stad New York begon men naast het dansen ook steeds meer te rappen. Ook kwam er steeds meer graffiti bij kijken. Al deze elementen bij elkaar vormde de nieuwe Hip-Hop cultuur (breakdance, rappen, graffiti en DJ-en). Dit werd al snel bekend in Amerika, later werd het ook al snel bekend in andere landen.

Eind jaren tachtig nam de populariteit af. Dit gebeurde zowel in Amerika als in Europa. Breakdance was bijna uitgestorven maar begin jaren negentig kwamen er nieuwe Europese dansers. Deze dansers gingen naar Amerika om nieuw leven in breakdance te blazen, bekende dansers waren Storm (Duits) en Maurizio (Italië).

Crews

Wanneer een groep breakdancers tegelijk danst wordt dat een crew genoemd. Tijdens een battle strijden de crews tegen elkaar om de battle te winnen. Een crew bestaat meestal uit circa acht personen, maar dit kan echter wel variëren.

New York kende erg veel crews, toch was er eigenlijk maar één echt bekend. Dit was namelijk De Rock Steady Crew, breakdance kreeg door hen bekendheid. In Nederland stond zelfs in 1984 De Rock Steady Crew op nummer één in de TOP 40. Er verschenen toen ook verschillende films in de bioscoop zoals Breaking en Beatstreet.

Battles

Bij een battle draait het allemaal om wie de beste danser is. Dit wordt bepaald door een jury. Er zijn veel verschillende battles. Zo zijn er bijvoorbeeld 1 vs 1, 2 vs 2, crew battles en “seven to smoke”. Bij de laatste vorm breakdancen acht b-boys tegen elkaar. De battle duurt ongeveer twintig minuten en is pas afgelopen wanneer één van de b-boys de overige zeven b-boys heeft verslagen (“gesmoked heeft”).

Competities

In Nederland zijn er tegenwoordig ook een paar breakdance-competities. Men had graag dat de battles wat meer gestructureerder waren. Er werden daarom competities opgezet. Dit ging via regionale voorrondes die gevolgd werden door een finales die landelijk worden gehouden tussen de voorronde winnaars.

Bekende competities in Nederland zijn op dit moment Spinoff en Dutch B-boy Championships. Wanneer je wint ga je naar een finale die internationaal wordt gehouden. Ook in het buitenland zijn er veel grote competities die internationaal worden gehouden, zoals Battle Of The Year, Freestyle Session, Circle Kingz en Evolution.

Tegenwoordig

Breakdance is één van de meeste populaire dansstromingen van de laatste jaren. De dans behoort nog steeds tot de Hip-Hop cultuur. De Battle of the Year is inmiddels de grootste Breakdance wedstrijd ter wereld. Er komen veel verschillende nationaliteiten naar dit feest toe. Voorbeelden van Amerikaanse groepen zijn Rhytm Bugz, Circle of Fire, HaviKoro, Groundzere en Skill Methods. Voorbeelden van Europese groepen zijn Flying Steps, Barcelona Addictos, Suicidal Lifestyle, The Vagabonds en Wanted. Voorbeelden van Zuid Koreaanse groepen zijn Ob O Wang, Expression en Rivers. Breakdance is inmiddels over de hele wereld verspreid.

De beste wijngebieden

0

Als je aan wijn denkt, dan denk je al snel aan Frankrijk. Het land heeft een lange, uitgebreide en wereldberoemde wijntraditie en tal van streken waar een karakteristieke wijn vandaan komt. Toch is Frankrijk niet het enige wijnland, want traditioneel zijn ook landen als Griekenland, Spanje, Duitsland en Italië uitstekende wijnleveranciers. Ook de voormalige Spaanse koloniën in Latijns Amerika hebben inmiddels een flinke wijntraditie. Landen als Argentinië en Chili produceren wijnen die gemakkelijk kunnen concurreren met Franse wijnen. Daarnaast zijn de minder voor de hand liggende wijnlanden als Australië, Israël en Zuid Afrika de laatste jaren sterk in opkomst. Behalve voor meer keus, heeft de concurrentie van de nieuwe wijnlanden er ook voor gezorgd dat de kwaliteit van de wijn in de traditionele Europese wijnlanden, die hier en daar wat versloft was geraakt, weer beter wordt gecontroleerd. Klassieke wijnlanden bij uitstek zijn natuurlijk Frankrijk en Spanje.

Frankrijk

De waarschijnlijk beroemdste wijnstreek van Frankrijk is Bordeaux. Dit gebied ligt aan de rivieren de Dordogne, de Gironde en de Garonne. Bordeaux bestaat uit verschillende wijndistricten, die ieder hun eigen wijnsoorten hebben. Bekend en erg lekker zijn onder andere de wijnen Médoc, Graves en Saint-Émilion. Veel bordeauxwijnen worden genoemd naar de kastelen die bij de wijngaarden staan zoals Château Cheval Blanc, Château Margaux en Château Pétrus, dat verreweg de duurste bordeauxwijn levert. Ook de Bourgogne is een streek die wereldberoemde wijnen produceert. De duurste wijnen die worden gemaakt van de druivensoorten Pinot Noir en Chardonnay komen uit dit gebied. Soms rekent men de Beaujolais, met zijn beroemde Beaujolais primeur in november, tot de Bourgogne. Ook de Chablis, een andere belangrijke wijn, behoort tot dit gebied. Champagne is de meest noordelijkste wijnstreek van Frankrijk, bekend om zijn mousserende wijnen. Hoewel de naam “Champagne” een soort-naam dreigde te worden die ook voor mousserende wijn uit andere gebieden en landen werd gebruikt, hebben de wijnboeren uit de Champagne de naam weten te beschermen. Dit houdt in dat onder andere de populaire Catalaanse mousserende wijn geen “champán” meer mag heten, maar nu uitsluitend “cava” wordt genoemd. De allergrootste Franse wijnsteek is Languedoc-Roussillon. Een tijdlang was dit gebied de wijnschuur van Frankrijk, waar een hoge productie tegen een lage prijs werd geleverd. Gaandeweg moest men, gedwongen door de concurrentie uit andere landen, weer wat meer op de kwaliteit letten. Hierdoor verdienen wijnen als Faugères, Minervois en Coteaux du Languedoc inmiddels weer een betere naam.

Spanje

Een van de lekkerste Spaanse wijnen is de stevige Rioja. Deze wordt gemaakt in het stroomgebied van de rivier de Ebro, een wijnstreek met een lange en unieke traditie. De druivensoort die hoofdzakelijk wordt gebruikt is de tempranillo en men laat de wijn rijpen in houten vaten. Traditioneel gebeurde dat in eikenhout, die de Rioja wijn een stevige, houtige smaak gaven.

Andere bekende Spaanse wijnstreken zijn Navarra en La Mancha, een gigantisch gebied waar traditioneel vooral witte wijnen werden geproduceerd, die bestemd waren voor de distillatie van brandy. Valdepeñas, zowel wit als rood, is een zeer bekende wijn uit dit gebied.

Een wereldberoemde streek is natuurlijk Jerez, waar de sherry vandaan komt. Deze wijn begint als normale witte wijn van palomino-druiven. Het alcoholpercentage van de jonge wijn wordt opgevoerd tot een 15 tot 18 procent, waarna hij geschikt is om langere tijd in houten vaten te rijpen. Tijdens het rijpingsproces worden de vaten oude wijn bijgevuld met jongere wijnen. Echte sherry is overigens een droge wijn. Als je sherry koopt, let dan goed op de Spaanse smaak-aanduiding. “Fino” en “manzanilla”, de fino uit Sanlúcar, zijn beiden licht van smaak. “Amontillado”, een gerijpte fino en “oloroso”, dat letterlijk “geurig” betekent, zijn voller van geur en smaak.

Catalonië, het gebied rond Barcelona, heeft al een wijntraditie sinds de Romeinen er de druiventeelt en de wijnproductie introduceerden. Tegenwoordig produceert Catalonië een aantal wijnen die zeer verschillende van karakter zijn. De bekendste Catalaanse wijn is Cava, een mousserende wijn die op dezelfde manier wordt gemaakt als de Franse Champagne. Er is overigens wel verschil in gebruikte druivensoorten. Daarnaast worden er in Catalonië ook talloze gewone, niet-mousserende rode en witte wijn gemaakt.

Nieuwe landen

Van de niet klassieke wijnlanden heeft bijvoorbeeld het zuiden van Australië een aantal interessante wijngebieden. De druiven worden hier geteeld in valleien, die de wijnen ook hun naam geven, zoals Barossa Valley, Eden Valley en Yarra Valley. Ook in het Latijns Amerikaanse Chili zijn het de valleien, die de wijn benoemen. Bekende streken zijn Valle central, Valle de Casablanca, Valle del Maipo en Valle del Rapel. Chili is een smal, maar enorm lang land, waardoor de Chileense wijnen allemaal afkomstig zijn uit totaal verschillende klimaatgebieden. In de Verenigde Staten is het vooral de staat California die een aantal bijzonder lekkere wijnen levert, bijvoorbeeld Carmel Valley, Central Coast, Chalk Hill en Napa Valley. Ook Zuid-Afrika heeft een aantal interessante wijnstreken, die de moeite waard zijn om eens een flesje van te proeven. Denk daarbij aan Oranjerivier, Paarl en Stellenbosch.

Druivenrassen

Behalve de streek waar de wijn vandaan komt, en de bodem- en klimaatsinvloeden die zo´n gebied meegeeft aan de wijn, is ook het gebruik van het druivenras bepalend voor de smaak van de wijn.

Er zijn maar een paar soorten, de zogenaamde nobele rassen, geschikt om topwijn te maken, maar voor gewone tafelwijn zijn meerdere rassen bruikbaar die elk hun eigen karakter hebben.

Voor rode wijn wordt de Cabarnet Sauvignon veel gebruiikt. Deze druif bevat veel tanine, zodat de wijn die hiervan wordt gemaakt, betrekkelijk lang bewaard kan worden. Ook de soort Cabarnet Franc geeft een fruitachtige smaak aan de wijn. Merlot is een typische Bordeaux druivensoort en is familie van de Cabernet. De Merlot-druiven geven een kleurige, stevige wijn die toch zacht smaakt. De druif rijpt snel, maar is gevoelig voor droogte en kou. Merlot wordt vaak gecombineerd met de andere Cabernets. Een heel ander soort druif is de Gamay,die wordt gebruikt bij de productie van Beaujolais-wijn. Deze soort geeft blauwe druiven met een zacht en fruitig sap, waardoor de wijn jong gedronken kan worden. Pinot Noir tenslotte is populair in Bourgondië. De rank geeft kleine druiven met zoet en kleurloos sap. De kleurstoffen van de schil geven de wijn echter zijn glansrijke kleur en de geur die doet denken aan rijp zomerfruit.

Voor de productie van witte wijn worden uiteraard weer andere druivensoorten gebruikt. Chardonnay is daarvan de beroemdste, die tegenwoordig over de hele wereld wordt gebruikt voor de productie van droge, stevige witte wijn. Traditioneel was het de enige druif voor de witte Bourgogne wijnen en een van de hoofdbestanddelen van Champagne. Chenin Blanc wordt gebruikt voor zowel droge als voor zoete wijnen. Men laat hem aan de rank gisten, waardoor hij zo laat mogelijk wordt geoogst, zelfs tot in november. Gewurztraminer is de rood-gele druif uit de Elzas, die oorspronkelijk uit Griekenland komt, maar tegenwoordig overal wordt gebruikt, ook in de nieuwe wijnlanden. Dit druivenras levert goudgele, exotisch smakende wijnen met soms een muscaat-achtige smaak. De Sauvignon Blanc tenslotte wordt gezien als een van de beste Franse druivensoorten, die wijn geeft die naar mineralen en een beetje naar meloen ruikt.

Niet lezen maar proeven

Je kunt natuurlijk veel over wijn lezen, maar het lekkerste is toch om wijn te proeven. Wijn is lekker bij het eten en ook nog eens gezond, mits met mate gebruikt. Vooral rode wijn bevat veel anti-oxidanten. In plaats van elke week dezelfde wijn te kopen bij de buurtsuper, kun je er ook een sport van maken om telkens een ander wijnland en wijngebied te kiezen. Let ook eens op het druivenras dat op het etiket vermeld staat. Minder algemeen gebruikte druivenrassen kunnen heel verrassend smaken, ongeacht de streek waar ze vandaan komen. Als je het wijnproeven echt serieus wilt aanpakken, dan zijn daar speciale cursussen voor.

Wat is de Prostaat

0

De prostaat is een klier die zich bij mannen rond de urinebuis, onder de blaas bevindt. De functie van de prostaat is om een melkachtig vocht te produceren, dat tijdens een orgasme aan het sperma worden toegevoegd bij wijze van transportmiddel. Het prostaatvocht vormt daarbij tussen de vijftien en de dertig procent van het totale volume van het sperma. Daarnaast voorkomt de prostaat dat er sperma in de blaas stroomt. Tenslotte is de prostaat een seksueel gevoelig orgaan. Bij ontvangende anale seks van een man kan hevige opwinding of een orgasme worden veroorzaakt door stimuleren van de prostaat.

Ziekten van de prostaat

Ondanks de lustgevoeligheid van de prostaat, wordt dit orgaan meestal in verband gebracht met een aantal ziekten, die een groot gedeelte van de mannen treft bij het ouder worden. Rond de dertig procent van de mannen boven de vijftig jaar krijgt hierdoor problemen met plassen. Deze klachten wijzen meestal niet op de gevreesde prostaatkanker, maar vaak op een goedaardige vergroting van de prostaat. De medische term voor deze aandoening is “Benigne prostaathypertrofie”, afgekort BPH. Naarmate een man ouder wordt, heeft de prostaat de neiging om groter te worden. Omdat hij zowel naar binnen als naar buiten groeit ontstaat er druk op de urinebuis. Dit maakt dat het plassen moeilijker gaat, het komt moeilijker op gang en de straal is dunner en zwakker. Na het plassen kan er urine nadruppelen en soms moet men ’s nachts naar het toilet. Blijft de prostaat doorgroeien, dan kan er steeds urine in de blaas achterblijven na het plassen, en dit kan weer blaasontstekingen veroorzaken. Vaak worden deze klachten bestreden met medicijnen die een verdere groei van de prostaat afremmen. Een enkele keer, in ernstige gevallen, is een operatie nodig om de groei van de prostaat te stoppen. Veel mannen zijn bang om impotent te worden als gevolg van een prostaat-operatie, maar dit is ten onrechte.

Een andere algemeen voorkomende aandoening is Prostatitis, een ontsteking van de prostaat. De klachten die hierbij horen zijn abnormaal veel plassen, of de drang daartoe, een branderig gevoel tijdens het plassen, koorts en pijn. Als het een acute ontsteking is, wordt meestal volstaan met een lichte antibiotica kuur. Wanneer de ontsteking van de prostaat is verwaarloosd en chronisch is geworden, is een intensievere behandeling met veel zwaardere antibiotica nodig.

Hoe ouder de man wordt, hoe meer kans hij heeft op prostaatkanker. Over het algemeen ontwikkelt prostaatkanker zich heel langzaam. Het vormt daarbij meestal gezwellen binnenin de prostaat, die naar buiten groeien. In eerste instantie komt de urinebuis dus niet in de verdrukking, waardoor prostaatkanker pas symptomen veroorzaakt in een vergevorderd stadium.

Aanvankelijk lijken deze vaak op de symptomen van een beginnende prostaatvergroting. Pas in een later stadium komt er bloed in de urine en kan het plassen gedeeltelijk of zelfs geheel onmogelijk worden. Bovendien kan prostaatkanker uitzaaien door het hele lichaam, en daarmee andere organen aantasten.

Hoewel de drie genoemde aandoeningen van de prostaat niet allemaal even gevaarlijk zijn, is het belangrijk dat je, als je als oudere man problemen met plassen krijgt, direct naar je huisarts gaat.

Bedenk daarbij dat je beslist niet de enige bent, deze ziekten komen nu eenmaal meer voor naarmate we steeds ouder worden. Een informatief boek is verder “Het Prostaat Pensioen Plan”onder redactie van professor Bangma uit Rotterdam. Dit boek geeft informatie over het orgaan de prostaat en over de behandeling van de verschillende prostaatziekten. Het boek is niet alleen bestemd voor patiënten met prostaatklachten, maar ook voor hun partners, gezinnen en de zonen van mannen die aan een prostaatziekte lijden. Daarnaast kan dit boek voor artsen en andere hulpverleners nuttig zijn om de angsten en zorgen van hun patiënten te onderkennen en bespreekbaar te maken.

Fitness info

0

Warming-up/stretching

 

Elke keer voordat je begint met trainen is het van belang dat je spieren warm en los zijn. Om je spieren los en warm te krijgen kun je verschillende dingen doen. Als warming-up zou je zo’n 10 tot 15 minuten kunnen gaan rennen, dit kan je buiten maar natuurlijk ook op een lopende band doen. Wat ook mogelijk is is om series van een bepaalde oefening te doen met hele lichte gewichten, zodat je lichaam aan de oefening went. Je zorgt er zo voor dat je spieren wat lichter en warmer worden.

 

Nadat je de warming-up hebt gedaan zou je er voor kunnen kiezen om te gaan stretchen. Met stretchen moet je wel voorzichtig zijn, als je het te wild doet kun je jezelf blesseren.

 

Hieronder staan een aantal rek-en strekoefeningen die je zelf thuis kunt doen:

 

Kuit:
Plaats je linkerbeen gebogen naar voren en strek je rechterbeen naar achteren. Je voeten moeten plat en recht vooruit staan. Ook moet je je rug recht houden. Met beide handen steun je op je linkerbeen en dan kan je gaan rekken en strekken. Vervolgens kun je deze oefening met je andere been herhalen.
Achterzijde van het bovenbeen:
Zet je linkerbeen gestrekt voor je neer en buig je rechterbeen naar achteren. Je voelt dan je spieren aan de achterkant van je linker bovenbeen strekken. Je moet wel je rug recht houden tijdens deze oefening. Ook deze oefening kan je weer met je andere been  herhalen.
Onderrug:
Plaats je voeten iets uit elkaar en buig je benen ook iets. Je moet met beide handen op je bovenbenen steunen. Terwijl je zo staat maak je je rug afwisselend bol en hol.
Borstspier:
Plaats je voeten weer iets uit elkaar en houdt ze licht gebogen. Je rug en schouders blijf je recht houden. Terwijl je zo staat moet je je buikspieren licht aanspannen. Je armen moet je dan om en om naar achteren strekken.

Ademhaling

Als je aan oefeningen begint is het van belang dat je op de juiste wijze ademhaalt. Als je juist ademt komt er minder druk te staan op je longen en je hoofd, dit zorgt ervoor dat je de oefeningen beter kunt uitvoeren. De juiste wijze van ademhalen is als volgt:

1)      Voordat je aan de oefening begint adem je in en bij iedere volgende keer dat je naar beginpositie terugkeert adem je weer in
2)      Tijdens de oefening adem je uit wanneer je vanuit de beginpositie naar de eindpositie beweegt

Hardop tellen van je herhaling is een handig trucje om te gebruiken tijdens de oefeningen. Van nature zul je tellen op het moment dat je een krachtinspanning levert. Het inademen doe je dan ook automatisch op het moment dat je terugkeert naar de beginpositie. Het belangrijkste is dat je erop let dat je uitademt op het moment dat je lichaam een krachtinspanning moet leveren.

Voeding

Als je je doelen wilt bereiken moet je ook letten op je voeding. De voeding moet de trainingswijze aanvullen en ondersteunen. Het belangrijkste is dat je wat eet voordat je gaat trainen. Als je dit namelijk niet doet, bestaat er een kans dat je flauwvalt of slap gaat voelen. Tijdens de oefeningen raden wij ook sterk aan om een flesje water mee te nemen en tussendoor even wat te drinken. Maar het beste is om sportdrank te drinken. Hierin zitten namelijk allemaal zouten die ervoor zorgen dat het water beter wordt opgenomen in het lichaam. Bovendien heb je ook zouten nodig omdat je die verloren bent in je zweet.  

Cooling-down

De cooling-down is in feite het omgekeerde van de warming-up. Het lichaam moet dit keer van inspanningsniveau naar rustniveau worden gebracht.

De meeste mensen hebben de neiging om na een oefeningen acuut te stoppen. Het gevolg is hier dan van dat je vervolgens een gespannen, vermoeid gevoel in de spieren en stijfheid krijgt. Een koeling down duurt ongeveer 10 minuten. Je kunt dit het beste als volgt doen:

1)      Loop rustig uit, wissel dit af met huppelpasjes en wat zwaaibewegingen met de armen

2)      Na het uitlopen doe je even wat rek- en strekoefeningen

3)      Neem een warme douche om je spieren weer wat losser te krijgen en te laten rusten

 

Enkele cooling-down oefeningen zijn:

Heup en bovenbeen:
Buig je linkerbeen 90 graden en steun daar met je linkerhand op. Steun met je rechterhand op de grond en strek je rechterbeen naar achteren. Het is belangrijk dat je beide voeten plat op de grond houdt. Dit kun je vervolgens herhalen met je rechterbeen.
Kuit:
Plaats je linkerbeen naar voren en buig deze. Je rechterbeen zet je gebogen achter je neer. Je moet je rug recht houden en ervoor zorgen dat beide voeten plat op de grond blijven staan. Met beide handen steun je op je linkerbeen. Ook deze oefening herhaal je weer met je rechterbeen.
Voorzijde van je bovenbeen:
Houd je rug recht en kantel je bekken naar achteren. Probeer vervolgens je enkel vast te pakken zonder dat daarbij je hiel je billen raakt. Herhaal deze oefening vervolgens met je andere been.

Column: Het onderwijscongres; toppunt van onlogica?

0

Wist u dat de gemiddelde aandachtsboog van een volwassene ongeveer 45 minuten is? Een basaal, maar enorm belangrijk feit wanneer we het hebben over presentaties. Ik geef u er nog één. Wat zeggen uw presentatievaardigheden over slides die van boven tot onder vol staan met tekst? En krampt uw onderwijshart niet ook samen als diezelfde tekst op een volledig monotone toon opgelezen wordt? Wat dacht u van timing? Ruimte om vragen te stellen? Tijd voor discussie? Enige vorm van interactie, anyone?

 

Eind augustus liep ik rond op een wetenschappelijk congres; de Earli*. Ik denk dat ik wel mag zeggen dat daar toch wel het crème de la crème in onderwijsland rondloopt.

De voertaal was Engels. Een vreemde (wereld!)taal waarvan verwacht mag worden dat de gemiddelde universitair opgeleide dit ook spreekt. Ja toch?

Bovendien was het een onderwijscongres. Hier maakte ik de tweede naieve denkfout; “mensen die onderzoek doen naar onderwijskundige zaken zijn in ieder geval zelf goed in staat om een presentatie te geven”.En als klap op de vuurpijl verwachtte ik ook dat een term als aandachtsboog voor congresorganisatoren een net zo basaal fenomeen was als voor mij.

 

Ik ben in één week tijd mijn naïviteit verloren. Heb al mijn veronderstellingen het raam uit moeten gooien en heb besloten dat de logica in de wetenschappelijke congreswereld mij ontgaat. Ik zag presentaties die rechtstreeks van de slide in mineur werden opgelezen, waardoor ik mij meerdere malen op een begrafenis waande. Ik zag presentaties waarvan ik zeker weet dat niemand wist waar ze over gingen. Ik probeerde mijn aandachtboog twee uur te maken, maar zakte na een uur toch weg waardoor ik hele presentaties miste. Ik bedacht vragen die ik nooit kon stellen vanwege slechte timing en tijdgebrek als gevolg.

 

Ik gooide mijn frustraties eruit tijdens lunches tegen medecongresbezoekers. Me niet druk makend over welke status mijn gesprekspartners hadden. (Ik ben al niet zo van de ik-zoek-verplicht-de-goeroes-op-voor-een-inhoudelijke-discussie, dat gaat bij mij meestal per ongeluk, tijdens het kiezen van het dessert ofzo, zonder dat ik op dat moment weet met wie ik dat overleg). Maar –ik dwaal af- wat bleek uit mijn lunch-frustratie-gesprekken? Iedereen was het met me eens! Ik was niet de enige! Sterker nog, deze frustratie scheen iedere keer terug te komen! Al –jawel- twaalf edities lang!

 

Maar niemand die opstaat die niet alleen klaagt, maar ook onderneemt en het anders gaat doen. Niemand die de vreemde tegenstrijdigheden tijdens dit soort congressen aanpakt. Niemand die durft, niemand die lef heeft? Daar begrijp ik helemaal niets van. Maar ja, zoals al eerder gezegd, dit soort logica ontgaat mij.

 

Wie weet, zal ik ooit op een dag medestanders vinden die actie willen ondernemen en met mij deze onlogica weer logisch willen maken. Dromen mag. Toch?

Verhuisplanning

0

Verhuisplanning

Een verhuisplanning is een handig instrument om een verhuis efficiënt te plannen. Dankzij een eenvoudige checklist kan je snel zien wat er nog moet gebeuren en wat er al gebeurd is. Als er meerdere personen betrokken zijn bij een verhuis (partner, kinderen of andere huisgenoten) kan je best dit document samen opstellen en de taken verdelen (en eventueel voor ieder een afzonderlijke checklist maken met de taken). Dit kan je best opstellen zodra je weet dat je gaat verhuizen.

Praktische regelingen

Ongeveer 2 weken op voorhand:
Nutsvoorzieningen:  contacteer de leveranciers op tijd om de benodigde documenten aan te vragen. Regel ook met de vorige bewoners (en volgende bewoners van je huidig huis) de overname van bepaalde voorzieningen (gas, water en elektriciteit).
Officiële instanties en andere: verwittig verzekeringen, overheidsdiensten en eventuele leveranciers ed op tijd dat je gaat verhuizen.Adreswijziging doorgeven: vrienden en familie verwittigen en eventueel het doorsturen van de post regelen.Inpakken: alles wat je de volgende weken kan missen al inpakken.Verhuisdag regelen: mensen om te helpen, vervoer, praktische regelingen ed.
Een aantal dagen op voorhand:
Meubels: kasten leeghalen en meubels die uiteen moeten (kasten ed) uiteenschroeven en klaarleggenKoelkast: koelkast 1 dag op voorhand leegmaken en uitkuisen.Adreswijziging: inschrijven in het gemeentehuis (kan ook nadien bij veel gemeentes).Inpakken: 1 dag op voorhand inpakken wat nog niet ingepakt is.Verhuisdag:
Leeghalen huidige woonst: dit doe je best kamer per kamer zodat je zeker niets vergeet. Als je met meerdere personen bent, kan je een “sluissysteem” toepassen waarbij iedereen slechts een kleine afstand aflegt en dozen doorgeeft (of opstapelt voor de volgende in de ketting). Zo werk je energie-efficiënt en loopt niemand elkaar voor de voeten. De lege kamers kan je onmiddellijk opkuisen en afsluiten zodat je later niet terug moet keren.Verhuizen: je kan een vrachtwagen huren (met of zonder chauffeur). Lichte voorwerpen kan je zelf met een personenwagen verhuizen. Let erop dat de inrichting van de vrachtwagen zo efficiënt mogelijk is en dat de dozen en meubels snel uitgeladen kunnen worden.
Nieuwe woonst inrichten: ook hier kan je het “sluissysteem” toepassen.  Gebruik eventueel een tijdelijke opslagkamer, maar zorg zeker dat je een plaats hebt om te slapen, te zitten en te eten voor die dag en de dag erop. Richt daarom eerst de slaapkamer in en daarna living (zithoek) en keuken.

Inpakken

Een aantal praktische tips:
Zorg dat de dozen niet te zwaar zijn zodat alle verhuizers ze kunnen dragen (zeker als je een “sluissysteem” wilt gebruiken).Gebruik stevige dozen en verstevig dozen eventueel met tape en karton.Gebruik zoveel mogelijk dozen van hetzelfde formaat zodat je ze makkelijk kan opstapelen.
Plaats zware voorwerpen onderaan in de doos en gebruik eventueel krantenpapier of plastic zakken om breekbare voorwerpen te beschermen.
Zet op de dozen duidelijk voor welke kamer het bestemd is: gebruik afkortingen of plak etiketten in bepaalde kleuren (en gebruik dezelfde kleuren als herkenning op de deuren van de kamers in je nieuwe woonst zodat iedereen weet waar de dozen naartoe moeten).Schrijf de inhoud op de dozen zodat je alles snel kan terugvinden.Markeer dozen met breekbare inhoud duidelijk.Groepeer de dozen per kamer.Pak de voorwerpen die je de eerste dagen nodig hebt afzonderlijk in. Denk hierbij ook aan koffiezet, servies en zeep ed. Overloop in gedachten wat je de eerste dagen gaat doen en welke voorwerpen je hierbij nodig hebt.

Uitpakken

Een aantal praktische tips:
Pak eerst de spullen uit die je onmiddellijk of de komende dagen nodig hebt. Als je tijd overhebt, pak je de rest uit.Dit is een ideaal moment om komaf te maken met rommel: doe alle voorwerpen die je lange tijd niet hebt gebruikt weg. Zo begin je je nieuwe leven zonder rommel.Vouw de lege dozen op als ze leeg zijn en bind ze samen zodat je dit later niet hoeft te doen.

Kinderen

Praat met kinderen op hun niveau en betrek hun bij het verhuisproces binnen het mogelijke. Pak samen hun spullen in. Vooral voor kleinere kinderen is dit belangrijk. Vaak zijn ze bang dat ze naast afscheid van hun huis ook afscheid moeten nemen van hun spulletjes. Samen inpakken stelt hen gerust. Laat hen kennismaken met hun nieuwe thuis en betrek hen bij het inrichten van hun eigen kamer. De eerste weken kan het kind onrustig zijn. Als de onrust blijft, zijn er vaak andere problemen waarmee het kind worstelt.

Huisdieren

Kleine huisdieren zoals vogels en knaagdieren ondervinden weinig last van de verandering van omgeving. Ook honden passen zich snel aan. Voor katten is dit echter anders. Katten hebben een territorium en keren vaak terug naar hun vorig huis als ze kunnen. Om dit te voorkomen wordt aangeraden katten 1 dag op voorhand te verhuizen zodat ze zich niet kunnen verstoppen op de verhuisdag zelf en al kunnen wennen aan hun nieuwe omgeving. Hiervoor kan je best een kamer reserveren dat liefst op slot kan. Daar leg je dan de kattenbak en etensbakje samen met enkele spullen die de katten gewoon zijn (krabpaaltjes, dekentjes, mandjes ed). Deze spulletjes mogen niet gewassen worden zodat ze nog naar hun thuis ruiken. Hou de kat enkele weken binnen en laat ze rustig wennen aan de nieuwe omgeving. Zo is de kans kleiner dat de kat terugkeert naar zijn oude territorium.

Mountainbike technieken

0

Houding en afstelling

 

Als je begint is de eerste stap die je zet het juist afstellen van je zadel, maar wat is nu die juiste afstelling?

 

De hoogte van het zadel bepaal je door op het zadel te gaan zitten en vervolgens zet je één voet (hak) op het pedaal. Dit been moet dan licht gebogen zijn en met het andere been moet je nog net met je tenen de grond kunnen raken.

 

Een goede zadelstand van de mountainbike is ook erg belangrijk. Bij het afstellen van het zadel moet je zorgen dat de punt niet te hoog staat. Je kunt het zadel eventueel ook nog wat naar voren of achteren plaatsen, hier is veder geen vaste stand voor. Dit is een kwestie van proberen, wat je zelf het lekkerst en comfortabelst vind zitten.   

Bovendien moet de stuurpen niet te lang of te kort zijn. Als die wel zo is, kun je erg last van je rug krijgen.

 

Om schokken te kunnen opvangen moet je er altijd voor zorgen dat je armen en benen licht gebogen zijn. Zorg ervoor dat je altijd ontspannen op je fiets zit.

 

Balans/Trackstand

 

Balanceren is één van de vaardigheden die je moet beheersen. Om je balans te verbeteren kun je dit het beste stilstaand oefenen. Hieronder staan enkele tips:

 

1)      Zorg dat je ontspannen op je fiets zit en houdt je armen en benen licht gebogen. Zet je versnelling niet te zwaar, als je dan dreigt om te vallen kan je snel aanzetten. Zorg dat je pendalen horizontaal staan. Op deze manier kan je beter je balans houden

 

2)      Draai dan je voorwiel ongeveer 30 graden in de richting van je voorste been.

 

3)      Door kleine bewegingen met het stuur te maken kun je beter balanceren. Door te oefenen zal je dit snel beheersen.

 

Tip: Probeer kleine bewegingen met het stuur te maken, zo kun je namelijk beter balanceren.

 

Bochten

 

Het belangrijkste dat je moet doen bij het nemen van bochten, is het verminderen van je snelheid en het verplaatsen van je gewicht in de richting van de bocht. Je moet wel de bocht goed doorkijken. De meeste bochten worden van buiten naar binnen genomen. Je moet wel goed opletten dat je je voet bij scherpe bochten wat omhoog houdt, omdat je anders met je voet de grond kan raken. Verder moet je, om zoveel mogelijk grip te behouden, je gewicht laag bij de grond houden.

 

Ook moet je in een bocht je mountainbike altijd laten doorrollen en dus nooit remmen. Mocht je de bocht toch een keer niet goed hebben ingeschat en die scherper is dan dat je dacht, dan kun je eventueel met je achterrem bijremmen of slippen zodat je toch goed de bocht door kan komen.

 

Tip: Probeer altijd de bocht zo rustig mogelijk te nemen, schakel op tijd terug bij scherpe bochten, laat je lichaam goed meesturen en probeer je lichaamsgewicht zo dicht mogelijk bij de grond te houden.

 

Haarspeldbocht

Bij een haarspeldbocht moet je ervoor zorgen dat je aan de buitenkant van het pad zit. Je kan dan namelijk de bocht beter insturen. Ook kun je beter je voet die in de binnenbocht zit wat meer uitstrekken, omdat je dan met je voet bij de grond kan als je het gevoel hebt dat je wegglijdt. Vlak voor de bocht moet je het stuur in de richting van de bocht draaien en het achterwiel blokkeren. De achterkant van je mountainbike glijdt dan vanzelf achter je stuur aan. Wanneer je achterwiel weer in de goede richting staat moet je je achterrem loslaten en moet je weer vol aanzetten.

Tip: Probeer naar een lichtere versnelling te schakelen voordat je de haarspeldbocht ingaat, zo is het makkelijker om na de bocht weer op de juiste snelheid te komen.

Klimmen

Het is belangrijk dat je voordat je gaat klimmen je mountainbike in de goede versnelling zet. Er bestaat namelijk een grote kans dat je ketting overslaat wanneer je tijdens het klimmen gaat schakelen. Je moet altijd in je eigen tempo blijven fietsen. Ook kun je beter zo lang mogelijk zittend blijven fietsen, omdat je hier minder kracht/energie voor nodig hebt. Bovendien zorg je er zo voor dat er genoeg druk op de achterband blijft staan.

Wanneer je een steile helling gaat beklimmen moet je je ellebogen wat meer buigen en je moet wat naar voren leunen. Het is belangrijk dat je wel je rug recht houdt. In deze houding komt het zwaartepunt namelijk ergens anders te liggen waardoor je gewicht wordt verplaatst en je dus zo meer grip krijgt.

Tip: Bepaal je eigen snelheid en blijf zo lang mogelijk zittend fietsen.

Afdalen:

Je moet er eerst voor zorgen dat je versnelling goed staat. Verder moet je je armen iets buigen, want dit zorgt ervoor dat de schokken beter worden opgevangen. Je moet ook je gewicht naar achteren verplaatsen. Wanneer de helling echt erg steil is, kun je met je lichaam achter het zadel gaan hangen. Het is belangrijk dat je tijdens het afdalen niet in je zadel blijft zitten, omdat je bij bijvoorbeeld wat hobbels en kuilen in de weg van je fiets afgeschoten kan worden.

Je moet ook altijd goed vooruit kijken, zodat je kan zien wat het beste pas is om te volgen. Ook is het handig om je pendalen horizontaal te houden wanneer je even niet fietst. Je kan dan namelijk makkelijker over obstakels heen springen en je hebt dan meer ruimte tussen de pendalen en de grond. Je raakt dan eventuele obstakels die op de grond liggen minder snel.

Wanneer je wilt remmen moet je eerst je achterrem gebruiken, maar daarna ook je voorrem. Je hebt namelijk met de voorste rem meer remkracht, omdat je gewicht tijdens het remmen altijd naar voren verplaatst wordt.

Wanneer je tijdens het dalen in een gleuf in de grond terecht komt, moet je proberen die gleuf te blijven volgen. Je moet niet proberen om je wiel uit de gleuf te krijgen, omdat de kans dan groot is dat je wiel wegglijdt. Wanneer je kan springen is dat wel mogelijk (zie voor springtips het volgende stukje over springen).

Tip: Buig bij het afdalen je armen en verplaats je gewicht naar achteren. Gebruik bij het remmen eerst je achterrem en daarna pas je voorrem.

Springen:

Bij het springen is het belangrijk dat je de goede snelheid hebt. Het is makkelijker om te springen wanneer je te hard rijdt, dan wanneer je te zacht rijdt. Voordat je springt moet je ervoor zorgen dat de pendalen horizontaal staan. Sta nu langzaam op en zorg ervoor dat je armen en benen licht gebogen blijven. Je moet je gewicht goed over de fiets verdelen. Vlak voor het obstakel waar je overheen wilt springen moet je je mountainbike iets naar beneden duwen en moet je omhoog springen. Je moet proberen een goede balans te vinden. Bij de landing moet je als eerste met het achterwiel weer de grond te raken.

Tip: Rij liever te hard dan te langzaam!