Wat is dyslexie

0
18

Het woord “dyslexie” komt uit het Grieks, dys betekent “beperkt” en lexis “woord”, met andere woorden “beperkt lezen”. Dezelfde aandoening wordt ook wel woordblindheid genoemd. Eigenlijk zijn dyslexie of woordblindheid verzamelnamen voor een aantal aandoeningen die te maken hebben met het opnemen en verwerken van vooral geschreven taal. Er bestaan verschillende vormen van dyslexie met verschillende oorzaken. De rekenkundige tegenhanger van dyslexie is dyscalculie, het slecht kunnen rekenen. Vaak, maar niet altijd, gaat dit laatste gepaard met beperkingen in ruimtelijk inzicht, problemen met klokkijken, een slechter geheugen en een gebrek aan inzicht. Deze aandoening is overigens pas veel later dan dyslexie herkend. Tot voor een jaar of twintig geleden, werden kinderen met deze stoornis vaak dom of lui gevonden, met alle problemen van dien, zoals faalangst, isolatie en soms zelfs depressie. Ook hier is het belangrijk dat de aandoening onderkend wordt. In onze tijd van rekenmachines en computers valt er met dyscalculie waarschijnlijk gemakkelijker te leven dan met dyslexie.

Dyslexie werd voor het eerst beschreven aan het eind van de negentiende eeuw. Het is logisch dat de aandoening in eerdere eeuwen niet vaak voorkwam, aangezien het vooral te maken heeft met lezen. In de geschiedenis waren er nu eenmaal veel minder mensen waarvoor dat was weggelegd. Naarmate lees- en schrijfonderwijs gebruikelijk werd voor steeds grotere groepen van de bevolking, ontdekte men dat sommige mensen een veel lagere leesvaardigheid hadden, die niet werd verklaard door een beperktere intelligentie. De aandoening is totaal onafhankelijk van het niveau van intelligentie en komt ook voor bij mensen met een bijzonder hoge intelligentie. Dyslexie heeft een neurologische oorzaak, zoals onderzoek sindsdien heeft uitgewezen. Er zijn verschillende varianten en ook verschillende oorzaken, maar kenmerkend is dat de hersenen niet goed in staat om visuele, soms ook auditieve, informatie te verwerken. Afhankelijk van de mate van dyslexie, kunnen de hersenen dit deels, of zelfs volledig compenseren door andere hersenfuncties aan te spreken. Een dyslectisch persoon gebruikt dan ook tien keer meer hersencapaciteit bij het verwerken van schriftelijke informatie dan een niet-dyslectisch persoon. Als dyslexie op jonge leeftijd wordt gediagnosticeerd, kan een gerichte stimulering en training van de hersenen tot een nog betere compensatie leiden. Dyslexie heeft vooral te maken met lezen en schrijven, en zelfs met de leesbaarheid van het handschrift. Maar het kan daarnaast ook invloed hebben op auditieve informatie, en daarmee op het gehoor en de spraak.

Het herkennen van dyslexie

Dyslexie komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Daarnaast zijn er zijn sterke aanwijzingen dat het een erfelijke aandoening is. Als er al niet meerdere dyslectici in een familie voorkomen, dan zijn er vaak een aantal familieleden die andere taalproblemen hebben. Omdat je als klein kind nog niet leest of schrijft, komt de aandoening niet al op jonge leeftijd aan het licht. Wel zijn er onderzoeken gedaan met kinderen die een erfelijk risico hadden, en deze bleken al moeilijkheden met de spraak en met grammaticale ontwikkeling te hebben met tweeënhalf jaar. Op de lagere school, terwijl je leert lezen en schrijven, komt vaak het volledige beeld van dyslexie naar voren. Dyslectische kinderen hebben fonologische problemen. Dit wil zeggen dat zij moeite hebben om het verband te leggen tussen de klank van gesproken woorden en de letters van gedrukte woorden. Hoewel het meer moeite kost, zullen ze zich meestal kunnen aanpassen aan het geschreven woord. Dit omdat dat zo belangrijk is in onze moderne samenleving en de basis vormt voor verdere studie. Toch hebben ze vaak als volwassen nog steeds min of meer problemen met fonologie en daarmee met hun lees- en schrijfvaardigheid. Een onderzoek toonde aan dat kinderen die slecht waren in deze fonologische verwerking, duidelijk baat hadden bij een speciale training met rijm en alliteratie, gecombineerd met het leren van letterklanken. Vooral als dit ook nog eens werd gecombineerd met gestructureerde leesoefeningen, bleek dit een zeer effectieve behandeling te zijn.

Het is daarom belangrijk om dyslexie, en eventuele andere taalstoornissen, op een zo vroeg mogelijke leeftijd te onderkennen. Er zijn testen voor heel jonge kinderen, die met behulp van kinderrijmpjes en letters inzicht geven in mogelijke dyslexie. De ervaringen wijst uit dat het verkeerd is om af te wachten en maar te zien hoe het kind zich ontwikkelt. Het langzamer en moeizamer leren lezen kan zich snel uitbreiden tot een aanzienlijke leesstoornis. In Nederland kan de diagnose dyslexie slechts worden gesteld door een psycholoog of een orthopedagoog met een aantekening psychodiagnostiek plus een speciale aantekening voor het stellen van de diagnose dyslexie. In België kan de diagnose daarnaast ook worden gesteld door Masters en Bachelors in de logopedie. Wordt de dyslexie niet onderkend, dan is een leerachterstand vaak het gevolg.

Maar ook als de dyslexie wel wordt onderkend en er extra hulp beschikbaar is, hebben dyslectici moeite met vlot en foutloos lezen en spellen, zowel in de eigen taal als in vreemde talen. Met een gerichte behandeling kunnen zij echter een aanvaardbaar niveau van geletterdheid bereiken, dat nodig is om zich staande kunnen houden in de maatschappij. Bij de begeleiding, en later bij de beroepskeuze, moet gekeken worden naar wat zijn of haar sterke kanten zijn. Mensen met dyslexie zijn vaak erg creatief en visueel gericht. Veel grafisch vormgevers en beeldende kunstenaars blijken bijvoorbeeld dyslectisch te zijn. Er zal gekeken moeten worden naar de individuele talenten en het niveau van geletterdheid, maar er zijn ook in onze maatschappij, met het belang van het geschreven woord, volop kansen voor dyslectici.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here