Acne: laatste redmiddel Roaccutane – Ramp of wonder?

0

Acné kan in verschillende mate van ernst voorkomen. Er zijn verschillende manieren om het te behandelen, varierend van de huis-tuin-en-keuken-middeltjes tot aan penicilline kuren. Maar wat als helemaal niets helpt? En u heeft wel last van een ernstige / storende vorm van acne?  Dan is er nog één (regelmatig omstreden) middel over: Isotretinoine ofwel Roaccutane genaamd. Wellicht heeft u wel eens van dit middel gehoord. En hoewel er via internet natuurlijk veel informatie te vinden is, blijft het ook erg belangrijk om ook vanuit de gebruikerskant het een en ander te horen.

 

Voor mij is het inmiddels alweer twee jaar geleden dat ik in aanraking kwam met dit produkt. In die tijd heb ik zoveel mogelijk research gedaan voordat ik startte om enigszins voorbereid te zijn op wat mij te wachten stond. In dit artikel zal deels kort algemeen toegelicht worden wat het middel is, wat het doet, wat de bijwerkingen zijn. Dit zal een beknopte uitleg zijn omdat deze info ook gemakkelijk op de homepage van roaccutane te vinden is. Anderzijds zal stilgestaan worden bij de zoektocht naar ervaringen van gebruikers en mijn eigen ervaring. Hoe maak je de keus?

 

Wat is  Isotretinoine (Roaccutane)?

Isotretinoïne behoort tot een groep geneesmiddelen die bekend staat onder retinoïden. Retinoïden zijn afgeleid van vitamine A. Om een goed resultaat te bereiken zou de de totale kuurdosering ongeveer 120 mg per kilogram lichaamsgewicht moet bedragen. De behandeling zal in het algemeen 16 tot 24 weken duren. In mijn geval was dit een half jaar.

 

Wanneer we naar de bijsluiter van dit middel kijken, geeft dat een afschrikwekkend beeld. Een eindeloze lijst bijwerkingen komt ons tegemoet. Wat voorbeelden: Spontane abortus of ernstige afwijkingen aan de ongeboren baby, zelfs na een enkele dosis. Deze bijwerking is een erg belangrijke en geeft meteen weer waarom het ten strengste verboden is dit middel te gebruiken wanneer je zwanger bent of op korte termijn wil worden. Verder komen o.a. regelmatig voor; droge slijmvliezen (droge lippen, ogen, neus), irritatie van de huid, haaruitval, spierpijn etc etc.

 

De bijwerking depressie

In de bijsluiter is ook de bijwerking depressie te vinden. Wanneer je als je wil beginnen met Roaccutane op internet speurt zijn de berichten nogal variabel. Van horrorverhalen op verscheidene blogs tot aan het zeer afzwakken van deze bijwerking op de homepage zelf. Amerikaans onderzoek laat weer wel een verband zien tussen verandering in de hersenen en depressie. Overigens een gesponsord onderzoek door de vader van een jongen die tijdens het gebruik van Roaccutane zelfmoord pleegde.

Het blijft dus een omstreden punt.

 

Eigen ervaringen en zoektocht

In mijn geval liep het gelukkig niet zo uit de hand. Natuurlijk zijn er bijwerkingen en na de zoektocht op internet en het lezen van gebruikerservaringen denk ik dat iedere gebruiker hier ook rekening mee moet houden. Meest voorkomende kwamen ook bij mij voor: droge mond, droge huid, droge neus, droge ogen. Ik was veel moe en voelde dus wel degelijk dat ik zware medicatie slikte. Echter, de resultaten liegen er niet om. Dit is niet alleen bij mij zo: Uit onderzoek van de producent zelf blijkt, dat van de met Roaccutane behandelde patiënten ondanks een correct toegediende dosis 17% een tweede kuur nodig heeft, 5% een derde kuur en 1% meer kuren. Omgerekend heeft ongeveer driekwart dus blijvend resultaat bij één kuur.

 

De keus

Toch blijft het een lastige keus. Hoewel acne psychisch gezien natuurlijk ongelooflijk schaden kan berokkenen moeten de voordelen en nadelen wel in een juiste verhouding staan. Ik maakte de keus wel, ben zeer tevreden over het resultaat, maar zou het geen tweede keer doen. Het is van belang dat men er zich bewust van is dat aan deze medicatie wel degelijk behoorlijke risico’s zitten. Niet alleen in het geval van zwangerschap, maar ook omdat er een aantal facetten zoals depressie wel steeds weer terugkomen en er blijkbaar twijfel is over de wisselwerking met Roaccutane. De vraag is dan of dit het risico waard is? Enerzijds zal het voor mensen met jarenlange ernstige acne een uitkomst zijn. Anderzijds is het van groot belang dat dit middel niet als paracetamol over de toonbank gaat.

 

 

Tips

Denk je erover dit middel te gebruiken, zoek dan contact met (ex-)gebruikers.
Lees je in over het medicijn zelf en maak een afgewogen keus.
Overleg goed met je arts en vraag zoveel mogelijk (eerlijke) info
Probeer eerst de andere (minder omstreden) middelen tegen acne en beschouw Roaccutane als laatste redmiddel
Wees er zeer alert op dat je niet zwanger bent of wordt in combinatie met dit middel.
Stop als je je depressiever voelt tijdens het gebruik van roaccutane en neem contact op met arts.
In het begin kan de acne erger worden, dat is geen reden om te stoppen en hoort erbij.
Zorg dat je verzorgingsproducten in huis hebt voor droge lippen en huid.

 

 

Gebruikerservaringen ter aanvulling op dit artikel zijn welkom.

Promotieonderzoek en praktijkrelevantie

0

.

 “Oudere docenten zijn star wanneer er onderwijsvernieuwingen doorgevoerd worden. Ze willen geen veranderingen, zijn niet innovatief en gaan niet mee met hun jongere collega’s. “

Zomaar wat kreten die in de wandelgangen regelmatig klinken. Toch kent iedereen ook de tegenpool, de oudere docent die het liefst tot zijn of haar tachtigste door zou willen gaan, enthousiast en gemotiveerd is. Wat doen die docenten nou eigenlijk? Waarom is de ene docent enthousiast, gemotiveerd en succesvol terwijl de ander dat niet is? Wat stimuleert hen? Wat demotiveert hen? En, zijn er manieren om deze groep docenten te helpen?

Als we op al die vragen antwoord zouden hebben, wat betekent dat dan voor de praktijk?

 

     Dat het van belang is dat docenten bepaalde intellectuele vaardigheden hebben is ons allen bekend. De verschuivingen in onderwijsopvattingen laten bovendien zien dat docenten ook moeten blijven leren. Hieraan wordt op verschillende niveaus aandacht besteed. Zo worden er verschillende trainingen en cursussen ingezet om docenten te professionaliseren en te laten leren. Zowel middels opleiding, maar ook door ‘leren op de werkplek’. De resultaten van dit soort professionaliseringstrajecten zijn nauwelijks in kaart gebracht, zoals er ook nog niet zoveel bekend is over het leren bij docenten. Bovendien blijkt juist de oudere docent een ondergeschoven kindje in de onderzoekwereld en krijgt de jonge docent veel onderzoeksaandacht.

            Het is echter juist die oudere docent die een schat aan kennis en vaardigheden heeft en die we daarom dus graag in het onderwijs zouden moeten willen houden. Het is die doelgroep waar mijn onderzoek zich op richt.

Enerzijds proberen we antwoord te krijgen op de “hoe zit het?”- vragen: op welke manieren deze docenten werken, waarom ze dat doen, hoe ze dat doen, wat hen helpt, wat hen belemmert. Anderzijds gaan we ook kijken naar de “wat hebben we er in de praktijk aan?”-vraag. Dit zal gedaan worden door het onderzoeken van een bestaande interventie (ontwikkeld vanuit de Universiteit Utrecht). Een training van tien bijeenkomsten, verspreid over zes maanden, die zich richt op het verbeteren van manieren van werken van oudere docenten.

 

Leren, werken, werkend leren…

          

Er wordt de laatste jaren steeds meer onderzoek gedaan naar het leren van docenten. Hierbij zien we vaak de koppeling terug naar het handelen van docenten. Er wordt gesproken over ‘leren’, leeractiviteiten, leerstrategieën, leerresultaten. Maar ook vallen er termen als professionaliseren, werkend leren etc. Het duidelijk krijgen van wat we nou bedoelen met dit soort termen is een klus op zich. Iets waar menig onderzoeker overigens de weg in kwijt dreigt te raken. En wie weet, menig docent of beleidsmaker ook wel. Terwijl we met velen, met gemak, deze terminologie in de mond nemen. Alvorens er ook maar iets onderzocht kan worden, moet er echter wel enig beeld gevormd zijn bij wat we in dit onderzoek onder de term leren verstaan. Zeker als dit afwijkt van wat velen onder ons associëren met het begrip leren. In dit onderzoek zien we leren namelijk als een zeer breed begrip: Leren impliceert verandering.

De term leren is bijna onlosmakelijk verbonden met school en opleiden. Bij leren denken we nog steeds niet meteen aan werken. Al vanaf jongs af aan staan deze relaties geprogrammeerd in ons hoofd. “leren doe je op school”, “werken doe je binnen je baan”. Toch komt juist bij dit werken, maar per definitie in vrijwel ieder mensenleven, altijd in meer of mindere mate leren, leeractiviteiten en resulterende leerresultaten terug. Denk hierbij maar eens aan een discussie die je hebt gehad met een collega, of het verhaal van een goede vriend. Vaak steek je er wat van op. Soms bewust, soms onbewust. Wanneer gesproken wordt over ‘je steekt er iets van op’ of ‘je denkt er later nog eens over na en past het in je eigen leven toe’ hebben we het eigenlijk ook over de term leren.

In de literatuur bestaan daar veel verschillende definities over. Zo wordt er door sommigen al geruime tijd gepleit voor een bredere opvatting van leren. Het begrip ‘leren’ wordt dan ook in een bredere context gezet en benadrukt aspecten als: leren doe je altijd, kan op verschillende manieren, is (ook) een sociaal proces, heeft een wederkerige relatie in leren en handelen, heeft emotionele aspecten, leren is veranderen, en tot slot wordt ook de impliciete kant van het leren benoemd en benadrukt. Er wordt ook benadrukt dat leren niet per definitie iets hoeft te zijn wat een positief effect heeft; Je kan bijvoorbeeld ook geleerd hebben dat je werken niet leuk vind.

 

Het onderzoek; wat heb je er aan?

Bij werknemers -en in dit specifieke geval, docenten van veertig jaar en ouder die lesgeven in het voortgezet onderwijs- zien we dit leren tijdens het werk (zowel bewust als onbewust) natuurlijk ook terug. Helaas is daar zoals al eerder gezegd, nog maar weinig over bekend. Op de eerste plaats is het van belang om er achter te komen hoe dat bij deze groep zit. Om hierachter te komen worden er gesprekken met docenten (40+) op verschillende scholen binnen het Voortgezet Onderwijs gevoerd. Hierbij wordt ingegaan op hun manieren van werken, wat hen helpt en wat juist niet. U moet zich voorstellen dat dit zeer intensieve, diepgaande interviews zijn. Deze gesprekken worden opgenomen op band en geven een enorme rijkdom aan informatie. Deze informatie kan vervolgens nadat er allerlei analyses overheen zijn gegaan, meer theoretische kennis opleveren over het werken en leren van oudere docenten. Dit geeft niet alleen meer kennis over het onderwijsveld, maar helpt ons ook voor het andere deel van het onderzoek.

Dit andere deel richt zich op de interventie. Gedurende tien sessies verspreid over een half jaar wordt er binnen de interventie Halfweg gewerkt met docenten (40+). Dit ontwikkelingstraject zorgt ervoor dat er tijd en ruimte is voor de docent om stil te staan bij zichzelf. Hierbij kan worden gedacht aan vragen als: Hoe zijn de afgelopen jaren gegaan? Waar loop ik tegen aan in mijn werk? Wat helpt me? Wat belemmert me? Wat kan ik eraan doen? Het traject richt zich op verwerving van kennis en inzicht, op mogelijkheden om de werkpraktijk te versterken, op plezier in studie en ontdekking. En er wordt uit gegaan van de mogelijkheden en kennis die oudere docenten juist bij uitstek bezitten.

Hoewel de interventie op basis van praktijkervaring erg positief ontvangen wordt, ontbrak er nog gedegen onderzoek. Daarmee was de logische stap om deze interventie onderdeel van dit promotieonderzoek te maken snel gemaakt. Door de gesprekken met de docenten, en observaties tijdens de trainingsdagen kan (vanuit de theorie) een bijdrage geleverd worden aan het onderzoeken en verbeteren van de interventie. Dit betekent dus dat er ook daadwerkelijk iets terug gegeven wordt aan de 40+ docenten en daarmee aan het onderwijs. Een manier om te helpen, daar waar men vastzit, of juist om verder te bouwen op succes.

En is dat niet juist waar het onderwijs behoefte aan heeft? Concrete manieren om aan de slag te kunnen, hulp hierbij en het creëren van tijd en ruimte. Maar dan niet vanuit het niets, maar gestaafd vanuit zowel de wetenschap als het veld.

Wat is lenen

0

We leven in een wereld die steeds meer gericht is op materialistische zaken. We hebben nooit genoeg en willen altijd meer. Wanneer je te weinig geld hebt om een bepaalde droom te verwezenlijken of om iets wat je hard nodig hebt te kunnen kopen is lenen een oplossing. Tegenwoordig wordt dit als oplossing aangeboden bij ieder geldprobleem en wordt er geen aandacht besteed aan de nadelen van geld lenen.

De meest voorkomende leenvormen zijn lenen op onderpand, persoonlijke lening, doorlopend krediet, koop op afbetaling, huurkoop en lease.

Lenen op onderpand is vaak voordeliger dan andere leenvormen, omdat er meer zekerheid is voor de geldschieter. Aangezien de lener een onderpand ‘achterlaat’ zal deze vrijwel zeker zijn of haar lening terugbetalen. Er zijn verschillende soorten van lenen op onderpand, zoals de hypotheek, effecten en levensverzekeringen.

Bij de persoonlijke lening maak je gebruik van een aflopend krediet. Het verschil tussen een persoonlijke en doorlopende rekening is dan ook dat je bij een doorlopende rekening de afgeloste bedragen opnieuw kan opnemen, terwijl dat bij een persoonlijke rekening niet het geval is.

Onder koop op afbetaling verstaan we alle koopovereenkomsten die in termijnen afbetaald worden. Een voordeel hiervan is dat je het product al eerder kan aanschaffen, maar het pas later mag betalen. Een tegenhanger daarvan is echter wel dat het product na verloop van termijn verouderd en jij dan nog aan het afbetalen bent. Huurkoop is een speciale vorm van koop op afbetaling, waarbij het product pas eigendom van de betaler is wanneer het gehele bedrag is afbetaald.

Bij het leasen van goederen wordt het product voor een bepaalde periode tot beschikking gesteld aan de zogehete ‘lessee’. Deze betaalt voor het leasen een vaste vergoeding. Er zijn drie hoofdvormen: operational lease, financial lease en sale and lease back. Operational leasen lijkt veel op huren en de overeenkomst kan makkelijk opgezegd worden. Financial leasen lijkt veel op huurkoop. De looptijd van de lease-overeenkomst is over het algemeen gelijk aan de economische levensduur van het goed. Het verschil met sale en leaseback is dat de lessee eerst eigenaar was van de geleasde zaken.

Het allergrootste nadeel van lenen is dat je het geleende goed weer terug moet betalen. Veel mensen komen dan ook in de problemen doordat ze te veel lenen. De schulden stapelen zich op wat voor sommigen een aanleiding is om nog meer te gaan lenen. Het is dus belangrijk om het bedrag te lenen dat bij je inkomen past.

Wanneer je negatief te boek staat bij de BKR (Bureau Krediet Registratie), wordt het lastig om een nieuwe lening af te sluiten. Dit is om de risico’s van de geldschieters te beperken. Als je namelijk te veel schulden hebt open staan wordt het je onmogelijk gemaakt om daarbij te lenen. Tegenwoordig zijn er wel leningsinstanties die, ondanks een negatieve BKR registrering, toch geld willen lenen. Het nadeel hiervan is dat het de mensen makkelijker wordt gemaakt om hogere schulden te maken. Een registratie wordt tot vijf jaar na de beëindiging van het krediet bewaard. Hierna wordt deze automatisch verwijderd.

Als je besluit om te lenen is het belangrijk om voldoende informatie in te winnen, want op die manier kan je problemen met een lening voorkomen.

Unesco en werelderfgoed

0

Unesco is de afkorting voor United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization. Dit is een speciale organisatie van de Verenigde Naties die tot doel heeft om de vrede en veiligheid tussen de lidstaten te bevorderen. Dit door middel van samenwerking op het gebied van onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie. De Verenigde Naties is een internationale en wereldwijde organisatie die werd opgericht in 1945 na de Tweede Wereldoorlog. Bijna ieder internationaal erkend en onafhankelijk land is lid van de Verenigde Naties. De overheden van deze landen werken samen op het vlak van internationaal recht, veiligheid, mensenrechten, wereldeconomie en onderzoek. Ook het Internationaal Gerechtshof, de Veiligheidsraad, de Wereldgezondheids-organisatie, Unicef en de Wereldbank maken net als de Unesco deel uit van de Verenigde Naties.

Het hoofdkantoor van de Unesco staat in de Franse hoofdstad Parijs. De Unenesco heeft een aantal hoofddoelen. Allereerst is dat het ontwikkelen en bevorderen van universele, dus voor iedere wereldburger geldende principes en normen, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden. Maar ook het bevorderen van de verscheidenheid en de eigenheid van alle verschillende culturen, uiteraard met inachtneming van de rechten van de mens.

Een ander hoofddoel is het bevorderen van deelname en de toegang van alle wereldburgers aan de opkomende kennissamenleving. Voorts dienen alle programma’s en activiteiten van de Unesco een bijdrage te leveren aan het bestrijden van armoede, met name de extreme armoede. Ook is de bijdrage van ICT aan de ontwikkeling van de kennismaatschappij een belangrijk aandachtspunt, vooral in ontwikkelingslanden. De Unesco is onder andere actief door middel van internationale vrijwilligersprojecten waarin uitwisseling en samenwerking centraal staan.

De lijst van werelderfgoederen.

Waar de Unesco vooral bekend door is geworden, is de bescherming van het culturele en natuurlijke erfgoed. Er wordt een lijst van natuurlijke en culture Werelderfgoederen bijgehouden, maar ook een verzameling van belangrijke documenten betreffende de wereldgeschiedenis. Deze zijn verzameld in de lijst van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid. Oorspronkelijk waren dit onvervangbare bibliotheek- en archiefcollecties, maar daar zijn later ook geluids-, televisie- en filmarchieven bij gekomen.

Niet alle werelderfgoederen zijn gemaakt door mensen. Naar aanleiding van een conferentie over milieu en ontwikkeling, waar werd gesproken over hetgeen tegenwoordig bekend staat als “duurzame ontwikkeling” is het zogenaamde Mens- en Biosfeer programma opgezet waarin de natuurlijke erfgoederen zijn opgenomen. Een zogenaamd biosfeer-reservaat wordt door de Unesco aangewezen als het gebied een bijzonder ecosysteem heeft, dat de moeite waard is om beschermd te worden. Of het nu natuurlijk of cultureel is, alle erfgoedmonumenten worden beschouwd als onvervangbaar en uniek. Zij worden gezien als eigendom van de gehele wereld en daarom zijn ze de moeite waard om te behouden en te beschermen.

Alle deelnemende landen kunnen monumenten nomineren, maar uiteindelijk wordt de definitieve Werelderfgoedlijst samengesteld door de Commissie voor het Werelderfgoed van de Unesco. Die commissie bestaat uit vertegenwoordigers van 21deelnemende landen, die de dossiers van alle genomineerde monumenten bestuderen. Als een monument wordt goedgekeurd komt het eerst op de Voorlopige lijst, die wordt beoordeeld door twee adviesorganen: een voor de culturele erfgoederen en een voor de natuurlijke. Die adviesorganen gaan de ingediende monumenten beoordelen op een tiental criteria, waarvan het genomineerde monument aan minimaal één moet voldoen. Zij leggen hun keuzen voor aan de Commissie voor het Werelderfgoed van de Unesco, die het uiteindelijke besluit neemt tot opname in de lijst van de werelderfgoederen.

De lijst van het materiele werelderfgoed telde in juli 2006 in totaal 830 monumenten, waarvan 162 gebieden in het natuurerfgoed, 644 monumenten in het cultuurerfgoed en 24 monumenten als een combinatie van natuur en cultuur. Van de 830 monumenten zijn er 31 waarvan het voortbestaan bedreigd wordt. Alleen erfgoed dat is opgenomen in de Werelderfgoedlijst van Unesco mag deze titel gebruiken. Plaatsing op de lijst levert overigens geen geld op want elk land blijft zelf verantwoordelijk voor de bescherming en het behoud van de eigen monumenten. Voor noodgevallen is er wel een speciaal fonds.

Het Amerikaanse natuurpark Yellowstone was een van de eerste monumenten op de Werelderfgoedlijst. Een ander bekend monument is de grote tempel van Ramses II in Aboe Simbel in Egypte. Toen in 1959 de Aswandam werd gebouwd, kwam een vallei onder water te staan waarin de ruim 3000 jaar oude, schitterende tempels stonden. De Unesco heeft toen een wereldwijde reddingsactie georganiseerd waarbij de bedreigde tempels uit elkaar gehaald zijn en op een hogere plek weer helemaal opnieuw opgebouwd. De kosten van deze, zeker in die tijd, gigantische operatie bedroegen 80 miljoen dollar, waarvan de helft werd gedoneerd door 50 verschillende landen.

Werelderfgoed in Nederland en België.

Nederland, met inbegrip van de Nederlandse Antillen, heeft 7 monumenten op de Werelderfgoedlijst. De Nederlandse monumenten hebben met name te maken met de strijd tegen het water, de Gouden eeuw en de architectuurstroming het Nieuwe Bouwen. Er staan installaties om polders droog te malen op, zoals enkele molens, het Rietveld-Schröderhuis en de historische binnenstad van Willemstad op Curaçao. Op de Voorlopige lijst staan onder andere weer een aantal polderwerken, de historische binnenstad van Amsterdam, de Van Nelle fabriek in Rotterdam en het westelijke deel van de Waddenzee.

België heeft 9 monumenten op de Werelderfgoedlijst, waaronder de Vlaamse begijnhoven, de Grote Markt van Brussel en een aantal herenhuizen van de Art-Nouveau architect Victor Horta. Op de Voorlopige lijst staan onder andere de historische binnensteden van Gent, Antwerpen en Leuven en het kasteel met tuinen en rotsen van Freyr.

De kwaliteit van een website

0

De droom wordt een doel

Elke webmaster begint zijn site met een droom. Je denkt ‘wat kan ik nu maken, waaraan ik geld zal verdienen en dat echt leuk is?’.
Meestal wordt er dan, zonder veel nadenken, een eerste proefversie van de website gemaakt. Deze ziet er niet al te aantrekkelijk uit en biedt absoluut geen voldoening voor de beginnende webmaster.

Na wat aanpassen en bijleren krijg je dan uiteindelijk jouw ‘ultieme website’….en daar blijft het bij.

Het “you build it, they will come” – principe bestaat niet in de online wereld. Het maken en online zetten van enkele HTML of php pagina’s dient enkel als fundering. De muren die je errond bouwt zullen bezoekers aantrekken en deuren en ramen zullen hen binnenlaten.

In deze fase gaan we het verschil tussen een succesvol webmaster en een dromer zien. De dromer zal altijd denken dat er ooit wel bezoekers zullen komen; ooit is nooit.

De succesvolle webmaster heeft doelen opgesteld, met een concreet plan erbij dat hij zal uitvoeren.
Hij legt de fundering, bouwt muren van advertising errond en opent de deuren via SEO wagenwijd om zo iedereen binnen te laten in zijn money maker.

Elke website begint met een idee, concept of droom. Maar zonder een duidelijk doel, blijft het daarbij.

Goede raad voor elke webmaster: stel je doelen realistisch in, maar streef ze altijd na.

Dromen worden realiteit, nu wil ik geld!

Wanneer je website afgewerkt is en je krijgt een aantal bezoekers per dag, wordt het tijd om na te denken over de toekomst.
Naar mijn mening moet elke website die ik heb de kosten van hosting en advertising terugbetalen. Dit is een minimumvereiste en mijn norm om te bepalen of mijn website succesvol is of niet.

Maar hoe gaan we dit bereiken?

Eigenlijk is het niet zo moeilijk als je website van bij de start stevige muren en een brede deur heeft. Je moet gewoon elke bezoekers gaan beschouwen als een potentiele klant.

Wie zijn ze? Wat zoeken ze op jouw website? Wat kan je hen aanbieden als aanvulling? Vertrouwen ze de inhoud van je website?

1. Wie ze zijn kan je uitvissen via een Poll, wedstrijd of forum. Reclame kies je altijd afhankelijk van je doelgroep. Je geeft geen auto weg aan blinden.
Voorbeeld: de bezoekers zijn tussen 20 en 25 jaar, vooral mannen, vooral gamers

2. Wat zoeken ze op jouw site? In het gebruikte voorbeeld zijn het dus jonge twintigers die geinteresseerd zijn in computergames. Ik gok er op dat je een reviewsite of fanforum hebt van een of ander online spel. Leer de sterktes en zwaktes van je website kennen in deze fase. Een forum is community-gericht en zal kritischer staan tegenover verdachte reclame of posts. Een website laat je toe om het even wat te presenteren aan bezoekers, maar garandeert geen succes aangezien niemand een mening kan delen.
Voorbeeld: Jouw website heeft een groot, actief forum voor World of Warcraft spelers. Daarnaast bied je ook hulpgidsen aan die spelers helpen in het spel.

3. Wat kan je bieden als aanvullende content/dienst? Wat heb je NIET op je website, dat je ook niet van plan bent om permanent aan te brengen? Meestal zijn dit tijdelijke acties, die via websites aan het licht gebracht worden. Eenzelfde website kan niet alles aanbieden, maar kan wel hints geven over de locaties waarop je “meer info” kan vinden.
Voorbeeld: Gamers hebben materiaal nodig, gaande van hardware-onderdelen tot abonnementen. Deze zijn snel te vinden via affiliate netwerken en kunnen je een aardige duit opleveren omdat ze uit betrouwbare bron komen (combinatie van jouw website en de naam van de spel-ontwikkelaar).

4. Vertrouwen je bezoekers de inhoud van je website/forum/blog?
Dit kan je moeilijk testen, maar je zal het merken aan de hoeveelheid geld je verdient via je affiliate marketing. Bij een website is het een kwestie van objectieve, goed gestructureerde reviews te schrijven en nooit op te geven.
Een forum kan op verschillende manieren een product gaan promoten, maar meestal is de webmaster een ‘vriend’ voor de andere gebruikers en krijgt hij vertrouwen.
Een blog werkt als medium tussen een site en forum. Je schrijft een review, met de bedoeling dat deze subjectief is, en laat anderen daarop commenten. Na enkele producten te hebben afgekraakt, schrijf je een positieve review over product X. Je bezoekers zullen je geloven, omdat zijn betrokken waren in de discussie en je eerlijk je mening durft te zeggen (denken zij toch).

Kort samengevat is dit de aanpak om geld te verdienen met een website. Belangrijk hierbij is dat je nooit mag opgeven!

1. Maak van de droom een doel
2. Perfectie is een maatstaf, wees met niets minder tevreden
3. Leg de fundering (eigenlijke website)
4. Bouw de muren errond (reclame, branding, vertrouwen,…)
5. Open de deuren wagenwijd (SEO)
6. Blijf verbeteren waar mogelijk (hogere muren, bredere deuren)
7. Verdien geld
8. HOU VOL

In latere artikels leg ik uit wat en hoe een affiliate netwerk en het eigenlijke geld verdienen in zijn werk gaat.

Yannick Schouppe

Bedankt voor het lezen en tot gauw!

Waar is de Oceaan het diepste?

0

Waar de hoogste plekken op aarde zich bevinden is voor veel mensen bekend, maar over de diepste plekken in de oceaan (ofwel in het engels: Ocean) of op aarde hoor je bijna niemand.

Op aarde is de Marianentrog, ook wel bekend als Mariana Trench, de aller-diepste plek. Deze plek ligt in de Stille Oceaan ten oosten van de 14 Marianen Eilanden vlakbij Japan.

Over het diepste gedeelte van de Marianentrog is nogal eens discussie geweest. Zo heb je de Vitjazdiepte, al werd er aan deze meting nog wel getwijfeld. De onderzeeër uit Rusland, de Vitjaz, haalde een diepte van 11.035 m. Aangezien deze meting dus niet door ieder beschouwd werd als de waarheid, heeft de Zwitserse onderzoeker Jacques Piccard in 1960 nog een meting gedaan. In zijn onderzeeër de Triëste behaalde hij een diepte van 10.912 meter. Dit resultaat werd wel voor waar aangenomen en wordt Challenger Deep genoemd.

Diep in de trog is het zeer koud en de druk erg hoog. Ondanks dat is het wel een ecosysteem voor verschillende zeedieren. Zo leeft er de zogenoemde Hengelvis, die zo genoemd wordt door zijn lichtgevende ‘hengel’ op zijn hoofd, en de krab. Uiteraard zijn dit maar twee voorbeelden van de vele dieren die onderin de trog leven. Toen oceanografen een monster hiervan namen, zijn er meer dan tweehonderd verschillende micro-organismen gevonden. Typerend voor deze micro-organismen is dat de meesten ouder worden dan honderd jaar, als ze tenminste niet gevangen genomen worden in visnetten. Omdat deze organismen zich langzaam voortplanten en zich zelden verplaatsen maken onderzoekers zich zorgen over hun voortbestaan. Ondanks dat er dus een uitgebreide flora en fauna is op deze diepten, is het voor mensen onmogelijk om de hevige druk te overleven.

De meeste oceanen zijn erg donker. Zo is er op een diepte van ongeveer 500 meter zelden licht en kunnen kleuren niet meer onderscheiden worden door het menselijk oog.

Tieners

0

Hoe houd je het leuk

Veel ouders vragen zich af of er geen handboek over omgang met tieners te koop is. Of misschien een ander gezin, die een nieuwsbrief rondstuurt met tips en hints zou ook zeer welkom zijn. Dan voelen we ons niet zo alleen. We willen immers het beste met onze kinderen, maar tieners schijnen dat niet te zien, ouders zijn lastig en hun iedeeën stammen uit de vorige eeuw. Ieder gesprek lijkt te verzanden in een grenzeloze discussie met dezelfde argumenten als hun tienervrienden en het gaat altijd over kleding, zakgeld en school. Kun je als gezin met een tiener nog een leuke vakantie hebben? Hoe weet je of je tiener gewoon slecht gehumeurd is of dat hij toch  depressief is. En je vraagt je af waar je de vaardigheden vandaan moet halen om je tiener op een goede manier op te voeden en te begeleiden naar volwassenheid?

Vier tips om met je tieners om te gaan

Bevestig je gezag. Hoewel tieners het niet toe zullen geven, heb je als ouders nog steeds een grote invloed op hen. Ze zullen het niet toegeven, maar ze kijken naar je op en luisteren ze ogenschijnlijk niet, als ze in de problemen zitten ben je als ouders wel de eerste waar ze aan denken. Stel grenzen en vertel hen duidelijk waarom je bepaalde dingen van hen verwacht. Hou je zelf ook aan afspraken, want jebent nog steeds het rolmodel voor je tiener.
Neem een stap terug. Dat klinkt tegenstrijdig ten opzichte van de vorige tip, maar  het is goed je te realiseren waar de tienertijd voor dient: het losmaken van je ouders. Een tiener begint een eigen smaak en mening te krijgen en wil deze ook uittesten. Erken zijn eigen ideeën en smaak. Een tiener mag fouten maken, ook het volwassen worden gaat met vallen en opstaan. Natuurlijk is het moeilijk om een evenwicht te vinden tussen het behoud van de controle en het genieten van je tiener, die niet meer van jou afhankelijk is en dat ook wil laten zien. We hebben als ouders wel het recht om de normen en waarden van het gezin te hanteren, maar als je tiener laat zien, dat hij betrouwbaar is dan moet je hem ook de ruimte geven om te groeien.
Wees waakzaam. Ouders zijn van een tiener is een stuk moeilijker dan ouders zijn van een peuter. Ook al maakt hij zich los van zijn ouders, dan betekent dat nog niet, dat we hem zijn gang laten gaan. Tieners hebben soms een geheimzinnige manier van leven, anders dan wij deden, maar het is onze zorg om te zien of hij zichzelf en anderen geen schade berokkent met zijn gedrag. Als ouders moet je niet gaan snuffelen in de spullen van je kind — het vertrouwen moet van twee kanten komen — maar weet wel wat je tiener doet en met welke vrienden hij omgaat.
Luister goed, maar vooral met je hart. Tieners zijn meestal niet zo mededeelzaam en dus is goed luisteren dubbel belangrijk. Ga er voor zitten als ze willen praten en wees er ook alert op als er niet gepraat wordt. Soms zegt stilte meer dan een gesprek. Het is ook goed om te leren als ouders om door te vragen. Niet om je tiener de les te gaan lezen, maar om hem te laten merken, dat je ook moeilijkheden hebt gehad toen je tiener was. Soms is het beter hen niet te corrigeren, maar juist hun advies te vragen en te horen wat ze er zelf van vinden. Een tiener wil aanvaard worden in wie hij is en graag gesteund worden in zijn zoektocht naar volwassenheid.

Het is een enorme uitdaging om tieners op te voeden. En de realiteit is, dat we soms met de handen in het haar zitten en denken, dat we alles voor niets doen. Ondanks hun protest willen tieners graag weten waar de grenzen liggen en dat je trots bent op hem, op wie hij is.

Behang in alle soorten en maten

0

Behangen: aanbrengen van accenten

 

Hoezo, behang weer in de mode? Behang is nooit uit geweest! Winkeliers hebben hun assortiment aangepast. Dat is wat anders. Maar behang heeft de trends altijd bijgehouden.

 

Behang heeft in de loop der jaren zijn ‘image’ bijgesteld. Behangen in oude tijden stond vooral voor ‘bewerkelijk’: de hele kamer uitruimen, oud behang van muren stomen, laatste stukje eraf peuteren met een plamuurmes en dan de (grote) gaten in het stucwerk dichten. Vervolgens begon het echte werk: dikke lagen lijm smeren, scheef afgeknipte stukken rechttrekken, goed op het patroon letten en dan hopen dat de rol niet halverwege afscheurt. Want dan kon je opnieuw beginnen. En dat door het hele huis, muur voor muur, kamer voor kamer.

 

Behangen vandaag de dag is nog steeds een kwestie van nauwkeurig wer­ken, maar zelden hoeft de kamer helemaal overhoop gegooid te worden. Al was het maar omdat de muurdecoratie steeds vaker gebruikt wordt om accenten in de kamer aan te brengen of rust in het interieur te brengen in plaats van grote oppervlakten te bedekken. Het blijft nu bij een paneel hier, een reep achter een tafel daar. Omdat behang steeds vaker voor een paar vierkante meter gebruikt wordt, is het design er ook op aangepast: meer grote patronen en minder herhalingen.

 

Bovendien is het materiaal verbeterd. Met vliesbehang smeer je alleen de muur in met lijm en je plakt het behang erop vast. Bij het verwijderen zijn er geen stoomapparaten en plamuurmessen meer nodig. Eraf trekken, oprollen en weg ermee. Makkelijker kan bijna niet.

 

Trends in behang

Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een motief in te verkrijgen. Van klassiek crème tot schreeuwerige ‘urban’ blauw/groen en retro oranje/geel van de jaren ze­ventig. Van bijna zeven euro per rol tot het meest exclusieve designmateriaal van tegen de 190 euro per meter. Maar goed, dan heb je ook wat.

­

Een paar merken voeren de boventoon als het gaat om unieke, exclusieve motieven. Voca, Arte, Hookedonwalls en Eijffinger. Ontwerpers voor deze bureau’s komen elke paar jaar met de meest waanzinnige dingen. Niet al­les is geschikt voor woningen. Denk ook maar eens aan horecagelegenheden of showrooms. Je wilt als ondernemer toch niet iets op de muur hebben dat vijf huizen verderop ook in de woonkamer hangt

 

Bijzondere ontwerpen

 

·               Natuurbehang (geweven gras of riet) van Luigi Colani, ontwerper van Eijffinger

·               Leerbehang van Lingcrusta (Arte): keihard, onbuigzaam met reliëf erin om panelen en randen af te werken. Als je niet  beter wist, zou je zeggen dat het stucwerk was. Ideaal voor klassieke interieurs en horeca: er is veel keus in, je kunt het niet lospeu­teren of bekrassen en het is makkelijk overschilderbaar.

·               Wood Veneer van Arte: behang van hout dat bestaat uit flinterdun hout dat op papier bevestigd is. Het is kostbaar, want het wordt met de hand gemaakt en heeft kleine oneffenheden, maar dat doet niets af aan de charme en het gevoel dat je naar een houten wand kijkt in plaats van een stenen muur met behang.

 

Behang, nadruk steeds meer op decoratie
Oké, van oudsher spreken we over behang, maar in wezen heb je het over de decoratie van de kamer. Mensen nemen bij het uitzoeken vaak afbeeldingen mee uit bladen en magazines en bij twijfel neemt men de klappers met motieven mee naar huis. Steeds vaker wil men strak modern en sierlijk klassiek combineren: barok bij design. Dat moet natuurlijk wel passen en vaak moet je dat eerst zien om te geloven dat het prachtig kan uitpakken. De industrie speelt daar handig op in met patronen en designs. Behang is en blijft van alle tijden.

Wanneer moet je NIET behangen

·               Bij vochtige muren: dan gaat het behang loszitten, slaat grijs uit of kan het vocht er niet meer uit en begint de muur stiekem te rotten.

·               Bij grove muren: sierpleister moet je er eerst af slopen. Het ziet er niet uit en blijft niet plakken.

·               In houten chalets: de ondergrond is niet geschikt. 

 

Soorten en maten in behang

·               Papier: wordt veel gebruikt omdat het goedkoper is. De dikkere soorten zijn gemakkelijk te verwerken.

·               Duplex: is wat steviger dan gewoon papieren behang en daardoor wat gemakkelijker te verwerken.

·               Vinyl: met kunststof toplaag, meestal voorzien van een structuur. Het is waterbestendig en kan op alle plaatsen worden gebruikt, dus ook in ‘natte’ ruimtes. Het is gemakkelijk te verwerken.

·               Glasvezel: degelijk en praktisch onverwoestbaar. Het is geschikt voor slechtere muren. Dit behang is goed overschilderbaar.

·               Vlies grondbehang: Bestaat uit een vlieslaag of een combinatie van vlies met vinyl. Het is vormvast en neemt geen vocht op. Vliesbehang kan onvolmaaktheden in de muur goed verbergen en overspant barsten en scheurtjes. Het is volledig afwasbaar en moeilijk ontvlambaar. Bij vliesbehang smeer je de lijm rechtstreeks op de muur.

 

Gejaagd door de wind

0

Gejaagd door de wind, in het Engels ”Gone With the Wind”, is een boek van de Amerikaanse schrijfster Margaret Mitchell dat werd uitgegeven in 1936. Een jaar later kwam de Nederlandse vertaling uit bij de Zuid-Hollandsche Uitgevers Maatschappij met illustraties van de bekende tekenaar Anton Pieck. De roman, de enige van de schrijfster die is gepubliceerd en waar ze tien jaar aan gewerkt heeft, is niet lang daarna verfilmd. Daarnaast zijn er musicals van gemaakt en er bestaan een aantal al dan niet geautoriseerde vervolgen. De hoofdpersoon van de roman “Gejaagd door de wind” is de eigenzinnige en verwende immigranten-dochter Scarlett O’Hara. Samen met haar zien we hoe het gezapige leven van de zuidelijke plantagehouders in Georgia verandert tijdens en na de Amerikaanse Burgeroorlog in de tweede helft van de negentiende eeuw. Tegen de achtergrond van dit tijdsgewricht is de relatie tussen Scarlett en haar familie en haar respectievelijke echtgenoten voortdurend in beweging. Terwijl haar land wordt verscheurd door de burgeroorlog, een grote bevolkingsgroep van slaaf ineens vrij mens wordt en de slome Ashley Wilkes haar hart breekt door met zijn nicht Melanie te trouwen, gaat Scarlett letterlijk over lijken om haar geliefde plantage Tara te behouden. De enige man in haar omgeving die aan de sterke Scarlett gewaagd is, is Rhett Buttler, met wie ze een haat/liefde-verhouding heeft.

Verfilming

De film kwam al uit in 1939 en werd geregisseerd door Victor Fleming en George Cukor, geproduceerd door David O. Selznick en voorzien van muziek door Max Steiner. De hoofdrollen werden vertolkt door Vivien Leigh als Scarlett en Clark Gable als Rhett Buttler. Ook zien we Leslie Howard als Ashley Wilkes en Olivia de Havilland als zijn vrouw Melanie Hamilton. Hattie McDaniel, die de zwarte huisbediende Mammy speelt, kreeg als allereerste Afro-Amerikaanse actrice de Academy Award voor de beste vrouwelijke bijrol. In totaal won de film acht Academy Awards van de dertien nominaties en werd door de National Film Preservation Board benoemd als “cultureel van significante waarde” en opgenomen in de National Film Registry. In Nederland werd de film “Gejaagd door de wind” pas in 1950 uitgebracht. Hij werd door de filmkeuring vanwege de oorlogs- en liefdesscènes geschikt geacht voor kijkers van boven de 18 jaar. Dit terwijl de filmversie al behoorlijk gekuisd is ten opzichte van het originele verhaal van de roman. De film blijft weliswaar relatief trouw aan het boek, maar er zijn een paar afwijkingen te bespeuren. Zo geeft het boek een gedetailleerde beschrijving van het vroegere leven van Scarlett’s ouders, Gerald en Ellen O’Hara, die in de film ontbreekt. Ook Scarlett’s leven is versimpeld, waardoor onder andere haar twee oudste kinderen in de film ontbreken. De sociale context van de roman is verzacht voor wat betreft het racisme, zoals de verwijzingen in het boek naar de Ku Klux Klan. En zoals gezegd, de roman was in zijn tijd opvallend seksueel expliciet, maar dit is in de film sterk afgezwakt. Bijvoorbeeld de aanval op Scarlett bij de nederzetting van bevrijde slaven, de verkrachting van haar door Rhett en Melanie’s pijnlijke bevalling zijn in de film alleen indirect of eufemistisch weergegeven. Het verschijnen van de film maakte het boek echter niet minder populair, alleen al in het Nederlands verscheen de vijfendertigste druk bij uitgeverij De Boekerij in het jaar 1993. Naast de verfilming is de roman ook bewerkt tot musical, voor het eert in de jaren zeventig van de vorige eeuw als de musical “Scarlett”. Onlangs is er weer een nieuwe musical-versie uitgebracht door het New London Theatre, getiteld “Gone with the wind”.

Vervolgen en alternatieve versies

Zowel in boek- als in filmvorm is “Gejaagd door de wind” onmiskenbaar een monument van het leven in de zuidelijke staten van Amerika. De populariteit van het verhaal wordt misschien ook verklaard door het achterliggende symbolisme, dat het verhaal tegelijkertijd mythisch en universeel maakt. Het succes van het boek en de film zorgde natuurlijk ook om een vraag naar meer. Maar ondanks het overweldigende succes heeft Margaret Mitchel zelf nooit een vervolg willen schrijven op ”Gone with the wind”. Haar bureau autoriseerde wel de schrijfster Alexandra Ripley om de vervolgroman “Scarlett” te schrijven, die in 1991 uitkwam. In 2000 probeerden de houders van het copyright de publicatie van “The wind done gone” tegen te houden. Deze bijzondere roman van Alice Randall vertelt “Gejaagd door de wind” nogmaals, maar dan vanuit het gezichtspunt van de slaven. Dit levert uiteraard een interessant verhaal op ter aanvulling van het origineel dat de klasse van de slavenbezitters als hoofdrolspelers heeft. Gelukkig oordeelden de rechters dankzij deze totaal verschillende invalshoek dat het copyright niet werd geschonden en kon dit boek niet uit de winkels worden gehouden. De vervolgroman “The winds of Tara” van Katherine Pinotti werd in 2002 wel met succes uit de boekwinkels verwijderd, overigens nadat er een een paar duizend exemplaren van waren verkocht. Tenslotte is er nog de roman “Rhett Butler’s People” van Donald McCaig uit 2007. Net als “The wind done gone” speelt dit verhaal in precies dezelfde periode als “Gone with the wind” maar dan gezien vanuit het perspectief van Rhett Butler. Ook deze laatste roman is geautoriseerd door de erven van Margaret Mitchell.

Na zeventig jaar blijft “Gejaagd door de wind” nog steeds een spannend verhaal van liefde en oorlog. geluk en ellende. Ook de film, met de onsterfelijke Scarlett en Rhett, is tegenwoordig nog steeds het bekijken waard. Daarnaast inspireert het nog steeds andere schrijvers om het verhaal te vertellen van uit een andere perspectieven en voelen anderen zich weer groepen om musical- en toneelversies maken. We kunnen dus met recht spreken van een klassieker, geschreven in een periode voor de politieke correctheid. Scarlett, een kind van haar tijd, scheldt weliswaar op domme en luie negers, maar houdt tegelijkertijd zielsveel van haar Mammy en behandelt haar vaders trouwe huisknecht Pork met meer respect en genegenheid dan de meeste mensen van haar eigen sociale klasse.

Dromen

0

Ook al kun je je dromen niet herinneren, toch droomt iedereen. Iedere nacht zelfs zo’n anderhalf tot twee uur lang. Vooral tijdens de fase van de REM-slaap droom je meestal tussen de vijf en zeven verschillende dromen, waarvan de gemiddelde duur varieert tussen de vijf minuten en drie kwartier. Je bent, of je het nu herinnert of niet, bijna een maand per jaar in dromenland. Hoewel er veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan blijft de droomtoestand een schimmig gebied, vooral vanwege het persoonlijke en innerlijke karakter ervan.

De geschiedenis van de droom-uitleg

Dromen is een algemeen voorkomende menselijke activiteit en in vele culturen wordt er wel iets gedaan aan droom-uitleg. Bijvoorbeeld bij de Aboriginals, de oorspronkelijke bewoners van Australië. Bij hen is de grens tussen de dagelijkse realiteit en dat wat zij “droomtijd” noemen erg vaag. Hun scheppings-mythen vonden plaats in droomtijd, maar ook hun voorouders leven er voort en kunnen daardoor via dromen contact hebben met de levenden. In droomtijd worden ook de tradities doorgegeven, waaronder praktische vaardigheden die nodig zijn om te overleven in de Australische woesternij. Deze kijk op de geestelijke droomwereld die achter de dagelijkse realiteit ligt, wordt al eeuwenlang van generatie op generatie doorgegeven. Hier in het Westen is dromen veel minder belangrijk en daardoor de aandacht voor dromen niet zo oud. Sigmund Freud, de uitvinder van de psychoanalyse, betrok dromen bij zijn werk. In zijn boek “Die Traumdeutung”, de droomduiding, uit 1900, noemde hij de droom-uitleg de koninklijke weg naar het onbewuste en de veiligste basis voor psychoanalyse. Omdat hij hoofdzakelijk neurotische vrouwen op zijn sofa had liggen, kwam hij al gauw tot de visie dat dromen compensaties, of bevrediging, van verdrongen complexen waren. Zijn leerling en latere collega Carl Jung, had een veel bredere kijk op dromen. Hij ging er evenals Freud vanuit dat dromen berichten zijn, die afkomstig zijn uit een bepaalde bron. Maar Jung wist niet zeker of die bron nu puur het onbewuste van de dromer zelf was. Na studie van de ervaringen met zijn patiënten, maar ook van de godsdienst-psychologie, de mythologie en mystieke geschriften, kwam hij tot de conclusie dat ze voor een deel uit het “collectieve onderbewuste” moesten komen. Hij merkte op dat in dromen heel vaak dezelfde thema’s voorkwamen, zelfs bij dromers uit verschillende culturen. Volgens Jung hebben wij via ons onderbewuste allemaal toegang tot dit collectief onderbewuste. Omdat de droom volgens hem voor een deel universeel is, maar tegelijkertijd deels persoonlijk, kun je de droom niet zomaar via een standaardlijst met betekenissen uitleggen. De therapeut, of droomduider, heeft de intuïtie van de dromer hard nodig om de onderliggende boodschap van de droom te kunnen ontraadselen.

Een andere, recente theorie van het dromen gaat uit de fysiologie van de hersenen. Deze theorie van de onderzoekers Hobson en McCarley wordt de “activatie-synthese”theorie genoemd. Zij merkten op dat tijdens de REM-fase van de slaap gebieden in de hersenen worden geactiveerd, die in de wakkere toestand slechts actief zijn als zij visuele indrukken krijgen. Omdat er tijdens je slaap geen indrukken binnenkomen, probeert je brein volgens deze onderzoekers van de chaotische visuele belevingen een samenhangend verhaal te maken. Deze theorie verklaart wel waarom dromen soms bizar kunnen zijn, maar gaat voorbij aan het bestaan van verschillende soorten dromen, waaronder heel realistische en voorspellende.

Soorten dromen

Hoewel er verschillende karakteristieken in dromen te onderscheiden zijn, kun je een bepaalde droom soms wel, maar vaak ook helemaal niet in een hokje stoppen. De droom kan met andere woorden elementen van verschillende soorten bevatten, maar deze indeling kan je wel helpen om de functie en het belang van een specifieke droom wat duidelijker te krijgen.

De “huis-, tuin- en keukendromen” zijn de alledaagse dromen, die dienen om de gewone indrukken van de voorbije dag te ordenen in je hersenen, de zogenaamde dagresten. Iets belangwekkender kunnen verwerkingsdromen zijn, waarin je gevoelens of een emotioneel conflict of iets dergelijks verwerkt. Deze dromen kunnen kunnen variëren van bijna alledaags tot iets ingrijpendere zaken. Ook een nachtmerrie, een angstdroom, kan deze functie hebben. Een nachtmerrie kan je bewust maken van een al dan niet slepend conflict in je leven, waar je misschien maatregelen tegen moet nemen of op een andere manier mee moet om zien te gaan.

Interessanter wordt het met dromen, die min of meer helderziende zijn. In deze dromen komt de een of andere vorm van buitenzintuigelijke waarneming voor. Je kunt bijvoorbeeld in zo’n droom telepathisch contact hebben met anderen of dromen over een situatie die zich in de toekomst af gaat spelen. Meestal zijn dit heldere dromen, die een zodanige indruk achterlaten dat je ze niet vergeet. Als het een waarschuwingsdroom was, dan zul je je hem zeker kunnen herinneren op het moment dat de situatie zich in het dagelijkse leven voordoet. Dat kan bijvoorbeeld een gevaarlijke verkeerssituatie zijn, of dat je op moet passen voor een bepaald persoon. Het kan om een kwestie van “leven en dood” gaan, maar even goed over gewone alledaagse dingen.

Er zijn ook waarschuwingsdromen te onderscheiden, waarin je wordt gewaarschuwd voor de consequenties van je eigen daden. Misschien moet je nog eens goed overwegen om een bepaalde beslissing te nemen of actie te ondernemen.

Een andere interessante soort dromen zijn de zogenaamde lucide dromen. Dit zijn dromen waarin je je bewust bent van het feit dat je droomt. Als je dit regelmatig overkomt, dan kun je zelfs een tweede stap maken en je niet alleen je droomtoestand bewust worden, maar ook nog eens de gebeurtenissen en verschijnselen in de droom sturen.

Ook interessant, en misschien wel de allerbelangrijkste voor je, zijn de dromen die door Carl Jung “archetypische dromen” werden genoemd. Je zult ze krijgen op beslissende momenten in je leven of in perioden waarin je groeit of een verandering meemaakt. Als je een grote beslissing moet nemen, die de rest van je leven beïnvloedt, kun je deze boodschappen uit je onderbewuste ontvangen. De kunst is dan om de symbolen goed te interpreteren.

Er zijn verschillende manieren om serieus met je dromen aan de slag te gaan. Je hoeft er niet direct voor op de sofa bij een therapeut, maar erover praten met een vriend of vriendin kan heel verhelderend werken. Ook dromen opschrijven en samenvatten kan je in de loop der tijd meer inzicht geven in de boodschappen die er achter je dromen schuilen. Heb je moeite met het herinneren van dromen, dan helpt het als je je voor het slapen gaat voorneemt om er een te herinneren bij het wakker worden. Als dat een aantal nachten goed gaat, kun je dit voornemen uitbreiden tot meerdere dromen. Pen en papier op je nachtkastje en direct opschrijven is een beproefde methode om dromen niet kwijt te raken.

Hoe hou je je vriendin tevreden?

0

De meeste van die tips behelzen dezelfde clichés die alle mannen al lang weten maar waar we nooit aan toe komen. Vertel haar regelmatig dat je van haar houdt, neem eens een bloemetje mee, wees gul met cadeautjes.

Laatst las ik in zo’n lijstje dat ik er niet mee weg kom haar te vertellen dát ik van haar hou, nee ik moet ook vertellen wáárom ik van haar hou. Het simpelweg houden van is dus niet meer genoeg tegenwoordig. En ik was zo trots op mezelf dat ik haar regelmatig vertel hoe dol ik op haar ben. Als ik er eens aan denk om bloemen mee te nemen krijg ik onmiddellijk de vraag of ik misschien iets goed te maken heb. Moet je je nog verdedigen ook. Nee, als man heb je het niet gemakkelijk. De wetenschappelijke bewijzen voor het kompleet anders functioneren van de hersenen van mannen en vrouwen beginnen zich op te stapelen tegenwoordig. Wij mannen wisten dat echter al lang.

Het uitzoeken van een leuk cadeautje is ook zo’n terugkerende ramp. Ik weet vaak al niet eens wat ik voor m’n beste vrienden moet kopen als ze jarig zijn en een passend cadeau voor een vrouw, zelfs m’n eigen vriendin, is een onmogelijke opgave. Gelukkig heb ik voor dat laatste probleem een goede oplossing gevonden. Als mijn lieve vriendin kleren koopt en ze is zichtbaar tevreden met het uitgezochte, dan vraag ik haar of ze het écht mooi vindt. Als ze bevestigend antwoord, dan zeg ik dat het haar fantastisch staat en vervolgens dat ze het van mij krijgt. Ik hoef niet dagenlang gestressed door de stad op over internet te dwalen om uiteindelijk met iets verkeerds aan te komen. Ik weet nu zeker dat ze er blij mee is.

Zodra ik de andere systeemeisen van het andere geslacht heb doorgrond zal ik hiervan onmiddelijk melding maken. Ik ben echter bang dat een mensenleven hiervoor te kort is. Misschien dat anderen nog wat nuttige tips hebben. Die kun je dan in de reakties kwijt. En schroom niet om je kennis te delen, er kan een relatie van afhangen!

De film Freaks

0

Freaks is een Amerikaanse thriller uit 1932, die werd geregisseerd door Tod Browning. De film, die werd gebaseerd op het korte verhaal “Spurs” van Tod Robbins, is jarenlang gezien als controversieel door de vele misvormde mensen in de hoofdrollen. De reactie op de film was zo negatief dat de studio al direct gedwongen werd om de film in te korten van anderhalf uur tot net iets meer dan een uur. De scènes die weggeknipt zijn, zijn verloren gegaan en inmiddels gaat men er vanuit dat ze nooit meer boven water zullen komen. Browning’s carrière, die er voor Freaks rooskleurig uitzag, onder andere door het regisseren van Bela Lugosi in de prachtige Dracula-versie van 1931, kwam door de negatieve ontvangst voortijdig aan een einde. Toch is duidelijk dat Tod Browning absoluut niet spotte met zijn mismaakte personages. Hij had in zijn jeugd in een reizend circus gewerkt, en veel gegevens in de film zijn gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen. Met zijn bijzondere hoofdrolspelers, levensechte in plaats van acteurs met make-up, probeerde hij de klassieke moraal weer te geven dat uiterlijke schoonheid niet perse hand in hand gaat met innerlijke schoonheid. In de film zijn de mismaakten per definitie eerlijke en aardige mensen, terwijl de echte monsters juist twee van de “normale” circus-medewerkers zijn.

Het verhaal van de film draait om de lilliputter Hans, gespeeld door Harry Earles. Hij is verliefd geworden op trapeze-artieste Cleopatra, een rol van Olga Baclanova, een mooie vrouw van normale lengte. Frieda, de ex-verloofde van Hans en in het echte leven zijn zus Daisy Earles, laat per ongeluk los dat Hans weliswaar klein is, maar een hoop geld heeft. Cleopatra smeedt hierop samen met haar vriend, de “sterke man” Hercules gespeeld door Henry Victor, een gemeen plan. Ze wil met Hans trouwen en hem daarna vergiftigen. Maar Hans overleeft het en met behulp van zijn bijzondere vrienden wordt Cleopatra gestraft voor haar lage daad.

Het uitblijven van succes direct na het uitkomen van de film wordt vaak geweten aan het optreden van de misvormde mensen. Toch is dat een beetje onlogisch. In die periode werden mismaakte mensen nog steeds zonder enige bedenking tentoongesteld in “Freak shows” van kermissen. Ook de acteurs in de film verdienden de kost op die manier. In die zin geeft de film, los van het spannende verhaal, de dagelijkse realiteit weer van de afgebeelde personages.

Daarbij worden de hoofdrolspelers niet anders dan respectvol in beeld gebracht. Niet alleen vanwege hun bijzondere uiterlijk zoals op de kermis, maar ook om hun persoonlijke eigenschappen en vooral om hun onderlinge vriendschap. Met de inkijkjes in het dagelijkse leven benadrukt de film juist dat de mensen met een bijzonder uiterlijk even menselijk zijn als de “normale” medewerkers. Zo is Olga Roderick, de “vrouw met de baard” getrouwd met “het menselijke skelet” Peter Robinson en bevalt van een dochter. Violet en Daisy Hilton, een Siamese tweeling, zijn respectievelijk verliefd op een clown en de circusbaas. Prince Randian, de man zonder armen en benen, rolt tijdens een gesprek een sjekkie en steekt hem aan, dit alles met zijn tong. Verder zien we de “armloze wonders” Frances O’Connor en Martha Morris, de “pinheads” Zip en Pip, Elvira en Jenny Lee Snow, de tweeslachtige Josephine Joseph en Koo-Koo het “vogelmeisje”.

Tientallen jaren later werden Tod Browning’s goede bedoelingen en de film Freaks gelukkig beter gewaardeerd. Zo werd de film in 1994 geselecteerd om opgenomen te worden in het “United States National Film Registry” vanwege het culturele, historische en ethische belang ervan. Ook kwam hij terecht op de vijftiende plaats van de Bravo-lijst van de honderd engste Film-momenten. Geheel terecht, want de eindscène is bloedstollend, en dat in een tijd zonder special effects. Hoewel Freaks natuurlijk in zwart-wit is uitgevoerd, heeft de film niet de stroperige traagheid die films van voor 1970 voor onze snelle ogen vaak hebben. In plaats van de voor ons zo gebruikelijke special effects en animatie staat de bijzondere cast garant voor een wonderlijke, spannende en ontroerende film. Misschien was Freaks gewoon zijn tijd veel te ver vooruit.

Duurzame energie

0

Hoewel het klimaat van de aarde continue verandert, ook als er geen mensen op leven, kan het natuurlijk geen kwaad om voorzichtiger met onze aarde om te gaan dan de afgelopen twee eeuwen gebruikelijk was. Om die reden wordt er de laatste tijd terecht veel aandacht besteed aan duurzame energie. Dit zijn vormen van energie, die ook op langere termijn beschikbaar zijn en tegelijkertijd de leefomgeving niet aantasten of verpesten met vervuiling. Ze zijn een alternatief voor fossiele brandstoffen, waarvan de winning eindig is en waarvan het gebruik de uitstoot van schadelijke stoffen in de atmosfeer met zich meebrengt. Duurzame energiebronnen maken gebruik van de oerkracht van de natuurlijke elementen, zoals de straling van de zon, de kracht van wind en het water en de warmte die de aarde afgeeft. Uit deze energiebronnen kan rechtstreeks elektrische energie worden opgewekt, zodat ook geen uitstoot van schadelijke gassen ontstaat.

Zonne-energie

Zonne-energie is al zo oud als de aarde zelf en eigenlijk de bron van alle andere vormen van energie. De zon laat planten groeien, waarvan een deel is geëindigd als de fossiele brandstoffen waar we nu onze energie uit halen. Ook windenergie is afhankelijk van de zon, want die maakt dat de lucht opwarmt en opstijgt. Ergens anders blijft de lucht koud en daalt, waardoor windstromen ontstaan. De kringloop van het water, het verdampen, het vormen van wolken, regen die via de rivieren weer naar de zee terug stroomt, wordt eveneens aangestuurd door de zon. Van de kringloop van het water wordt dankbaar gebruik gemaakt door krachtcentrales, die energie opwekken door de kracht van het water. Naast deze aloude, en vaak natuurlijke werking van indirecte zonne-energie is er ook een directe vorm van zonne-energie. Hiervan is sprake als er door middel van zonnepanelen elektriciteit wordt opgewekt of als de warmte van de zon wordt ingezet om water op te warmen. Water verwarmen kan met een zonnecollector op het dak, die is aangesloten op een zonneboiler. In dit gesloten systeem wordt het water opgewarmd en rond gepompt, net als bij de centrale verwarming. In de praktijk schijnt de zon niet genoeg om je behoefte aan warm water in huis te kunnen dekken. Wel kan het water op deze manier worden voorverwarmd, waarna het door de normale combiketel op de gewenste temperatuur wordt gebracht.

Door middel van zonnepanelen kan de straling van de zon worden omgezet in elektriciteit. De gelijkstroom vanuit het zonnepaneel wordt omgezet in wisselstroom in de juiste spanning, 230 Volt, met behulp van een “omvormer”. Deze stroom kan worden gebruikt voor alle apparatuur in huis. Als er dan nog energie over is, kan deze worden opgeslagen in een accu of via de meterkast aan het energiebedrijf worden geleverd.

Zonne-energie is misschien wel de meest pure vorm van energie en het grote voordeel is dat het een erg schone vorm van energie is. Het is duurzaam want, afgezien van de productie van de installatie, worden er grondstoffen opgebruikt. De zon schijnt toch wel, of er nu wel of niet van de straling gebruik gemaakt wordt. Omdat er geen brandstof wordt gebruikt is er ook geen schadelijke uitstoot. Maar er is ook een nadeel, de zon schijnt in Nederland en België lang niet genoeg voor de energiebehoefte van het gemiddelde huishouden. Een zonneboiler levert je daarom niet al het warme water wat je nog hebt en de relatief dure zonnepanelen leveren evenmin de benodigde elektriciteit.

Windenergie

Ook deze vorm van duurzame energie is niet van vandaag of gisteren. Eeuwenlang gebruikte men zeilschepen en al eeuwen voor het begin van onze jaartelling werden er windmolens gebruikt om water te pompen voor irrigatie, om graan te malen, etc. Windmolens zijn in de loop der eeuwen steeds efficiënter geworden en ook de gebruikte materialen werden steeds aan de tijd aangepast. Een groot deel van Nederland heeft er zijn bestaan aan te danken, want aanvankelijk werden de polders drooggemalen door middel van windmolens. Nadat in de negentiende eeuw de stoommachine werd uitgevonden, was men niet langer afhankelijk van de wind en nam het gebruik van molens af. Toch werd er in de Verenigde Staten al in het jaar 1888 elektriciteit opgewekt met een windmolen. De moderne windmolen ziet er veel strakker en gestroomlijnder uit en het opwekken van elektriciteit ermee is relatief eenvoudig. De wind zet de rotor van de windmolen in beweging, die vervolgens de hoofdas in de windmolen doet meedraaien. Via een tandwielkast wordt de beweging versneld en hiermee wordt een generator aangedreven die elektrische energie opwekt.

Net als zonne-energie is windenergie heel erg schoon. Ook hier worden geen grondstoffen verbruikt, er wordt alleen gebruik gemaakt van de wind, die toch wel waait. Die levert, evenmin als de zon, schadelijke uitstoot. Als nadelen worden genoemd dat er nog wel eens vogels sneuvelen tussen de rotorbladen en dat het zoevende geluid en de schaduw van de molens voor omwoners hinderlijk kan zijn. Ook wordt er wel gezegd dat windmolens het landschap veranderen en de horizon vervuilen. Daarnaast is er een probleem als het windstil is en, meer in het algemeen, is windenergie economisch nog niet rendabel.

Waterenergie

De kracht van water wordt net als windenergie al eeuwenlang door mensen aangewend. Al ver voor onze jaartelling werd deze duurzame energiebron in Mesopotamië gebruikt om door middel van waterraderen stukken land te bevloeien. Later werd de waterkracht ook ingezet om graan en andere producten te malen en om hout te zagen. De energie van water kan direct worden gebruikt om elektriciteit op te wekken, zoals gebeurt met stuwdammen. Deze hydro-elektrische energie is de bekendste vorm van energie-winning door waterkracht. In waterkrachtcentrales in rivieren wordt elektriciteit opgewekt doordat het water door turbines stroomt. De turbines drijven op hun beurt generatoren aan die de beweging omzetten in elektriciteit. Hoe groter het hoogteverschil en hoe hoger de druk, hoe meer energie de waterkrachtcentrale oplevert. Om die te verhogen worden er vaak stuwdammen in de rivieren gebouwd, waardoor het water zich ophoopt en met grotere kracht door de turbines heen kan spuiten. In Nederland zijn een paar waterkrachtcentrales, maar die leveren geen groot aandeel in de energie productie. In landen met behalve veel rivieren daarnaast veel meer hoogteverschil wordt vaak een belangrijker aandeel van de energie geleverd door waterkracht.

Nieuwere vormen van water-energie zijn golfslag-energie en getijden-energie. Bij golfslag-energie wordt energie gewonnen uit de wisselende waterhoogte op zee als gevolg van de golven en bij getijden-energie wordt gebruik gemaakt van het hoogteverschil tussen eb en vloed.

Het gebruiken van waterkracht om elektriciteit op te wekken heeft geen milieu vervuilende aspecten, omdat er net als bij zonne- en windenergie geen sprake is van uitstoot van schadelijke gassen. Op de juiste plekken is waterkracht ook vrijwel altijd beschikbaar, waardoor het door de krachtcentrale geleverde vermogen stabiel zal zijn. Nog een economisch voordeel is dat waterkrachtcentrales relatief lang meegaan. maar er zijn echter ook een paar nadelen aan verbonden. Het gebruik van waterkracht kan vissen fataal worden als zij in de turbines terecht komen. en lang niet elk landschap is geschikt om in de volledige energie-behoefte te voorzien, bijvoorbeeld in een plat land als Nederland. In landen waar het wel rendabel is, kunnen bij grootschalige projecten met de aanleg van stuwdammen hele volksverhuizingen het gevolg zijn. Ook kunnen natuurgebieden of historische monumenten worden aangetast, zoals de tempel van Abu Simbel in Egypte, die bij het aanleggen van de Nasserdam verplaatst werd door UNESCO.

Aarde-energie

Geothermische energie is warmte die gewonnen wordt uit de aarde. Geothermisch betekent ook letterlijk “aardwarmte”. Geo betekent aarde zoals in geografie, aardrijkskunde en thermisch is warmte, zoals in thermen, warme baden. Bij geothermische energie wordt de warmte benut die de aarde afgeeft. Dat kan warmte zijn die de zon aan de aarde heeft afgegeven of warmte die vrijkomt bij vulkanische activiteit. De meest gebruikte vorm van geothermische energie in Nederland is het gebruik van warmtewinning uit het aardoppervlak. Het gaat daarbij niet om hele hoge temperaturen, zodat er geen elektriciteit uit opgewekt kan worden. Maar geothermische warmte kan wel worden gebruikt om water of gebouwen te verwarmen. Water dat door leidingen diep onder de grond stroomt, warmt daar op en wordt naar boven gepompt, waarna het vaak nog een stuk verder op temperatuur gebracht moet worden. Op plekken met vulkanische activiteit komen vlak onder het aardoppervlak voorraden water en stoom voor die wel heet genoeg zijn. Als dit water door de druk niet al spontaan naar boven komt, dan kunnen deze voorraden worden opgepompt om woningen en gebouwen te verwarmen. Dit water is vaak ook heet genoeg voor het opwekken van elektriciteit. Tegenwoordig wordt het water meestal niet meer geloosd, maar weer terug gepompt, zodat het opnieuw opgewarmd kan worden en nogmaals gewonnen.

Net als zonne-, wind en water-energie is geothermische energie, de warmte uit de aarde, een erg schone vorm van energie. Bij warmtewinning uit het aardoppervlak is geen sprake van uitstoot van schadelijke gassen en het is duurzaam omdat steeds hetzelfde water weer terug wordt gepompt in de leidingen. Aan de winning van vulkanische warmte zijn wat meer nadelen verbonden, zoals de schadelijke stoffen als zwavel-verbindingen die mee kunnen komen uit de diepte. Ook moeten de gebruikers bij de warmtebron in de buurt wonen, omdat veel energie verloren gaat in het transport van warm water als dit niet omgezet kan worden in elektriciteit.

Nog steeds wordt de meeste energie die de mensheid nodig heeft verkregen uit de verbranding van fossiele brandstoffen. Omdat hier een grote, maar eindige voorraad in de aardbodem aanwezig is, wordt al langer uitgekeken naar meer duurzame vormen van energie. Behalve de oneindige beschikbaarheid hiervan, worden er bij deze vormen van energie ook geen schadelijke stoffen als koolstofdioxide uitgestoten. Omdat het winnen van energie door middel van kernsplijting en kernfusie heel kostbaar is, veiligheidsrisico’s met zich meebrengt en problematisch is door radioactieve afval, kijkt men steeds serieuzer naar de duurzame energie. Alles wat maakt dat we zuiniger worden op onze planeet aarde is natuurlijk toe te juichen.

De mieren

0

Het is heel moeilijk om de levensgemeenschap van mieren te beschrijven. Elke mierensoort (er bestaan meer dan 3 000 soorten) heeft een eigen staat waarin men individuen van verschillende vormen aantreft.

 

Zo heeft men bij de mieren werksters, soldaten, mannetjes en koninginnen, die er heel verschillend uitzien. Een geleerde naam voor dit verschijnsel is polymorfisme.

 

Bij de honingbij heb je last om de koningin te vinden doordat ze heel sterk op de andere bijen lijkt. De mierenkoningin vind je gemakkelijk. Ze is het grootste individu en soms is ze gevleugeld. Een koningin leeft 10 tot 12 jaar.

 

Een werkster leeft ongeveer drie maanden. De meeste nesten hebben meerdere koninginnen. De mannetjes hebben gewoonlijk gedurende een korte tijd ook twee paar vleugels.

 

De werksters kan men indelen in soldaten en eigenlijke werksters. De soldaten hebben meestal een grote kop en zware monddelen, die niet geschikt zijn om voedsel te vergaren. Meestal worden ze door de gewone werksters gevoed.

 

De kleine werksters doen al het werk: het nest bouwen, de eieren en larven verzorgen en voedsel vergaren. De mieren hebben een zeer gevarieerd dieet. Ze eten groen, granen en insecten, wat een kenmerk is van hun evolutie: net zoals wij zijn het alleseters.

 

De mierengemeenschappen kan men indelen in twee soorten, de oogstmieren en de trekmieren.

 

De trekmieren trekken in grote groepen van duizenden mieren op strooptocht. Zo’n groep noemt men een colonne. Ze leggen dagelijks grote afstanden af, en doden de dieren die ze op hun tocht tegenkomen. Links en rechts van de colonne lopen soldaten, die de colonne in goede banen leiden.

 

Oogstmieren hebben een vast nest dat onder de grond ligt. Het bestaat uit gangen en kamers. Aan de ingang van zo’n nest vindt men meestal hoopjes aarde.

 

Eieren, larve en poppen bevinden zich op een aparte verdieping (in een andere kamer) van het nest. Wanneer het kouder of regenachtig wordt, zullen de werksters dit broedsel naar dieper gelegen kamers van het nest verplaatsen. Er zijn ook speciale proviandkamers waar voedsel bewaard wordt.

Antivirus 2008, bedriegelijke fakeware.

0

Honderden virussen, spyware en Trojaanse Paarden ondanks geregeld gebruik van je virusscanner.

Als je je als computerleek laat verleiden om door het betrouwbaar ogende “Antivirus 2008” een vrijblijvende virusscan uit te voeren, slaat de schrik je om het hart: je PC blijkt plotsklaps vol te zitten maar liefst 200 (!) virussen, spyware en trojans van de meest uiteenlopende aard. Bovendien verschijnt er midden op je scherm een popup-venster dat je met klem adviseert om antispyware-software aan te schaffen en te activeren. Onthutst vraag je je af hoe dit heeft kunnen gebeuren want je hebt op je systeem immers gerenommeerde antivirussoftware actief. Het popupvenster krijg je met geen mogelijkheid meer van je scherm en verschijnt telkens weer heel nadrukkelijk en angstaanjagend in beeld zodra je de PC herstart.

Het hiervoor beschreven scenario wordt echter veroorzaakt door een corrupte en opdringerige anti-spywaretoepassing onder de naam Antivirus 2008 die zich presenteert als een door Microsoft aanbevolen spywareverwijderaar. Als u meldingen tegen komt als “Windows zal nu de meest recente antispyware voor u downloaden en installeren “, ga daar dan niet op in! Het is waarschijnlijk een signaal dat uw PC is besmet met Antivirus 2008.

Antivirus 2008, een opdringerige lastpak.

Dat u zich als doorsnee PC-gebruiker desondanks laat verleiden tot installatie van Antivirus 2008 op uw PC is heel begrijpelijk, temeer omdat deze software zich, net zoals zoveel betrouwbare en degelijke soortgenoten, ook met een bekend wapenschildje ter verdediging presenteert. Allemaal heel voor de hand liggend, maar activering van het programma Antivirus 2008 heeft vergaande konsekwenties voor het verdere gebruik van uw PC.

Van de eerste schrik bekomen constateer je meestal achteraf dat het “schildje” van Antivirus 2008 toch iets anders oogt dan het schildje van je vertrouwde antivirustoepassing. Vaak herinner je je dan weer het dringend advies van specialisten om nooit meer dan één antivirusprogramma op je PC actief te hebben in verband met mogelijke conflicten. Helaas, het lukt je van geen kant meer om Antivirus 2008 van je systeem te verwijderen, óók niet via [configuratiescherm] [software] [verwijderen].

Hoe kan je Antivirus 2008 effectief verwijderen?

Als het hiervoor beschreven scenario u bekend voor komt, dan kan de anti-malware-toepassing “Malwarebytes Anti-Malware” goede dienst bewijzen. Hieronder vind je in het kort enige instrukties voor download en gebruik ervan.

Klik op het opgeslagen “mbam-setup.exe” om het programma te installeren;
Sluit daarna het downoadvenster, en laat dus niet meteen uitvoeren vanaf de download;
Is dat nog niet gebeurd, plaats dan een vinkje voor “Update Malwarebytes ” en “Start Malwarebytes ” en kies “Voltooien”;
Malwarebytes Anti-Malware heeft een mooie en overzichtelijke gebruikerinterface. Kies na installatie voor “Snelle Scan” in het tabblad “Scanner”. Het scannen kan een poos duren, wees dus geduldig;
Als de scan voltooid is, klik dan op OK en kies “Bekijk Resultaten”;
Vink alle geconstateerde onregelmatigheden aan en klik op: “Verwijder geselecteerde”;
Bekijk indien gewenst na verwijdering de geopende log en herstart je systeem.

Kan bij iedereen : De pagina kan weer niet gevonden worden?

0

Kabels stuk dan neemt de data een omweg.

Het hedendaagse internet is toch tastbaar ,leidingen die je kunt aanraken, hardware ,leidingen noem maar op
En dat kan allemaal kapot.

Op het einde van het jaar 2006…. 2 jaar na de dodelijk tsunami,werd azie opnieuw getroffen door een zeebeving,
ditmaal voor de kust van taiwan.Er vielen nauwelijks doden en de schade was beperkt.
6 belangrijke zeekabels waren wel los gerukt.Gedurende enkele weken ging internetten en bellen in heel zuidoost-azie moeizaam.

Eind januari van 2008 kreeg het midden-oosten soortgelijke problemen.
In enkele dagen tijd werden in totaal 5 breuken in kabels in de middellandse zee en perzische golf ontdekt.
Hoe die breuken ontstaan zijn,wordt nog steeds onderzocht.
Mogelijk was een scheepsanker de boosdoener in de middlellandse zee en zijn de breuken in de golf ontstaan door onderhoudswerk.
Het staat vast dat tenminste 100 miljoen mensen in de golfstaten Egypte en India te kampen hadden met een gebrekkig internet.

Zou sabotage van een bundeltje kabels nederland van het world wide web kunnen afkoppelen.
Internet providers denken van niet.Het nederlandse netwerk behoort tot de beste netwerken ter wereld.

Het is zo opgebouwd dat eventuele klappen goed worden opgevangen.Begeeft de ene verbinding het,dan zijn er altijd nog andere verbindingen beschikbaar.zou de zeekabel naar Amerika kapot zijn….dan reist het internet verkeer via spanje naar een alternatieve zeekabel.

Bommen helpen ook niet echt

Een slimme terreur misdadiger moet zeker 15 –  25  leidingen vernielen om virtueel verkeer in ons holland om zeep te brengen.

Veel leidingen zitten in de grond bij onze hoofdstad,het bolwerk van het internet in nederland.
Het is beslist geen eenvoudige klus,de terrorist moet weten welke kabels hij moet hebben.
Dat vergt veel voorbereidingstijd,want voor de gewone burger is de ligging ervan niet bekend.
Bovendien zijn de belangrijkste locaties goed beveiligd.

1 man kan dit niet doen, je hebt er zeker 14 man voor nodig en die moeten dit plan ook nog geheim houden voor veiligheidsdiensten.Dus dit is heel onwaarschijnelijk.
Ook zullen bommen of wapens van dit kaliber het internet niet veel schade toe brengen.
Een voorbeeld: iemand komt met een zware bom in een tas listig in de ruimtes van amsterdam internet exchange de belangrijkste internetknoop van europa.natuurlijk vallen er wat doden en gewonden, het is de vraag of internettend nederland hier iets van merkt.

Om het risico te spreiden,staat de amsterdams apparatuur op 5 verschillend locaties.tevens goed beveiligd.  Een paar servers die zouden kunnen uitvallen geven nagenoeg geen problemen.
En zo zijn eigenlijk alle belangrijke onderdelenvan het internet meervoudig uitgevoerd,zeker in de ontwikkelde delen van de wereld.

Terroristen zouden een super scenario moeten bedenken om serieuze schade te maken aan het world wide web

Brazilie – fruit door irrigatie

0

De reden hiervoor is fruit, geteeld voor de binnenlandse markt en voor de export op boerderijen met systemen voor irrigatie welke niet lang daarvoor grote, stoffige landerijen waren. Sinds er druiven en mango’s worden geproduceerd en verpakt kreeg het eens zo afgelegen Petrolina hoge kantoorgebouwen in het centrum en sinds kort zelfs een eigen vliegveld.

De São Francisco, plaatselijk bekend als de Velho Chico en de langste stromende rivier van Brazilië, was eens de plek waar Mississippi boeten langzaam hun laatste rustplaats vonden. Nu kent de rivier een hele serie hydro-elektrische dammen welke sinds 1950 in hoog tempo zijn gebouwd.

De cruciale ommekeer voor Petrolina en Juazeiro kwam met het gereedkomen van de Sobradinho dam in 1977, waardoor 4.000 vierkante kilometer caatinga (dor en onvruchtbaar land) van water werd voorzien en het water van de rivier zelfs in het droge seizoen, van april tot november, beschikbaar kwam.

Het telen van fruit met irrigatie-systemen begon met traditionele gewassen zoals bonen, mais en rijst. Er kon echter meer winst worden behaald met het verbouwen van druiven en tropische vruchten. Momenteel bestaat het aanbod onder meer uit guave, passievruchten, meloenen, watermeloenen en verse groene kokosnoten. Twee-derde van de 120.000 hectaren aan geïrrigeerd land wordt in beslag genomen door de fruit teelt. Dit levert een geschatte 160.000 directe banen op en nog een veelvoud aan indirect werk. Er zijn ongeveer 4.000 producten van verschillende grote, waaronder 100 echt grote bedrijven. Hieronder bevindt zich onder meer het Franse Carrefour. In september 2008 nam het Amerikaanse PepsiCo de leidende Braziliaanse producent van verpakte kokos-sap Amacoco over, inclusief de fabriek in Petrolina.

Slechts een klein deel van de oogst wordt plaatselijk verwerkt, er wordt op beperkte schaal wijn geproduceerd en er zijn fabriekjes voor vruchtensap en gedroogd fruit. De export gaat voornamelijk per containers, vrachtwagens en schepen naar de Europese Unie en naar de Verenigde Staten, maar er wordt ook rechtstreeks op Luxemburg ingevlogen. In 2008 bedroeg de waarde van deze export ongeveer $300 miljoen, ongeveer 40% van de totale fruit-export van Brazilie. Hoewel het land de nummer drie van fruit-exporterende landen van de wereld is (na China en India), inclusief sinaasappels en bananen, wordt maar een klein deel vers op de wereldmarkt afgezet.

Brazilië vult een duidelijke leemte in de export van mango’s naar de Verenigde Staten tussen augustus en november, als de aanvoer uit Mexico stil komt te liggen en de export vanuit Ecuador en Peru nog niet op gang is gekomen.

Wat is het Parlement?

0

Wat is het Parlement?

Met Parlement bedoelen we alle mensen die ons als volk vertegenwoordigen. In een indirecte democratie zoals de onze kiezen we bij verkiezingen volksvertegenwoordigers, die onze belangen moeten behartigen de komende paar jaar. Het gaat hier dus om politici, mensen die een functie bekleden omdat ze daarvoor gekozen zijn.

In Nederland zijn er twee delen van het Parlement, namelijk de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Als je volledig wilt zijn zijn het de twee Kamers der Staten-Generaal. Vroeger, voor we ook maar enige vorm van democratie hadden, waren er namelijk ook al afgevaardigden die bijeenkwamen als de koning die ons toen regeerde (die van Spanje bijvoorbeeld) belasting wilde heffen. Die vergadering heette de Staten-Generaal, omdat er drie standen (=staten) verzameld werden in een algemene (=generale) vergadering. De drie standen uit die tijd waren de adel, de geestelijkheid en de burgerij. De naam van die vergadering is gebleven, al is de inhoud compleet veranderd.

Taken van het parlement

Het parlement heeft twee taken:

Het maken van wetten.
Het controleren van de regering.

De eerste taak is belangrijk omdat in Nederland niets buiten de wet om mag gebeuren. Als er niet in de strafwet staat dat diefstal strafbaar is mag de politie je er niet voor oppakken. Als er niet in het burgerlijk recht staat dat je een stuk land in bezit mag hebben kan iedereen er een huis op bouwen. En als er geen begrotingswet is mag de minister geen geld uitgeven. Het maken van wetten, maar ook het veranderen van wetten is dus belangrijk. Een wet kan veranderen door een nieuwe wet in te dienen die de vorige vervangt. Zo worden er nog steeds veel wetten gemaakt – denk maar eens aan alle nieuwe wetgeving die nodig is omdat er nu internet is. Ook dingen die de overheid niet verbiedt zijn meestal toch per wet geregeld. Denk maar eens aan de vergunning die je aanvraagt voor het verbouwen van je huis, de subsidie die je kunt krijgen voor kinderopvang of de belasting die je betaalt aan de gemeente. Dat al die dingen bestaan en hoe ze precies werken is vastgelegd in wetten.

De tweede taak van het parlement is het controleren van de regering. De regering is namelijk niet door ons gekozen. Omdat in een democratie het volk de macht heeft, moet onze volksvertegenwoordiging er dus voor zorgen dat de regering doet wat zij zeggen en hen niet negeert. Hoe de verhouding tussen kabinet en parlement precies zit leg ik uit in een artikel over de relatie tussen het parlement en het kabinet. Voor nu is het genoeg om te weten dat het parlement, althans een meerderheid van het parlement, de baas is. Dat is ook wel logisch: wanneer een minister wil regeren moet hij of zij wetten veranderen en een begroting hebben om geld uit te kunnen geven. Als de meerderheid van de Tweede Kamer het niet met hem eens is zullen ze tegen zijn wetsvoorstellen stemmen en kan hij dus erg weinig. Hetzelfde probleem heeft hij of zij wanneer een meerderheid van de Eerste Kamer tegen hem/haar is. Het parlement is dus de baas. Om de regering te controleren zijn er twee dingen van groot belang: dat zij informatie krijgen over wat de regering precies doet en wil gaan doen en dat de regering naar hen luistert als ze zeggen dat er iets moet veranderen.  

Wat is Prinsjesdag?

0

Wat is prinsjesdag?

Prinsjesdag is de dag waarop de regering aan het parlement en het volk verteld hoe de economie er voor staat en wat hun plannen zijn voor het volgende jaar. Dat doen ze omdat wij, het volk, de macht hebben in ons land. De regering mag niets doen zonder ons te laten weten waar ze mee bezig zijn. Niet alleen zodat we weten waar ons geld heen gaat, maar ook zodat we er eventueel nog iets aan kunnen doen! Als er iets is wat ons niet aanstaat kunnen we contact opnemen met onze vertegenwoordigers, de leden van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. En die roepen dan de regering op het matje. Elk jaar op de derde dinsdag in september worden hierom drie dingen gepresenteerd: de troonrede, de miljoenennota en de begrotingsvoorstellen.

De troonrede

De troonrede is een toespraak die geschreven is door ambtenaren, onder supervisie van de minister-president. In de troonrede staat wat het kabinet vindt van het afgelopen jaar en verwacht voor het komende jaar. Ze geven bijvoorbeeld aan dat ze zich zorgen maken over bepaalde ontwikkelingen, zoals een toename van het aantal bedreigingen en roepen op tot een mentaliteitsverandering. In de troonrede staan geen concrete plannen.

De troonrede wordt voorgelezen door de Koning. Hij is niet verantwoordelijk voor de inhoud, dat zijn de ministers. Hij mag in principe niet weigeren iets voor te lezen of op eigen houtje dingen toevoegen. Dat zou ook erg opvallen aangezien de tekst van de troonrede al een paar uur vóór het voorlezen aan journalisten is gegeven op voorwaarde dat het pas achteraf gepubliceerd wordt. Er is wel overleg over de tekst van de troonrede tussen de Koning en de minister-president, al weten we niet precies wat daar gezegd wordt. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij wel enige invloed over de manier waarop zinnen geformuleerd zijn, aangezien hij ze wel goed uit moet kunnen spreken.

De miljoennenota

De miljoenennota bestaat uit alle economische gegevens van het afgelopen jaar en de verwachting voor het komende jaar. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de economische groei, werkloosheidscijfers et cetera. Hoeveel belasting er nu eigenlijk is binnengekomen is natuurlijk erg relevant. Maar er wordt ook al vooruitgeblikt op het volgende jaar. Het Centraal Plan Bureau (CPB) doet voorspellingen voor het komende jaar, waarbij ze een aantal scenario’s uitwerken, bijvoorbeeld een economische groei van 0,5%, van 0,75% en van 1,0%. Het kabinet neemt deze gegevens mee in de miljoenennota en geeft aan van welk scenario zij uitgaan bij het opstellen van de begroting. Dat is een politieke keuze, geen wetenschappelijke of economische. De belangrijkste plannen van het kabinet staan in deze miljoenennota, met een doorrekening van het Centraal Plan Bureau van de gevolgen hiervan voor de burgers. Die berekening is hun beste gok van wat de gevolgen zullen zijn, de economie is te complex om met zekerheid vast te stellen wat de meeste maatregelen precies voor effect hebben. De oppositie en de journalistiek concentreren zich over het algemeen op drie dingen in de plannen: het verwachte begrotingstekort of overschot, groei of daling van het aantal werklozen in Nederland en de koopkrachtseffecten voor bepaalde groepen burgers. Met koopkrachteffecten bedoelen ze of je volgend jaar nog net zoveel kunt doen als afgelopen jaar, net zo vaak op vakantie, eten kopen van dezelfde kwaliteit, je huis even warm stoken, je kinderen op zwemles doen enzovoorts. Als de koopkracht daalt heb je of minder geld of alles is duurder geworden. In praktijk wordt alles elk jaar een beetje duurder (inflatie) en moet je dus elk jaar meer geld hebben om dezelfde koopkracht te houden.

Algemene Politieke Beschouwingen

Over de Miljoenennota en de troonrede worden de Algemene Politieke Beschouwingen gehouden. Dat houdt in dat het kabinet, dus de minister-president, alle ministers en de staatssecretarissen, naar de Kamers komen om hun plannen uit te leggen en te verdedigen. Eerst gaan ze naar de Tweede Kamer, daar worden de grootste politieke debatten gevoerd. Ook de Eerste Kamer mag echter nog in debat met het kabinet, al is er daar over het algemeen door de aard van de Eerste Kamer een stuk minder vuurwerk te verwachten.

In de Algemene Politieke Beschouwingen (in de media vaak gewoon Algemene Beschouwingen genoemd) schuift de focus, die op Prinsjesdag bij het kabinet lag, terug naar het parlement. Elke fractie krijgt de gelegenheid te reageren op de plannen en vragen te stellen aan de minister-president of aan een of meer ministers. Omdat er altijd grote belangstelling van de media is voor het begin van de Algemene Beschouwingen is het vrijwel altijd de fractievoorzitter van de partijen die hier het woord voert. In die speeches gaat het er aan de ene kant om zo goed mogelijk over te komen voor de kiezers, zodat je in het journaal terecht komt, maar aan de andere kant is er ook nog wat concreets te winnen. Over het algemeen laat het kabinet nog wat manouvreerruimte over in de begroting, zodat ze een deel van de kritiek van het parlement kunnen opvangen door voor het een of ander extra geld uit te trekken. Vooral de eigen coalitiepartijen profiteren hier van doordat ze voor het oog van de camera nog wat extra geld voor hun doelgroepen kunnen lospraten, maar vaak krijgt ook de oppositie voor een deel wat ze willen. Het gaat hier om kleine aanpassingen van de plannen, die nog niet in concrete bedragen worden omgezet. Oppositiepartijen publiceren overigens steeds vaker ook een tegenbegroting een paar dagen na prinsjesdag. Daarin geven ze aan wat zij zouden doen wanneer ze aan de macht zouden zijn. Partijen als GroenLinks en de VVD laten deze tegenbegroting ook doorrekenen door het Centraal Plan Bureau, zodat de effecten op de koopkracht, werkloosheid et cetera kunnen worden vergeleken met die van de echte begroting. Omdat alleen de regering een begrotingswet mag voostellen wordt er over zulke tegenbegrotingen niet officieel gedebatteerd in de Kamers.

De begrotingsvoorstellen

De begrotingsvoorstellen bestaan uit gedetailleerde voorstellen per ministerie over hoe het geld het komende jaar verdeeld wordt. Dat zijn de belangrijkste plannen, zoals in de miljoenennota stonden, uitgewerkt in details, maar ook de kleinere dingen die de samenvatting niet gehaald hebben. Elk ministerie heeft een eigen begroting en die begroting moet goedgekeurd worden door het parlement. Dat houdt in dat elk begrotingsvoorstel een wetsvoorstel is, waarover eerst de Tweede Kamer en dan de Eerste Kamer moeten stemmen. Pas wanneer beide Kamers in meerderheid vóór het begrotingsvoorstel hebben gestemd wordt de begroting van dat ministerie een wet en kan de minister beginnen geld uit te geven. Het is dan ook belangrijk dat de behandeling van het wetsvoorstel is afgerond vóór 31 december, omdat het gaat over de begroting voor het komende jaar. Geen begroting die is goedgekeurd betekent geen geld om uit te geven. Het parlement heeft dus ook hier weer de ultieme macht in handen.

De Algemene Financiële Beschouwingen

Na de Algemene Politieke Beschouwingen volgen de Algemene Financiële beschouwingen. Dat houdt in dat elke minister zijn eigen begrotingsvoorstel komt verdedigen in de Kamers. Het gaat hier wel om concrete bedragen en details. Over het algemeen zul je dan ook voor de grotere partijen niet de fractievoorzitters in de Kamers aan het woord zien maar de fractiespecialist op het beleidsterrein of een financiële specialist. Net zoals bij gewone wetsvoorstellen kan de Tweede Kamer amendementen indienen en de Eerste Kamer niet. Dat houdt in dat een lid van de Tweede Kamer die het niet eens is met een deel van de begroting een voorstel kan doen om het te veranderen (bijvoorbeeld 150.000 euro minder subsidie voor een theatergezelschap en 150.000 meer voor kunst in de openbare ruimte). Zon voorstel heet een amendement en als een meerderheid van de Kamer het amendement aanneemt verandert de begroting. Wanneer de minister het daar absoluut niet mee eens zou zijn kan hij/zij de begroting terugtrekken, maar dan ligt er helemaal geen begroting dus dat is erg onwaarschijnlijk. Een amendement kan overigens alleen geld binnen een ministerie rond schuiven: wanneer je geld van bijvoorbeeld Landbouw naar Defensie zou willen verplaatsen kan dat niet omdat de twee begrotingen als twee aparte wetten worden voorgesteld. De enige mogelijkheid daarvoor is in de Algemene Politieke Beschouwingen het kabinet overtuigen van de noodzaak zodat ze zelf de voorstellen veranderen.

Wanneer de begroting van een bepaald ministerie eenmaal is aangenomen mag de minister nooit meer geld uitgeven aan een bepaald beleidsterrein dan er in de begroting staat. Hij of zij mag wel minder uitgeven. Wanneer er gedurende het jaar blijkt dat er meer geld uitgegeven gaat worden dan er begroot staat zijn er drie opties: bezuinigen (dus gewoon niets meer uitgeven), het potje met onverwachte uitgaven gebruiken (die staat ook op de begroting) of de Kamer vragen of ze een wijziging in de begroting willen goedkeuren. Dat laatste gebeurt door een nieuw wetsvoorstel in te dienen, de zogenaamde suppletoire begrotingswet. Over het algemeen gaat het hierbij niet om grote beleidswijzigingen maar om bijstellingen van de bedragen aan de hand van de ervaringen tot nu toe. Ook hiervoor geldt weer: als de Tweede of de Eerste Kamer niet in meerderheid vóór het voorstel stemt wordt het geen wet en mag de minister het extra geld niet uitgeven.

Dokter, wilt u mij soms vergiftigen?

0

Vroeger was de bijsluiter een  extra service van de fabrikant die dan ook zélf besliste over vorm en inhoud. Pas onder  invloed van het Softenonschandaal geldt vanaf midden jaren zeventig een wettelijke verplichting tot begrijpelijk taalgebruik. In de afgelopen dertig jaar zijn de betrokken voorschriften steeds gedetailleerder geworden. De huidige regelgeving schrijft exact voor welke informatie de bijsluiter moet (en mag) bevatten,  in welke volgorde en in welke vorm. Daarbij onstaat echter het dilemma tussen de (voor de fabrikant) voorgeschreven volledigheid en de (voor de patiënt) noodzakelijke begrijpelijkheid.

Gemiddeld genomen krijgt een patiënt jaarlijks acht medicijnen door zijn arts voorgeschreven en wordt hij dus achtmaal per jaar met de bijsluiter gekonfronteerd. Die wordt weliswaar door 96% van de patiënten gelezen, maar eenderde deel daarvan voelt zich na lezen juist onzekerder. Hoe meer bijwerkingen en contra-indikaties er worden beschreven, hoe vaker men daardoor gefrustreerd raakt.

Volgens een recente studie houdt zich daarom bijna eenderde van de patiënten niet altijd of zelfs helemaal niet aan het inname-advies van de arts: men gebruikt er minder van of neemt het middel helemaal niet in. Het is zó erg dat menig patiënt zelfs afziet van de inname van levensreddende medicijnen na het lezen van de gebruiksaanwijzing. Het gevolg: elk jaar opnieuw belanden aanzienlijke hoeveelheden medicijnen in de vuilnisemmer.

Men kan zich afvragen of de bijsluiter al die verwarrende informatie moét bevatten. Daarbij moet men bedenken dat de wetgever aan fabrikanten verplicht om álle mogelijke gewenste en ongewenste neveneffecten te vermelden, ongeacht hoe sporadisch die ook maar optreden. Laat de fabrikant na om een zeldzame bijwerking te noemen, dan is hij verantwoordelijk voor mogelijke schade die hieruit voortvloeit. Aangezien de opsomming van de risico’s van een preparaat meestal wezenlijk meer plaats in beslag neemt dan de positieve effecten ervan, ontstaat bij de patiënt snel de indruk dat de risico’s groter zijn dan de genezende effecten.

Een voorbeeld: op de bijsluiter van een kalmeringsmiddel dat 30 jaar geleden ingevoerd werd, werden destijds slechts de volgende bijwerkingen opgevoerd: “Het middel kan vermoeidheid veroorzaken en het autorijden beïnvloeden, men dient het middel niet gelijktijdig met alcohol in te nemen en zonder voorschrift van de arts niet voor langere tijd te gebruiken”.

“Wilt u mij soms vergiftigen?”

Wordt datzelfde middel tegenwoordig op de markt gebracht, dan beslaan de bijwerkingen op de bijsluiter meer dan een halve pagina: er wordt onder meer gesproken over de verslavende werking, rillerigheid, transpiratieaanvallen, storingen aan de bloedsomloop, maag- en darmklachten, allergiën en tal van andere storingen. En dat terwijl het om exact hetzelfde middel gaat. Geen wonder dat menig patiënt ontzet aan zijn arts vraagt: “Dokter, wilt u mij soms vergiftigen?”

Overigens: 17 procent van de patiënten beklaagt zich over het miniscule, nauwelijks leesbare schrift en 42 procent vindt de teksten veel te lang. Bovendien bleek dat er bij 100 van de meest voorgeschreven medicijnen gemiddeld 29 vaktermen werden gebruikt, waarvan er één op de vier niet nader werd toegelicht. Geen wonder dat 20% van de ondervraagde patiënten de bijsluiter betitelt als een “weinig zinvolle toevoeging”.