Promotieonderzoek en praktijkrelevantie

0
149
blog placeholder

.

 “Oudere docenten zijn star wanneer er onderwijsvernieuwingen doorgevoerd worden. Ze willen geen veranderingen, zijn niet innovatief en gaan niet mee met hun jongere collega’s. “

Zomaar wat kreten die in de wandelgangen regelmatig klinken. Toch kent iedereen ook de tegenpool, de oudere docent die het liefst tot zijn of haar tachtigste door zou willen gaan, enthousiast en gemotiveerd is. Wat doen die docenten nou eigenlijk? Waarom is de ene docent enthousiast, gemotiveerd en succesvol terwijl de ander dat niet is? Wat stimuleert hen? Wat demotiveert hen? En, zijn er manieren om deze groep docenten te helpen?

Als we op al die vragen antwoord zouden hebben, wat betekent dat dan voor de praktijk?

 

     Dat het van belang is dat docenten bepaalde intellectuele vaardigheden hebben is ons allen bekend. De verschuivingen in onderwijsopvattingen laten bovendien zien dat docenten ook moeten blijven leren. Hieraan wordt op verschillende niveaus aandacht besteed. Zo worden er verschillende trainingen en cursussen ingezet om docenten te professionaliseren en te laten leren. Zowel middels opleiding, maar ook door ‘leren op de werkplek’. De resultaten van dit soort professionaliseringstrajecten zijn nauwelijks in kaart gebracht, zoals er ook nog niet zoveel bekend is over het leren bij docenten. Bovendien blijkt juist de oudere docent een ondergeschoven kindje in de onderzoekwereld en krijgt de jonge docent veel onderzoeksaandacht.

            Het is echter juist die oudere docent die een schat aan kennis en vaardigheden heeft en die we daarom dus graag in het onderwijs zouden moeten willen houden. Het is die doelgroep waar mijn onderzoek zich op richt.

Enerzijds proberen we antwoord te krijgen op de “hoe zit het?”- vragen: op welke manieren deze docenten werken, waarom ze dat doen, hoe ze dat doen, wat hen helpt, wat hen belemmert. Anderzijds gaan we ook kijken naar de “wat hebben we er in de praktijk aan?”-vraag. Dit zal gedaan worden door het onderzoeken van een bestaande interventie (ontwikkeld vanuit de Universiteit Utrecht). Een training van tien bijeenkomsten, verspreid over zes maanden, die zich richt op het verbeteren van manieren van werken van oudere docenten.

 

Leren, werken, werkend leren…

          

Er wordt de laatste jaren steeds meer onderzoek gedaan naar het leren van docenten. Hierbij zien we vaak de koppeling terug naar het handelen van docenten. Er wordt gesproken over ‘leren’, leeractiviteiten, leerstrategieën, leerresultaten. Maar ook vallen er termen als professionaliseren, werkend leren etc. Het duidelijk krijgen van wat we nou bedoelen met dit soort termen is een klus op zich. Iets waar menig onderzoeker overigens de weg in kwijt dreigt te raken. En wie weet, menig docent of beleidsmaker ook wel. Terwijl we met velen, met gemak, deze terminologie in de mond nemen. Alvorens er ook maar iets onderzocht kan worden, moet er echter wel enig beeld gevormd zijn bij wat we in dit onderzoek onder de term leren verstaan. Zeker als dit afwijkt van wat velen onder ons associëren met het begrip leren. In dit onderzoek zien we leren namelijk als een zeer breed begrip: Leren impliceert verandering.

De term leren is bijna onlosmakelijk verbonden met school en opleiden. Bij leren denken we nog steeds niet meteen aan werken. Al vanaf jongs af aan staan deze relaties geprogrammeerd in ons hoofd. “leren doe je op school”, “werken doe je binnen je baan”. Toch komt juist bij dit werken, maar per definitie in vrijwel ieder mensenleven, altijd in meer of mindere mate leren, leeractiviteiten en resulterende leerresultaten terug. Denk hierbij maar eens aan een discussie die je hebt gehad met een collega, of het verhaal van een goede vriend. Vaak steek je er wat van op. Soms bewust, soms onbewust. Wanneer gesproken wordt over ‘je steekt er iets van op’ of ‘je denkt er later nog eens over na en past het in je eigen leven toe’ hebben we het eigenlijk ook over de term leren.

In de literatuur bestaan daar veel verschillende definities over. Zo wordt er door sommigen al geruime tijd gepleit voor een bredere opvatting van leren. Het begrip ‘leren’ wordt dan ook in een bredere context gezet en benadrukt aspecten als: leren doe je altijd, kan op verschillende manieren, is (ook) een sociaal proces, heeft een wederkerige relatie in leren en handelen, heeft emotionele aspecten, leren is veranderen, en tot slot wordt ook de impliciete kant van het leren benoemd en benadrukt. Er wordt ook benadrukt dat leren niet per definitie iets hoeft te zijn wat een positief effect heeft; Je kan bijvoorbeeld ook geleerd hebben dat je werken niet leuk vind.

 

Het onderzoek; wat heb je er aan?

Bij werknemers -en in dit specifieke geval, docenten van veertig jaar en ouder die lesgeven in het voortgezet onderwijs- zien we dit leren tijdens het werk (zowel bewust als onbewust) natuurlijk ook terug. Helaas is daar zoals al eerder gezegd, nog maar weinig over bekend. Op de eerste plaats is het van belang om er achter te komen hoe dat bij deze groep zit. Om hierachter te komen worden er gesprekken met docenten (40+) op verschillende scholen binnen het Voortgezet Onderwijs gevoerd. Hierbij wordt ingegaan op hun manieren van werken, wat hen helpt en wat juist niet. U moet zich voorstellen dat dit zeer intensieve, diepgaande interviews zijn. Deze gesprekken worden opgenomen op band en geven een enorme rijkdom aan informatie. Deze informatie kan vervolgens nadat er allerlei analyses overheen zijn gegaan, meer theoretische kennis opleveren over het werken en leren van oudere docenten. Dit geeft niet alleen meer kennis over het onderwijsveld, maar helpt ons ook voor het andere deel van het onderzoek.

Dit andere deel richt zich op de interventie. Gedurende tien sessies verspreid over een half jaar wordt er binnen de interventie Halfweg gewerkt met docenten (40+). Dit ontwikkelingstraject zorgt ervoor dat er tijd en ruimte is voor de docent om stil te staan bij zichzelf. Hierbij kan worden gedacht aan vragen als: Hoe zijn de afgelopen jaren gegaan? Waar loop ik tegen aan in mijn werk? Wat helpt me? Wat belemmert me? Wat kan ik eraan doen? Het traject richt zich op verwerving van kennis en inzicht, op mogelijkheden om de werkpraktijk te versterken, op plezier in studie en ontdekking. En er wordt uit gegaan van de mogelijkheden en kennis die oudere docenten juist bij uitstek bezitten.

Hoewel de interventie op basis van praktijkervaring erg positief ontvangen wordt, ontbrak er nog gedegen onderzoek. Daarmee was de logische stap om deze interventie onderdeel van dit promotieonderzoek te maken snel gemaakt. Door de gesprekken met de docenten, en observaties tijdens de trainingsdagen kan (vanuit de theorie) een bijdrage geleverd worden aan het onderzoeken en verbeteren van de interventie. Dit betekent dus dat er ook daadwerkelijk iets terug gegeven wordt aan de 40+ docenten en daarmee aan het onderwijs. Een manier om te helpen, daar waar men vastzit, of juist om verder te bouwen op succes.

En is dat niet juist waar het onderwijs behoefte aan heeft? Concrete manieren om aan de slag te kunnen, hulp hierbij en het creëren van tijd en ruimte. Maar dan niet vanuit het niets, maar gestaafd vanuit zowel de wetenschap als het veld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here