Stoppen met roken

0
12

Over ontwennen en gezondheid!

DE OUTCAST  

In grijze nevelen zie ik ze staan, druk kwebbelend met elkaar en diep verscholen in hun opgezette kragen en/of hun omgeslagen shawls. Geen regen, wind of sneeuw houdt ze tegen, dus gebrek aan moed kan ze niet worden verweten.           
De outcast. Eens was ik één van hen! Nu houden ze mij vanuit hun ooghoeken waakzaam in de gaten. Sluit ik mij aan of ben ik de vijand? De vijand, die misschien wel heimelijk de 10 meter opmeet waar buiten ze moeten staan en die melding zou kunnen maken van elke centimeter die ze overtreden. Immers, alle leidinggevenden en terreinbewakers zijn opgeroepen toezicht te houden op naleving van het voor hen door het Hoofd Facilitaire Zaken opgestelde reglement. En bij niet naleving zullen er sancties volgen.
Hoe meer ik ze nader, hoe stiller het wordt en hoe dichter ze bijna samenzweerderig de gelederen sluiten. Als ik tot op enkele voetstappen genaderd ben, wordt het doodstil.   
‘Goedemorgen’, zeg ik opgewekt. Een murmelend en niet al te enthousiast ‘goedemorgen’ perst zich uit hun walmende monden naar buiten en verder blijft het ijzingwekkend stil, totdat ik op voor hen veilige afstand ben. Ja, eens was ik één van hen, maar dat moet zo langzamerhand al zo’n vijftien jaar geleden zijn en in die tijd werd je nog niet zo nadrukkelijk als outcast behandeld. De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen, dat ik uiteindelijk werd gedwongen afscheid te nemen van mijn toen altijd eeuwige metgezel.       

DE LONGEN UIT MIJN LIJF  

Al maanden hoestte ik de longen uit mijn lijf, door naar achteraf blijkt, een pleuritis die ik had opgelopen. Ik echter weet al dat hoesten aan mijn trouwe metgezel en daar ik op mijn werk was opgezadeld met twee langdurige zieken en er anders helemaal niemand meer was om onze afdeling te bemannen, liet ik na tijdig mijn huisarts te raadplegen. En ondanks al dat hoesten bleef ik mijzelf maar regelmatig nicotineshots toedienen.
Totdat mijn borst als beton op mijn borst ging drukken en voortdurend loodzwaar op en neer ging, ik voortdurend naar adem hapte en ik uiteindelijk wel medische hulp nodig had. In het ziekenhuis werd een verwaarloosde pleuritis vastgesteld die inmiddels al op zijn retour was, maar de schade was al aangebracht. Een gedeelte van mijn longblaasjes was kapot gehoest en zou zich nooit meer herstellen. Mijn huisarts onderwierp mij aan een strenge preek en eiste van mij afscheid te nemen van mijn metgezel wilde ik niet nog meer schade toebrengen aan mijn longen. Maar jee, hoe kon hij dat van mij vragen, hoe kon er een leven zijn zonder mijn metgezel, de sigaret. Hoe kon ik ooit nog gezellig zijn zonder dat stickie? Het leek mij bijna onmogelijk en ik antwoordde mijn huisarts dat ik dat niet zou kunnen opbrengen. Hij keek mij hoofdschuddend aan en zei dat ik hem maar een rouwkaartje moest laten sturen over ongeveer zo’n twee jaar! Daarop antwoordde ik nog met totaal misplaatste bravour ‘nou, dan heb ik wel geleefd en ga ik tenminste gezellig dood’. ‘Het is maar wat je gezellig noemt’, was zijn ironische antwoord’. ‘Jij gaat gezellig dood aan de zuurstofflessen, want jij stikt uiteindelijk’.        
Ik moest mij onder behandeling stellen van een longarts en de huisarts had mij toch wel ernstig aan het denken gezet. Zuurstofflessen, stikken, nee, dat leek mij verre van gezellie!     
En ja, om nu in de wachtkamer te zitten van een longarts, terwijl je nog een verstokte roker bent? Dat vond ik nu ook weer te gortig voor woorden en zou het schaamrood naar mijn kaken doen lopen als hij mij zou vragen of ik rookte.        

STOPPEN MET ROKEN          

Ik besloot dus een boek te kopen dat de titel droeg ‘Stoppen met roken’ en daar ik natuurlijk geen reclame mag maken, zal ik de auteur hier niet noemen. Het boek hield mij op humoristische wijze een spiegel voor en het was zo leuk geschreven, dat ik er heel wat om heb moeten lachen. In het laatste hoofdstuk werd mij verzocht mijzelf een eed te doen dat ik mijn trouwe metgezel nooit meer zou toelaten in mijn leven. Ik moest toen wel eerst al mijn moed verzamelen en stelde het lezen van dat hoofdstuk keer op keer uit. Wat zou ik moeten beginnen zonder dat eeuwige stickie, was er wel leven na dat ding? Uiteindelijk legde ik de eed af en ben ik gestopt, cold turkey! Ik wist dat er nooit meer een weg terug zou zijn wilde ik nog zuurstof genoeg kunnen overhouden om te blijven leven. Ik dacht voortdurend terug aan toen ik nog een kind was en nog niet in in die stevige klauwen gevangen zat van die verraderlijke vriend. Ik had toen nog helemaal geen weet van een sigaret, miste helemaal niets en toch was er toen een leven! Ik denk dat die voorstelling van zaken mij door die dagen van ontwenning moet hebben gesleept. Het bleek uiteindelijk meer een bevrijding te zijn dan het einde van de wereld. Ik hoefde mij nooit meer af te vragen of ik wel mocht roken waar ik naar toe ging. Kon eindelijk weer genieten van etentjes, zonder het eten gulzig naar binnen te werken, zodat ik mijzelf weer zo gauw mogelijk een nicotineshot kon toedienen. En al spoedig bemerkte ik dat het mij heel wat schoonmaakwerk bespaarde. Ik hoefde de deuren e.d. niet meer zo vaak te soppen alvorens ze er weer blinkend uitzagen. Hoefde ook niet bang meer te zijn naar nicotine te stinken en voordeel na voordeel stapelde zich op.    
Nee, geld heb ik er niet aan overgehouden. Wat je overhoudt na het stoppen met roken geef je namelijk ongemerkt weer aan andere dingen uit, dus met die kul moet je bij mij niet aankomen.

GEEN ONGEVRAAGDE ADVIEZEN   
 
Ik waak er tot op heden wel voor geen ex-roker te zijn, die rokers wil belagen met allerlei ongevraagde adviezen en opvoedende preken betreffende de voor hen zo broodnodige nicotineshots.
Toen ik zelf nog rookte had ik namelijk geen boodschap aan dergelijke wijsneuzen en kon ik mij vreselijk irriteren aan hun bemoeizucht. In feite wilde ik natuurlijk vooral niet geconfronteerd worden met mijn verslavingsgedrag. Hun ongevraagde bemoeienis heeft mij er verder ook nooit toe kunnen brengen te breken met mijn trouwe metgezel. Dus … wat u niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet!    

NOOIT MEER TERUG 

Mijn bagage bevat geen voorraden sigaretten meer, maar 3 inhalators, die ik regelmatig moet gebruiken om het tekort aan zuurstof te kunnen opvangen. Door de verwaarloosde pleuritis en het feit dat ik gedurende die ziekte ook nogeens bleef roken, heb ik uiteindelijk helaas longemfyseem gekregen. Op advies van de longarts ben ik regelmatig gaan sporten en ik probeer bovenal geen zielepoot te worden die zich laat beheersen door een ziekte. Weliswaar moet ik mij meer inspannen om alles te kunnen doen wat ik wil, ben ik snel vermoeid, maar met wat aanpassingen valt ermee te leven.        
Ik kijk nog even belangstellend uit het raam van mijn kantoor en zie de outcast nog altijd in een mist van nevel, maar in elkaars gezelschap, lachend en keuvelend, ze hebben het gezellig.         
Maar ik, ik wil nooit meer terug!
Een collega verstoort mijn overdenkingen met een kop koffie ‘zullen we samen even gezellig een bakkie doen’?

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here