Maldegemsche kerk in aanbouw

0
172
blog placeholder

Eens in de tijd was Maldegem een zeer belangrijk dorp. Er waren twee priesters, één
priester die zorgde voor de zielen van het noordelijke deel van het dorp en de ander die de
zuidelijke helft zegende.
In 1520 werden ze bekend als Johannes van Zuidt en Nicasius van Maldeghem. De laatste was
op hetzelfde moment decaan van Aardenburg.
We kunnen nog steeds zijn grafsteen zien in een van de muren van de kerk. Er waren ook drie
kapelaans, een voor het altaar van St. Barbara, de tweede voor het altaar van de Notre Dame en
de laatste voor het altaar van St. Peter. De opbrengsten van de twee laatste altaren waren niet
voldoende voor een kapelaan. Dit betekende niet dat de kapelaans in armoede leefden.
De rustige tijd van de 16e eeuw eindigde met de protestantse beroerten “Geuzenberoerten”, daar
is er het één en ander over geschreven. In 1579 werd de kerk van Maldegem in brand gestoken
ook een aantal huizen gingen in vlammen op. De middenbreuk van de kerk was zo zwaar
beschadigd dat het onbruikbaar was geworden.
Een groot deel van de toren werd ook vernietigd,de Sint-Barbara en Sint-Sebastiaan koren
werden ook bijna volledig verwoest. Ze waren nu gescheiden van het hoogkoor doormiddel van
een wand. Hellende planken bedekt met stro werden op het resterende deel van de vierkante torengeplaatst.
Maldegem was niet de enige plaats met een beschadigde torenspits. In Oostende bijvoorbeeld
hadden ze ook alleen het onderste deel van hun vierkante toren.
In Maldegem kunt u nog steeds de vierkante voet van de toren en de achthoekige bovenbouw
die dateren van na de protestantse onrusten zien.
In 1620 werden de twee koren van de Maldegemse kerk hersteld en in 1639 werd de toren
herbouwd, maar het de middenbreuk van de kerk moest haar beurt wachten tot 1778.
Het vierkante deel van de torenspits dateert waarschijnlijk uit de 14de of 15de eeuw.
Het korte achthoekige gedeelte dateert uit 1639 en is gebouwd met stenen van de afgebroken
Sint-Janshospitaal. Het had gestaan ​​waar nu St-Anna kasteel staat. De kerkleiding moest het
ziekenhuis van Brugge 180 pond betalen voor de stenen,wel kreeg de kerk enkele
compensaties in ruil voor de kosten.
De verkoop van deze oude stenen waren al gesloten in 1632 en Maldegem had ook enkele
kleine bruggen over de Bekewatergang gebouwd.
De Bekewatergang was op dat moment een open rivier die langs de Noordstraat liep.
Veel mensen hielden zich bezig met het schoonmaken van al deze bouwmaterialen. De witte
steen voor de acht hoeken van de toren kwam uit Balegem en werden geleverd door Jooris
Aerts van Brugge,hij was ook de aannemer. Zijn contract dateert van maart 1639 en bepaalt dat
hij 250 pond moest betaald worden Onmiddellijk waren de boeren van Maldegem met paarden
en karren op weg naar Brugge om het hout,krijt en de witte stenen naar Maldegem te brengen.
Voor een werk van deze omvang,die de hele dag duurde ontvingen de boeren 10 shilling
waarna ze een drankje mochten drinken in de herberg van de vennootschap.
Voor het reinigen van de stenen werd er twee shilling uitbetaald en kregen ze een pint bier.
Vroeg in 1640 werd een paal geplant boven op de torenspits.
Dit betekende dat het werk van de metselaars voorbij was,daarna kwamen twee bouwmeesters
uit Gent aan,het waren Niclaas De Backere en Jacob Oosterlinck. Hun taak was om de waarde
van het werk te schatten. Zij verbleven 4 dagen en kregen 8 pond voor deze plus kost en
inwoning. En hun schatting was lager dan de som overeengekomen met Meester Jooris Aerts.
Dit betekende dat de kerkleiding weigerde om de bovenvermelde 205 pond te betalen en de
gerechtelijke procedures die daaruit volgden werden gewonnen door de aannemer. Het gevolg was
dat de kerkleiding 48 pond extra moest vinden om de intrest te kunnen betalen.
De namen van de schrijnwerkers staan genoteerd in historische documenten,maar niet de
namen van de metsers die van Bruggen kwamen en in opdracht werkten van de aannemer.
Van zodra de metsers waren vertrokken gingen de boeren weer over tot het brengen van hout.
Cornelis De Zuttere van Butswerve leverde een enorme eik voor 8 pond en 10 shilling.
Dit was een enorme hoeveelheid geld voor een enkele boom. Maar het was zo zwaar dat
niemand het kon vervoeren, zodat ze het eerst in stukken moesten zagen voor ze het konden bewerken.
En die balk is nog steeds de steunpilaar van de torenspits. Het was een enorme klus om het 
geïnstalleerd te krijgen en natuurlijk moest elke valide mens in het hele dorp meehelpen,als
beloning kreeg iedereen een pint bier zoals de traditie het wou.
Een trap en een pad werden gebouwd in de toren en toen de timmerlieden hun werk hadden
gedaan was het de beurt aan de dakwerkers. De leien werden aangebracht via het Lieve Kanaal
van Gent naar Balgerhoeke waar ze werden overgedragen van de boten,vele boeren stonden
daar al te wachten met hun karren om de lading naar Maldegem te vervoeren.
Dit alles kon Maldegem zich veroorloven dankzij een belasting op de verkoop van bier en
andere alcoholische dranken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here