Wanneer ‘als’ en ‘dan’?

0
95

De mensen die houden van de Nederlandse taal en het juist schrijven ervan zullen zich de laatste tijd regelmatig ergeren. Nederlands is namelijk op veel scholen helemaal niet zo belangrijk meer. Op de opleiding bouw in Leeuwarden is men zelfs al druk bezig om vakken als Nederlands te vervangen door werkplaatsuren.
Opmerkingen als: ‘zij is groter als mij’ en ‘ik ben slimmer als haar’ zijn het gevolg. Waar of niet, in een brief of belangrijk gesprek staat dit slordig en dom. Wie zou niet eerder iemand aannemen met een nette foutloze brief, dan met een stukje vol fouten?

En dat terwijl de regeltjes over als en dan zo simpel zijn!

We nemen het voorbeeld van net; zij is groter als mij. Daar zit verschil in. Hij is kleiner. Zij is groter. Wanneer er verschil in zit, is het op een paar uitzonderingen na altijd ‘dan’. Zij is groter dan. Hij is kleiner dan. Wij zijn slimmer dan. Allemaal dan, omdat het om een verschil gaat.

Vervolgens geef je het verschil aan met jezelf. Zij is groter dan mij, of zij is groter dan ik. Welke zou het zijn? Ook hier is een hele simpele manier voor om uit te zoeken welke van de twee het moet zijn. Maak het maar eens langer: zij is groter dan mij ben? of zij is groter dan ik ben? Je hoort het meteen, dat moet de laatste zijn.

Geef je echter een vergelijking aan waarin iets gelijk is, even groot bijvoorbeeld, dan komt als om de hoek kijken. ‘Dat boek is even dik als dat van hem’.

Hopelijk hebben jullie lezers evenveel aan deze uitleg als jullie hadden gehad aan een les op school!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here