Drop

0
1964
blog placeholder

Hoewel Nederlanders met een consumptie
van meer dan 33 miljoen kilo per jaar wereldkampioen drop-eters zijn,
is drop geen Nederlandse uitvinding. Wel is Nederland tegenwoordig de
grootste drop-producent van Europa, naast Spanje en Duitsland. Er zijn
zoveel soorten drop, dat je je als drop-liefhebber nooit hoeft te
vervelen. Maar hoe is dit lekkere snoepje ontstaan?

De geschiedenis van drop
Ons dropje heeft al een lange, deels
vloeibare, geschiedenis achter de rug. Het basismateriaal van drop,
het sap uit de wortels van de zoethoutplant, werd al ver voor het
begin van onze jaartelling gebruikt als medicijn, onder andere bij
verkoudheden en maagklachten. De slijmoplossende eigenschappen van
het sap waren bekend bij de volken rond de Middellandse zee, zoals de
Egyptenaren, de Assyriërs, de Grieken en de Romeinen. In de
Middeleeuwen kregen medicijnen gemaakt van de zouthoutwortel echter
een slechte naam. Omdat zij altijd zwart van kleur zijn werden zij
door de vrome Middeleeuwers met de duivel geassocieerd. In de periode
erna maakte men zich daar gelukkig minder druk om en steeg de
populariteit van zoethout-producten weer. In 1731 lukte het de
Italiaanse apotheker Giorgio Amarelli om het sap te verwerken tot een
vaste stof. Deze werd Glycyrrhiza glabra genoemd, de Latijnse
apothekersnaam voor drop. Enkele tientallen jaren daarna produceerde
de Britse apotheker George Dunhill drop-artikelen. Aanvankelijk nog
steeds als medicijn, maar nadat hij er suiker aan toevoegde werden
zijn dropjes ook door gezonde mensen erg gewaardeerd. Dankzij de
apothekers Amarelli en Dunhill kunnen we nu ongelimiteerd genieten
van Griotten, Autodrop, Bruine beertjes, Boerderijdrop, Duimdrop,
Dropsleutels, Dropveters, Engelse drop, Muntdrop, Zoute haringen,
Honingdrop, Jujubes, Katjesdrop, Kokindjes, Laurierdrop, Menthol
kruisdrop, Tikkels, Trekdrop, Wybertjes, Zoete drop, Zoute drop en
Dubbel zoute drop, diverse soorten Salmiakdrop en Zwart-witpoeder, om
een greep uit het assortiment te nemen. Voor de echte dropverslaafde
is er ook nog een likeur met dropsmaak, genaamd Dropshot.

De productie van drop
Nog steeds word drop gemaakt van het
wortelsap van de zoethoutplant Glycyrrhiza glabra, een lid van de
Vlinderbloemfamilie. Zoethoutplanten worden gekweekt in landen als
Spanje, Italië, Griekenland, Irak, Syrië en China. Na de oogst
worden de wortels gedroogd, geraspt en gekookt, wat een dikke zwarte
vloeistof oplevert. Deze wordt in blokken gegoten en afgekoeld,
waarna het “blokdrop” heet. De blokken worden naar de
dropfabrieken, bijvoorbeeld in Nederland, gebracht waar ze weer
vloeibaar gemaakt worden. Vervolgens wordt er bij dit basismateriaal
salmiak, het zout smakende ammoniumchloride, en suiker of een andere
zoetstof gevoegd. Plus andere smaakmakers, zoals honing of menthol.
Traditioneel werd de drop gebonden met Arabische gom. Tegenwoordig
wordt dit alleen nog in kwaliteitsdrop gebruikt en wordt de meeste
fabrieksdrop gebonden met het goedkopere zetmeel of gelatine. Nog
steeds vloeibaar, wordt de drop in de specifieke vormen gegoten,
gedroogd en tot slot worden de dropjes glimmend gemaakt met olie of
bijenwas.

Tot slot
Hoewel ons dropje zijn loopbaan als
medicijn is begonnen, is men tegenwoordig bewust van de
gezondheidsrisico’s van het verorberen van grote hoeveelheden drop. Het glycyrrhizinezuur in het
zoethoutextract kan bloeddrukverhogend werken. Vroeger dacht men dat
dit effect werd veroorzaakt door de toegevoegde salmiak. Tegenwoordig
vermoedt men dat het glycyrrhizinezuur verstorend werkt op de
hormonen die de zout- en waterhuishouding in het lichaam regelen. Dus
zelfs van onschuldig snoepgoed als drop mag je alleen met mate genieten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here