De houtkachel en het gezonde verstand.

0
1174
blog placeholder

Er wordt in Nederland nog wel eens hoog opgegeven over de tegelkachel. Deze kachel komt als primaire warmtebron voor in landen met véél bossen en met lange, extreem koude winters. U zult dan met mij mee denken aan Noorwegen, Zweden, Finland, Rusland, Oost-Europa en verder alle landen met een landklimaat.
In deze landen blijft zo’n kachel permanent vier maanden branden.
Nederland heeft een zeeklimaat, weinig bos, relatief zachte winters en nog steeds veel aardgas. In Nederland is het verboden om te sprokkelen! Open haardhout (loofhout) is eigenlijk net zo duur als aardgas, gesteld de houtkachel moet net zoveel calorieën afgeven als een gaskachel of een cv. Meestal verwarmt een houtkachel slechts de ruimte waarin hij staat. Mogelijk dat er dan een studerende puber naar beneden komt om te vragen of die cv niet wat hoger kan!

Eerst eens wat technische zaken.
Vanuit energiehuishouding gedacht is het eigenlijk in deze crisistijd van de gekke dat er nog vuurkorven en voorzetopenhaarden (dat is een stalen ‘open’haard) gestookt worden als gezelligheidsbron of luxe.
In Duitsland is het nu al verboden om vuurkorven, open haarden en houtkachels te stoken: slechts hoogrendements hout (cokes)kachels en tegelkachels zijn nog maar toegestaan.
Een kachel geeft pas warmte af als hij één graad warmer is dan zijn omgeving. Die omgeving bestaat uit een x-aantal kubieke meters lucht, meubels (textiel, hout en staal) , muren, plafond, vloeren en mensenvlees. Een gas opwarmen gaat sneller dan een steen, dus ook een speksteen of een tegel. Hoe meer massa de kachel aan staal en steen bezit, deste meer hout er in gestopt moet worden om hem op temperatuur te krijgen.
Houtsoorten verschillen in calorische waarden: een vuistregel is dat hoe zwaarder het hout, deste meer warmteafgifte.
Vuren is minder dan eiken, en dat is weer minder dan bijv. azobé (s.g. 1).
Hoe meer warmteafgifte, deste meer lucht toegevoerd moet worden.
Het stoken van een houtkachel kost ook fysieke energie: een stuk hout dat ik stook, is al minstens acht maal door mijn handen gegaan, vanaf binnenhalen via klieven tot in de stookruimte leggen.
Houtstoken kost ook vooraf geld: een trekzaag, een kettingzaag en een kliefbijl.

De eerste vraag van elke houtkachelverkoper luidt: “Is het een primaire warmtebron of is het bijstook?”
Ik ga er hier bij uit dat het een primaire warmtebron betreft. Dat heeft als consequentie dat het een hoogrendementskachel moet zijn (vs. het turbosysteem: als de kachel op temperatuur is, kan de primaire inlaat afgesloten worden en zorgt de secundaire ervoor dat een deel van de rookgassen opnieuw de verbrandingsruimte in gaan) met 80% TNO-warmteafgifte.
Nu wil ik hier stellen dat het stoken van hout alles te maken heeft met het beroep (aan huis of elders), het inkomen (een hoog inkomen wil een vlammetje als bijverwarming, tenzij je studerende pubers hebt: dan kost het energieverbruik dubbel), de mentale instelling en burgerlijke gevoelens te maken hebben!
De ideale houtstoker is een single of stel die aan huis werken, over weinig vaste inkomsten beschikken, gratis over stookhout kunnen beschikken en fysiek gezond zijn. Ze moeten een goed boerenverstand hebben. Ze moeten een rationele afweging kunnen maken tussen input en output: hoeveel moeite en tijd kost het om in onze zachte winters die HR-kachel permanent te laten branden (500 cc tropisch hardhout brandt één uur) en hoeveel warmteafgifte is het resultaat? Deze houtstokers moeten levendig zijn: ze moeten er steeds aan denken om die kachel bij te vullen.
Ze zullen er achter komen dat voordat je een HR-kachel stookt (hout, zaagsel, cokes of verdroogde hondebotten) je vloeren, dak en ramen moet isoleren. Je zult op goede voet moeten staan met buurtgenoten, die hun hout op de zolder willen opruimen.

Ooit metselde ik een open haard dicht omdat er niet tegenaan te stoken was en het levensgevaarlijk was.
Mijn schoorsteen heeft dus een brede doorgang, dus perfecte trek. Er kwam een houtkachel voor: Nederlands fabrikaat, die na 5 jaar totaal kromgetrokken en kapotgeroest was: van achter ging de pijp (doorsnede 15 cm.) direct de schoorsteen in. In de tussentijd werd in een andere kleine kamer (40 kubieke meters) een in het Verre Oosten gemaakte gietijzeren kachel naar een voorbeeld uit Noord-Amerika geplaatst, met een pijpdikte van 12,5 cm.
Hij doet het prachtig: deze kleine onooglijke gietijzeren mastodont is bescheiden dus goed.
De voorzet-openhaard werd vervangen door een zeer dunne plaatstalen kachel zonder glas die ontwikkeld was door een soort “Heide-Maatschappij” uit het Noorden. Direct warmteafgifte, totale verbranding dus pretentieloos uitmuntend. Maar ik begon die zichtbare vlam te missen.
Uiteindelijk een dure aanschaf voor een Scandinavisch HR-houtkachel van RVS gedaan. Na twee jaren had ik alle aanschafkosten eruit en wij betalen nu nog maar E. 35 per maand aan energie.
Voor een vrijstaande woning uit 1760, zonder spouwmuur, met optrekkend vocht in alle muren, maar wel met vloeren, ramen en dak geïsoleerd.

Achter elk product dat de mensheid ooit maakte, zitten simpele verstandelijke overwegingen. Wie gaat er nu in Nederland een Amerikaanse slee rijden: hij gebruikt teveel benzine, hij is te groot bij het inparkeren en mensen kijken écht niet meer naar je.
Bezint voor U begint aan een houtkachel. Weeg alles af: input en output.
En als U dan toch: neem dan een HR-hout/cokeskachel met een groot glas (30×40) in de deur. Die infrarood straling is weldadig, vooral als Uw rug soms opspeelt. Zelfs de liefde bedrijven op een matras voor zo’n houtkachel is dubbel gezond! Daar kan geen tegelkachel tegenop. Omdat een tegelkachel zoveel massa bezit (ze zijn ook loodzwaar) dat tegen de tijd dat U hem op temperatuur heeft, Uw geliefde al slaapt.
U kunt ook koken op zo’n kachel: even op het fornuis alles aan de kook brengen en dan op de kachel ermee!
Het stoken geeft wel veel stof (fijnstof) dus U mag niet allergisch zijn.
Houtstoken is zgn. energie-neutraal, oftewel: het stoken geeft net zoveel CO2-uitstoot als dat de boom verrot.
Maar het zou mooi zijn als TNO  eens een roetfilter ontwikkelde voor in de pijp: die wij trouwens na één meter omlaag ‘knepen’ van 15 cm. doorlaat naar 12,5 cm. doorlaat. En met twee bochten erin: hoe meer meter pijp zich in de kamer bevindt, deste groter het rendement. Hoe trager de uitstoot en hoe warmer het wordt!

Tegelkachels zijn zeer zeker mooi. Elke tegelkachel in Nederland is een bijstookkachel: het is voor het mooi en ze overspoelen de Nederlandse markt omdat Scandinavië genoeg fossiele brandstoffen heeft. Die Scandinaviërs lozen ze
als relicten van een armoedetijd en dan komen deze producten hier als luxe-bijverwarmer! Nederlanders blijven handelaren.Maar ik wil hier stellen dat wie een tegelkachel koopt, die ontworpen zijn als primaire verwarmingsbron, om hem te gebruiken als primaire of secundaire warmtebron, een persoon is die niet bestaat.De tegelkachelverkoop in Nederland is windhandel, net als de derivatenhandel waardoor we nu in een financiële crisis zitten!
Ik wil hier wel even het balletje opgooien dat Scandinavische tegelkachels een bron van scheidingen kunnen worden.
Bezint voor gij met houtstoken begint.
Ook brandende kaarsen kunnen mooi zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here