Kinderen eerlijk leren zijn

0
24

 

Er zijn verschillende factoren die bepalen of een kind eerlijk is. Dit is o.a. afhankelijk van de opvoeding, het karakter van een kind, de mensen met wie een kind omgang heeft en bepaalde moeilijke omstandigheden waarin een kind kan verkeren. Ouders kunnen invloed op het gedrag van hun kinderen uitoefenen door ze het goede voorbeeld te geven.

 

Eerlijk gedrag

 

Een kind vertoont eerlijk gedrag als het de waarheid spreekt, open, betrouwbaar en rechtvaardig is. Ieder kind liegt wel eens of vertelt een leugentje om bestwil. Ouders hoeven zich daar niet meteen zorgen over te maken. Het wordt anders wanneer het kind veel liegt of grensoverschrijdend gedrag vertoont. Dan is het noodzakelijk om in te grijpen om daarmee erger te voorkomen. Kinderen vertonen op steeds jongere leeftijd crimineel gedrag. Naarmate ze ouder worden wordt dat er niet beter op.

 

Onder grensoverschrijdend gedrag wordt o.a. pesten, liegen, onbeschoft zijn, vernielen, mishandelen en diefstal verstaan. Uit onderzoek is gebleken dat de meeste ouders van kinderen die de fout in zijn gegaan zwakke opvoedingsvaardigheden hadden. Ze waren inconsequent of gaven te zware straffen, ze boden onvoldoende toezicht en waren te weinig op een positieve manier betrokken bij hun kind.

 

Een kind heeft een grotere kans om zich tot een crimineel te ontwikkelen naarmate er meer risicofactoren aanwezig zijn zoals geldproblemen. Als het kind opgroeit, nemen de risicofactoren toe.

 

Een aantal redenen waarom kinderen liegen zijn:

–         De angst om straf te krijgen.

–         Omdat ze bij de groep willen horen.

–         Ze willen hun onzekerheid verbergen.

–         Ze schamen zich.

–         Ze willen indruk maken.

–         Omdat ze geen zin hebben in gezeur.

–         Om een ander niet teleur te stellen.

 

Leeftijd

 

In de eerste levensjaren van een kind wordt de basis gelegd om het kind op te voeden tot een eerlijk mens. Beschermende factoren in het leven van een kind bieden een goed tegenwicht voor de risicofactoren. Een kind dat opgroeit in een stabiele thuissituatie en een goede hechting heeft met de ouder heeft minder kans om oneerlijk of crimineel gedrag te gaan vertonen. Voor ouders is het belangrijk dat zij het kind voldoende zelfvertrouwen geven en dat ze duidelijke grenzen stellen.

 

Fasen in het geweten van een kind

 

–         Bij kinderen tot vier jaar is de ouder het geweten van het kind. Het kind is op zichzelf gericht en de ouder geeft het goede voorbeeld.

–         Kinderen van vier tot zes jaar weten nog niet waarom iets wel of niet mag maar door de goed of afkeuring van de ouder leren ze zich daarnaar te gedragen.

–         Bij kinderen van zes tot acht jaar ontwikkelt het rechtvaardigheidsgevoel zich. Kinderen gaan vergelijken.

–         Kinderen van negen tot twaalf jaar kunnen zelf bedenken wat goed en fout is en waarom, ze kunnen zich in een ander inleven en ze willen bij de groep horen.

 

Jonge kinderen kunnen fantasie en werkelijkheid nog niet goed van elkaar scheiden. Vanaf een jaar of 7-8 kunnen kinderen zich in een ander verplaatsen en bewust liegen. Ouders kunnen grenzen aangeven door niet te veel regels te stellen maar daar wel consequent in te blijven. Dit werkt beter dan overmatige controle of door het kind zijn gang maar te laten gaan.  Zo bouwen kinderen zelfvertrouwen op en worden ze zelfstandig.

 

Het stimuleren van eerlijk gedrag

 

–         Geef het kind de kans om de waarheid te vertellen, help het daarbij door vragen te stellen en houd daarbij voor ogen dat elk kind wel eens wat doet .

–         Beloon eerlijk gedrag en keur oneerlijk gedrag af. Verbind consequenties aan oneerlijk gedrag en laat het kind het goedmaken.

–         Vertrouwen in het kind hebben is belangrijk.

–         Laat het kind nadenken over de gevolgen van zijn oneerlijke gedrag ten opzichte van een ander.