Wie was Andy Warhol?

0
180
blog placeholder

De excentrieke Amerikaanse kunstenaar, publicist, acteur, filmmaker en muziekproducer Andy Warhol wordt gezien als een van de origineelste en invloedrijkste kunstenaars van de Pop-artbeweging in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Een aantal van zijn beroemde plaatjes zul je vast wel kennen, zoals de contrastrijke, fel gekleurde portretten van Marilyn Monroe, schilderijen van soepblikken en colaflesjes en de banaan op de cover van “The Velvet Underground and Nico”.

Andy Warhol’s levensloop

Andy Warhol werd op 6 augustus 1928 als Andrew Warhola geboren in Pittsburgh in de Verenigde Staten. Zijn ouders waren Slowaakse immigranten en zijn vader Ondrej werkte in de kolenmijnen van Pennsylvania. De kleine Andy gaf al jong blijk van artistiek talent en ging kunst studeren in Pittsburgh aan het Carnegie Institute of Technology, tegenwoordig de Carnegie Mellon University.

Het onconventionele karakter van Andy deed zich hier al gelden, want zijn meest opvallende werk tijdens zijn opleiding waren twee zelfportretten, waarop hij in zijn neus peuterde. Na de opleiding

verhuisde Andy Warhol in 1949 naar New York, maar hij carrière maakte in de reclame- en tijdschriftenbrance. In de zestiger jaren begon hij met het schilderen van typisch Amerikaanse producten zoals de Campbell’s soepblikken en de Colaflesjes. Daarnaast begon hij de zeefdruktechniek te onderzoeken en maakte van zijn eigen kunst een massaproduct. In “The Factory” maakte een team van assistenten, of “kunstarbeiders” onder zijn supervisie zeefdrukken, boeken, tijdschriften en films. De studio, gevestigd in een oude pettenfabriek, was behalve een kunstfabriek ook een ontmoetingsplaats voor een bont gezelschap van popartiesten, fotomodellen, homo’s, travestieten en junks, allen ruim voorzien van artistieke pretenties. Na een paar jaar verplaatste Andy Warhol het gebeuren naar een kantoorpand, dat hij “The Office” noemde en waar ook de redactie van het door hem opgerichte magazine “Interview” werd gevestigd.

Het zootje ongeregeld dat rondhing in The Factory, waarvan overigens een aardig beeld wordt geschetst in de film “The Doors” van Oliver Stone uit 1991, zorgde niet alleen voor veel inspiratie, maar ook voor problemen. Zo werd hij in 1968 neergeschoten door de feministische schrijfster Valerie Solanas. Hij raakte daarbij zwaar gewond en werd zelfs klinisch dood verklaard in het ziekenhuis. Zelf leed hij de rest van zijn leven aan de fysieke gevolgen van de schietpartij en The Factory werd veel meer afgeschermd, wat natuurlijk het einde betekende van de wilde jaren en ongebreidelde inspiratie en kruisbestuiving. In de jaren zeventig werd de kunst van Andy Warhol dan ook minder provocerend en een stuk commerciëler. Hij zocht vooral naar bekende en rijke mensen van wie hij een portret kon maken, zoals Liza Minnelli, John Lennon, Mick Jagger en Diana Ross. Daarnaast publiceerde hij in 1975 het boek “The Philosophy of Andy Warhol” met zijn ideeën over kunst en het leven. In 1987, op 58-jarige leeftijd, overleed Warhol in New York. Hij stierf aan een hartstilstand terwijl hij herstelde van een simpele operatie aan zijn galblaas, mogelijk wegens nalatigheid van het ziekenhuispersoneel. Andy werd begraven in Bethel Park, ten zuiden van Pittsburgh. Het veilinghuis Sotheby’s had maar liefst negen dagen nodig om zijn nalatenschap, een gigantische verzameling kunst en prullaria ter waarde van rond de twintig miljoen dollar, te veilen. 

Het werk van Andy Warhol

Voordat Andy kunstschilder werd, had hij al een verdienstelijke reputatie als commercieel illustrator, met name voor schoenenwinkels. Hij omarmde een nieuwe kunststroming, die later Pop-Art genoemd zou worden. Hierin werd de schoonheid gezocht van alledaagse voorwerpen als colaflesjes, likdoornpleisters, stofzuigers en korsetten. Later gebruikte hij al even typisch Amerikaanse cultuurproducten, namelijk afbeeldingen uit stripverhalen zoals Superman en Popeye. Aanvankelijk schilderde hij met de hand, en voegde opzettelijk verfdruipers toe, die verwezen naar het abstracte expressionisme van Jackson Pollock en Willem de Kooning. Hierna sloeg hij de strakkere richting in, en schilderde voorwerpen waar hij persoonlijk een binding mee had. Voor zijn eerste grote tentoonstelling, niet in New York maar in Los Angeles, schilderde hij de beroemde Campbell’s soepblikken waaraan hij goede herinneringen aan bewaarde. De serie bestaat uit tweeëndertig varianten, die alleen verschillen in de naam van de soep, tomatensoep, kippensoep, aspergesoep, etc. Op de expositie werd dan ook nogal wisselend gereageerd, maar Andy werd er wereldberoemd mee en ontwikkelde er zijn latere stijl uit. Hij verving het handmatig schilderen door zeefdruk en zijdedruk en had meerdere assistenten in dienst. Later werd Warhols kunst steeds conceptueler, zoals de serie “Do-It-Yourself” schilderijen, behangpapier met koemotief en schilderijen met geoxideerde urinevlekken. Deze werken, en de wijze waarop ze tot stand kwamen, weerspiegelden de sfeer in The Factory.

Nadat Marilyn Monroe in 1962 overleed, maakte Warhol een grote serie portretten in zijdedruk van haar. Zij zijn allen gebaseerd op maar een oude foto, maar van voorzien van verschillende kleuren. Ook deze portretten zijn wereldberoemd geworden.

Behalve met schilderen, fotograferen, tekenen en beeldhouwen, was Andy Warhol een productieve filmmaker. Tussen 1963 en 1968 maakte hij honderdzestig films, die overeenkomsten hebben met zijn schilderijen in die zin dat er veel herhalingen in voorkomen en subtiele veranderingen. Beroemde films van zijn hand zijn “Sleep”, met acht uur lang een slapende man in beeld, “Blow Job”, een voortdurende close-up van Tom Baker’s gezicht terwijl hij oraal wordt bevredigd en “Blue Movie”. Ook zette hij in zijn productieve filmjaren beroemde bezoekers van The Factory voor de camera voor meestal statische portretten van bijna drie minuten, die hij “screen tests” noemde. In dit verband is interessant dat Andy Warhol heeft voorspeld dat in de toekomst iedereen vijftien minuten wereldberoemd zou kunnen zijn. Met alle praatprogramma’s, talentenjachten en Big Brother-achtige programma’s van tegenwoordig, is deze voorspelling uitgekomen.

Qua muziek was Andy Warhol in de zestiger jaren de ontdekker van de legendarische groep The Velvet Underground. Tevens was hij de producer van hun eerste album “The Velvet Underground and Nico” en ontwierp de cover ervan. Ook voor de Rolling Stones ontwierp hij covers, voor de albums “Sticky Fingers” en “Love You Live”. Hij was bevriend met veel artiesten, waaronder Bob Dylan en John Lennon en het album “Songs for Drella” uit 1990, van Lou Reed en John Cale, is een ode aan Andy. Drella, een samenvoeging van Dracula en Cinderella ofwel Assepoester was een bijnaam van Andy Warhol.

De betekenis van Warhol’s werk

De bankbiljetten, stripfiguren, voedselverpakkingen, damesschoenen, alledaagse objecten en beroemdheden die Andy schilderde, vertegenwoordigden voor hem voor de Amerikaanse culturele waarden. Tegenwoordig geeft zijn werk een prachtig beeld van de populaire Amerikaanse cultuur uit zijn tijd. Het Andy Warhol Museum in Pittsburgh, Pennsylvania, herbergt een groot deel van zijn veelzijdige nalatenschap, meer dan twaalfduizend werken. Het is daarmee het grootste Amerikaanse museum dat is opgedragen aan maar een enkele kunstenaar. Daarnaast is zijn werk te bewonderen in de Fine Arts Museums of San Francisco en de New Yorkse musea Museum of Modern Art en het Metropolitan Museum of Art. Dichter bij huis kun je terecht in het Stedelijk Museum van Amsterdam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here