Wat zijn sprookjes

0
43

Sprookjes zijn verhalen die van generatie op generatie worden door verteld. En zoals bij endere kunstwerken is de diepere betekenis van een sprookje heel persoonlijk. Voor elk mens anders, maar ook anders voor dezelfde mensen in verschillende monenten van zijn leven. Dat hangt af van behoeften, belangen en stemming van de mensen, die het sprookje lezen of horen. Hoewel sprookjes geen verhalen zijn uit het werkelijke leven, vertellen ze toch de innerlijke waarheid van de mens. Het verhaal contfronteert de mens met zijn fundamentele behoeften. Het neemt bang zijn serieus. Het zijn verhalen, waar zelfs een kind zich in herkent. De symboliek van de taal begrijpt een kind intiütief. De meeste sprookjes vertellen iets van de exsistentie van de mens. Het spreekt de taal van  het onderbewuste. Leugen en list wordt duidelijk gesteld tegenover waarheid en eerlijkheid. Het verhaal laat de gevolgen zien.

De oudste sprookjes en volksverhalen laten niet alleen de moeilijkheden uit het leven zien, maar ook de wegen naar succes. Sprookjes vertellen van het leven in kleurrijke en beeldende woorden, laten duidelijk de angsten en verwachtingen van de personages zien. Maar ze laten ook het goede van het leven zien, dat je je kunt ontwikkelen, je sterk kunt ontwikkelen en vol vertrouwen kunt zijn naar de toekomst. Daarom is het van belang, dat een sprookje een goed en prettig einde heeft.

Sprookjes en kinderen

Sprookjes hebben een bijzonder verrijkend effect op de mens en zeker ook op kinderen. Ze helpen het kind zijn fantasie te gebruiken en te ontwikkelen en emoties te ervaren. Ze zijn plaatjes van het leven. Kinderen zijn nieuwsgierig en willen weten hoe het leven in elkaar zit en wat belangrijk is. Ze zijn geïnteresseerd in wat wel en niet goed is en zien dat in het sprookje. Ze voelen heel goed aan wat goed en slecht is, wie de goede en de slechterik is in het verhaal. Hoewel er niet rechtsstreeks wordt verteld in een sprookjes, wie goed is en hoe het slechte overwonnen kan worden, zien kinderen het voor zich door de acties van de personen of dieren in het verhaal.
Of het kind het op zichzelf betrekt hangt af van de fantasie van het kind. Door het verhaal gaat het kind de confrontatie met zijn eigen angst aan. Het zal er niet banger van worden, maar sterker. Want de angst wordt altijd symblisch weergegeven in een sprookje en de slechte personages worden altijd door de goed overwonnen. Heel belangrijk is de held uit het verhaal, want daarmee zal het kind zich kunnen identificeren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here