Jezus en de fiscus

0
971
blog placeholder

Boverstaande is de kern van de boodschap van Jezus. Het is een opdracht, die iedereen wel aanspreekt, vooral voor een ander. Het volk Israël was bezet door de Romeinen. De belasting, die betaalt moest worden was dan ook aan de Romeinen. Ze wilden weleens weten hoe Jezus over deze Romeinen dacht en hoopten, dat Hij iets zou zeggen, dat tegen Gods wil in zou gaan, iets waarop ze Hem konden pakken. Lees het verhaal, Mattheüs 22 vers 15 – 22: 15 Nu trokken de farizeeën zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken. 16 Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen. 17 Zeg ons daarom wat u vindt: is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?’ 18 Maar Jezus had hun boze opzet door en zei: ‘Waarom stelt u me op de proef, huichelaars? 19 Laat me de belastingmunt zien.’ Ze reikten hem een denarie aan. 20 Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ 21 Ze antwoordden: ‘Van de keizer.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ 22 Ze waren zeer verbaasd toen ze dit hoorden. Ze lieten hem staan en gingen weg.

In de laatste week, voor Hij zou worden verraden en gedood zou worden, bracht Jezus veel tijd door in de tempel en gaf de mensen onderricht. De schrijver Mattheüs besteed drie hoofdstukken aan deze leringen van Jezus. Op een gegeven moment gaan de Farizeeën in gesprek met de aanhangers van Herodes, de stadhouder van Israël, en bedenken een plan om Jezus er in te laten trappen.
Vertel ons eens, is het geoorloofd om belasting aan de keizer te betalen? Dit was een groot vraagstuk in die tijd, want het land was immers bezet en niemand wilde graag geld aan de keizer betalen. En wat Jezus ook zou zeggen, ja of nee, er zou altijd wel een groep mensen zijn, die Hem dan zou bekritiseren.
Maar Jezus doet heel wat anders dan ze hadden verwacht. Hij vraagt of Hij een munt mag zien. Toen brachten ze hem een munt en vrioeg hen wiens beeltenis er op stond. Dat was duidelijk, op de munt stond een afdruk van de keizer. Dan zegt Hij: Geef dan de keizer wat van de keizer is en aan God wat God toebehoort.
Ze vallen stil en lopen weg, ik vind het een geweldig antwoord. Betaal gewoon je belastingen. Gehoorzaam gewoon de wetten van het land waarin je woont. Geen gehuichel, geen vroom gekronkel en probeer geen manieren te bedenken om er onderuit te komen. Betaal je belastingen en ga verder met de meer belangrijkere zaken van het leven. Het belangrijkst is, dat je er niet druk over moet maken, maar gewoon doen, het hoort erbij. Als je het zo leest, lijkt belasting betalen zelfs een wegwerpartikel. Daar maak je geen woorden aan vuil. Daarna zegt Hij, geef aan God wat God toebehoort. Wat behoort God toe? Alle dingen. Hij is de Schepper van hemel en aarde en de mens. Hij heeft recht op mijn volle aandacht en inzet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here