De omvang van de failliete boedel

0
85

Hoofdregel: alle vermogensbestanddelen van de failliet
De debiteur, de failliet, staat met zijn gehele vermogen in (artikel 3:276 BW). Het faillissement omvat in beginsel dan ook het gehele vermogen van de failliet ten tijde van de faillietverklaring en omvat hetgeen de failliet gedurende het faillissement verwerft (artikel 20 Fw). Op grond van het volgende wetsartikel, 21 Fw, blijft buiten beschouwing onder meer de bed, het beddegoed, de kleren en de etensvoorraad die in het huis aanwezig is. Daarnaast vallen de gelden die de failliet krijgt ter voldoening aan een wettelijke onderhoudsplicht, buiten de boedel.

Andere gevallen
Er doen zich ook gevallen voor die minder duidelijk zijn. Indien de failliet voor faillietverklaring een goed heeft gekocht en deze ook geleverd heeft gekregen, maar de koopsom er niet van heeft betaald, dan wordt het goed meegerekend in de boedel. De reden hiervoor is dat de failliet rechthebbende is, naar het recht genomen is voldoening van de koopsom geen voorwaarde om eigendom te verkrijgen. Stel meneer Jansen koopt door een speciale actie, een televisie voor €500 in juni 2009 bij een winkel, genaamd Elekwinkel. Deze speciale actie houdt in dat iedereen die boven de €400 een aankoop doet, dit bedrag niet per direct hoeft te voldoen. In augustus 2009 wordt meneer Jansen failliet verklaard. De televisie heeft hij al sinds juni 2009, maar hij heeft daar nog niet voor betaald. Volgens deze regel, valt de televisie in de boedel. Wat moet nu Elekwinkel? Deze kan de koopovereenkomst ontbinden en eventueel schadevergoeding vragen. Aangezien meneer Jansen failliet is, dient Elekwinkel zijn vorderingen ter verificatie in te dienen en verkrijgt hij daarmee een persoonlijk recht. Zijn vorderingen zullen slechts voldaan worden als de boedel genoeg baten omvat.

Andersom, wanneer de failliet niet koopt maar verkoopt: goederen die de failliet voor faillietverklaring heeft verkocht, maar nog niet heeft geleverd, behoren eveneens toe aan de failliet. De levering kan niet meer plaatsvinden nu de failliet door de faillietverklaring beschikkingsonbevoegd is geworden. Indien meneer Jansen zijn televisie wil verkopen en deze op het internet aanbiedt, maar nog niet heeft overgedragen aan de aanvaarder/koper, dan valt de televisie in de boedel.

Wanneer er sprake is van mede-eigendom, in de zin van artikel 5:15 BW, dan is ieder van de eigenaar tot gelijke delen gerechtigd. Het deel dat aan de failliet toekomt, valt in de boedel. Deze redenering gaat op voor zaken zoals graan en olie (vloeistoffen). Voor geld ligt het anders, deze valt gewoon in de failliete boedel tenzij er sprake is van afgescheiden vermogen. Dit afgescheiden vermogen valt dan niet in de boedel als dit vermogen is gevormd op de door de wet toegestane wijze. Men kan dan denken aan de kwaliteitsrekening en de derdengeldenrekening die notarissen en advocaten gebruiken voor het geld van hun klanten. Een incassoburo die een aparte rekening heeft geopend voor zijn klanten en vervolgens failliet gaat, wordt alsnog geconfronteerd met het feit dat die rekening in de boedel valt. Stel meneer Jansen en zijn buurvrouw Truus verbouwen allebei tarwe. Aangezien meneer Jansen genoeg ruimte heeft in zijn schuur, geeft mevrouw Truus aan meneer Jansen 50 kilo graan. Meneer Jansen gaat failliet, en er blijkt 60 kilo graan te zijn, dan is 30 kilo graan voor Truus (en valt niet in de boedel) en 30 kilo graan van meneer Jansen (valt wel in de boedel).

Koopt de debiteur in opdracht van, een goed voor faillietverklaring en krijgt hij deze geleverd na de faillietverklaring dan valt het goed NIET in de boedel. Stel mevrouw Truus heeft haar been gebroken en vraagt meneer Jansen om voor haar een paard te kopen. Meneer Jansen gaat failliet, dan valt het paard niet in de boedel.

Bij de erfgenaamschap is het de curator die besluit of de nalatenschap wordt verworpen of wordt aanvaard. Het aanvaarden is benificiair en niet zuiver. De nalatenschap valt in de boedel. Eveneens valt de levensverzekering die voor de faillietverklaring is gesloten in de boedel.

Een verhaal apart is wanneer er sprake is van een huwelijk. Indien het echtpaar getrouwd is in algehele gemeenschap van goederen, dan is er sprake van gemeenschappelijk eigendom. Alle gemeenschapsgoederen vallen in de boedel. De partner van de failliet is net als de failliet zelf beschikkingsonbevoegd, dit om te voorkomen dat er goederen aan de boedel worden onttrokken. Echter wordt de partner niet aangemerkt als failliet. Indien de partner privé-eigendom heeft, en dit ook kan bewijzen, dan valt dit uiteraard niet in de boedel. Bij uitsluiting van iedere gemeenschap heeft iedere partner een eigen privé-vermogen. Het faillissement treft het vermogen van de failliet. In theorie klinkt dit makkelijker dan dat het is, want hoe weet men nou wat van de failliet is en wat van de partner? Het feit dat de auto van de partner is en zij/hij dit ook kan aantonen door middel van een bon, betekent nog niet dat de auto niet in de boedel valt. De partner zal moeten bewijzen dat de auto gekocht is van het geld van de partner. Een voorbeeld om het helder te houden. Meneer Jansen is getrouwd met Linda, ze hebben geen huwelijkse voorwaarden opgemaakt, waardoor zij in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Linda werkt als secretaresse bij een schoonmaakbedrijf in een andere stad. Om elke dag heen en weer te kunnen reizen, maakt zij gebruik van een auto die zij voor haar huwelijk heeft gekocht. Meneer Jansen wordt failliet verklaard en de curator stelt dat de auto ook in de boedel valt. Indien Linda kan aantonen dat het haar auto is, dan valt het niet in de boedel. Eenzelfde geldt wanneer Linda en meneer Jansen bij uitsluiting van iedere gemeenschap zijn gehuwd. Stel dat Linda de auto na haar huwelijk had gekocht met het geld van meneer Jansen, dan valt de auto in de boedel. Kan zij aantonen dat zij de auto van haar eigen geld heeft gekocht, dan valt de auto niet in de boedel.  

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here