Luisteren naar anderen

0
903
blog placeholder

Van alle communicatieve vaardigheden is luisteren eigenlijk de moeilijkste. Je moet er namelijk jezelf voor opzij zetten. Tenminste als je met luisteren bedoeld: “Wat zegt de ander?” Als je met luisteren bedoeld: “Ik hoor wat je zegt.” Dan is luisteren niet veel meer dan de geluiden om je heen horen. Maar luisteren met het doel te begrijpen vraagt om meer dan simpelweg je oren gebruiken. Je moet er met je verstand bij zijn en interpreteren wat de ander zegt. Vandaar ook dat voor luisteren nog meer geld dan voor praten, dat je je in de ander moet verplaatsen. Vandaar ook dat voor luisteren die vijf elementen in wat een ander zegt nog belangrijker zijn, dan voor iemand die praat.

Communiceren

Luisteren en praten zijn de twee zijden van de medaille communiceren. Zonder een spreker en een luisteraar is er geen communicatie. Maar zonder een luisteraar die bewust luistert is er eigenlijk ook geen communicatie. Toch wordt er maar weinig nadruk gelegd op hoe moeilijk luisteren is, waar er duizenden trainingen zijn onder de naam communiceren die eigenlijk gaan over praten. Allemaal gericht op het zo goed mogelijk overbrengen van je boodschap. Je zou bijna kunnen zeggen:
Hoe breng je je boodschap over, rekening houdend met het feit dat je luisteraars alleen maar horen?
Vandaar ook dat sprekers adviezen krijgen over stemgebruik, inrichting van hun verhaal, gebruik van woorden, je publiek leren kennen.

Maar wat al die trainingen vergeten is dat het niet de spreker en zijn vaardigheid zijn die van belang is, maar de luisteraar. Want het is de luisteraar die het verhaal opnieuw betekenis geeft en niet de spreker.

Dus het bekende communicatie model van Marshall Mcluhan met boodschap, zender, medium, ruis en ontvanger is leuk, maar eigenlijk onvolledig, omdat de zender de belangrijkste deelnemer is in dit model. Maar hoe je je best ook doet als spreker, door je informatie op verschillende manieren te verpakken en dubbel te verzenden, het is de luisteraar die bepaalt wat hij hoort. Zelfs al stel je je als spreker in op je luisteraar en zijn voorkennis en vermogens, dan nog kun je niet bepalen wat hij hoort. Uiteindelijk is het dus de luisteraar die bepaalt wat er is gezegd en niet de spreker. Vandaar ook dat het begrip ontvanger niet zo goed is, behalve natuurlijk als je het model ziet als een technische handeling. Dan is de zender het radiostation en de ontvanger het radiotoestel.

De luisteraar

Als luisteraar heb je dus een belangrijke taak in het communicatieproces. Niet dat we daarom leren luisteren in onze opvoeding, want in onze opvoeding gaat het vaak meer om controleren dan zelfstandigheid creëren. Natuurlijk bestaan er ook wel een paar luister modellen, maar die gaan toch vaak meer uit van het zender model dan het menszijn.
Zo is er het LSD principe dat journalisten en therapeuten geleerd wordt. Waarbij LSD staat voor Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Vaak wordt dit model enigzins uitgebreidt met het idee van parafraseren of in je eigen woorden herhalen wat de ander zegt. Dan krijg je dus het LPSD model.

Een ander model stelt dat de spreker meer zegt dan hij zegt. De boodschap van de spreker bevat onder ander de boodschappen: Inhoud, Wij, Ik, Jij, Verzoek (IWIJV). Waarbij de Ik-boodschap gaat over de spreker zelf.
Hoe belangrijk vindt hij zichzelf?
Hoe voelt hij zich op dat moment?
Waar houdt hij zich op dit moment mee bezig?
De Jij-boodschap gaat over wat de spreker denkt van de luisteraar:
Ben jij wel de persoon waar ik mee moet praten.
Kan ik je vertrouwen om mijn boodschap te begrijpen.
Ben je wel instaat om mijn boodschap te begrijpen.
Je moet naar me luisteren.
De Wij-boodschap zou je ook de relationele boodschap kunnen noemen:
Ik vind je belangrijk, want ik wil je mijn verhaal vertellen.
Wij hebben een relatie, want ik vertel je mijn verhaal.
Het verzoek in de boodschap van de spreker is soms heel duidelijk, bijvoorbeeld als hij een vraag stelt. Maar soms zit het diep verborgen.
Je moet naar me luisteren.
Je moet me belangrijk vinden.
Je moet me helpen.
Je moet me antwoord geven.
Je moet me onbelangrijk vinden.
De inhoudelijke boodschap is vaak zo overduidelijk, dat de we de andere onderdelen over het hoofd zien. Waardoor we alleen ingaan op de inhoud van de boodschap, terwijl de spreker het eigenlijk wil hebben over één van de andere onderdelen. Vandaar ook dat het belangrijk kan zijn om te luisteren naar de toon van wat gezegd wordt of de lichaamstaal te observeren.

Maar wat in beide modellen, zowel het IWIJV als het LPSD model, wordt vergeten is de luisteraar zelf. Want het is de luisteraar die ondanks beide modellen moet interpreteren. Daarbij zit de luisteraar zichzelf in de weg, want hij luistert vanuit zijn eigen cultuur en ervaring, zelfs als hij gebruikt maakt van IWIJV en LPSD. Die persoonlijke achtergrond kan de luisteraar nooit uitzetten, die zit namelijk ingebakken in zijn manier van naar de wereld kijken. Zoals een man het moeilijk vindt om te begrijpen dat een vrouw op de werkvloer het niet leuk vindt om behandeld te worden als een seksobject. Zo bedoelde hij het toch helemaal niet, hij zag het als een compliment, niet begrijpend dat een object voor een levend wezen niet erg complimenteus kan zijn.

Conclusie

Luisteren vraagt dus om meer dan horen. Luisteren vraagt om bewust zijn van jezelf en je persoonlijke achtergrond. Het vraagt om vaardigheden als parafraseren, samenvatten en doorvragen, maar ook om begrijpen dat iemand meer zegt dan alleen maar de inhoud. Dat een spreker ook iets zegt over zichzelf, de luisteraar, de relatie en een verzoek doet. Maar bovenal betekent luisteren begrijpen dat om met elkaar te kunnen communiceren je elkaar als gelijkwaardig moet beschouwen, dus als luisteraar ben je net zo belangrijk als de spreker. Want zonder spreker is er alleen maar stilte en zonder luisteraar is er alleen maar geluid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here