De onderwereld

0
159
blog placeholder

De crimineel: ‘Ik ben altijd een manipulator geweest. Profileerde me altijd met groepen; Joegoslaven, Colombianen, mensen uit het zigeunerkamp en dan weer mijn eigen volk, Surinamers. Eigenlijk stond ik alleen, maar dat mag je nooit laten merken, dan ben je er geweest. Ik deed het uit zelfbescherming. Anderen hadden hun familie, neefjes, broers, ooms. Ik niet. Maar ik ben natuurlijk geen domme jongen, daarom zorgde ik er altijd voor dat ik mensen achter me had staan, die speelde ik dan tegen elkaar uit.

Ik kom uit een bepaald milieu, vanaf mijn twaalfde had ik al vriendjes die met drugs bezig waren. Ik weet nog dat de vader van een van mijn vriendjes de eerste methadonbus had opgericht. Ik was helemaal op de hoogte. Toch heb ik het van al mijn vriendjes het langste vol gehouden om niet te gebruiken. Ik weet wat het aanricht. Toen ik mijn eerste snuif nam, waren alle hekken van de dam. Ik ben altijd met drugs bezig geweest.

Toen ik een jaar of zeventien was kwam ik in een zelfhulpprogramma terecht. Ik was medeplichtig aan het vervalsen van cheques. Voor meer dan een miljoen. Ik mocht daar heen, omdat ik zei dat ik verslaafd was. In feite was dat ook zo, maar dat weet ik nu. Mijn moeder was toen een jaar in Suriname. Mijn zus lag daar in het ziekenhuis, ze had ternauwernood een ongeluk overleefd. Ik had het daar moeilijk mee, voelde me eenzaam. Op een ochtend ben ik een wandeling gaan maken, en zo naar huis gelopen. Ik had het gehad met het zelfhulpprogramma. Toen kreeg ik zes maanden voorwaardelijk.

Ik werd altijd graag gezien. Het plezier wat men wil, wist ik altijd te organiseren. Ik was eigenlijk de leider, ben ik altijd al geweest. Dat komt omdat ik alleen opereerde, ik kon ook altijd uit de handen van de politie blijven. Heb nooit vastgezeten, 28 dagen hooguit. Dan moesten ze me toch weer laten gaan. Er waren altijd drugs. Verkeerde in goede gezelschappen, op vrouwen maakte in ook altijd indruk. Toch ben ik nooit gelukkig geweest in de relatiesfeer. Wist nooit of het ze nou om mij ging, of om het geld. Ik maakte zo’n vier, vijfduizend gulden per dag.

Toch heb ik altijd een drang naar stabiliteit gehad. Ik ben altijd een vechter geweest van binnen. Kwam op voor de zwakkeren. De enige die ik pijn deed, was mezelf. Iedereen wilde dingen samen met me doen, ik ben meerdere malen compagnon geweest, ik had veel klanditie, veel activiteit. Ik deed alles op een eerlijke manier, wel illegale dingen natuurlijk. Maar toch, ik heb iedereen altijd gewaardeerd. De meesten zijn niet zo, die beroven je gewoon waar je bij staat. Heb je ze net een bord eten gegeven, rennen ze weg met een zak wiet die je in de gang hebt liggen. Helemaal georganiseerd, staat er buiten een auto klaar, alles. Dat soort dingen.

Ach, ik was nog groen en onverantwoordelijk. Ging slordig met de dingen om. Ik had op een gegeven moment de zaak, een coffeeshop, en ik was vader geworden. Ik werd serieus, begon me dingen te beseffen. Ja, en toen kwam de klap. Ze hadden het op me gemunt. Iedereen ging mijn gangen na. Ik ben ontvoerd. Het waren bekenden van me, Joegoslaven. Ze kwamen in de zaak. Twee van die kleerkasten. Het was mijn bedoeling om ze niet meer binnen te laten, niet meer dat soort lui. Er was zo veel gebeurd, zulke rare dingen. Roof, gekkigheid. Waanzin. Ik ben met ze mee naar buiten gegaan, vrijwillig. Het ging om vals geld. Ik ben bij ze in de auto gestapt, een tweedeurs Golf. Toen zijn ze met een loop op mijn hoofd naar de bollenstreek gereden.

Ik weet wel waar het om ging. Tenminste, dat denk ik. Een jaar of drie, vier daarvoor had ik hem leren kennen als klant. Ik had toen ook een cafe, bij Hollands spoor. Hij kwam met zijn vrouw, zo’n hoerig type. We spraken over de zwarte markt. Ik hielp hem aan coke, wiet en hasj. Toen kwam hij vast te zitten. Ik heb nooit met zijn vrouw geneukt, wel met haar zus. Maar met zijn vrouw, nee, zoiets doe je niet, dan graaf je je eigen graf. Ze kwam wel bij mij in de zaak, ze wilde van hem af. Zoiets doe je niet zomaar, het is haar gelukt. Ze werd mishandeld en geimponeerd.

Het was een wraakactie, hij was net vrij. Hij zei dingen als: je hebt mijn vrouw geneukt en ik ben niet bang dat je me terug komt pakken. Ik dacht dat ik vermoord zou worden. Ik weet niet meer echt wat er in me omging, alleen maar bangigheid. Ze hebben me mishandeld en beroofd. Ik had 20.000 gulden op zak. En heel veel goud om. Een montecarlo-schakel van 800 gram, van een vriend gekregen. Dat was toen mode, hoe dikker je ketting, hoe meer indruk je maakte.

Ze lieten me rennen. Tijdens het rennen dacht ik de hele tijd: nu schieten ze me neer. Dat gebeurde dus niet. Achteraf denk ik dat ze alleen mijn ego wilden breken, maar ik ben geestelijk sterk genoeg om ermee te dealen. Ik ben dwars door een sloot gerend, naar de dichtsbijzijnde boerderij. Politie gebeld, aangifte gedaan. Ik heb natuurlijk niet dit verhaal verteld, ik heb alleen verteld dat ik ontvoerd was. Overigens heb ik er nooit meer iets van gehoord, ik hoefde geen foto’s te kijken, niets. Ze wisten natuurlijk van die fraude en het zelfhulpprogramma, dan plaatsen ze je in het hokje ‘onderwereld’ en ondernemen verder geen enkele actie meer.

Toen ik thuiskwam, bleek dat mijn moeder was mishandeld door een groepje Antilianen. Ik zal nooit te weten komen of dat verband houdt met mijn ontvoering, maar ik vermoed van wel. Ik wist wie het waren, het cafe waar ze altijd kwamen. Ik ben daar met een Turkse vriend heen gegaan, die is inmiddels ook vermoord met zo’n akkefietje. Zijn hoofd is er afgesneden. Ik heb ze gewaarschuwd: Kom nooit meer naar me toe, zit me nooit meer met een voet dwars. Mijn mannelijkheid was enorm aangetast.

Van alle kanten kreeg ik wapens in mijn handen gedrukt. Zo wilden bepaalde mensen laten zien dat ze achter me stonden. Van de een kreeg ik een machinegeweer, van de ander een tweeschots. Ik ben echt nergens meer bang voor, het heeft me harder gemaakt. Ik heb geleerd mensen wreed uit te schakelen. In de coffeeshop stuur ik alles wat Balkan-achtig is weg.

Ik heb mezelf opgebouwd. Het straatgeweld van me afgezet. Vroeger wilde ik altijd drugsbaron zijn, dat was ik ook. Ik verkocht zo 1200 kilo coke aan Engelsen. Nu niet meer. Nu doe ik alles legaal. Ik heb er wel moeite me, moet armer leven. Ik gebruik geen drugs meer, ken mijn verantwoordelijkheden. Ik heb zoveel mensen kapot zien gaan. Nou ja, af en toe doe ik natuurlijk nog wel eens een transactie. Maar het zijn moeilijke tijden.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here