De hel die “boodschappen doen” heet.

0
82

Ik trek mijn koelkast open en ik zie een schrikbarende leegte. Ik kijk naar de kattenbak en gezien de onmiskenbare geur die mijn neus binnendwarrelt besef ik dat ik dat ook net wat te lang heb laten liggen. Een blik in mijn keukenkastje waar normaal het kattengrint zou staan geeft hetzelfde resultaat als de koelkast vlak daarvoor. Omdat ik al aan voel komen wat de volgende stap zal zijn wil ik mezelf een wijntje in schenken… Helaas, het wijnrek volgt dezelfde trend als mijn koelkast en keukenkastje. Ik kom er niet onderuit, ik moet boodschappen doen. Een taak die nou eenmaal valt binnen het huishouden en als alleenwonende vrouw ook daadwerkelijk op mijn eigen schouders zal belanden. (en niet alleen mijn schouders zal later blijken) Zuchtend trek ik mijn jas aan en wandel naar buiten. Een stap in de buitenlucht leert me dat de lucht drukkend is en ik zie nu al het visoen voor me van datgene wat zich over ongeveer een half uur af zal spelen.

In rap tempo ben ik bij de supermarkt. Mijn rommelende maag kondigt zich aan en meteen besef ik dat ik de eerste cruciale fout al gemaakt heb: met honger boodschappen doen. De tweede fout doet zich direct daarna voor. In plaats van mezelf te ontlasten in de winkel en een wagentje te pakken, kies ik voor een mandje. Gevolg; in de winkel zelf me al helemaal de tering sjouwen. Ik loop langs de rekken en al het lekkers lacht me toe. Ik koop brood, allerlei soorten beleg, wat lekkers, en natuurlijk wat flesjes wijn. Maar ik wil ook gezond doen, en goed op dreef, kies ik voor twee verschillende soorten fruitsap (alsof het allemaal niets weegt). En tot slot natuurlijk het kattengrint (waarom maken ze die pakken zo achterlijk zwaar?). Bij de kassa staat een rij bestaande uit mensen die naar mijn idee ontzettend traag zijn en de eerste ergernissen beginnen zich op te stapelen (ik had het kunnen weten). Even ben ik verlost door het mandje een plekje op de grond te geven die ik het komende kwartier nonchalant met mijn voeten voort kan duwen.

Uiteindelijk komt het ervan en ben ik aan de beurt. Weer dat mandje tillen, uitladen en ik ben de kassajuffrouw maar meteen voor met haar altijd terugkerende vraag. “nee, ik heb geen bonuskaart”. Even heb ik zin een monoloog te houden over mijn argumentatie waarom ik die stomme kaart niet heb, maar ik hou me in. Het moet al erg genoeg zijn de hele dag achter zo’n kassa te zitten. Zij kan er ook niets aan doen dat mijn humeur inmiddels tot het vriespunt is gedaald.

Boodschappen zijn uitgeladen, gescand en ik moet betalen. Nooit kom ik uit deze samenkomst van activiteiten. Waarom is de tijdsruimte tussen mandje uitladen, scannen, betalen en tassen in pakken niet wat groter. De druk van de rij na mij rust nu op mijn schouders. Het zweet breekt me uit. Gepaard met een hoop stress reken ik af, laad ik in en ben ik klaar voor vertrek.

Als ik het gewicht van mijn tassen voel heb ik het idee meer dan mijn eigen gewicht te moeten versjouwen en de moed zakt me in de schoenen bij de gedachte aan de terugreis. Die gaat dan ook niet zonder slag of stoot.. Ik schat dat ik ongeveer vijftien rustpauzes heb genomen. Als ik de medelijdende blikken van de mensen om me heen bekijk heb ik het idee dat van tien kilometer afstand nog wel te zien is hoe ellendig ik me voel. Een slachtoffer van haar eigen huishouden. Na een reis (te voet) die wel een eeuwigheid leek te duren, inclusief een steunende opmerking van de shoarmabaas bij mij op de hoek, sta ik eindelijk voor mijn eigen deur.

Dan denk je alles gehad te hebben, eindelijk thuis. Maar dan moet ik nog gruwelijk veel trappen op. Ik vraag me maar weer eens af waarom ik zo nodig ‘hoog’ moest wonen. Met zuchten en steunen val ik zo’n beetje mijn huis in. Ik zet het koffiezetapparaat aan, steek een sigaret op en laat me zuchtend in een stoel vallen.

Zo nu eerst die laptop maar eens open om de frustraties van dit vreselijke uur eerst maar eens van me af te schrijven en weer tot mezelf te komen…

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here