De atheïstische gedachte

0
400
blog placeholder

Het lijkt een plaag voor de bezoekers van hogerintellectuele internetfora: het christendom (of enige andere godsdienst wat dat betreft) lijkt te vervagen en het atheïsme maakt een opmars. Hoe komt dit? Persoonlijk geef ik het internet de ‘schuld’. Adolescenten hebben dankzij het internet een schijnbaar oneindig grote bibliotheek aan informatie tot hun beschikking, en zoekmachines maken het zoeken naar de gewenste informatie makkelijker dan ooit. Van wat ik heb ervaren en opgemerkt bij anderen, is dat het ‘atheïsme bij jongeren’ verschillende fases doorgaat.

 

Exploratie

In de eerste fase ontdekt de adolescent het internet. Hij bezoekt verschillende fora en komt in aanmerking met een groot scala aan verschillende meningen en geloofsovertuigingen.  De puber begint zich af te vragen  welke godsdienst het best bij hem past en gaat op onderzoek, hetgeen kinderspel is in deze digitale wereld van info.

 

Oppervlakkig atheïsme

Als we er nu vanuit gaan dat deze adolescent vindt dat het atheïsme de correcte gedachtewijze is, dan doorgaat hij de tweede fase die ik ‘oppervlakkig atheïsme’ doop. Tijdens de Exploratie heeft de tiener kennis opgedaan van alle kanten, ook van de logica. Hij begint in te zien dat de bijbel vol paradoxen zit en dat de meeste zaken tegenstrijdig zijn met de wetenschap.

 

Belangrijk in deze fase is dat de bijbel erg letterlijk wordt genomen; de symbolische waarde wordt over het hoofd gezien.  Zo komt de puber tot de conclusie dat de bijbel een hoop nonsens is en hierbij verwerpt de adolescent zijn christelijk geloof.

 

Wat  misschien nog belangrijker is, het verwerpen van de bijbel betekent niet het verwerpen van God. Maar de puberende knul heeft reeds kennis gemaakt met de Paradox van Epicurus; een alom bekende paradox die vertrekt vanuit de vraag ‘Waarom is er kwaad?’:

 

Is God almachtig, dan kan hij al het kwaad van de wereld laten verdwijnen.

Is God alwetend, dan weet hij hoe hij al het kwaad van de wereld kan laten verdwijnen.

Is God goedaardig, dan wil hij al het kwaad van de wereld laten verdwijnen.

Is God noch almachtig, noch alwetend, noch goedaardig, waarom noem je hem dan God?

 

Bij het wegvallen van één van de kenmerken van God (bijvoorbeeld almachtig) wordt verklaard waarom er kwaad op de wereld is. Maar dat betekent ook dat God niet zo almachtig, alwetend of goedaardig is als wordt beschreven.

Let erop dat er bij deze redenering een strikte definitie voor goed wordt gehanteerd:

 

God is een almachtig, alwetend, oneindig goedaardig bovennatuurlijk wezen.

 

Nog een paradox die de puber helpt om God te verwerpen, is de zogeheten ‘Omniparadox’. Als men ervan uitgaat dat God almachtig (omnipotent) en alwetend (omniscient) tegelijk is, bevindt men dat dit een paradox oplevert. Een verheldering:

 

Stel dat God op een dag zegt “Ik ga morgen rode sokken dragen”, dan weet hij dat hij de volgende dag rode sokken zal dragen. Echter, doordat hij dit weet, kan hij dit niet veranderen. Door zijn kennis van de toekomst valt zijn omnipotentie weg.

 

Omgekeerd geldt dit ook:

 

Stel dat God de toekomst kan veranderen, dan weet hij niet wat er zal gebeuren in de toekomst. Zijn omniscientie valt weg.

 

Diepergaand agnosticisme

Later, soms heel wat later, komt de puber tot een andere conclusie. Naarmate hij met meer christenen praat en debatteert, komt hij tot de conclusie dat niet elke christen zijn definitie van God accepteren. Sommige christenen zien God als een aanwezige kracht die hen een houvast biedt. Niet per se als een almachtig en alwetend superwezen.

 

Dat een begrip zo’n wijd arsenaal aan definities kan hebben is eerst even wennen. De puber beseft dat logica geen oplossing meer biedt om God te ontkennen. Dit vergt echter wel een andere manier van denken, een meer existentiële vorm van rationalisatie, en niet zozeer een logische vorm.

 

Hier zit de tiener even in de knoop: hoewel het nog steeds lastig is om God te accepteren, is het niet meer mogelijk om zijn bestaan 100% te ontkennen.

 

Acceptatie – atheïsme

De volgende fase noem ik graag acceptatie. Kenmerkend voor alle vorige fasen is de drang om anderen aan te tonen dat God niet bestaat. In deze fase accepteert de puber dat iedereen zijn eigen geloof heeft, en dat het ‘bewijzen’ van jouw geloof onnodig is.  Met deze nieuwe filosofie in gedachten stapt de adolescent af van de agnostische trein en neemt weer plaatst in de atheïstische trein. Simpelweg omdat het toepassen van deze nieuwe denkwijze bij elke godsdienst past.

 

Existentieel agnosticisme

De laatste fase is existentieel agnosticisme. De adolescent komt tot de realisatie dat wat wij waarnemen niet noodzakelijk de werkelijkheid hoeft te zijn. Elk beeld dat wij waarnemen is eerst verwerkt door onze hersenen: wij zien slechts de output. Een verduidelijking: u ziet een vrouw op straat lopen. U neemt gemakshalve aan dat dit de werkelijkheid is. Echter, het beeld van die vrouw is slechts een schim van uw hersenen. U ziet ze omdat uw hersenen werken. U hoort ze omdat uw hersenen dat registeren. Ze hoeft er niet noodzakelijk écht te zijn.

Uit deze denkwijze volgt dat God kan bestaan, of niet bestaan afhankelijk van de persoon. Dit opent echter duizenden nieuwe mogelijkheden: misschien loopt er wel een gele ezel naast u, maar ziet u hem niet. Misschien wordt u wel gevolgd door God, maar ziet u Hem niet.

Deze redenering houdt elke mogelijkheid open en daarom label ik hem onder ‘agnosticisme’.  Het is doorgaans de laatste fase, die soms erg lang op zich laat wachten. Het vergt een goed brein om over fundamentele dingen zoals de werkelijkheid na te denken. Misschien is onze adolescent tegen deze tijd al dertig, of vijftig. Of misschien leeft de puber niet lang genoeg om deze fase mee te maken.  

 

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here