Spelletjes voor jonge kinderen

0
148

Spelletjes
en activiteiten zijn vaak een vast onderdeel van een kinderfeestje. Voor
kinderen in de kleuterleeftijd (4-6 jaar) zijn eenvoudige spelletjes het meest
geschikt.

Een
kinderfeestje

Jonge kinderen hebben nog niet zoveel geduld en kunnen
zich nog niet zo lang concentreren. Eenvoudige spelletjes die niet te lang
duren zijn o.a. zakdoekje leggen, blindemannetje, verstoppertje enz. Een aantal
spelletjes kunnen binnen worden gedaan, voor sommige spelletjes moeten de
kinderen naar buiten zoals verstoppertje en waterballonnen gooien.

Maak evt. Een draaiboek waarin het feestje van begin
tot eind beschreven staat. Hiervan afwijken kan altijd maar er iets bij
verzinnen is vaak wat lastiger. Kies daarom ook voldoende spelletjes uit,
beschrijf ze in de volgorde waarin ze gedaan worden. Wissel drukke en rustige
spelletjes met elkaar af. Houd er rekening mee dat het weer niet altijd mee
werkt, zorg dan voor een alternatief.

 

Binnen
spelletjes

Prik, prik,
wie ben ik?

Nodig: een blinddoek

Eén van de kinderen wordt geblindoekt en zit met de
rug naar de andere kinderen. Om de beurt mogen de kinderen een paar keer op de
rug van de geblindoekte tikken waarbij ze met een verdraaide stem vragen: prik,
prik wie ben ik? De geblindoekte moet raden welk kind dat zegt.

Tikkertje

Eén kind is de tikker en deze moet de andere kinderen
tikken. Degene die getikt is, is af. Bij dit spel zijn er verschillende
variatie mogelijkheden. Ook kunnen de kinderen die getikt zijn helpen tikken
zodat er steeds meer tikkers komen.

Blindemannetje

Nodig: blinddoek

De kinderen kunnen dit twee aan twee doen, evt. In
twee teams. Het ene kind wordt geblindoekt en wordt door het andere kind aan de
hand meegenomen over het af te leggen parcours waarbij ze obstakels uit de weg
moeten gaan.

Zakdoekje
leggen

Nodig: zakdoek

De kinderen gaan in een kring zitten met de ogen
dicht. Eén kind krijgt een zakdoek en loopt om de kring met kinderen heen
terwijl deze een lied zingen: zakdoekje leggen, niemand zeggen, ik heb de hele
nacht gewaakt, twee paar schoenen heb ik afgemaakt, één van stof en één van
leer, hier leg ik mijn zakdoekje neer. Als de kinderen zingen: Kijk voor je,
kijk achter je, wie hem heeft die mag mij pakken, dan kijken ze achter zich om
te kijken waar de zakdoek ligt. Degene die de zakdoek heeft probeert de
zakdoeklegger te pakken terwijl deze om de kring heen rent en op de open plek
probeert te gaan zitten zonder te worden getikt. Als dit is gelukt is de vinder
aan de beurt om de zakdoek te leggen maar als hij is getikt mag de zakdoeklegger
hem nog een keer zijn.

Zaklopen

Nodig: twee jutezakken

Verdeel de kinderen in twee teams. Elk team krijgt een
jutezak. Ieder kind moet met de benen in de jutezak proberen lopend of
springend een parcour af te leggen. Het team waarvan alle kinderen een keer aan
de beurt zijn geweest en het parcour hebben afgelegd heeft gewonnen.

Ezeltje prik

Nodig: ezel, staart, punaise, evt. Prikbord

Voorbereiding: Teken een grote ezel op een groot vel
papier en apart drie staarten. Knip de ezel en de staarten uit en bevestig de
ezel op het prikbord.

Spel: Elk kind mag drie keer proberen de staart op de
juiste plek te prikken. Het kind dat de staart op de juiste plek prikt of daar
het dichtst bij zit heeft gewonnen.

Verstoppertje

Terwijl één kind telt bij de pot (dit kan een boom of
muur zijn) verstoppen de andere kinderen zich. Daarna mag het kind de anderen
gaan zoeken. Elk gevonden kind wordt bij de pot afgeklopt. Als één van de
verstopte kinderen eerder bij de pot is dan de zoeker kan deze de pot vrij
kloppen waardoor de afgeklopte kinderen weer vrij zijn. De zoeker moet dan weer
opnieuw gaan tellen en zoeken. Als alle kinderen zijn afgeklopt dan moet het
eerst afgeklopte kind de zoeker zijn.

Dieren raden

Eén van de kinderen neemt een dier in gedachten en
probeert deze met gebaren na te doen zonder er iets bij te zeggen. De andere
kinderen moeten raden welk dier wordt uitgebeeld. Het kind dat een goed
antwoord geeft mag dan een dier in gedachten nemen.

Waterballonnen
gooien

Nodig: waterballonnen, handdoeken, zwemkleding

Bij mooi weer kunnen de kinderen waterballonnen naar
elkaar gooien. Vul de waterballonnen met water, draai het uiteinde een paar
keer rond maar leg er geen knoop in. Geef de gevulde waterballonnen meteen aan
de kinderen.