Help, ik heb faalangst!

0
54

Inhoud:

De angst om te falen
Het meest voorkomende probleem
Positief en negatief
Drie soorten faalangst
Ontstaan en ontwikkeling
Typen faalangstigen
Verschillende kenmerken
Begeleiding bij faalangst

De angst om te falen

Het woord zelf zegt het natuurlijk al: faalangst is de angst om te falen zodra er van iemand verwacht wordt een prestatie te leveren. Maar wat is faalangst dan daadwerkelijk? Heeft iedereen hier last van? Is het altijd positief of negatief? En hoe ga ik ermee om? Lees verder en ontdek de wereld rondom faalangst!

Het meest voorkomende probleem

Het is een vreemde zaak: faalangst is het meest voorkomende, maar ook het minst besproken probleem onder mensen. Denk bijvoorbeeld eens aan het basisonderwijs: men kijkt zich scheel op het verbeteren van taal en rekenen. De protocollen tegen pesten zijn niet aan te slepen en bijna elke school heeft een stapel kinderen met ‘rugzakjes’. Op zich niks mis mee, maar training voor het constateren en leren omgaan met faalangst: daar eet het ei zichzelf op.

De oorzaak is misschien te wijten aan het feit dat bijna niemand graag spreekt over iets wat hij of zij niet durft. Veel mensen denken alles maar te moeten kunnen en bang of verdrietig zijn, is hier een tikkeltje taboe. Hoog tijd dus om een deur in te trappen!

 

Positief en negatief

Allereerst onderscheiden wij faalangst in twee groepen: positieve en negatieve faalangst. Zodra het moment van de waarheid daar is, krijgen wij last van (lichte) zenuwen. Dat is gezond. Deze gezonde zenuwen zorgen er namelijk ervoor dat wij een betere prestatie zullen leveren. Dit gegeven werkt in ons voordeel en dit noemen wij positieve faalangst.

Daarnaast is er ook een onprettige keerzijde: wanneer de zenuwen zodanig dienst doen dat het ons belemmert in ons presteren, dan spreken wij van negatieve faalangst. Verschillende onderzoeken bevestigen dat ongeveer één op de vijf mensen in Nederland hier met grote regelmaat last van heeft.

Drie soorten faalangst

Deze negatieve faalangst kunnen wij onderverdelen in drie soorten die wij hieronder zullen toelichten:

  • Sociale faalangst
  • Cognitieve faalangst
  • Motorische faalangst

Sociale faalangst is de angst voor het in contact komen met anderen. Denk hierbij aan nieuwe contacten leggen, vrienden maken, iemand de weg vragen en niet durven op die leuke jongen of dat leuke meisje af te stappen in de plaatselijke kroeg. Stel je voor dat je afgewezen wordt…

Cognitieve faalangst wordt gekenmerkt door het bang zijn voor het maken een toets, ook al is die toets nog zo goed geleerd. Ook vragen beantwoorden in een groep of het niet durven te volgen van een opleiding vanwege moeilijke vakken behoren tot deze vorm.

Motorische faalangst wordt duidelijk bij lichamelijke activiteiten, zoals sport en bewegen. Deze soort komt veel voor bij mensen of kinderen die onzeker zijn over hun uiterlijk of buiten de boot vallen met sport en spelletjes.

Tot slot is er natuurlijk een combinatie van bovenstaande vormen is denkbaar. Hiernaast zijn er ook mensen die constant bang zijn voor alles wat zij moeten doen. Deze mensen hebben angst als levenstrek. Dit is niet vergelijkbaar met faalangst of een vorm hiervan: angst als levenstrek komt niet veel voor en vergt een intensieve psychische behandeling. Faalangst daarentegen is normaal en komt bij heel veel mensen voor.

Ontstaan en ontwikkeling

Er zijn honderden situaties denkbaar waardoor faalangst kan ontstaan. Meestal begint dit in de jeugdige jaren van een mens, hoewel dit zich ook op latere leeftijd nog kan ontwikkelen. Er zijn teveel situaties denkbaar om allemaal op te noemen.

Hoe dan ook, faalangst ontstaan te allen tijden in dezelfde cyclus:

Opdoen van een faalervaring
Irreële reactie op de gebeurtenis
Gebrek aan zelfvertrouwen

Een simpel voorbeeld: een leerling heeft hard geleerd voor een toets, maar haalt een dikke onvoldoende. Hij denkt bij zichzelf: ‘Ik kan deze toets nooit halen, ik ben veel te dom’. Vervolgens gaat de leerling met minder zelfvertrouwen aan de volgende toets of herkansing beginnen met misschien een nieuwe faalervaring. Daarna herhaalt het proces zich opnieuw en opnieuw.

De twee grote boosdoeners in het verhaal kunnen zijn:

  •          Te hoge verwachtingen aan de leerling gesteld;
  •          De onvoldoende niet aan een eenmalige gebeurtenis toeschrijven maar al snel  denken dat iets onhaalbaar is (irreële gedachte).

Het toeschrijven van het succes of falen worden attributen genoemd. Deze moeten reëel zijn, anders kan faalangst ontstaan. Wanneer iemand zijn best gedaan heeft om een goede sportprestatie te leveren en dit lukt hem, dan is een reële attributie: ‘Ik heb hard genoeg getraind’. Een irreële attributie zou kunnen zijn: ‘Ik heb geluk gehad, normaal had ik nooit gewonnen’.

Als faalangst eenmaal is ontwikkelt, is het moeilijk om er nooit meer last van te hebben. Ermee omgaan is iets heel anders: heel veel mensen hebben angst om te falen en iedereen kan hiermee leren omgaan! Met de juiste wetenswaardigheden en technieken kan faalangst voor een heel groot gedeelte de das omgedaan worden.

Typen faalangstigen

Om faalangst te leren herkennen en ermee om te leren gaan is het in eerste instantie belangrijk de verschillen te kennen. Faalangstige mensen zijn namelijk te onderscheiden in verschillende typen die wij hieronder zullen toelichten.

Wij onderscheiden vijf typen:

1. Prestatietype

2. Twijfeltype

3. Overafhankelijk type

4. Overonafhankelijk type

5. Isolatietype

De faalangstige prestatietype is geneigd altijd het hoogste van zichzelf te verwachten. Dit gegeven maakt het nog niet problematisch: het feit dat wanneer hem dit niet lukt hij diep ongelukkig is vormt voor hem het grote probleem.

Het twijfeltype kenmerkt zichzelf door altijd tegen zichzelf te zeggen dat hij iets niet aankan. Werk leveren gaat met veel moeite en iets niet direct weten is een bevestiging dat hij nooit iets zal weten of leren.

Dan is er ook het overafhankelijke type. Zoals de term al zegt: het overafhankelijke type is zo’n persoon die overal veel hulp bij nodig heeft en constant bevestiging van docenten/collega’s nodig heeft om zijn werk te kunnen afronden. Het kan geregeld voorkomen dat hij of zij anderen de schuld geeft zodra er iets niet goed gaat.

Lijnrecht tegenover het overafhankelijke type staat het overonafhankelijke type.  Dit type zal nooit hulp vragen en wil zichzelf tegen elke prijs bewijzen. Niemand mag helpen, want hij wil alles alleen doen. Er kunnen zich situaties voordoen waarin deze persoon hierdoor slecht werk levert en daardoor boos op zichzelf of anderen is. Werken zelf gaat aldoor met veel moeite en vaak zeer gespannen.

Tot slot is er ook een vijfde type, het isolatietype. Zoals de benaming doet vermoeden isoleert deze persoon zich van zijn omgeving. Zolang hij geen prestatie hoeft te leveren, valt er ook niks te falen. Dus waarom zou hij nog zijn best doen om te presteren?

Verschillende kenmerken

Nu u de verschillende soorten en typen van faalangst kunt onderscheiden is het ook belangrijk te weten welke kenmerken hierbij te herkennen zijn. Faalangst uit zich in  heel veel verschillende herkenbare aspecten en deze komen vaak in combinaties met elkaar voor. Ook heeft elke soort faalangst (sociaal, cognitief en motorisch) zijn eigen typische kenmerken.

Algemeen bij faalangst:

–         Vaak om bevestiging vragen;

–         lichamelijke reacties zoals stotteren, zweten, wiebelen, friemelen, opgetrokken schouders, oppervlakkig ademhalen, veel plassen, droge mond hebben;

–         buikpijn hebben voor het leveren van een prestatie;

–         vluchtgedrag vertonen.

Sociale faalangst:

–         Negatieve opmerkingen over zichzelf en tegen anderen maken;

–         contacten vermijden, op de achterhoede blijven;

–         moeite hebben met het krijgen van een compliment;

–         niet tegen kritiek kunnen;

–         geen ‘nee’ durven zeggen.

Cognitieve faalangst:

–         Zeggen dat hij/zij iets niet kan;

–         excuses bedenken om de prestatie van tevoren al te verklaren of in te dekken;

–         veel vragen stellen;

–         iets wel weten maar nogmaals om bevestiging vragen;

–         vluchtgedrag vertonen bij toetsen/tests;

–         snel afgeleid zijn;

–         geen besef hebben van hoe de geleverde prestatie verlopen is.

Motorische faalangst:

–         Zich klein maken/verbergen;

–         klagen omtrent lichamelijke klachten;

–         zenuwachtige bewegingen maken zoals wiebelen, friemelen;

–         opgeven of weinig inzet leveren;

–         proberen onder het leveren van de prestatie uit te komen/ergens stiekem tussenuit knijpen (vluchtgedrag).

Begeleiding faalangst

Over de begeleiding bij faalangst zijn een aantal goede boeken geschreven. Elk persoon, misschien uzelf, een vriend of vriendin, een collega of een kind, heeft zijn eigen faalangstvormen en is ook weer in te delen op type. Zo vraagt elk mens zijn eigen aanpak.

Algemeen genomen kunnen wij zeggen dat het allerbelangrijkste is om te weten dat er veel meer mensen zijn met faalangst. U bent, of diegene die u kent, is niet de enige! Wees ervan bewust dat faalangst normaal is. Kom daarom zelf ook uit voor misstappen en fouten, die maken wij allemaal en horen gewoon bij het leven. Over het algemeen doen wij veel meer goede dingen: het is maar net waar u naar kijkt.

Zorg naast dit gegeven dat u bij de begeleiding in ieder geval let op vier basisprincipes:

Leven/werken in een prettig klimaat
Zorg voor voldoende structuur
Schep positieve, reële verwachtingen van uzelf en anderen
Schrijf attributen van succes en falen aan de juiste omstandigheden toe.

Zorg voor uzelf, en elkaar. Door de kennis die u nu heeft opgedaan zult u anderen ook eerder begrijpen en waarschijnlijk een aantal mensen op kunnen noemen waarvan u denkt dat zij ook last hebben van faalangst. Help zo uzelf, en anderen.

U weet wat u te doen staat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here