Vogelvoer en voersystemen

0
48

 

Vogels verbruiken veel energie en zijn daarom steeds bezig met het zoeken naar voedsel. Door vogels bij te voeren hebben ze een grotere overlevingskans. Op een goede voederplek is voor elke soort vogel en zijn behoeften iets te vinden.

 

Het voeren

 

Door vogels het hele jaar door bij te voeren hebben ze meer kans om te overleven en hun jongen groot te brengen. Vooral in de wintermaanden is het belangrijk om op een vast tijdstip te voeren. De vogels rekenen daarop en nemen een vaste route langs de tuinen. Ook in het voorjaar kan er gebrek aan voedsel ontstaan door droogte, veel regen of doordat er minder insecten zijn. Door de vogels bij te voeren kan het ouderpaar het zaad eten en zijn de insecten voor de jonge vogels. Op deze manier kunnen de jongen overleven.

 

Vogels voeren hun jongen eiwitrijk voedsel zoals insecten, spinnen en andere kleine diertjes. Bij voedselgebrek schakelen de ouders over op zaden en krijgen de jongen insecten. Als ze de jongen dan nog niet genoeg voedsel kunnen geven gaan ze over op zaad en ander voedsel dat wordt aangeboden. Bij vogels van een paar dagen oud kan dat wel maar de heel jonge vogels kunnen dat voedsel nog niet verteren.

 

Vogels en voedsel

 

Op een goede voederplek is voor elke soort vogel en zijn behoeften iets te vinden.

 

Merel, kramsvogel, koperwiek, zanglijster en spreeuw – brood, gewelde krenten of rozijnen, kaas zonder korst, onbespoten schillen, klokhuizen en gesneden fruit, bessen, etensresten zonder zout bijv. gekookte rijst of aardappels. Voer de vogels op een strooiplaats op de grond.

 

Koolmees, pimpelmees, zwarte mees en staartmees – vetbollen, ongebrande, ongezouten pinda’s, gehalveerde kokosnoot, zaden, zonnepitten. Voer de vogels op de voedertafel of in het voederhuisje.

 

Specht en boomklever – spekzwoerd, ongezouten pinda’s en noten, vetbollen, zonnepitten, kaas zonder korst en ongezouten pindakaas. Maak het voedsel vast aan bomen of struiken.

 

Huismus, ringmus, vink, groenling – bruin brood, onkruidzaad, gemengd strooizaad, zonnepitten en ongezouten etensresten. Voer op de grond of op een voedertafel.

 

Winterkoning, heggenmus, roodborst – meelwormen, broodkruimels, maden en larven, ongekookte havermout. Deze vogels zijn vaak schuw en kieskeurig. Leg het voer onder struiken en heggen.

 

Voersoorten

 

Zwarte zonnebloempitten bevatten meer olie dan gestreepte en geven daardoor meer energie. Er zijn veel verschillende vogelsoorten die deze pitten eten. Pinda’s bevatten ook veel olie en eiwitten en worden gegeten door verschillende soorten vogels en ook door eekhoorns.

 

Voermixen – door voermixen aan te bieden worden zoveel mogelijk verschillende soorten vogels aangetrokken. Ze zijn te gebruiken op voedertafels, in silo’s en op de grond.

 

Vogelvoersystemen

 

Om te voorkomen dat kauwen, eksters, duiven of meeuwen het voer van andere vogels opeten kunt u gebruik maken van voersystemen. Deze zijn geschikt voor kleine vogels zoals mezen, vinken, groenlingen, mussen, putters en goudvinken.

Voedersystemen zijn:

–         voedersilo’s

–         pindasilo’s

–         beschermsilo’s

–         voederkooien

–         voedertafels en bescherming

–         voederhuisjes

 

Een voedertafel of voederhuisje

 

Voederhuisjes zijn geschikt voor kleine vogels en er kunnen verschillende soorten voer op worden aangeboden. Bovendien zijn ze gemakkelijk schoon te maken en het afdakje beschermt het voer tegen de regen. Niet alle vogels vinden een afdakje prettig.

 

Een voedertafel is gemakkelijk zelf te maken. De vogels kunnen hier goed op landen, ze houden het overzicht op de omgeving en kunnen snel wegvliegen bij gevaar. Voor de gezondheid van de vogels is het noodzakelijk om de tafel elke week schoon te maken.

 

Sommige vogels eten liever op de grond. Het voer kan dan worden aangeboden op een lage voedertafel of gewoon op de grond worden gestrooid.

 

Voedersilo

 

De voedersilo is alleen toegankelijk voor kleine zangvogels en spechten. Omdat er verschillende soorten voer in kunnen trekt het verschillende soorten vogels naar de tuin. De silo’s zijn verkrijgbaar in een plastic en metalen uitvoering, kunnen het hele jaar door worden gebruikt en zijn gemakkelijk schoon te maken.

 

Pindasilo’s

 

Door de constructie is de silo alleen voor de kleine zangvogels en spechten toegankelijk. Er is gebruik gemaakt van stevig gaas met een kleine maasbreedte waardoor grotere vogels er geen pinda’s uit kunnen halen en vogels hun jongen geen hele pinda’s kunnen voeren. Jonge vogels kunnen stikken in pinda’s.

 

Beschermkooien

 

Dit is een voedersilo met een metalen kooi er omheen die alleen toegankelijk is voor kleine zangvogels. Door de metalen constructie kunnen eekhoorns de silo niet beschadigen. De beschermkooi kan worden opgehangen aan een ophanghaak, kan het hele jaar door worden gebruikt en is gemakkelijk schoon te maken.

 

Het ophangen van een voedersysteem

 

–         Hang een voedersysteem op een open, rustige plek in de tuin met struiken in de buurt die een schuilplaats kunnen bieden bij verstoring.

–         Gebruik een stevige haak om de volle, zware silo aan op te hangen.

–         Hang het systeem op minimaal 1,5m hoogte buiten bereik van katten.

 

Schoonmaken

 

–         Een voedersysteem moet elke twee weken worden schoongemaakt.

–         Silo’s, voedertafels en voederkooien kunnen worden schoongemaakt met heet water en een borstel.

–         Verwijder nat, geklonterd zaad en voedsel dat niet is opgegeten.

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here